GESCHIEDENIS - Polen


de oudste geschiedenis


Over de vroege geschiedenis van Polen is maar weinig bekend, omdat er weinig bronnen voorhanden zijn maar duidelijk is dat het land wat nu Polen is al bewoond is geweest sinds de steentijd. Verschillende bronnen melden dat er verschillende stammen (waaronder Keltische stammen) het land van de vruchtbare vlaktes hun thuis noemden. Rond 500 v.Chr. vestigden zich de eerste Germaanse stammen in het gebied waaronder de Goten. Zij trokken zuidwaarts en oostelijk maar werden waarschijnlijk weer teruggeworpen door de invasies van de Hunnen. In de eeuwen erna (tot de 8e eeuw) kwamen de eerste Slavische stammen het huidige Polen in op hun beurt ook weer verjaagd. De Slavische stammen begonnen zich te groeperen en eentje zou de naam van Polen worden – de “Polanie” – mensen van de open vlaktes. Deels door sterke verenigde tegenstanders (Moravië in het zuiden en het Hongaarse rijk) werd de band van de stammen steeds sterker. Hun legendarische leider, Pias genaamd, wist in de 10e eeuw een behoorlijk stuk land te herenigen en noemde het Polska.


Het eerste poolse koningschap


Pias kleinzoon Mieszko bekeerde zichzelf tot het Christendom, puur uit politieke overweging en kon op deze wijze zijn rijk veilig stellen. Het gebied werd uitgebreid door veroveringen Mieszko’s zoon werd tot de eerste koning van Polen gekroond waarbij de grenzen nagenoeg overeen komen met de huidige Poolse grenzen. Volgende generaties zouden de Poolse grens zelfs verleggen naar de stad Kiev in hedendaags Oekraïne. Daarna was het gedaan met de Poolse uitbreiding – onderlinge onenigheid en oorlogen in het noorden. Aanvankelijk was de stad “Gniezno” de hoofdstad maar deze werd omstreeks het jaar 1100 naar Krakau verplaatst. Koningen kunnen de eenheid niet bewaren en het grondgebied van Polen valt uiteen in afzonderlijke vorstendommen. Wanneer Pruisen vanuit het noordoosten van Polen aanvallen uitvoeren roept hertog Konrad van Mazovia de hulp in van de Teutoonse ridders – een militaire religieuze order die z’n sporen heeft verdiend tijdens de Kruistochten. Dat levert in beginsel resultaat op totdat de Teutonen het land niet meer willen afstaan en Noord Polen innemen en gigantische kastelen beginnen te bouwen als verdediging. De vorstendommen Silezië en Pommeren raakten vanaf de 13e eeuw steeds meer in de Duitse invloedssfeer, ten koste van Poolse macht. Het land ontwikkelde meer en meer een feodale maatschappelijke orde. In 1242 onderging Polen een invasie van de Mongolen, die verschrikkelijke verwoestingen aanrichtten.



reunificatie met litouwen


Een van de deelvorsten, Wladislaus de Grote, slaagde er omstreeks 1320 in zijn gezag te doen gelden over de andere deelvorstendommen. Alleen Pommeren en Silezië bleven buiten zijn machtssfeer. Onder zijn zoon Casimir de Grote (1333-1370) moderniseerde Polen; de universiteit van Krakau (1364) werd opgericht, de economie groeide sterk en het land werd in oostelijke richting uitgebreid met het Oekraïense vorstendom Halic (Galicië). Van hem werd gezegd, dat Polen van hout was toen hij koning werd, maar van steen toen hij stierf. In het kader van de modernisering nodigde hij grote aantallen Duitsers en Joden uit om zich in zijn land te komen vestigen. In 1386 werden Polen en Litouwen samengevoegd in een gemenebest onder heerschappij van Władysław Jagiello, grootvorst van Litouwen, die door zijn huwelijk met kroonprinses Hedwig van Polen ook koning van Polen werd (1386-1434). Het huwelijk had een duidelijk geopolitiek doel: Polen en Litouwen te verenigen tot een sterk blok, dat zich goed zou kunnen verdedigen tegen de dreiging van de Duitse Orde, die toen de de gehele Oostzeekust beheerste. In 1410 behaalde het Pools-Litouwse leger in de Slag bij Grunwald een grote overwinning op de Duitse Orde. Na de nederlaag in de oorlog van 1453-1466 was de Duitse Orde zelfs gedwongen om West-Pruisen met Dantzig (min of meer samenvallend met het gebied van de latere Poolse corridor) aan Polen af te staan en voor Oost-Pruisen de leenhorigheid aan de Poolse koning te erkennen.

 

Het Pools-Litouwse Gemenebest was tussen 1386 en 1772 qua oppervlakte (tezamen met Moscovisch Rusland en het Ottomaanse Rijk) een van de grootste rijken van Europa, dat zich uitstrekt vanaf de Oostzee tot aan de Zwarte Zee, met het huidige Wit-Rusland en grote delen van het huidige Oekraïne binnen haar grenzen. Door de in 16e eeuw optredende bevolkingsgroei in Polen-Litouwen kon het landbouwareaal flink worden uitgebreid. Bovendien was in die tijd de vraag naar graan in West-Europa sterk toegenomen, waardoor de graanprijzen sterk stegen. Polen werd nu een betrekkelijk rijk land. Deze rijkdom had ook een grote culturele opbloei tot gevolg. De koning was weliswaar Rooms-katholiek en de katholieke godsdienst domineerde, maar joden en protestanten (lutheranen, calvinisten en zelfs unitariërs) werd geen strobreed in de weg gelegd, terwijl de Wit-Russische en Oekraïense bevolking in het oosten haar orthodoxe geloof mocht blijven belijden. Polen-Litouwen was destijds het tolerantste land in Europa en toevluchtsoord voor met name vervolgde joden elders uit Europa met als gevolg dat Polen begin 20e eeuw de grootste concentratie joden in Europa had. Het was hoofdzakelijk de adel die van de nieuwe welvaart profiteerde, want de horigheid van de boerenbevolking verscherpte in deze periode. Na het gevaar uit het noorden was geneutraliseerd kwam nu dreiging uit het oosten (Rusland), het zuiden (de Ottomanen) en de Tartaren (uit het oosten). Zij vielen, soms gezamenlijk soms individueel, Polen (en Litouwen) binnen soms zo ver als Krakau. Ondanks dit floreert het land en cultureel staat het op z’n hoogtepunt – dit is de gouden eeuw van Polen.


van vazalstaat tot opdeling


In 1572 werd Polen een gekozen monarchie, dat wil zeggen het parlement benoemde de nieuwe koning. In 1586 wordt Sigismund Vasa tot koning benoemd, een prins uit het Zweedse geslacht. Het intervenieert zelfs in Russische binnenlandse zaken, bezet Moskou voor een tijdje en verplaatst de hoofdstad van Krakau naar Warchau daar dit dichter bij Zweden ligt. Het Pools-Litouwse Gemenebest werd buitengewoon verzwakt door de opstand van Oekraïense kozakken die in 1655 gevolgd werd door een Russische en een Zweedse invasie. Aan de rand van de afgrond weet het land zich echter nog te herstellen, maar er waren op grote schaal verwoestingen aangericht. De bevolking van het Gemenebest (vóór de crisis ca. 12 miljoen) was met zeker 20% gedaald door oorlogsgeweld, hongersnoden en epidemieën. Na deze crisis kwam een einde aan de tolerantie van de 16e eeuw. In 1656 profiteerde de keurvorst van Brandenburg, die ook heerser over Pruisen was, van de zwakte van Polen om de leenhorigheid aan de Poolse koning op te zeggen. In vredesverdragen met Rusland moet het Pools-Litouwse Gemenebest in 1665 bovendien afstand doen van het land rondom Smolensk, het oostelijk deel van Oekraïne en de stad Kiev. In 1683 beleefde de Poolse Adelsrepubliek haar laatste moment van glorie, toen de Poolse koning Jan III Sobieski aan het hoofd van een Duits-Pools leger de door de Ottomaanse Turken belegerde stad Wenen ontzette.

 

Hierna was het afgelopen met de Poolse macht – Russen, Tartaren, Oekrainers, Kozakken, Ottomanen en Zweden – allen wilde een stuk van de Poolse koek. Het land werd aanvankelijk door de troepen van de Zweedse koning Karel XII onder de voet gelopen en kon alleen als land overleven als Russisch vazalstaat. Dat werd geheel duidelijk toen tsarin “Katherine de Grote” zich direct met Poolse binnenlandse zaken ging bemoeien. Als Polen geen gewillige vazalstaat wil blijven zou het door Rusland net zo goed tussen hen en twee andere machtige buurstaten (Oostenrijk en Pruisen) ook opgedeeld kunnen worden. Door de frequente toepassing van het "liberum veto" was het Poolse adelsparlement volkomen verlamd geraakt. Veel parlementsleden kwamen er openlijk voor uit dat zij behoorden tot de "Russische", de "Pruisische" of de "Oostenrijkse" partij. Deze situatie bracht het land aan de rand van een burgeroorlog. In 1791 keuren de hervormingsgezinde parlementsleden van de Confederatie van Bar de Grondwet van 3 mei 1791 goed, de meest liberale grondwet die Europa tot op dat moment had gekend. De grondwet was in sterke mate geïnspireerd door de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Het principe van de "liberum veto" werd afgeschaft; er werd een erfelijke, maar constitutionele monarchie ingevoerd; ook werd de rechtspositie van de horige boeren sterk verbeterd. Aanvankelijk stemt koning Stanislaw in met deze grondwet. Hij raakte echter weer aan het twijfelen toen hij zag dat de Confederatie van Targowica deze grondwet als een oorlogsverklaring beschouwde. De reactionaire partij kreeg steun van Rusland en Pruisen, die zich beiden fors lieten betalen voor hun steun voor de verdediging van de "Gouden Vrijheid": bij de tweede Poolse deling van 1793 moest Polen nogmaals grote gebieden afstaan, zodat er nog maar een rompstaat overblijft.

 

In wanhoop kwamen de Poolse patriotten nu in opstand onder leiding van Tadeusz Kościuszko. Met een leger dat voor een belangrijk deel uit met zeisen bewapende boeren bestond, bracht hij de Russen enkele nederlagen toe in de Slag bij Racławice en nabij Warschau. Uiteindelijk moest hij echter capituleren tegen de Russische overmacht. Na de nederlaag van Kościuszko besloten Rusland, Pruisen en Oostenrijk om de Poolse staat volledig te elimineren. De laatste resten van de staat werden in 1795 tussen de drie grote mogendheden verdeeld (derde Poolse deling). Polen zou 123 jaar van de map verdwijnen.


polen van de kaart


Na de ondergang van de Poolse onafhankelijkheid in 1795 weken veel Poolse edelen uit naar het revolutionaire Frankrijk, waar zij zich aansloten bij een Pools Legioen, onder leiding van generaal Dąbrowski, dat onder het opperbevel van Napoleon Bonaparte in Italië tegen de Oostenrijkers streed. In 1807 kregen de Poolse patriotten een gedeeltelijke genoegdoening, toen Napoleon na zijn overwinning op Pruisen aan dit land een groot deel van zijn buit van de drie Poolse delingen ontnam om daaruit het hertogdom Warschau te creëren. Na Napoleons overwinning op Oostenrijk in 1809 werd hieraan nog de Oostenrijkse buit van de Derde Poolse deling toegevoegd. Om Oostenrijk niet te veel te verbitteren liet Napoleon na om ook Galicië, de Oostenrijkse buit van 1772, aan de nieuwe vazalstaat toe te voegen, hetgeen een domper zette op de vreugde van de Polen. Het hertogdom Warschau was natuurlijk in feite een Franse vazalstaat, maar de Polen waren er redelijk enthousiast over. Bovendien waren zij gebrand op wraak op de Russische erfvijand. De ongeveer 100.000 Poolse soldaten die deel uitmaakten van de "Grande Armée", waarmee Napoleon in 1812 Rusland binnenviel, behoorden tot de meest enthousiaste troepen die onder de keizer dienden. Helaas keerden weinigen van hen levend terug en toen de Russische troepen in 1813 Pools grondgebied betraden, was het met het groothertogdom gedaan. Op het Congres van Wenen werd besloten dat Polen verdeeld zou blijven onder Rusland, Pruisen en Oostenrijk. In 1830 en 1863 breken grote opstanden uit die na maanden zeer hardhandig worden onderdrukt. Honderden revolutionairen worden geëxecuteerd, duizenden worden naar Siberië verbannen. De spiraal van toenemend verzet en toenemende repressie ontaardde in een vicieuze cirkel. Terreuraanslagen tegen Russische ambtenaren waren aan de orde van de dag. De Russische autoriteiten verboden van hun kant alle onderwijs in het Pools en wordt eerst nog de autonomie van Polen ontnomen – later wordt het land gedegradeerd als Russische provincie. Door deze band met Rusland kon het land wel uitgroeien tot een machtige Poolse industrie waar Warchau de derde stad van het tsaristische Rusland werd.


wwi en het interbellum


De eerste wereldoorlog in Polen resulteerde in drie bezettende landen die in oorlog met elkaar raakte. Aan de ene zijde de Centralen (Oostenrijk--Hongarije en Duitsland) en aan de andere zijde Rusland en de Westerse Geallieerden. Vele slagen van deze vreselijke oorlog werden op Pools grondgebied uitgevochten en aangezien er geen Poolse staat was, en dus ook geen nationaal leger waren z’n onderdanen in verschillende legers gestationeerd en vochten tegen hun eigen volk. In 1917 was Rusland in een intern conflict verzeild en omdat de Centralen de verliezaars waren kon Polen zich in 1918 onafhankelijk verklaren. Maarschalk Józef Piłsudski werd de eerste president van de republiek Polen. Als oostgrens werd in 1918 na Britse bemiddeling de Curzonlijn getrokken omdat ten westen van deze lijn meer dan 50 % van de bevolking Pools was.

 

Aangemoedigd door de successen van de Oekraïense nationalisten en het Witte Leger in Rusland, ging Polen zich in 1919 in de aangelegenheden van Wit-Rusland en Oekraïne mengen, hetgeen leidde tot een oorlog met de Sovjet-Unie. Aanvankelijk boekte het Poolse Leger grote successen tegen het Rode Leger, maar later wist de Russen diep in de Poolse binnenlanden door te dringen en in juli 1920 stond het Rode Leger voor de poorten van Warschau. Een Poolse tegenaanval verdreef het Rode Leger echter weer. Onderhandelingen met de Russen leidden tot een wapenstilstand en vrede. In het westen kwamen Posen en West-Pruisen met grote aantallen Duitsers binnen de grenzen van Polen te liggen. In Opper-Silezië en zuidelijk Oost-Pruisen werden volksstemmingen gehouden. Oost-Pruisen stemde met ruim 90 % voor Duitsland, Opper-Silezië werd verdeeld in een Duits en een Pools deel. In totaal woonden in Polen nu 1 miljoen Duitsers. Door o.a. een grensconflict met Tsjechoslowakije en spanningen met minderheden (veel Oekrainers, Wit-Russen en Russen hadden zich in Polen gevestigd na de Rode overwinning) had Polen met al z’n buren slechte relaties.


polen tijdens ww2


Op 1 september 1939 werd Polen aangevallen door nazi-Duitsland (operatie “Fall Weiss”) en op 17 september 1939 door de Sovjet-Unie, zoals afgesproken in het geheime gedeelte van het Molotov-Ribbentroppact. Ondanks dappere tegenstand bezweek het Poolse leger tegenover de overmacht. Polen heeft onder de Duitse bezetting ontzettend geleden. De Poolse regering en een deel van de krijgsmacht week, via Roemenië, uit naar Engeland, waar een regering in ballingschap en een nieuw leger werden gevormd. Dat leger zou uitgroeien tot de op vier na grootste geallieerde strijdmacht. In 1943 waren de meeste Joden inmiddels uit hun getto’s naar vernietigingskampen gebracht die veelal in het oosten en zuidoosten van Polen stonden. In de hoofdstad van het land ontstond een Joodse opstand die wereldwijd de Joden weer enig respect gaf om zich niet als schapen naar de slachtbank te laten leiden. Pas na weken lang zware aanvallen van Duitse troepen werden de laatste Joden opgepakt en werd het getto met de grond gelijkgemaakt. In Polen zelf was een ondergronds verzetsleger actief, het Binnenlands Leger (Armia Krajowa (AK)), dat het de Duitsers behoorlijk lastig maakte. De in augustus 1944 door het AK georganiseerde Opstand van Warschau leidde tot de bijna volledige verwoesting van de Poolse hoofdstad. De Russische "bevrijders", die zich op geringe afstand van de stad bevinden, staken geen vinger uit om de opstandelingen te helpen. In 1944 en 1945 werd Polen “bevrijd” door het Rode Leger.



onder de sovjet paraplu


In 1945 kwam aan de Duitse bezetting een einde na de verdrijving door het Rode Leger. De bezetting heeft aan 5,8 miljoen Polen (waarvan iets meer dan 3 miljoen Poolse joden het leven gekost; ruim 16% van de 35,1 miljoen inwoners die in 1939 waren geteld. Tevens heeft het land in materieel opzicht zwaar geleden, enerzijds door gevechtshandelingen, anderzijds door het doelgericht opblazen van cultureel erfgoed door de Duitse bezetter. Daarnaast werd de grens grondig verlegd – deze kwam veel verder Westers te liggen. Het kreeg uitgestrekte gebieden van overwonnen Duitsland en verloor gebieden aan de Sovjet-Unie. Dit had voor Polen enorme gevolgen: in de voormalige Duitse gebieden hadden voor de oorlog 9,2 miljoen Duitsers gewoond; zij werden verdreven, gedeporteerd en soms vermoord door de Poolse autoriteiten, bijgestaan door het Rode Leger. Aan de andere kant moesten bijna één miljoen Poolse burgers de gebieden die nu aan Wit-Rusland en Oekraïne kwamen, verlaten; de door Polen verloren oostelijke gebieden waren echter reeds grotendeels Wit-Russisch of Oekraïens bewoond. Vanaf het begin beval Stalin een hevige communistische campagne; Poolse (oorlogs)leiders werden opgepakt op grond van collaboreren met de nazi’s en weggestopt of geëxecuteerd. Er werd in Moskou een pro-Russische Poolse regering geformeerd en verkiezingen werden uitgesteld tot alle democratische leiders waren opgepakt. Gesteund door het aanwezige Sovjetleger kwam de Poolse Volksrepubliek tot stand. De Poolse Verenigde Arbeiderspartij (communisten) verkreeg een monopoliepositie. De stalinist Bolesław Bierut regeerde met harde hand en implementeerde het marxisme-leninisme. Maar in Polen kreeg het communisme nooit zoveel navolging als in andere Oostblok landen – toen Stalin overleed in 1953 kreeg het al een rake klap te verduren en werd de media geliberaliseerd en Poolse normen en waarden namen weer in aanvang toe.

Al in 1956 braken hevige rellen uit na een massale demonstratie die voor “brood en vrijheid” betoogde. Deze werd met harde hand neergeslagen. In 1970 was het weer raak – ondanks de economische crisis werden prijzen verhoogd wat leidde tot veel onrust en doden bij arbeidersrellen in steden als Gdanks, Gdynia en Szczecin. Na 1970 kwamen er zwakkere communistische regeringen tot stand en de staatsschuld was torenhoog. Veel Polen begonnen zich af te keren van het bewind en gingen de (illegale) oppositie steunen. Eind jaren zeventig werd de vakbeweging Solidarność gevormd onder leiding van Lech Wałęsa. Solidarność ontving steun van de Rooms-katholieke Kerk en verscheidene intellectuelen. In 1978 koos het Vaticaan Pool Johannes Paulus II als paus; hij keerde zich tegen de communistische dictatuur in zijn geboorteland en streed voor mensenrechten. Zijn eerste terugkeer naar Polen als paus in het voorjaar van 1979 was een triomftocht door zijn geboorteland waarbij hij miljoenen gedesillusioneerde Polen op de been kreeg. Het resulteerde in vreedzame stakingen in de koolmijnen van Silezie en de havens van Gdansk. Het betekende ook de grote impuls voor Solidarność dat aan haar zegetocht begon en het communistische regime op vreedzame wijze tot vergaande concessies dwong met als hoogtepunt de legalisering van de eerste onafhankelijke vakbond en het recht tot staken in een communistisch land. Prompt sloten er zich 10 miljoen Polen aan bij de partij. Deze situatie was voor de communistische machthebbers in Moskou niet verteerbaar en een interventie hing in de lucht. Onder druk van de Sovjet-Unie greep generaal Wojciech Jaruzelski op 13 december 1981 de macht en kondigde de staat van beleg af. Tanks rolden door de straten en op elke hoek van d estraat waren soldaten aanwezig om enige problemen dirct in de kiem te smoren. De macht van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij (PZPR) werd hersteld en de vakbond Solidarność en andere oppositiebewegingen werden verboden. Lech Walesa werd met andere leiders achter slot en grendel gezet.

 

De jaren erop werden gekenmerkt door een ondergrondse oppositiebeweging en de versoepeling en vrijlating van de oppositieleiders. In 1985 kwam Michail Gorbatsjov in de Sovjet-Unie aan de macht en maakte duidelijk dat hij de communistische regering in Polen niet via wapengeweld van het Sovjetleger wilde handhaven. In 1988 begon Jaruzelski rondetafelbesprekingen met de oppositie, en vooral met Solidarność van Lech Wałęsa. President Jaruzelski en de oppositie kwamen overeen dat er vrije verkiezingen moesten worden gehouden. Hoewel de communisten een enorme nederlaag leden, bleven ze via deze regeling (voorlopig) aan de macht. Deze constructie leidde bij andere Oostbloklanden tot een ongekend domino-effect. Onder toeziend oog van de Sovjet-Unie kon zich tot begin jaren negentig een communistisch regime handhaven, waarna onder impulsen van Solidarność de democratie zich kon ontwikkelen. Bij de eerste 'echte' democratische verkiezingen in het naoorlogse Polen won Solidarność (nu dus als politieke partij) de verkiezingen en werd Wałęsa president.



van democratie tot nu


Zo makkelijk als het vanaf nu toen leek op papier, zo zwaar was de realiteit. In de vijf jaren dat Walesa president was werden vijf nieuwe regeringen gevormd die de nieuwe democratie leiding en richting moesten geven. In 1998 trad Polen toe tot de NAVO en werd een van Amerika’s grootste bondgenoten in de oorlog tegen “terreur”. Er zouden zelfs Poolse soldaten naar Irak worden gestuurd. Op 1 Mei 2004 trad Polen toe tot de Europese Unie waarna het een jaar later werd geconfronteerd met een monsterzege van de rechtse oppositie. Op 23 oktober 2005 werd Lech Kaczyński verkozen tot president van Polen, terwijl diens tweelingbroer Jarosław Kaczyński de drijvende kracht werd achter een nieuwe, rechtse regering, waarvan hij in juli 2006 zelf premier zou worden. Deze regering, die geplaagd werd door schandalen en affaires, was echter geen lang leven beschoren. Op 21 oktober 2007 won het liberale Burgerplatform van Donald Tusk de vroeg uitgeschreven parlementsverkiezingen en op 9 november werd Tusk zelf premier. Hiermee werd het Poolse binnenlandse en buitenlandse beleid aanzienlijk minder confrontatiegericht dan voordien het geval was geweest. De samenwerking tussen de president en de premier, vertegenwoordigers van rivaliserende partijen, verliep echter uiterst moeizaam. Op 10 april 2010 kwamen bij een vliegtuigcrash in de buurt van Smolensk president Lech Kaczyński, diens vrouw Maria en vele vooraanstaande Poolse politici en andere hoogwaardigheidsbekleders om het leven. Tijdens de slotronde op 4 juli zegevierde de liberale Komorowski met ongeveer 53% van de stemmen en werd daarmee de nieuwe Poolse president. In Juli 2011 neemt Polen voor het eerst het roulerende voorzitterschap van de EU op. De parlementsverkiezingen van oktober 2011 worden gewonnen door het Burgerplatform onder leiding van Donald Tusk. In februari 2014 is Donald Tusk nog steeds de premier en in maart 2014 veroordeelt hij de Russische bezetting van de Krim in scherpe bewoordingen.  

 

In juni 2014 overleeft de regering net een motie van afkeuring na een afluisterschandaal terwijl in September van dat jaar “Donald Tusk” bij president Bronislaw Komorowski zijn ontslag als premier van Polen ingediend. Tusk (57) werd anderhalve week geleden benoemd tot president van de EU als opvolger van de Belg “Van Rompuy”. Hij was de langstzittende premier van Polen sinds de val van het communisme eind jaren 80. De Poolse president Bronislaw Komorowski heeft parlementsvoorzitter Ewa Kopacz benoemd tot de nieuwe premier.  Vanaf voorjaar 2015 bemerkt Polen een hoop “beweging” in de Oostzee van Russische militairen en breid z’n leger uit. De vrijwilligers staan in de rij en de Polen zouden Amerikaanse patriotrakketten en vijftig Europese “caracal” transporthelikopters gekocht hebben. Ook zou Polen observatietorens willen bouwen langs de grens met de Russische exclave Kaliningrad. Op de observatietorens zouden camera's geïnstalleerd worden die de grens met het stuk Rusland in de gaten zouden moeten houden. Volgens eerdere berichten is Rusland van plan om raketten te stationeren in Kaliningrad. De bouw van de observatietorens is mogelijk een reactie op de berichten over de Russische raketten. In 2016 zal een grootse NAVO oefenoperatie volgen en zal de VS de oostgrens beter bewaken. De conservatieve en eurosceptische partij Recht en Gerechtigheid (PiS) van voormalig premier Jaroslaw Kaczynski is de grote winnaar van de parlementsverkiezingen in Polen in oktober 2015.  Sinds de val van het communisme in 1989 heeft geen enkele partij zo'n grote verkiezingsoverwinning behaald in Polen. De partij die het land van bijna veertig miljoen inwoners acht jaar lang regeerde, het liberale Burgerplatform van de huidige premier Eva Kopacz, kreeg 24 procent van de stemmen en is daarmee tweede.


actueel


Januari 2016: voorstellen van Poolse regering:

De Poolse president “Andrzej Duda” heeft de omstreden mediawet bekrachtigd, die de publieke omroep minder macht zal geven. Met de nieuwe mediawet kan de regering de directie en hoofdredactie van de publieke omroep zelf benoemen en ontslaan. Vier omroepbazen hebben ontslag genomen vanwege de mediawet. Later dat jaar wordt gaan duizenden vooral Poolse vrouwen de straat op om te demonstreren tegen een nieuwe voorgestelde abortuswet. Na grootse betogingen wordt ook dit voorstel weer ingetrokken.


Oktober 2016: Polen oordeelt over Polen:

In het begin van het jaar tekende de president een wet die de macht en onafhankelijkheid van het Grondwettelijk Hof indamt. Door de wet dient het Grondwettelijk Hof niet langer als controleorgaan van de regering. Ook daarover uitte de Europese Commissie haar bezorgdheid en waarschuwde ze voor een uitholling van de rechtstaat. Het zorgt in Polen voor duizenden die de straat opgaan om te demonstreren. In Oktober is het probleem nog lang niet opgelost. Vicevoorzitter Frans Timmermans gaf de conservatieve PiS-regering in juli nog drie maanden om onder meer de omstreden benoeming van drie rechters terug te draaien, maar premier Beata Szydlo is dat niet van plan. De rechtsstaat in Polen is volgens Timmermans in het geding vanwege de overheidsbemoeienis met de rechtspraak, maar Szydlo weerspreekt dat. Een van de maatregelen van “Europa” kunnen zijn dat Polen z’n stemrecht verliest. Een maand later draait de Poolse regering de pensioenleeftijd terug naar 65 jaar.


December 2016: journalisten geweerd:

Parlementsleden uit de oppositie verzetten zich tegen een voorstel van de regering om de toegang van media tot het Poolse parlement te beperken door het podium in het parlement te bezetten en borden met “vrije pers” te laten zien. Een paar dagen later zou dit protest doorgezet worden in de vorm van demonstranten die alle uitgangen van het Poolse parlement geblokkeerd hebben. Zij deden dit nadat de oppositie de regeringspartij “PiS”, had beschuldigd van het onrechtmatig doorvoeren van de begroting voor 2017. De demonstratie werd hardhandig beëindigd. Eerder beschuldigden drie oppositiepartijen de parlementsvoorzitter van het schenden van de grondwet. Grond daarvoor was het besluit van de voorzitter om een belangrijke stemming over de begroting niet in de plenaire zaal te houden, maar in een kleinere zaal waar de media de toegang toe is ontzegd.

 

Na een oproep van verschillende oppositieleiders worden nu dagenlang protesten gevoerd tegen de regering. De oppositie houdt zelf de plenaire zaal in het parlement bezet, na aanname van een nieuwe perswet, die de toegang tot het parlement voor journalisten beperkt. De Poolse EU-president Donald Tusk riep de Poolse regering op "de bevolking en de grondwet te respecteren". Hij noemde democratie zonder mediatoegang "beperkt". Uiteindelijk trekt de regering de maatregel in en laat journalisten weer toe. In Januari 2017 wordt de bezetting door de oppositie ook weer opgeheven.


andere geschiedenis-achtergronden