GESCHIEDENIS


vroegste geschiedenis


De vroegste vondsten van rots bewerkingen in India dateren tot ongeveer 40.000 jaar geleden in o.a. centraal India Moderne mensen verschenen ongeveer 12.000 jaar geleden op het subcontinent, na het einde van de laatste ijstijd. De oudste permanente nederzettingen in Zuid-Azië dateren van ongeveer 9000 jaar geleden. De eerste significant belangrijke beschaving in het gebied begon met het ontstaan van de Harappa- of “Indus” beschaving. Ze bereikte haar bloei tussen 2600 en 1900 v.Chr. Het gebied strekte zich van de Ganges tot diep in het huidige Pakistan. Het was tot die tijd de grootste bevolkingscentra ter wereld; de steden waren ontworpen volgens een systeem met rechte straten en huizen van baksteen, en verder hadden ze een riolering- en waterleidingsysteem. De Soemeriërs dreven over zee handel met dit gebied en importeerden onder andere koper, goud, ivoor en katoen.


Invloeden uit het Westen


Vanaf 1500 v.Chr. werd de Indus-cultuur aangevallen door Indo-arische groeperingen vermoedelijk afkomstig uit Zuid-Rusland of uit Afghanistan. India werd gekoloniseerd en een stad als Delhi ontstond in deze periode. Deze volkeren vermengden zich met de autochtone bevolkingen en onder hun bewind ontstond het voor India zo typerende kastesysteem. Ook werden in deze tijd de in het Sanskriet geschreven Veda’s opgesteld, de heilige schriften waar het hindoeïsme op gebaseerd is. De arische koninkrijken werden tussen 327 en 324 v.Chr. aangevallen door Alexander de Grote. Hij trok zich echter plotseling terug, waar “Candragupta”, de stichter van de Maurya-dynastie, van profiteerde. Hij en z’n zoon “Ashoko” veroverde hij heel India maar ook Afghanistan en Pakistan. Hij bekeerde zich tot het Boeddhisme; de edicten die toen zijn opgeschreven zijn de oudste bewaard gebleven historische documenten op het subcontinent. In 185 v.Chr. viel het rijk uiteen in elkaar bestrijdende koninkrijkjes.  

 

Er volgde een periode van grote culturele ontwikkeling en welvaart, die voortkwam uit de handelscontacten die vooral het zuiden had met het Romeinse Rijk. Boeddhisme en jaïnisme hadden hindoeïsme in het noorden en midden vervangen als dominante godsdienst. Een andere nieuwe stroming was het christendom, dat volgens de overlevering in 52 n.Chr. door de apostel Tomas naar Kerala was gebracht. De "klassieke" periode van Zuid-Azië culmineerde in de heerschappij van de Gupta's, onder wie religie, kunst en wetenschap opbloeiden en het moderne hindoeïsme begon te ontstaan. India was in die tijd in beschaving het verst gevorderde gebied op aarde en dit werden ook wel de gouden eeuwen genoemd. Invallen van steppevolkeren (de witte Hunnen) uit Centraal-Azië leidden echter ca. 500 tot de instorting van het Gupta-rijk. Daarna was het subcontinent weer enige tijd verdeeld over een groot aantal lokale rijkjes, hoewel de Gupta's over een gebied in Magadha bleven heersen. Er werd o.a. een groot rijk gevestigd door de Chalukya in midden-India van ongeveer de jaren 500 tot 750.


Introductie van de Islam


De eerste islamitisch-Turkse veroveraar die het noorden van India binnendrong was Mahmud van Ghazni. Nadat de Shahi's onderworpen waren lag de Punjab voor hem open. Hij liet in Ghazni een schitterende hoofdstad bouwen, waar hij alle rijkdommen die hij kon vergaren naar toe sleepte. Opvolgers stichtte het sultanaat “Delhi” waaruit grote delen van centraal India veroverd werden. Hoewel de opmars en plundertochten van de moslims vaak met grote wreedheden tegen de hindoe-bevolking gepaard ging, zou in de tweede helft van de 14e eeuw de cultuur van de invallers (Afghanen, Arabieren en Turken) beginnen te vermengen met die van de oorspronkelijke bevolking. Nieuwe stijlen ontstonden in de kunst, filosofie, architectuur en literatuur. Door de veroveringen van met name Mohammed Tughlaq (sultan van 1325 - 1351) werden de hindoe-rijken in het zuiden in het nauw gedreven. Het laatste grote hindoe-rijk, Vijayanagar, werd in 1336 gesticht om de islamitische invallers te verdrijven maar uiteindelijk sloten de islamitische staatjes in het noorden een verbond en versloegen Vijayanaga. Het rijk zou nog tot 1646 bestaan maar nooit meer een belangrijke militaire macht vormen. Slechts in enkele gebieden ging de meerderheid van de bevolking over tot de islam.



Het Mogol rijk


In 1526 viel Babur, een afstammeling van Timoer Lenk, met zijn leger vanuit Afghanistan de Punjab binnen. Baburs troepen waren uitgerust met vuurwapens, tot dan toe onbekend op het subcontinent, waardoor zijn leger de veel grotere legers van de sultan van Delhi kon verslaan. Hij veroverde het grootste gedeelte van de noordelijke vlakten en stichtte het Mogolrijk, dat ongeveer twee eeuwen lang de Indische geschiedenis beheerste. Het rijk zou voor het eerst sinds de Maurya's bijna het hele subcontinent beslaan. De Mogoltijd was een tijd van economische vooruitgang en opbloei van kunst, filosofie en wetenschap. De Mogolkeizers lieten in hun rijk grote paleizen, forten, moskeeën en tuinen bouwen. De Mogols zelf waren allen moslim, maar regeerden over een bevolking die merendeels hindoe was. In tegenstelling tot de sultans van Delhi zag een aantal Mogolkeizers in dat het niet mogelijk zou zijn de gehele bevolking tot de islam te bekeren. Dit vormde een belangrijke reden voor hun succes. De meeste Mogolkeizers trouwden met Indische prinsessen, gaven lokale maharadja's bepaalde voorrechten en probeerden ook in de kunst de eigen Perzische stijl met die van het subcontinent te vermengen. Ze traden wel wreed op tegen opstanden of bij het onderwerpen van vijandige rijkjes. Vanaf 1707, met de dood van keizer Aurangzeb, zou het rijk langzaam beginnen te vervallen.


Komst van de Europeanen


Na de ontdekking van een rechtstreekse zeeweg, om Afrika heen, naar Indië door Vasco da Gama (1498) kwamen de Europeanen weer intensiever in aanraking met Indië. Eerst waren het de Portugezen die zich op verschillende plaatsen vestigden en de handel met dit land beheersten. In het midden van de 17e eeuw traden de Nederlanders in hun plaats, die op de kusten van Malabar en Coromandel verschillende nederzettingen hadden. Weldra kregen ook de Britten er vaste voet; de Britse Oost–Indische Compagnie oefende van 1624 af tevens staatkundige macht uit. Ook de Franse Oost–Indische Compagnie ontwikkelde zich snel en verwierf Pondicherry en Chandernagore in Bengalen en tijdelijk ook Madras. Het Rijk van de grootmogol was steeds meer achteruitgegaan, onderscheiden staten hadden zich onafhankelijk gemaakt. De Britten wisten door verschillende veroveringen onder Lord Clive zijn gebied steeds meer uit te breiden. Daarna dwong Clive de Fransen tot terugtrekking na de slag bij “Passey” in 1757.  De Britten versloegen een enorm Bengaals leger dat gesteund werd door de Fransen. Bij de Vrede van Parijs ontving weliswaar Frankrijk Pondicherry en Chandernagore terug, doch in 1770 werd de Franse Oost–Indische Compagnie ontbonden. Het rijk werd steeds verder uitgebreid en in 1849 viel het Sikh rijk in Britse handen. Delhi werd door de Britten belegerd en na een bloedige bestorming ingenomen. Daarna werd Hindoestan langzamerhand onderworpen en aan de schijnbare heerschappij van de grootmogol een einde gemaakt.


Nationalistische gevoelens


Van 1858 tot 1947 werd India geregeerd als een onderdeel van het Britse Rijk vanwege de “Sepoy” opstand. Een onderkoning (“raj”) werd de belangrijkste bestuurder en de Indiërs werden onderdanen van koningin Victoria die tot keizerin van India werd uitgeroepen. Van 1840 tot 1914 was India de belangrijkste handelspartner van de Britten en het land kreeg een vrij grote mate van autonomie. 

 

De Indiase elite ontwikkelde in de tweede helft van de 19e eeuw een politiek bewustzijn en begon zich af te zetten tegen de Britse koloniale overheersers. Dit alles kreeg in 1885 een vervolg met de oprichting van het India National Congres, dat aandrong op meer invloed van de bevolking op het bestuur van het land, voor zowel hindoes als moslims. In 1906 scheidden de moslims zich af en werd de Moslim Liga opgericht. Het uit elkaar drijven van de hindoes en de moslims leek een goede ontwikkeling voor de Britse koloniale politiek. Door de Britten te steunen tijdens de Eerste Wereldoorlog hoopten de Indiërs na de oorlog een onafhankelijk Gemenebestland te worden. Dit streven werd wreed onderdrukt op 13 april 1919, toen tijdens een demonstratie in “Amritsar” de Britten zonder aanleiding 379 demonstranten doodden en verder vielen er meer dan 1200 gewonden. Door deze ongelukkige actie van de Britten wakkerde het nationalisme verder aan, o.l.v. de charismatische Gandhi. Hij kreeg al snel een vooraanstaande positie in de onafhankelijkheidsbeweging en begon in 1920 met een grote campagne voor ’svaraj’ of zelfbestuur. De campagne kenmerkte zich door geweldloze acties, die daardoor zeer lastig te bestrijden waren door de Britten. In 1930 werd Gandhi door Nehru, de voorzitter van het Congres, aangesteld als leider van een nieuwe campagne tegen het zoutmonopolie van de regering. In de Tweede Wereldoorlog wilde een meerderheid van het Congres de Britten steunen in ruil voor onafhankelijkheid na de oorlog. De Britten weigerden hierop in te gaan waarna het Congres de actie ‘Verlaat India’ startte.


Onafhankelijkheid


In 1944 zou India in het oosten aangevallen door het Keizerlijke Japanse leger die hier een genadeloze nederlaag leden. Zij dropen af terug naar Birma achtervolgd door Indiase en Britse troepen. In het jaar ervoor was er verschrikkelijk hongersnood in Bengalen.  

 

Na de oorlog kwamen de Britten toch tot de conclusie dat koloniale status van India niet meer te handhaven was. De soevereiniteitsoverdracht ging echter niet zo soepel door de tegenstellingen tussen hindoes en moslims. Hoewel Gandhi en Nehru in het westen als de grote helden van de onafhankelijkheid worden gezien waren Chandra Shekhar Azad en zijn groep volgens de Indiërs zelf de echte helden. In 1946 werd het land verdeeld in twee staten, India en Pakistan. De soevereiniteitsoverdracht vond plaats op 15 augustus 1947 (Indian Independence Act), en vanaf dat moment waren het hindoeïstische India en het islamitische Pakistan twee onafhankelijke staten. Staatshoofd van India bleef formeel de Britse koning George VI en Lord Mountbatten trad als gouverneur-generaal namens Groot-Brittannië op. Minister-president van India werd Congresleider Nehru. Pakistan werd overspoeld door islamitische vluchtelingen uit India en door hindoes uit Pakistan. Problemen deden zich vooral voor in de Indiase deelstaat Punjab en de het Pakistaanse Bengalen. Uiteindelijk botsten miljoenen vluchtelingen op elkaar en over en weer werden ca. een half miljoen doden geteld. 

 

Op dat moment waren er in India ongeveer 500 vorstendommen die zich aansloten bij India of bij Pakistan en een grote mate van zelfstandigheid behielden. Een probleem ontstond door weifelende houding van de hindoevorst van het overwegend islamitische Kasjmir. Pakistan greep militair in en door de Indiase reactie hierop ontstond er in 1948 een Indiaas-Pakistaanse oorlog. De Verenigde Naties intervenieerde en zorgde voor een wapenstilstand, maar de kwestie Kasjmir zou tot op de dag van vandaag de relatie tussen India en Pakistan beheersen. Op 10 januari 1948 ging er een schok door de wereld toen Gandhi vermoord werd. Twee jaar later werd in New Delhi de republiek uitgeroepen en de grondwet aangenomen. Rajendra Prasad werd de eerste president van India.





De roerige jaren 60


In de jaren vijftig kon Nehru's India o.a. een bemiddelaarsrol in het Korea-conflict en de eerste IndoChina oorlog (Conferentie van Genève, 1954) spelen. Ook in eigen land voerde hij grote hervormingen door op het gebied van rechtsgelijkheid, scholing en infrastructuur. Oude staten werden opnieuw ingedeeld; de creatie van de staat Punjab vond pas plaats na een lange strijd op 1 november 1966. In 1961, na aanhoudende verzoeken voor een vreedzame overdracht, viel India de Portugese kolonie Goa binnen en annexeerde het. In 1962 voerden China en India de korte Sino-Indiase oorlog, die ging over de grens tussen beide landen in de Himalaya. De oorlog was een zware nederlaag voor India en leidde ertoe dat India zich meer ging bewapenen en de banden met de Verenigde Staten meer ging aanhalen. Terwijl China zich terugtrok uit de bezette gebieden in het noordoostelijke Arunachal Pradesh, bleef het Aksai Chin in het Jammu en Kasjmir-gebied bezetten. China betwist India's bestuur over Arunachal Pradesh en tot recent nog over Sikkim. In 1965 brak een tweede Pakistaans-Indiase oorlog uit, waarbij opnieuw de status van Kasjmir in het geding was. De bemiddeling door de Sovjet-Unie leidde in januari 1966 tot de wapenstilstand van Tasjkent. In datzelfde jaar werd de enige dochter van Nehru (die twee daarvoor was overleden) Indira Gandhi premier van India (geen familie van Mahatma Gandhi).


Tijdperk: Indira Ghandi


In 1971 brak er voor de derde keer een oorlog uit tussen India en Pakistan om de kwestie Kasjmir. De verkiezingen van 1971 werden door Gandhi gewonnen dankzij haar belofte om een einde te maken aan de armoede. Extra populair werd ze door het ingrijpen van India in Oost-Pakistan, waar de onafhankelijke staat Bangladesh in december werd uitgeroepen. Begin jaren zeventig daalde de populariteit van Indira Gandhi snel door haar autoritaire regeringsstijl, gevallen van corruptie en het uitblijven van haar beloofde landhervormingen. Om het prestige van India te vergroten werd in 1974 de eerste ondergrondse kernbom tot ontploffing gebracht. Ondertussen werd er in Sikkim, een Indiaas protectoraat, een referendum gehouden voor de officiële aansluiting bij India. In mei 1975 werd Sikkim geannexeerd. Op 23 januari 1977 schreef Indira Gandhi nieuwe verkiezingen uit voor maart en liet ze alle politieke gevangenen vrij. De noodtoestand werd officieel beëindigd op 23 maart 1977. Ze zou toch de verkiezingen verliezen door o.a. een regeringsoproep voor gedwongen sterilisatie om de explosieve bevolkingsgroei te stoppen. Een coalitie van oppositiepartijen namen het stokje over. Maar zonder een goed politiek programma nam de chaotische toestand in India snel weer toe en het was dan ook niet vreemd dat de verkiezingen van 1980 weer een overwinning voor Indira Gandhi opleverde en zij voor de tweede keer premier werd.  

 

Met name in de Punjab, het thuisland van de Sikhs, deden zich begin jaren 80 ernstige ongeregeldheden voor. De Sikh-meerderheid voelde zich achtergesteld en economisch leeggezogen door de centrale overheid, zonder daar iets voor terug te krijgen. Radicale Sikhs eisten zelfs een onafhankelijke staat, Khalistan genaamd. Ze zetten hun eis kracht bij door middel van terreuracties tegen hindoes en zelfs tegen de gematigde Sikhs. De Gouden Tempel in Amritsar was het bolwerk van de extremisten en deze tempel werd op 6 juni 1984 bestormd door het Indiase leger met 1500 doden tot gevolg. Deze actie kostte Indira Gandhi indirect haar leven: op 31 oktober 1984 werd ze vermoord door twee van haar eigen Sikh-lijfwachten. Als reactie hierop richtte zich de woede van de bevolking op de Sikhs en alleen al in New Delhi werden drieduizend Sikhs vermoord. Op 13 november. 1984 kondigde de nieuwe premier algemene verkiezingen aan voor 24 december. De overwinning van Rajivs (zoon van Indira Ghandi) Congrespartij was overweldigend.


Rajiv’s Ghandi (jaren 80)


Rajiv’s Ghandi werd een geliefd leider maar ook hij wist geen verzoening met de Sikhs te bereiken, ondanks zijn bereidheid tot flexibiliteit tegenover separatisten. De onrust en de aanslagen bleven doorgaan en in 1986 ontsnapte Rajiv nog net aan een aanslag. Hij brak met zijn moeders buitenlandse beleid en verbeterde de relaties met de V.S., wat de economische steun en wetenschappelijke samenwerking vergrootte. De aanmoediging van Rajiv Gandhi op wetenschappelijk en technologisch gebied zorgde voor groei van de telecommunicatiesector, uitbreiding van het Indiase ruimtevaartprogramma en het ontstaan van de software- en IT-sector. Rajiv Gandhi's afscheid van socialistisch beleid viel niet in goede aarde onder de gewone bevolking, die namelijk niet profiteerde van de vernieuwingen. Bij de verkiezingen van november 1989 leed de Congrespartij van Rajiv Gandhi een desastreuze nederlaag als gevolg van een corruptieschandaal. Gandhi werd opgevolgd door Singh maar ook hij werd voortdurend geconfronteerd met etnisch geweld in o.a. de Punjab en Kashmir. Na slechts één regeringsjaar viel de regering-Singh in november 1990 over de bouw van een omstreden hindoetempel in Ayodhya, en de BJP bracht de regering uiteindelijk ten val door uit de coalitie te stappen. Het geweld tijdens de nieuwe verkiezingen bereikte een dieptepunt met de moordaanslag op Rajiv Gandhi. De dader was een vrouwelijk lid van de militante Tamil Tijgers, die Gandhi beschouwden als een verrader vanwege zijn bemoeienissen met de burgeroorlog op Sri Lanka en het sturen van troepen.


Jaren 90


Tijdens de bestuursperiode van “Rao” speelde eind 1992 de kwestie rond de Rama-tempel op. Hindoe-fundamentalisten bestormden de Babar-moskee, die compleet vernield werd en vervangen door een hindoetempel. Daarop escaleerde de zaak volkomen en kwamen duizenden hindoes en moslims in heel India om het leven. Ook deze regering viel vanwege vermeende corruptie – het was het voorjaar van 1996. Groepen van coalitiepartijen zouden het politieke landschap de jaren erop bevolken. Beide landen zouden kernproeven ondernemen met als resultaat een kernstopverdrag gezien de internationale druk. In mei en juni 1999 ontdekte India dat Pakistaanse soldaten en Kasjmiri-militanten posities hadden ingenomen aan de Indiase kant van de grens tussen beide landen in het betwiste Jammu en Kasjmir. Dit resulteerde in de Kargil-oorlog, waardoor het het eerder begonnen vredesproces werd gesaboteerd. Indiase troepen doodden de indringers, inclusief Pakistaanse soldaten en heroverden belangrijke grensovergangen.


Begin 20ste eeuw


Op 26 januari 2001 werd West-India getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,7 op de schaal van Richter. In 2003 echter zorgden India's snelle economische groei, politieke stabiliteit en een vernieuwd vredesproces met Pakistan dat de regering weer populairder werd. Manmohan Singh van de Congrespartij werd daarna de nieuwe minister-president, nadat Sonia Gandhi, de weduwe van Rajiv Gandhi, de functie van minister-president afwees, om de controverse rond de vraag of haar Italiaanse afkomst een probleem zou opleveren, in de kiem te smoren. Ook werd beweerd dat zij bang was voor een aanslag op haar leven net als bij haar ex-man was gebeurd en haar schoonmoeder. Singh was de eerste “Sikh” die minister-president werd van India. Op tweede kerstdag in 2004 werd de wereld opgeluisterd door de tsunami; vooral de deelstaat Tamil Nadu werd getroffen; 15.000 doden waren het gevolg aldaar. Pratibha Patil werd in 2007 gekozen als de eerste vrouwelijke president in de geschiedenis van India. In diezelfde periode vonden verschrikkelijke grote aanslagen plaats. Zo vond er in 2007 een bomaanslag plaats op de trein die rijdt tussen de stad Lahore in Pakistan en het Indiase New Delhi. Daarbij verloren 68 mensen het leven. Een jaar later was er in Mumbai tegelijkertijd een groot aantal aanslagen en gijzelingen door een groep Pakistaanse terroristen. De aanslagen zorgden voor een vertraging in het vredesproces.  

 

In mei 2009 wint de Congrespartij van premier Manmohan Singh de verkiezingen en haalt bijna de absolute meerderheid. Daardoor kon Sing voor een tweede termijn aanblijven als president. In de jaren daarna was er veel kritiek op zijn regering, doordat verschillende leden betrokken bleken bij corruptiezaken en door stijgende voedselprijzen. In juli 2012 wordt Pranab Mukherdee gekozen als 13e president van India. In december 2012 wordt India opgeschrikt door een brute verkrachtingszaak die de dood veroorzaakte van het slachtoffer. Er vind relatief veel seksueel geweld plaats in India en dit zal (naast alle ongelukken met boten, bussen en treinen) veelal i het nieuws komen. De regering is bang dat er minder vrouwelijke toeristen India bezoeken. In september 2013 worden de daders veroordeeld tot de doodstraf. Na de monsteroverwinning van de oppositiepartij “BJP” in Mei 2014 breekt een nieuwe tijdperk aan voor India. De Indiase president heeft na de verkiezingen “Pranab Mukherjee Modi” aangewezen als nieuwe premier van het land. Singh moet na 10 jaar vertrekken. Sonia en Rahul Gandhi, de leiders van de jarenlang regerende Indiase Congrespartij, hebben hun ontslag aangeboden na de ergste verkiezingsnederlaag ooit. De oppositie BJP haalde bij de laatste verkiezingen onverwacht 282 zetels wat een absolute meerderheid is in de Lok Sabha. De mensen verwachten een verbetering van de economie en meer banen. Het volk heeft geen vertrouwen meer in de regerende Congrespartij door corruptie en werkloosheid.



india nu


Ook in 2014, in December om precies te zijn, waren er wederom terroristische aanslagen in India in zowel het omstreden Kashmir maar ook in het oostelijk gelegen Assam. Ondanks alle etnische problemen verwachten de financiële adviseurs een groei van de Indiase economie van 8 tot 8,5 procent. In Augustus 2015 worden tussen India en buurland Bangladesh zo’n 160 stukken land uitgewisseld. De landen praten al sinds de onafhankelijkheid van India in 1947 over de betwiste stukken grond, die in een van de twee landen liggen maar worden bestuurd door het buurland. In de enclaves wonen ongeveer 50.000 mensen. Aan hen is gevraagd waar ze het liefst willen wonen en welke nationaliteit hun voorkeur heeft. Bijna alle inwoners hebben ervoor gekozen om te wisselen van nationaliteit. In dezelfde maand heeft India een vredesakkoord gesloten met een tribale afscheidingsbeweging in het noordoosten van het land, die al zestig jaar een guerrillaoorlog voerde tegen het centrale bewind uit New Delhi. Het is niet duidelijk welke voorwaarden in het akkoord zijn vastgelegd. Modi heeft wel verklaard dat hij het gebied beter wil gaan ontwikkelen.


actueeL:


Maart 2017: “Modi”

De Bharatiya Janata-partij (BJP) van de Indiase premier Narendra Modi ligt op koers om de regionale verkiezingen in de belangrijke noordelijke deelstaat Uttar Pradesh te winnen. De grootste Indiase oppositiepartij, de Congrespartij, lijkt de verkiezingen in de deelstaten Punjab en Manipur te gaan winnen. odi leidde persoonlijk de verkMiezingscampagne van zijn partij in Uttar Pradesh (UP), de Indiase deelstaat met de meeste inwoners: 222 miljoen. Spil van de campagne van Modi waren zijn beloftes om groei en modernisering te bevorderen en corruptie te bestrijden. De premier verdedigde ook vurig zijn besluit van vorig jaar om bankbiljetten van 500 en 1000 rupees af te schaffen om corruptie en valsemunterij tegen te gaan. Daarmee verloor in één klap 86 procent van de Indiase valuta zijn waarde. De zittende eerste minister van Uttar Pradesh, Akhilesh Yadav, is een verklaard tegenstander van de valuta-inname.