Reisverhalen - Nepal

"annapurna trekking"



inleiding


Ik had altijd al een meerdaagse trekking willen doen en wat is een betere plek als het Annapurna circuit in Nepal?! Ongeoefend maar wel redelijk fit door de reis die ik aan het maken was zou ik rond de twee weken over de bergen van de Himalaya trekken rond de befaamde Annapurna pieken. Pokhara is de stad waar je alles kunt regelen; ik zou o.a. hier een vergunning kopen maar ook bijvoorbeeld m’n waterzuiverings-pillen. Ik liet mij informeren m.b.t. het weer en de situatie met de rebellen. M’n grote tas liet ik achter in het hostel waar ik had geslapen en ging met een kleine rugtas met de bus naar het beginpunt “Besisahar” waar het checkpoint is en waar de eigenlijke trekking begint.


een stram begin


De eerste stappen zijn wennen en al is het hoogteverschil nog niet zo groot toch voel je het al. Ik wandel samen met een Canadese dame, ontmoet in de bus hiernaartoe maar deze doet dit soort hikes regelmatig. Het landschap is groen met veel bomen, het pad een soort modderkiezelweg en er wonen hier veel lokale mensen. Kleine dorpjes met rokende schoorstenen, bergstammen die hier van de veeteelt en landbouw leven en we zien de eerste hostels, eethuisjes en internetcafés. We pakken ons kaartje erbij en vervolgen onze weg de eerste bergen op.  Na ongeveer 5,5 uur wandelen komen we aan in “Bahundanda” en ligt de tong op m’n schoenen. De douche is lauw, de kamer gehorig en het eten duurt een eeuwigheid maar ik ben blij dat de kachel brandt en ik m’n voeten uit die ellendige schoenen kan halen. Wel besluit ik morgen op eigen tempo te gaan lopen want ik voel dat ik mij vandaag heb opgeblazen. De volgende dagen kom ik in m’n eigen ritme, vind mensen op de “trail” die hetzelfde tempo wandelen en kan meer genieten. Elke dag gaan we hoger de bergen in en veranderd het landschap. De bomen worden korter en minder talrijk, de dorpjes kleiner en minder in aantal en het groen wordt ingewisseld door kiezels en stenen. Het menu in eethuisjes wordt eentoniger en prijziger en het happen naar adem wordt sterker.


OVER DE TOP


Na een week zijn er bijna geen dorpjes meer, ik ben boven de 4000 meter grens geraakt en er liggen plakkaten met sneeuw langs het pad. Struiken, bomen en gras is ingeruild voor een landschap vol stenen, kiezels en rotsen. De wind heeft hier vrij spel maar het uitzicht is adembenemend. Een maanlandschap waar je je alleen waant in deze prachtige wereld. De lucht is strakblauw, de zon schijnt fel en toch is het fris. Waar je nog lang hordes paarden en ezels voorbij zag sjokken is het hier leeg. Ik heb op “high camp” de laatste nacht voor de hoge pas doorgebracht maar geslapen heb ik niet. Rechtop heb ik gezeten om de pijn in m’n hoofd te doen verlichten vanwege het gigantische hoogteverschil. Heel vroeg ben ik gaan lopen om warm te worden en de “Thorung Pass” op bijna 5000 meter over te gaan. Ik wandel al een paar dagen met een Nederlandse vrouw die op ongeveer hetzelfde ritme loopt als ik. Zij heeft een gids maar veel hulp heeft ze niet aan hem. Hij wandelt honderden meters voor haar en je kunt op dit pad nagenoeg niet verdwalen. We hebben er nu een week op zitten en als we de besneeuwde pas over zijn en wat foto’s hebben genomen van het adembenemende uitzicht over de verschillende Annapurna pieken en de Tibetaanse vlaggetjes wandelen we naar beneden het dal in waar we iets drinken op een terrasje.


DE TERUGWEG


Vanaf de pas gaat het pad langzaam weer naar beneden, naar de vallei die op zo’n 800 meter ligt. Ook dit zal weer ongeveer 5 a 7 dagen in beslag nemen. Het vreemde gevoel is misschien wel dat als er iets met je gebeurt dat je met een helikoper opgehaald dient te worden want wegen en autoverkeer is er niet. Je leeft terug in de tijd. Ook is daar altijd de dreiging dat je “separatisten” tegenkomt die, zoals je hoort tijdens de trip, je geld en spullen afhandig kunnen maken. Ik denk wel dat ik een aantal Maoïsten ben tegengekomen maar ze lieten ons met rust. Met dit ga je de hele ervaring die je aan de andere zijde heb gezien in tegenovergestelde richting nog ‘ns meemaken. Het groen neemt toe, de dorpjes ook, andere bergstammen maar ook het aantal mensen en dorpjes neemt geleidelijk weer toe zodra je de bomengrens oversteekt. De temperatuur gaat per dag omhoog. Na 12 dagen is het de laatste nacht; morgen zal ik met de bus teruggaan naar Pokhara. Ik wandel nog steeds met de Nederlandse vrouw en we maken kennis met een andere Nederlander. Op de ene laatste dag drinken we een glaasje op wat we bereikt hebben en hoe geweldig deze ervaring is geweest. Met niets te vergelijken is onze conclusie. Terug in Pokhara meld ik mij om aan te geven dat ik heelhuids terug ben en check weer in m’n hostel in. Die dag doe ik het rustig aan, herpak m’n tas en check m’n e-mail. Ik laat de wereld weer weten dat ik veilig terug ben.



lees meer: