GESCHIEDENIS - Sri Lanka


het vroege begin


In de vroegste tijden trokken Dravida’s uit Zuid-India naar Sri Lanka, waar ze zich vermengden met de oorspronkelijke bewoners, de nomadische Vedda’s. In 543 v.Chr. kwam de Indiase prins Vijaya met zijn volgelingen vanuit het noordwesten van India naar Sri Lanka. Hij bezette het eiland en stichtte er de eerste Singalese dynastie. Hij vestigde zich aan de westkust bij het huidige Puttalam en bracht de kunst en de godsdienst van de hindoes uit India mee. Hij ontwikkelde de landbouw op het eiland en daardoor nam de welvaart en het bevolkingsaantal snel toe. De eerste hoofdstad van het eilandrijk werd in 380 v.Chr. Anuradhapura en dat bleef zo tot halverwege de 9e eeuw. 

 

In de tijd na de invoering van het boeddhisme werd Sri Lanka bijna letterlijk overspoeld door Tamils, een Dravidisch volk uit Zuid-India. Vooral de vruchtbare grond op het eiland en de aanwezige edelstenen trok de Tamils erg aan. De Tamils namen al snel zonder veel bloedvergieten de troon over van de heersers van Anuradhapura. Er waren bovendien grote gebieden waar de Tamils niets te zeggen hadden, en over het algemeen was het goed toeven op het eiland. In de 2e eeuw v.Chr. veranderde de situatie. Gamani, regerend over een klein Singalees rijk in de zuidoosthoek van Sri Lanka, nam de wapens op en trok met een enorm leger ten strijde tegen de Tamil-koning Elara. Elara werd gedood en Gamani besteeg de troon van Anuradhapura onder de naam Duttha Gamani, de ‘ongehoorzame’ (161-137 v.Chr.). Na de dood van Gamani wisten nieuwe Tamils zich toch weer op Singalees grondgebied te vestigen.


middeleeuwen


In de 9e eeuw verloor Anuradhapura haar status als hoofdstad van het eiland weer, en ook de nieuwe hoofdstad Polonnaruwa onderging dit lot door de voortdurende aanvallen van Tamils en Chola’s uit India. De hoofdstad werd steeds meer naar het zuiden verlegd, totdat het hele eiland in 1001 bij het Zuid-Indiase koninkrijk ingelijfd werd. In 1070 werd het eiland weer terug veroverd, waarna het onder koning Parakramabahu I de Grote (1153-1186) zijn oude grenzen weer terugkreeg en Polonnaruwa werd weer de hoofdstad. In 1187 werd Parakramabahu opgevolgd door de oorspronkelijke Tamil Nissanka Malla die het rijk binnen enkele jaren naar een financiële ondergang voerde. Na zijn dood vielen de Tamils de hoofdstad weer binnen en vanaf 1284 werd Sri Lanka beschermd door Kublai Khan van het machtige Mongoolse Rijk. In 1294 werd Sri Lanka bezocht door de ontdekkingsreiziger Marco Polo en in de 13e en 14e eeuw vielen delen van Sri Lanka in handen van veroveraars uit Zuid-India, Birma (nu Myanmar), India, Egypte en Maleisië.


de komst van de europeanen


In 1505 arriveerden de eerste Portugezen op Sri Lanka, aanvankelijk alleen op zoek naar handelsgebieden. Al snel hadden ze de kustgebieden in bezit genomen en nederzettingen gesticht. Ze profiteerden flink van het uiteenvallen in zeven koninkrijkjes van de oorspronkelijke bevolking. In 1517 bouwden ze een vesting bij Colombo en er werden verwoede pogingen gedaan om de bewoners van het eiland tot het katholicisme te bekeren. Zonder geweld ging dat niet en vele tempels werden vernietigd. Resultaten werden er al vrij snel geboekt, in 1557 liet koning Dharmapala zich dopen en trouwde zelfs met een Portugese vrouw. In 1587 werd Kandy veroverd en in 1593 de nieuwe hoofdstad Jaffna. De Portugezen vochten in die tijd niet alleen met de Singalese koningen maar ook met de Hollanders, die een oogje op Ceylon hadden. De Hollanders landden in 1602 onder Joris van Spilbergen op Ceylon. 

 

In 1638 bezetten de Hollanders wat havenplaatsen en met hulp van de koning van Kandy werd Colombo veroverd en de Portugezen langzaam maar zeker verdreven. Rajasimha deed een beroep op de Hollanders om de Portugezen te verdrijven van Ceylon, succesvol afgerond in 1656. Tegen die tijd werd het Rajasimha duidelijk dat de Hollanders niet alleen de Portugezen wilden verdrijven, maar zich daarna als koloniale mach wilden te vestigen op het eiland. Vooral handel met het Koninkrijk Kandy met kruidenen olifanten hadden de voorkeur. Vanaf die tijd betrok Rajasimha een vijandige houding ten opzichte van de Hollanders. In 1658 verlieten de laatste Portugezen Ceylon. De heerschappij van de Hollanders over Ceylon duurde maar 140 jaar, maar had grote invloed op het eiland. Het was een van de belangrijkste VOC-vestigingen in Azië (o.a. Galle) en de Hollanders bouwden er forten en verschillende protestantse kerken. Kanalen werden gegraven om vervoer naar de kust mogelijk te maken. Ook lieten de Hollanders Tamils uit India overkomen om op de rijstvelden te werken en werden er wegen en kanalen aangelegd. In 1734 kwamen de Hollanders in de problemen toen er een opstand op de kaneelplantages dreigde. Doordat de Hollanders de boeddhisten min of meer hun gang lieten gaan, ging het boeddhisme op Ceylon een nieuwe bloeiperiode tegemoet. In de tweede helft van de 18e eeuw werd het echter steeds onrustiger op het eiland en er volgden botsingen met de ontevreden bevolking. In 1766 behaalden de Hollanders een grote overwinning op de koning van Kandy, die echter in het geheim, via de Britse gouverneur van Zuid-India, contacten had met de andere grote wereldmacht Engeland. Nakomelingen van onder anderen de Nederlandse kolonisten worden aangeduid als Burghers. Hun invloeden zie je nog terug in allerlei topografische namen. Zo is er bijvoorbeeld een eiland dat Delft heet. In 1782, tijdens de vierde Nederlands-Engelse oorlog, landden Engelse troepen bij de havenstad Trincomalee, die prompt veroverd werd. In 1783 kregen de Hollanders met behulp van de Fransen, de aartsvijand van Engeland, de havenstad weer terug. Dat duurde echter niet lang en in 1796 veroverden de Engelsen een aantal havensteden en waren de Hollanders genoodzaakt om zich terug te trekken van het eiland. Met de vrede van Amiens in 1802 kwam er een definitief einde aan de heerschappij van de Hollanders op Ceylon, dat nu een Engelse kroonkolonie werd. 

 

Engeland had meteen een probleem met de koning van Kandy, Sri Vikrama Rajasingha. Deze weigerde af te treden en er moest een flink Engels leger aan te pas komen om dat te bewerkstelligen. Toen de koning echter zijn eigen volk wreed en onrechtvaardig bejegende, was het pleit snel beslecht. De adel van Kandy spande met de Engelsen samen en in 1815 werd de koning gevangengenomen en naar India verbannen. Dit betekende dat er een eind kwam aan het 2300-jarige tijdperk van de Singalese koningen. De Engelsen pakten de zaken op economisch gebied zeer voortvarend aan. Er werden spoorlijnen en wegen aangelegd, de landbouw werd versterkt, ziektes bestreden en er werden veel plantages aangelegd. De Singalezen wilden echter niet op de plantages werken, en alweer werden er Tamils uit Zuid-India naar Ceylon gelokt, tot afgrijzen van de Singalezen. Hoewel de Engelsen goed werk verrichten op Ceylon, werd de roep om zelfstandigheid steeds luider. In 1917 werd de Ceylon Reform League opgericht, die openlijk streefde naar onafhankelijkheid. In 1924 werd er door Engeland wat zelfbestuur toegestaan, maar in 1928 besloot men dat Ceylon nog niet klaar was voor een onafhankelijke status.



onafhankelijkheid


In 1945 wees Engeland nog de verlangde dominion-status af, wat heftige protesten opriep. Dit maakte op de Engelsen echter de nodige indruk en op 4 februari 1948 werd Ceylon onafhankelijk, maar bleef wel lid van het Britse Gemenebest. De eerste minister-president werd Don Stephen Senanayake, de ‘vader van de natie’. In 1956 nam Solomon Bandaranaike dit stokje over. Op 26 september 1959 werd hij vermoord door een boeddhistische monnik, die vond dat de voorgestelde hervormingen niet in overeenstemming waren met de boeddhistische levensidealen. Hij werd opgevolgd door zijn vrouw Sirimavo Bandaranaike, die daarmee de eerste vrouwelijke minister-president werd. ze voerde een zeer autoritair bewind en kreeg het daarbij ernstig aan de stok met allerlei groeperingen. Zo werd de persvrijheid aan banden gelegd en het Singalees als enige officiële taal uitgeroepen, dit zeer tot ongenoegen van de Tamils. Verder bevoordeelde ze het boeddhisme boven andere godsdiensten. 

 

In 1972 werd de naam van het land veranderd in Sri Lanka en werd de hoofdstad verplaatst naar Sri Jayewardenapura Kotte. Economisch richtte men zich volledig op het rijke westen en investeerders werden met open armen ontvangen via allerlei gunstige regelingen. Ondanks de toegenomen productie en export bleven veel mensen arm, veel jongeren werkloos en stegen de prijzen van levensmiddelen snel door het opheffen van de prijscontrole. In 1980 werd wederom de noodtoestand afgekondigd als gevolg van een algemene staking en zeer gewelddadige confrontaties tussen Singalezen en Tamils. Deze confrontaties tussen de twee bevolkingsgroepen zouden het nieuws de komende decennia voortdurend beheersen. In 1985 werd er een bemiddelingspoging gedaan door de Indiase premier Gandhi. De Sri Lankaanse regering stelde voor om een gedeeltelijke autonomie aan de Tamil-gebieden te geven. De Tamils wezen dit voorstel af, zij stelden veel hogere eisen. De regering ging hier uiteraard niet op in, met als gevolg vele terroristische acties in 1985 en 1986.


de roerige jaren 80 en 90


In 1987 leek de zaak te escaleren toen de Tamils het bestuur van de provincie Jaffna overnamen. De centrale regering riep meteen een economische blokkade uit en de eis van de Tamils om de noordelijke en oostelijke Tamil-provincies te verenigen, werd afgewezen. In 1988 verzetten de Tamil Tijgers zich tegen de aanwezigheid van Indiase troepen op Sri Lankaans grondgebied. In maart 1990 waren alle Indiase troepen uit Sri Lanka verdwenen (zij waren er ook niet in geslaagd de Tamil tijgers te ontwapenen) en in juni werd er een staakt-het-vuren overeengekomen tussen de regering en de Tamil Tijgers. Niet lang daarna kondigde de regering echter onverwacht een ‘totale oorlog’ af tegen de Tamil Tijgers. Toch ging het etnische geweld de jaren daarna gewoon door en werd het schiereiland Jaffna zelfs regelmatig gebombardeerd door de Sri Lankaanse luchtmacht. Becijferd werd dat de burgeroorlog toen al zeker 17.000 mensen het leven had gekost. 

 

De regering richtte zich nu steeds meer op een dialoog tussen gematigde Tamil-groeperingen, want met de Tamil Tijgers was op dat moment niet te praten over vrede. Op 1 mei 1993 werd president Premadasa vermoord door een Tamil Tijger en hij werd opgevolgd door de gematigde Dingiri Banda Wijetunga. In oktober 1994 volgde er weer een aanslag op een politiek kopstuk. Presidentskandidaat Gamini Dissanayake en 54 anderen waren het slachtoffer. In 1997 vonden de zwaarste veldslagen uit de geschiedenis van de al 14 jaar durende burgeroorlog plaats. Het regeringsleger probeerde de belangrijkste verbindingsweg tussen het schiereiland Jaffna en Colombo in handen te krijgen, maar slaagde hier maar gedeeltelijk in. In januari 1998 pleegden Tamil Tijgers een bloedige aanslag op de boeddhistische Tempel van de Tand in Kandy. De regering besloot daarop om de LITE-partij te verbieden, met als gevolg dat er op dat moment dus ook geen officieel vredesoverleg meer mogelijk was. 



de oslo-akkoorden


In februari 2002 werd in Oslo tussen de Sri Lankaanse regering en de Tamil Tijgers (LTTE) een permanent bestand overeengekomen. Ook onder druk van de Verenigde Staten kwam er op 23 februari officieel een eind aan de bloedige militaire operaties. Afgesproken werd dat in het noorden en oosten van Sri Lanka de Tamil-rebellen de administratieve, politiële en militaire functies bleven vervullen. Internationale waarnemers zagen toe op de uitvoering van het akkoord. Op 16 september 2002 begonnen in Thailand besprekingen over een akkoord dat een definitief eind moest maken aan het 19 jaar oude conflict. De rebellen, onder leiding van Prabhakaran, lieten voor het eerst hun eis van totale onafhankelijkheid vallen en namen genoegen met 'aanzienlijke regionale autonomie' en een 'thuisland' in het noorden en oosten van het eiland.


tsunami en einde aan conflict?


Op tweede kerstdag in 2004 werden veel landen in het zuiden van Azië getroffen door een enorme natuurramp, waaronder Sri Lanka. Er deed zich een zeebeving voor die een kracht van 9,0 op de schaal van Richter had. De beving veroorzaakte een muur van water die over de kust van Sri Lanka en veel andere landen spoelde. De golven van deze zogenaamde tsunami bereikten op sommige plaatsen een hoogte van tien meter. In totaal vielen er meer dan 125.000 doden, waaronder bijna 40.000 op Sri Lanka. De reddingswerkzaamheden en de hulpverlening werden extra bemoeilijkt door hevige regenval en overstromingen. 

 

In mei 2009 roept de regering de overwinning op de Tamil Tijgers uit nadat de laatste weerstand in het noordoosten is gebroken. De Tamil Tijgers zeggen de wapens neer te leggen. In januari 2010 wint Mahinda Rajapaksa de presidentsverkiezingen. Hij stuurt het parlement naar huis om de weg vrij te maken voor parlementsverkiezingen. In april 2010 wint de regeringscoalitie overtuigend de verkiezingen. De Tamil Nationale Alliantie wint in juli 2011 de regionale verkiezingen in de voormalige oorlogszone. In 2012 en 2013 dringt de VN aan op het beter naleven van de mensenrechten. Sri Lanka is gastheer van de “Commenwealth Meeting” in november 2013. In diezelfde maand doet het land onderzoek naar de vele slachtoffers van de burgeroorlog die het land verscheurt heeft in de afgelopen tientallen jaren. In April 2014 wordt duidelijk dat de regering van Sri Lanka weigert mee te werken aan het VN onderzoek naar oorlogsmisdaden. In de maanden erna wordt het eiland getroffen door overstromingen en aardverschuivingen waar duizenden hun huis verliezen.


zie ook: