GESCHIEDENIS - Engeland



de prehistorie


Vondsten van beenderen en werktuigen in Norfolk en Suffolk hebben uitgewezen dat Homo erectus, en ook andere hominiden, vanaf zo'n 700.000 jaar geleden in het zuiden van Engeland leefden. Zuid-Engeland was in die tijd door een strook land verbonden met het vasteland. Zij joegen onder andere op olifanten, neushoorns en nijlpaarden. Ook van neanderthalers zijn sporen gevonden. Het moet rond het jaar 6000 v.Chr. geweest zijn dat de laatste langtong Europa met Engeland verbond. Tweeduizend jaar later kwam een groep immigranten uit Frankrijk in Engeland aan en zouden de eerste echte markeringen in het landschap achterlaten. Zo’n 1000 later zouden de ceremoniale complexen van “Avebury” en “Stonehenge” worden gebouwd. Ook de mystieke kunstmatige heuvel van “Silbury” is toen ontstaan. Kenmerkend voor die tijd waren de op heuvels gebouwde ‘hill-forts’, centra voor de vele kleine stammen waaruit de samenleving in die tijd was opgedeeld. In de late ijzertijd werden deze forten omringd door wallen, waardoor men zich nog beter kon verdedigen tegen aanvallers.

 

De IJzertijd begon op de Britse Eilanden rond 850 v.Chr.. In deze periode vestigden Keltische stammen uit Centraal Europa zich in Engeland. De Keltische talen en culturen hebben de Engelse geschiedenis langdurig en diepgaand beïnvloed. 



romeinse tijd


Het zuiden en oosten van Engeland werd hoofdzakelijk bewoond door de Keltische stam “Belgae”, die regelmatig contact onderhielden met hun stamgenoten aan de andere zijde van Het Kanaal. Tweemaal viel Caesar Engeland binnen, naar eigen zeggen omdat de Britten de Galliërs hadden geholpen. De eerste vond plaats in en  was slechts een verkenningsexpeditie. Toen Caesar vervolgens in 54 v.Chr. met een groter leger opnieuw in Kent landde, verenigden de Britse stammen zich onder één leider, “Cassivellaunus”. Caesar boekte enkele successen: Cassivellaunus leed een nederlaag bij Canterbury, waarna Caesar de Theems overstak en de 'hoofdstad' innam. Omdat intussen de grote Gallische opstand onder leiding van Vercingetorix op het vasteland was losgebarsten, kwam men tot een vergelijk. 

In 43 n.Chr. lanceerde keizer Claudius de Romeinse invasie van Brittannië. Naar alle waarschijnlijkheid was Claudius er vooral op uit om zijn prestige te vergroten. Na enkele jaren strijd werden heel Engeland en Wales aan de Romeinen onderworpen. Uit Schotland moest zich vooralsnog terugtrekken. In de veroverde gebieden stichtten de Romeinen de provincie Britannia, met Londen (Londinium) als hoofdstad. Om de romanisering te versnellen stichtten de Romeinen nog veel meer steden, zoals Colchester (Camulodunum), Canterbury (Durovernum), Dover (Dubris), York (Eboracum) en St. Albans (Verulamium). Het repressieve beleid leidde in 61 tot de opstand van de Iceni o.l.v. hun koningin Boudicca. Pas nadat Boudicca Londen, Colchester en St. Albans had geplunderd, slaagden de Romeinen erin de opstand neer te slaan. Zij deden dit zo grondig, dat het Romeinse gezag nooit meer betwist werd door de Britten; de Romeinen zouden in de vijfde eeuw zelf wegtrekken. Britannia ontwikkelde zich tot een rustige en vredige provincie. In 120 bracht keizer Hadrianus een bezoek aan de provincie en zag in dat de noordgrens van de provincie (ruwweg de hedendaagse grens tussen Schotland en Engeland) slecht beveiligd was. Hij liet daarom de “Muur van Hadrianus” bouwen die de volgende 300 jaar de provincie tegen Caledonische aanvallen (Picten en Scoten) zou beschermen.

 

In de vierde eeuw werd Britannia steeds vaker geteisterd door aanvallen van de Saksen. De Romeinen bouwden langs de kust een verdedigingslinie, de zogenaamde Litus Saxonicum. Vanwege de steeds slechtere situatie op het vasteland verlieten steeds meer Romeinse troepen Britannia. Uiteindelijk liet keizer Honorius in 410 weten dat Britannia geheel was opgegeven; de bewoners moesten voortaan zelf voor hun veiligheid zorgen. De macht viel toe aan de geromaniseerde Kelten. 


het ontstaan van engeland


achtergebleven Keltische Britten slaagden er aanvankelijk goed in om zich tegen invallen van Ieren uit het westen en Picten uit het noorden te verdedigen. In de loop van de vijfde en zesde eeuw vestigden zich echter Germaanse stammen in het land; de Saksen in Zuid-Engeland, de Juten in het uiterste zuidoosten en langs het Kanaal en de Angelen in heel Noord- en Midden-Engeland. De meest succesrijke weerstand werd geboden Artorius. Waarschijnlijk gaat het hier om de legendarische koning Arthur.

 

Vanaf 793 werd Angelsaksisch Engeland geteisterd door Vikingaanvallen vanuit Scandinavië, Rond 850 sloegen deze rooftochten om in ware veroveringstochten. Al snel kregen de Denen grote delen van het noorden en oosten van Engeland in handen. Het had niet veel gescheeld of ook het laatste machtige Engelse koninkrijk, Wessex, was door de Denen veroverd. In het verdrag van Wedmore werd vastgelegd dat de Denen zich in de Danelaw konden vestigen en dat daar hun eigen wetten zouden gelden, dit wel op voorwaarde dat zij zouden overgaan tot het christelijk geloof. Dat de zuidelijke helft van Groot-Brittannië één rijk werd, het koninkrijk Engeland, was in belangrijke mate het gevolg van de Deense invasies. De Denen bleven nog enkele jaren aanvallen uitvoeren, maar werden door Alfreds opvolgers teruggedreven, dan wel onderworpen. Het huidige Engeland kreeg z’n vorm en er werden forten gebouwd om het nieuwe rijk te beschermen. Vanaf deze tijd stelde men zich Engeland voor als een bij uitstek christelijk rijk onder één koning. Er kwam een Deense viking “Knoet” op de troon opgevolgd door Eduard wat een Angelsakser was. Zijn regering was erg onrustig, omdat Eduard - die zijn jeugd in Normandië had doorgebracht - nu veel Normandiërs een invloedrijke positie gaf. Dit zinde de Saksischen niet en toen hij kinderloos stierf barstte er een opvolgingsstrijd uit.



De Normandiers en de Plantagenets


Het is gebruikelijk om het jaar 1066 als een breuklijn in de Engelse geschiedenis voor te stellen. In dat jaar werd de Engelse troon opgeëist door drie mannen waaruit oorlog ontstond: De Normandische Willem (de veroveraar) versloeg de Noorse koning Harold II in de slag bij Hastings op 14 oktober. De verovering door de Normandiërs, had ingrijpende gevolgen zowel op landsbestuur als (Engelse) taal. Hun elite introduceerde haar eigen variant van het Frans en de Angelsaksische cultuur werd als inferieur beschouwd. Engeland was gedurende de rest van de Middeleeuwen sterk op Frankrijk georiënteerd. Het land van de meeste Angelsaksische edelen werd onteigend en in leen gegeven aan Normandische edelen.

 

Hendrik II (1154-1189) was de eerste vorst uit het Huis Plantagenet. Van zijn vader erfde hij vele Franse graafschappen en door een huwelijk het grootste deel van west en zuid Frankrijk.  Daarnaast veroverde hij delen van Schotland, Wales en Ierland in. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Richard I Leeuwenhart, die Engeland vrijwel meteen verliet om deel te nemen aan de Derde Kruistocht. Zijn plaatsvervanger was zijn broer Jan, die volgens de Robin Hoodlegende een waar schrikbewind voerde. Toen hij terugkeerde maakte hij een einde aan het bewind van z’n broer. Toen Richard dodelijk getroffen door een pijl en hij kinderloos was werd broer Jan koning.

 

Eduard, erfgenaam van Jan bracht het grootste deel van z’ regeerperiode door met oorlog voeren – zo zou hij Wales aanvallen en later ook Schotland waar William Wallace als Schotse legende werd gevierendeeld. Zoon en opvolger Eduard II was geen soldaat en zou Schotland verliezen aan “Robert de Bruce” waarop Eduard’s vrouw hem gevangen zette en later zou vermoorden. Hun zoon zou z’n moeder al heel snel afzetten en zelf het land gaan besturen.  


De honderdjarige- en rozenoorlog


In 1337 raakte Eduard betrokken bij een klein feodaal conflict met zijn leenheer, Filips VI van Frankrijk waarbij hij zichzelf uitriep tot koning van Frankrijk. Hoewel Engeland als veel zwakker werd beschouwd dan Frankrijk, slaagde Eduard er in dit beeld volledig te ontkrachten toen z’n Engelse boogschutters met hun longbows te sterk voor de Franse ridderscharen te zijn. Toen de oorlog in een impasse strande leidde dit tot een vredesverdrag in 1360. In de loop van de honderden jaren had zich een Engelse identiteit gevormd, gesymboliseerd door de taal en de vlag. In 1377 stierf Eduard III.

 

Erfgenaam Hendrik V besloot om tegen Frankrijk ten strijde te trekken, om zo de aandacht van de binnenlandse problemen af te leiden. Zo werd de Honderdjarige Oorlog hervat. Op 25 oktober 1415 wonnen de Engelsen tegen een Franse overmacht een hele belangrijke slag nabij het dorpje Azincourt. De overwinning had een dusdanige invloed dat hertog Jan zonder Vrees van Bourgondië Hendrik V als koning van Frankrijk erkende.

 

In Frankrijk volgde Karel VII van Frankrijk zijn vader Karel op, maar hij durfde zich niet te laten kronen, omdat de kroningsstad Reims door de Engelsen werd bedreigd. De eerste jaren van Hendriks regering waren de Engelsen oppermachtig in Frankrijk, maar na een bezielende Franse overwinning bij Orléans onder aanvoering van Jeanne d'Arc keerde het tij. In 1435 liep de Bourgondische hertog Filips de Goede over naar Frankrijk en in 1453 waren de Engelsen, na een nederlaag in de Slag bij Castillon, definitief uitgespeeld in Frankrijk. Alleen Calais werd voor Engeland behouden. De Honderdjarige Oorlog was dus in het nadeel van Engeland beslecht.

 

De nederlaag in de Honderdjarige Oorlog zorgde voor veel beroering in Engeland. Edelen onder leiding van Richard van York, afstammeling van de rechtmatige erfgenaam van Richard II, gaven de regerende Lancasters de schuld van de nederlaag en beschuldigden de regenten van Hendrik VI, die inmiddels zwakzinnig geworden was, van machtsmisbruik. Jaren van onrust en geweld tussen de edelenfamilie Lancaster en York was het gevolg. Uiteindelijk zou Henry Tudor op de troon komen – het was het jaar 1485 – wat weleens het einde van de Middeleeuwen wordt genoemd. 



De Tudors en de Stuarts


Tijdens de tijd van het huis van “Tudor” werd er nog wel oorlog gevoerd met Schotland en Frankrijk en Wales werd geannexeerd maar ook werd de Engelse vloot uitgebreid, de export en handel werd vergroot en in 1497 gaf Hendrik VII opdracht om een ontdekkingsreis naar Noord-Amerika te ondernemen. In 1519 was Hendrik kandidaat voor het keizerschap van het Heilige Roomse Rijk; uiteindelijk werd de Habsburger Karel V gekozen. In 1520 werd op het Field of the Cloth of Gold de oorlog met Frankrijk beëindigd.

De regering van Elizabeth I, de maagdelijke koningin, bijgenaamd Gloriana, wordt momenteel als een gouden eeuw beschouwd. Elizabeth fungeerde als een uniek nationaal symbool. In Engeland had zich inmiddels een sterk nationaal bewustzijn ontwikkeld. Veel Engelsen waren ervan overtuigd tot een 'uitverkoren volk' te behoren al was economie een stuk minder dan bijvoorbeeld in de Nederlandse Republiek. De overwinning op de Armada droeg hieraan bij. Ook de avonturen van de zeevaarders Drake en Raleigh spraken tot de verbeelding.

 

Elizabeth I werd opgevolgd door Jacobus I (1603-1625) uit het Huis Stuart die al enkele decennia koning van Schotland was. Aldus kwam een personele unie tussen de twee koninkrijken tot stand. Jacobus streefde naar verdergaande eenwording, maar de Engelsen stonden hier afwijzend tegenover en er kwam dan ook niets van terecht. Nadat Jacobus was overleden kwam er onenigheid tussen de monarchisten en degene die een republiek voorstonden. Het mondde uit in de Engelse burgeroorlog die woedde tussen 1641 en zou 10 jaar duren. Gevolg was dat de dictator “Oliver Cromwell” op de troon kwam te zitten. Ondanks het feit dat niemand echt tevreden was werd de marine en het leger gemoderniseerd wat het fundament was voor het latere Britse Rijk. 

In 1688 landde stadhouder Willem III met een leger in Engeland. De katholieke Jacobus II wordt tijdens de Glorious Revolution afgezet en opgevolgd door zijn protestantse dochter Maria II en haar echtgenoot Willem III, stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. Een gevolg van de Glorious Revolution was dat Engeland in oorlog raakte met Frankrijk, dat geregeerd werd door Lodewijk XIV. Afgezien van een korte onderbreking duurde deze oorlog tot 1713. De overheidsuitgaven en de staatsschuld namen hierdoor sterk toe. Tegelijkertijd was er sprake van sterke economische groei door de toenemende handel met Europese koloniën.

 

Willem III werd opgevolgd door de zus van Maria, Anna (1702-1714). Geen van haar kinderen bereikte de volwassenheid. De Act of Settlement (1701) bepaalde dat de nakomelingen van Sophia van Hannover haar zouden opvolgen. Dientengevolge werd George I, keurvorst van Hannover, in 1714 koning van Groot-Brittannië.


Het Britse Rijk


In 1715 en 1745 kwamen de aanhangers van het verdreven koningshuis, de jakobieten, in opstand. Hun aanhang was het grootst in Schotland, maar ook het noordoosten van Engeland kwam in opstand. De Jacobieten werden verslagen. Naast deze binnenlandse overwinning werden grote gebieden buiten Europa aan het steeds grotere Britse Rijk toegevoegd. Daarbij werd menigmaal met de Nederlandse Republiek en Frankrijk gevochten. De Amerikaanse koloniën kwamen echter in 1776 in opstand tegen het Britse moederland.

 

De Franse Revolutie van 1789 was het begin van een zeer onstabiele periode in Europa, die bijna drie decennia duurde. Engeland was een van de weinige landen waar de onrust grotendeels aan voorbijging. De heersende elite bezag de ontwikkelingen in Frankrijk met wantrouwen. De verstoring van het machtsevenwicht was reden om Frankrijk de oorlog te verklaren. Groot-Brittannië voerde bijna onafgebroken oorlog tegen Frankrijk, meestal in samenwerking met Rusland, Oostenrijk en/of Pruisen. Een Franse invasie in Engeland of Ierland behoorde lange tijd tot de mogelijkheden. Belangrijke overwinningen waren die van admiraal Horatio Nelson in de Slag bij Trafalgar en die van de hertog van Wellington in de Slag bij Waterloo.

 

In Engeland vond gedurende de decennia voor en na 1800 een ware 'revolutie' plaats: de zogenaamde 'industriële revolutie'. Dit was een van de meest ingrijpende ontwikkelingen uit de menselijke geschiedenis. De industrialisatie deed het economisch leven ingrijpend veranderen; de productie van goederen nam sterk toe, nieuwe technieken werden ontwikkeld en ook de distributie van goederen vond plaats over nieuwe wegen. Mensen trokken en masse naar de steden toe en daar waar de mijnen geëxploiteerd werden. De effecten waren niet louter positief. Lange tijd hadden historici zelfs overwegend oog voor de negatieve aspecten zoals de vaak erbarmelijke omstandigheden waarin de fabrieksarbeiders leefden.

 

Ten tijde van koningin Victoria – vanaf 1837 was het Britse Rijk het grootste rijk in de geschiedenis van de wereld en zou dit tot de dag van vandaag blijven. Die positie heeft het een eeuw lang, tot 1914, weten te handhaven. Dikwijls spreekt men van de pax Britannica om de 'honderdjarige vrede' aan te duiden waarin Groot-Brittannië de leidende mogendheid was. Het beheerste gedurende een eeuw de oceanen en vergrootte zijn koloniaal bezit dusdanig dat het aan het eind van de eeuw een substantieel deel van de wereldbevolking onder zijn heerschappij had gebracht. De Victoriaanse tijd was een periode van snelle bevolkingsgroei, democratisering en een groot vertrouwen in de nationale identiteit. 



ww1 en ww2


Toen koningin Victoria in 1901 overleed kwam er een einde aan de Britse wereldmaatschappij. De grote oorlog die begon in 1914 zou rampzalige gevolgen hebben voor Engeland. Een miljoen doden en 15% van het gehele kapitaal verdampt – een land en continent in puin. De Verenigde Staten zouden net als in WWII de dominante rol spelen en zou doorslaggevend zijn. Engeland moest meer en meer z’n dominante rol afstaan. Tijdens het Interbellum (wat eerder een lange wapenstilstand was dan vrede) werd Groot-Brittannië hoofdzakelijk geregeerd door de conservatieven. Politiek extremisme had in Engeland nauwelijks invloed. Wel werd Engeland hard getroffen door de economische crisis van de jaren dertig. De crisis trof vooral de gebieden waar ooit de industriële revolutie was begonnen. De Engelse industrie was inmiddels voor een groot deel verouderd. Hoewel er geen sprake is geweest van een revolutie, ondergingen de politieke en sociale structuren ingrijpende veranderingen. Na 1914 nam de arbeiderspartij de plaats van de Liberale Partij in als een van de twee grote partijen. Ook in het bedrijfsleven kreeg de arbeidersklasse nu opeens invloed. De ideologie van het laisser faire werd verlaten. Nu velen onderwijs genoten, bleken veel traditionele instellingen, zoals de kerk, nauwelijks opgewassen tegen rationele kritiek. Het tempo van ontkerkelijking was hoog.

 

Iedereen kent het beeld van een blije Engelse premier Chamberlain nadat hij in Munchen een ondertekend vredesverdrag toont getekend door Duits dictator Hitler. Twee jaar later zou het Engelse expeditieleger in België omsingeld worden en door een wonder (van Duinkerken) alsnog uit de klauwen van het Duitse leger ontsnappen. Engeland zou in een zeer geïsoleerde situatie belanden maar zou in een heroïsche strijd die grotendeels boven het Engelse eiland uitgevochten zou worden het Duitse leger van zich afhouden (Slag om Engeland). Engeland zou in de maanden erna veelvuldig gebombardeerd worden maar zou zich kranig verweren o.l.v. premier Winston Churchill. Wereldwijd zouden Engelse kolonieen worden aangevallen (te denken valt aan Birma, Maleisië, Singapore, Egypte) maar Engeland zou geholpen worden door de opkomende reuzen Verenigde Staten en Rusland die op hun beurt werden aangevallen door Japan en Duitsland. In veel opzichten was de Tweede Wereldoorlog een herhaling van de eerste. Het Verenigd Koninkrijk behoorde steeds tot het winnende kamp; de prijs voor de overwinning was echter zeer hoog.



na de oorlog


In 1945 behaalde Labour, de arbeiderspartij, een klinkende overwinning bij de verkiezingen. Er volgden ingrijpende veranderingen: een deel van de economie werd genationaliseerd. De National Health Service en de verzorgingsstaat werden ingevoerd. De decennia na de grote oorlog waren voor Engeland een tijd van aanhoudende economische problemen. Het Verenigd Koninkrijk was geen grote mogendheid meer. Het dikwijls onverantwoord optreden van de machtige vakbonden verergerde de situatie aanzienlijk.

 

Na 1945 bleek Groot-Brittannië te uitgeput om het Britse Rijk langer te kunnen handhaven. Brits-Indië werd in 1947 zelfstandig; bijna alle andere koloniën gingen gedurende de volgende twee decennia verloren. De afbrokkeling van het reusachtige imperium verliep ongekend snel.  Binnen het Verenigd Koninkrijk is Engeland altijd de dominante partner geweest. In de loop van de twintigste eeuw nam in Schotland en Wales het verzet hiertegen toe. De Engelse Conservatieve Partij is om historische redenen tegen opsplitsing van het Verenigd Koninkrijk en de Labour Party ziet haar relatief sterke aanhang in Schotland en Wales niet graag verloren gaan voor op landelijk niveau, dus hadden de regionale partijen nauwelijks invloed.

 

In de jaren 60 leek Engeland weer helemaal terug van weggeweest. De oliecrisis en hoge inflatie zou de harde realiteit terugbrengen en Engeland zou toetreden tot de Europese Economische Gemeenschap. Van 1979 tot 1989 was Margaret Thatcher, bijgenaamd de IJzeren Dame, eerste minister. Haar regeringstermijn was relatief lang; Thatcher was de langst regerende en meest controversiële Britse regeringsleider van de twintigste eeuw. Zij gooide het roer radicaal om. Zij voerde systematisch een neoliberaal, monetaristisch beleid, gericht op privatisering. Dit stuitte in grote delen van het land op felle weerstand. Dankzij haar vastberaden leiderschap, de Britse overwinning in de Falkland-oorlog (1982), haar compromisloos optreden tijdens de langdurige mijnwerkersstaking en de verdeeldheid van de linkse oppositie brak Thatcher uiteindelijk de macht van de vakbonden. Haar euroscepsis kon zowel bij links als bij rechts op veel sympathie rekenen. Algemeen wordt erkend dat zij een groot stempel heeft gedrukt op de jaren tachtig van de twintigste eeuw.

Lady Di’s dood

 

Op 31 augustus 1997 overleed Lady Diana Spencer, prinses van Wales, bij een auto-ongeluk in een tunnel bij de Pont de l'Alma in Parijs, samen met haar vriend Dodi Al-Fayed en hun chauffeur Henri Paul. Al-Fayeds lijfwacht Trevor Rees-Jones was het enige slachtoffer dat het ongeluk overleefde.

 

Alle rapporten en onderzoeken concluderen dat het ongeluk is te wijten aan de chauffeur die te veel alcohol had gedronken en de controle over zijn voertuig verloor in een poging om met hoge snelheid de achtervolgende fotografen (paparazzi) te ontlopen. Er ontstond twijfel over de feitelijke toedracht, en Dodi's vader Mohamed Al-Fayed (de eigenaar van het Hôtel Ritz waar de chauffeur in dienst was) werkte er jaren aan om het onderzoek hiernaar te kunnen afronden. Het Franse politieonderzoek concludeerde dat er geen sprake was van een samenzwering. Een Brits onderzoek dat hieraan parallel liep leidde in 2006 tot een rapport, waarin werd vermeld dat Al-Fayeds vragen en bedenkingen geen goede basis waren voor verder onderzoek en verworpen moesten worden.

Haar opvolger was John Major, een partijgenoot. Zijn regering begon met de recessie van het begin van de jaren negentig en in het midden van de jaren negentig ging de conservatieve regering van John Major gebukt onder schandalen. Hoewel de economie er verbluffend goed voor stond, won Labour in 1997 de verkiezingen; de kiezer was na achttien jaar conservatief bewind toe aan wat nieuws; begin mei werd Tony Blair de nieuwe premier. Ook Blair bleek een voorstander van de Amerikaanse versie van een vrijemarkteconomie. De onder Thatcher doorgevoerde inperking van de macht van de vakbonden draaide hij dan ook niet terug. Wel gaf Blair naarmate de jaren verstreken steeds meer geld uit. Ook streefde de regering-Blair ernaar het politieke bestel te hervormen. Na referenda in 1997 kregen Schotland en Wales allebei een eigen wetgevend lichaam. Ook Noord-Ierland kreeg een eigen wetgevend lichaam, en een eigen uitvoerende macht. 


begin 21ste eeuw


In 2001 ging Blair voor z’n tweede overwinning – deze verkiezingen waren er acht partijen met 6 zetels of minder waarvan de bekendste de “Ulster Unionist Party” en “Sinn Fein” uit Noord-Ierland kwamen. Op p 7 juli 2005 werd Londen getroffen door terroristische aanslagen, waarbij 56 doden en meer dan 700 gewonden vielen. De Britse samenleving was geschokt en tevens in verwarring gebracht door het nieuws dat de aanslagen zijn gepleegd door zelfmoordenaars die de Britse nationaliteit bezaten en ogenschijnlijk goed geïntegreerd waren in de Britse samenleving. Overigens zijn de aanslagen opgeëist door Al-Qaida, die als reden het Britse Irak-beleid aangaf. In de jaren erop worden talloze terroristische pogingen verijdeld en worden de veiligheidsmaatregelen flink aangescherpt om erger te voorkomen.

 

Na drie gewonnen verkiezingen maakte Tony Blair in 2007 plaats voor Gordon Brown. Het Britse bankwezen werd relatief zwaar getroffen door de financiële crisis van 2008. Bij de verkiezingen van 2010 behaalde geen van de partijen een absolute meerderheid. De Conservatieven werden de grootste partij en vormden samen met Liberaal-Democraten een regering. De conservatieve partijleider David Cameron werd premier, de liberaal-democratische partijleider Nick Clegg vicepremier. Een belangrijke uitdaging voor de nieuwe regering is het in balans brengen van de overheidsfinanciën.

 

Prins William treedt in april 2011 in het huwelijk met Kate Middleton. Ze krijgen de titel Van hertog en hertogin van Cambridge. In augustus en september 2012 is Londen het toneel van de Olympische Spelen. In juli 2013 bevalt de hertogin van Cambridge van een zoon. Het kind heet George en is de derde in lijn van de troonsopvolging. In december 2013 trekt de Britse economie weer aan. Bij de Lagerhuisverkiezingen van 7 mei 2015 haalden de Conservatieven een absolute meerderheid aan zetels. Zodoende kon Camerons partij weer zonder coalitiepartner regeren. Cameron beloofde onder meer dat er voor het eind van 2017 een referendum zal worden gehouden over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk. Dit omdat de Britten zich meer en meer afzetten tegen Brussel, de EU en het immigrantenprobleem en partijen als “UKIP” (extreem rechts) steeds groter en machtiger worden. 


"may" en "johnson"


Theresa May wordt in juli 2016 de nieuwe premier en Boris Johnson de minister van Buitenlandse zaken. In mei en juni 2017 vinden aanvallen plaats in Manchester en Londen door aanhangers van Islamitische Staat (IS), er zijn 30 doden te betreuren. In juni 2017 worden vervroegde verkiezingen gehouden. May hoopt haar meerderheid te vergroten. Het tegendeel is het geval, er blijft een conservatieve minderheid over in het parlement die alleen met steun van Noord-Ierse Unionisten aan de macht kan blijven. De formele onderhandelingen beginnen om de EU te verlaten. Boris Johnson wordt premier in juli 2019 over van May, die in juni 2019 aftrad als leider van de Conservatieve Partij nadat zij het Parlement er niet in had kunnen overtuigen om een akkoord over de Brexit te bereiken. Boris Johnson won vervolgens een overtuigende meerderheid tijdens snelle algemene verkiezingen in december 2019, waarmee Groot-Brittannië de weg vrijmaakte om eind 2020 de Europese Unie te verlaten met of zonder deal met de Europese Unie, de onderhandelingen zijn nog gaande.



zie ook: