GESCHIEDENIS - Myanmar



het begin


Over de oudste bewoners van het stroomgebied van de Ayeyarwady is niet erg veel bekend. Archeologische vondsten wijzen uit dat er al ca. 3000 v.Chr. jagers en voedselverzamelaars gewoond moeten hebben. De Birmezen houden het zelfs op dat hier de eerste mensen ooit woonden en worden hiervoor gestaafd door een 45 miljoen fossiel.

 

Vanuit het noorden werden deze vroegste bewoners van Myanmar enkele eeuwen v.Chr. weggejaagd door met name de Mon en de Pyu. De Mon die zich o.a. vestigden in de delta aan de Irrawaddy rivier waren rijstverbouwers en dreven vanuit hun hoofdstad Thaton handel met volkeren op het Indiase subcontinent en kwamen op die manier in aanraking met het boeddhisme. De Pyu kwamen uit Tibet of het noordoosten van India en vestigden zich rond het jaar nul in Opper-Birma met als hoofdstad Sri Ksetra (nu Prome). Ook dit koninkrijk handelde op uitgebreide schaal via de zee met landen als Maleisië, India, Sri Lanka en het eilandenrijk Indonesië. De Pyu, die al een eigen schrift en muntstelsel hadden, hingen het boeddhisme aan, vermengd wat hindoeïstische elementen uit India. In 832 werd de hoofdstad Halin door legers van het Thaise koninkrijk Nan Chao verwoest. Alle Pyu werden als slaven meegenomen naar China. Het machtsvacuüm dat door de ondergang van het Pyu-koninkrijk ontstond, werd ingenomen door de Birmanen. Zij kwamen uit het noordwesten van China en werden door de Chinezen naar het zuiden verdreven. Ze verdreven de Mon en stichtten in 849 de hoofdstad van het Birmaanse Rijk, Bagan.


Het eerste Birmese rijk (1044-1283)


In 1044 besteeg koning Anawrahta de troon en dat was het begin van het Eerste Birmaanse Koninkrijk. Vanuit Bagan veroverde hij grote stukken land, wat uitgroeide tot het huidige Birmaanse grondgebied, dat vanaf die tijd onder één centraal gezag zou staan. De regeerperiode van koning Kyanzittha (1084-1112) staat bekend als de Gouden eeuw van het Eerste Birmaanse Koninkrijk, waarin Bagan bezaaid was met duizenden kloosters, pagoden en tempels. Tijdens de regeerperiode van de laatste koning van de Bagan-dynastie, Narathihapati (1254-1287), raakte het Eerste Birmaanse Koninkrijk in verval. De gigantische inspanningen die werden gestoken in de vele bouwwerken putten de schatkist uit. Bovendien was Narathihapati een tirannieke leider, met als gevolg opstanden door het hele land. In 1283 vielen de Mongolen van Kublai Khan het noorden van Birma binnen na de weigering van Narathihapati om verschuldigde schattingen te betalen. Narathihapati vluchtte en wilde zich aan Kublai Khan overgeven. Door deze actie verspeelde hij het laatste restje respect bij zijn volk en werd nota bene vermoord door zijn eigen zoon. Hierop bezetten de Mongolen de hoofdstad en kwam er een einde aan het Eerste Birmaanse Koninkrijk.



Het tweede Birmese Rijk (1539-1752)


De Mongolen trokken zich al snel terug en het rijk viel uiteen en voor een aantal eeuwen was Birma verdeeld in diverse staatjes. In het noorden van het land heersten de Shan. De hoofdstad was eerst Sagaing, daarna in 1364 Ava (of Inwa). Aan de Irrawaddy herrees het Mon-koninkrijk van Pegu (of Bago), dat langdurige oorlogen voerde tegen de Thai en de Shan. In Toungoo, tussen Ava en Pegu, bevond zich een kleine Birmaanse staat, dat profiteerde van de oorlogen tussen de Shan en de Mon en beide staten aan zich onderwierp: in 1539 veroverde het Pegu en in 1555 Ava. Daarmee stichtte koning Bayinnaung het Tweede Birmaanse koninkrijk (1539-1752) met als hoofdstad Pegu. Hij voerde ook oorlogen tegen Siam (Thailand) en veroverde in 1569 de hoofdstad Ayutthaya. De veroveringen hielden overigens niet lang stand. In 1635 werd de hoofdstad overgebracht van Pegu naar Ava. In 1740 kwamen de Mon in opstand en verjoegen de Birmanen uit de rivierdelta en daarna, in 1752, uit Ava en maakten daarmee een einde aan het Tweede Birmaanse koninkrijk.


Het derde Birmese rijk en Engels-Birmese oorlogen (1752-1885)


Maar de Mon werden al gauw teruggeslagen door de Birmanen onder een nieuwe leider Alaungpaya, die zich tot koning uitriep en daarmee het Derde Birmaanse koninkrijk (1752-1885) stichtte. Hij verenigde met harde hand de Birmese volken onder één rijk. Koning Hsinbyushin stuitte een Chinese invasie en veroverde in 1767 opnieuw kortstondig Siam, waarbij Ayutthaya volledig werd verwoest. Onder koning Bodawpaya werden ook Assam en Arakan onderworpen wat Birma deed grenzen aan Brits India. De veroevering van Arakan door de Birmanen bracht veel vluchtelingen op de been. Velen vluchtten naar het door de Britten bezette Bengalen (nu Bangladesh), van waaruit ze aanvallen uitvoerden op het Birmaanse leger in Arakan. In antwoord daarop achtervolgde het Birmaanse leger de opstandelingen tot in Bengalen toe. Dit leidde tot spanningen met het Britse Rijk in India. Gedurende het Derde Birmaanse koninkrijk werd de hoofdstad regelmatig verplaatst: in 1783 van Ava naar Amarapura, in 1813 terug naar Ava, in 1841 (na een verwoestende aardbeving in 1838) weer naar Amarapura en in 1861 naar Mandalay.

 

Onder koning Bagyidaw (1819-1837) escaleerde de zaak en dat leidde in1824 tot de eerste Anglo-Birmaanse Oorlog, die kansloos verloren ging voor Birma. Bovendien moesten ze bij het Verdrag van Yandabi in 1826 Arakan en Tenasserim afstaan aan de Britten, die daarmee de controle over de Golf van Bengalen in handen kregen. De arrestatie van twee Britse scheepskapiteins door de Birmanen werd door de Britten aangegrepen om in 1852 de tweede Anglo-Birmaanse Oorlog te beginnen. In werkelijkheid wilde de Britten gewoonweg hun macht verder uitbreiden en zochten (en vonden) een aanleiding. Eerst werden belangrijke havensteden bezet en daarna werd heel Neder-Birma veroverd en als een provincie aan het Brits-Indische wereldrijk toegevoegd. Pagan Min werd door de Britten afgezet en opgevolgd door Mindon (1853-1878), die ervoor zorgde dat de relatie met de Britten weer genormaliseerd werd en zich inzette op de ontwikkeling van het land. De hoofdstad werd op dat moment Mandalay. Onder de zwakke opvolger van Mindon, Thibaw (1878-1885), brak de derde Anglo-Birmaanse Oorlog (de houtoorlog) uit. Een van de redenen hiervoor waren de toenaderingen van Thibaw tot de Fransen, wat gevaarlijk zou kunnen worden voor Brits-Indië. Mandalay werd zonder veel problemen ingenomen en op 1 januari 1886 stond Birma volledig onder het koloniale bestuur van de Britten.



onder koloniaal bestuur


Onder het koloniaal bestuur van de Britten maakte de economie grote stappen voorwaarts: wegen, spoorwegen en fabrieken werden in snel tempo aangelegd en gebouwd. De mankracht hiervoor werd uit India overgebracht naar Birma, en dan voornamelijk naar Yangon. Ook steeds meer Chinezen kwamen het land binnen om de economie te stimuleren. De Britten bestuurden Birma ook via de succesvolle verdeel- en heerspolitiek. Dit hield in dat in gebieden waar de Birmanen de meerderheid vormden, de Britten het bestuur vormden. In minderheidsgebieden stond de bevolking onder het gezag van Brits-getrouwe Birmaanse leiders. In de jaren dertig ontstonden er steeds meer protestbewegingen en braken er zowel in de steden als op het platteland opstanden uit. Vanaf 1935 zouden de Britten deels toegeven; het jaar erop werden de eerste verkiezingen voor een Birmaans parlement gehouden en in 1937 volgde de bestuurlijke scheiding van Brits-Indië. 



ww2


In januari 1942 vielen Japanse troepen vanuit Thailand Birma binnen en werd het land de Tweede Wereldoorlog ingezogen. De Japanners kregen hulp van het “Burmese Independence Army” (BIA) dat onder leiding stond van de nationalist “Aug San”. Het voornaamste doel van de Japanners was het sluiten van de Birma-weg, waarover de Chinese troepen in Zuid-China werden bevoorraad. In mei 1942 lukte deze opzet en niet lang daarna trok het Brits-Indische leger zich terug uit Birma naar India. Birmaanse nationalisten steunden in eerste instantie de Japanse bezettingsmacht. Ze zagen onafhankelijkheid dichterbij komen nu de Britten de aftocht hadden geblazen. In augustus 1943 was het inderdaad zover: de Japanners verklaarden Birma onafhankelijk met een kabinet onder leiding van Ba Maw en Aug San als minister van defensie. Het bleek echter al snel een marionettenregering; de werkelijke macht berustte nog steeds bij de Japanners, die zich bovendien steeds meedogenlozer en wreder tegen de Birmaanse bevolking opstelden. Nationalistische elementen keerden zich nu tegen de Japanse bezetters en richtten de verzetsbeweging ‘Antifascistische Liga voor de Bevrijding van het Volk’ op. 

 

Japan wilde hun westflank veilig stellen en hadden zelfs plannen om India te veroveren. Om hun leger aan de westgrens van Birma te bevoorraden werd de befaamde “Birma spoorlijn” aangelegd. Deze spoorlijn werd berucht door de dwangarbeid en Geallieerde krijgsgevangenen en Aziatische koelies, waarvan er meer dan 100.000 stierven door uitputting, ziekte en ondervoeding.  In maart 1945 sloten bovendien Aug San en de BIA zich aan bij de geallieerden en samen veroverden zij Yangon. In juli 1945 gaven de Japanners zich over.



onafhankelijkheid


Na de overgave eisten de Birmese direct onafhankelijkheid van de Britten waarin in September 1946 werd toegegeven. Er was chaos in het land omdat er ook  communistische opstanden plaats vonden. Dit laatste was in een reactie op door de Verenigde Staten en Taiwan gesteunde aanvallen van “Kuomintang” militairen in China. Iedereen stemde voor een verenigd Birma, maar wel met autonomie voor de minderheden en het recht om zich na tien jaar te kunnen afscheiden. Er kwam een regering onder “Aung San” die tezamen met zes ministers werd vermoord in 1948. Ook de economie stond op de rand van de afgrond. De Tweede Wereldoorlog en de strijd tegen de rebellen had zoveel geld gekost, De politieke situatie bleef tot 1958 vrij stabiel, totdat er een scheuring in de “AFPFL” ontstond. Omdat er pas in 1960 verkiezingen gepland waren, vroeg “U Nu” aan generaal “Ne Win”, de opperbevelhebber van het leger, om een interim-regering te vormen. Het Birmese volk had het volste vertrouwen in het leger dat de onafhankelijkheid zo snel voor elkaar had gekregen. Na de verkiezingen stortte de economie echter weer in en ook de etnische minderheden dreigden weer zich af te scheiden. De situatie werd zo ernstig dat generaal “Ne Win” het niet langer kon aanzien en op 2 maart 1962 een militaire staatsgreep pleegde.


Van de coup naar 1988


Generaal “Ne Win” en zijn gevestigde junta hief alle democratische bestuursorganen en -middelen op, inclusief de grondwet. De “Burma Socialist Programme Party” werd in het leven geroepen, die alle politieke en bestuurlijke macht aan zich trok. De productiemiddelen werden genationaliseerd, het economisch beleid gecentraliseerd en alle onafhankelijke berichtgeving werd verboden.

 

De nieuwe economische politiek stortte het land in een diepe depressie. Hulp van buitenaf werd niet geaccepteerd, de grenzen gingen dicht en Birma isoleerde zich hierdoor van de rest van wereld. Chinezen en Indiërs werden het land uitgekeken. Birma werd een eenpartijstaat met “Ne Win” als president. Van 1974 tot 1981 werd Birma, als reactie op de desastreuze economische politiek, geteisterd door stakingen en studentendemonstraties. Monetaire maatregelen om de uit de hand lopende inflatie te beteugelen leidden echter tot grote onlusten, die in 1988 volledig uit de hand liepen. De dood van enkele studenten, veroorzaakte door het leger, leidde tot talloze demonstraties die door het leger met zeer harde hand neergeslagen werden. 


Aung  San Suu Kyi en de SLORC


Op 18 september 1988 generaal Saw Maung een staatsgreep pleegde, al dan niet met medeweten van Ne Win. De nieuwe militaire junta noemde zich ‘State Law and Order Restoration’ (SLORC) en veranderde de naam Birma vrijwel meteen in ‘Unie van Myanmar’. Maatregelen die de SLORC meteen trof waren het verbod op demonstraties, een samenscholingsverbod en er werd een avondklok ingesteld. Ook beloofde de junta dat er snel verkiezingen zouden worden gehouden. De demonstraties gingen in de eerste dagen na de machtsgreep van de militairen onverminderd door en er vielen nog honderden doden.

 

Tussen 1989 en 1994 werd er met verschillende verzetsgroepen een staakt-het-vuren overeengekomen, waarvoor ze in ruil een beperkte mate van autonomie kregen en wat andere kleine gunsten. Door de verdeeldheid die er tussen de vele verzetsgroepen heerste, was het verzet niet echt een grote bedreiging voor de regering. In 1995 was de Nationale Unie van Karen (KNU) de belangrijkste gewapende verzetsgroep, maar in januari van dat jaar werd in de stad Manerplaw het hoofdkwartier van deze verzetsgroep door het regeringsleger ingenomen. 

 

De oppositie verenigde zich in de National League for Democracy (NLD) onder leiding van de generaals Aung Gyi en Tin U. Belangrijkste spreekbuis van de oppositie werd Aung San Suu Kyi, dochter van Aung San, de grondlegger van het onafhankelijke Birma. De populariteit van Aung San Suu Kyi nam al snel grote vormen aan (in 1991 ontving zij de Nobelprijs voor de Vrede toegekend). voor de junta reden om haar in juli 1989 voor het eerst onder huisarrest te plaatsen. De eerste vrije verkiezingen sinds 30 jaar werden op 27 mei 1990 gewonnen door de NLD met 82% van de stemmen, maar werd niet erkend door de junta. Honderden gekozen oppositieleden werden in de gevangenis gegooid en vele anderen vluchtten naar Thailand en zetten daar een tegenregering op. 



Monnikenprotest


Tot mei 2003 was het vrij rustig in Myanmar ook al was de armoede tot een hoogtepunt gestegen. Het huisarrest van Aung San Suu Kyi werd weer eens opgeven veel oppositieleden werd ontslagen uit gevangenschap. Op 30 mei van dat jaar werd er na een botsing tussen de oppositie en de regering Aung San Suu Kyi gevangen genomen en alle kantoren van de NLD gesloten. Tot ieders grote verbazing verhuisde in 2004 de regering naar een nieuw gebouwde hoofdstad “Naypyidaw”. 


Eind september 2007 kwam er een protestbeweging van een groeiend aantal boeddhistische monniken op gang. Met geweldloze optochten gaven zij uiting aan het verlangen naar een democratisch bestuurd land. Na een aantal dagen voegden vele burgers zich bij hen, niet alleen om hun oproep te ondersteunen maar ook om hen te beschermen tegen mogelijk militair geweld door de junta. Het leger grijpt in en er vallen doden. Op 1 oktober kwamen berichten naar buiten over duizenden doden en massale executies door het leger. Volgens ooggetuigen zijn honderden monniken 'verdwenen'. Vele andere zaten vast in hun kloosters en in de universiteit van Yangon, dat omgebouwd was tot een gevangeniscomplex. In oktober 2007 keert de rust, gadegeslagen door zeer veel militairen, weer enigszins terug in Yangon. 


einde van de "junta"


In mei 2008 werd Myanmar getroffen door een cycloon waarbij meer dan 100.000 doden vielen. In November 2010 wordt de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi vrijgelaten na vijftien jaar afwisselend in de gevangenis te hebben gezeten en onder huisarrest te hebben gestaan. Maart 2011 wordt Thein Sein president van Myanmar en worden grote democratische hervormingen doorgevoerd. Om dit aan te moedigen komt Amerikaans minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton naar het land om de president alsmede “Aung San Suu Kyi” te ontmoeten. De vrijheid in Myanmar neemt toe maar leid ook tot uitbarsting van de jarenlange onderdrukte spanningen tussen de verschillende minderheden in het land. In de zomer van 2012 brak er geweld uit in West-Birma tussen de islamitische Rohingya, die oospronkelijk uit Bangladesh komen, en lokale boeddhisten die niets van hen moesten hebben. Dit leidde tot grootschalige rellen, waarna de regering de noodtoestand uitriep voor Rakhine. De onlusten leverden 88 doden op en nieuwe rellen eind oktober eisten nogmaals 80 dodelijke slachtoffers; zeker 100.000 mensen, vooral Rohingya, zijn ontheemd geraakt. In November van dat jaar komt zelfs president Obama naar Myanmar voor een staatsbezoek.

 

In juli 2013 zegt president Thein Sein dat alle politieke gevangenen op korte termijn vrij zullen komen. Onlusten breken uit tussen moslims en Boeddhisten in het land en er vallen doden. In april 2014 zijn er gevechten met Kachin rebellen in het noorden. In oktober laat de regering van Myanmar duizenden gevangenen vrij. In mei 2014 verlengen de VS enkele sancties omdat ondanks vooruitgang de invloed van het leger te groot blijft. In november 2015 wint de oppositiepartij van Aung San Suu Kyi de parlementsverkiezingen. In maart 2016 wordt Htin Kyaw de nieuwe president en komt er een einde aan meer dan vijftig jaar van militaire dominantie. Het jaar 2017 staat in het teken van de Rohyngia crisis, deze moslimminderheid wordt vervolgd door het leger en meer dan een miljoen vluchten naar het naburige Bangladesh. In november 2017 bezoekt paus Franciscus Myanmar. Terwijl Myanmar in 2015 door de VS en de EU een wapenembargo was opgelegd, bleek dat de militaire junta sinds die tijd wapens geleverd kreeg door Israël en ermee getraind werd. Volgens de VN zou er sprake kunnen zijn van een 'intentie tot' genocide. Het Internationaal Strafhof besloot op 18 september 2018 tot een verkennend onderzoek. In Maart 2018 heeft de nieuw-bakken president “Htin Kyaw” z’n functie alweer neergelegd. 


de coup van 2021


Het leger van Myanmar heeft in Februari 2021 de noodtoestand afgekondigd. De macht is overgedragen aan de opperbevelhebber van de strijdkrachten, generaal Min Aung Hlaing. Aung San Suu Kyi, de regeringsleider van Myanmar, is opgepakt door het leger, Ook meerdere andere prominente leden van de NLD zijn gearresteerd. De afgelopen dagen liep de spanning tussen de regering en het leger van Myanmar op in de nasleep van de verkiezingen in het land. Volgens het leger heeft er bij de verkiezingen fraude plaatsgevonden. Hierdoor werd gevreesd voor een staatsgreep. Direct na de staatsgreep gingen duizenden demonstranten de straat op om tegen de coup te demonstreren. De defensiechefs van twaalf landen, waaronder Nederland, hebben in Maart 2021 in een gezamenlijke verklaring het dodelijke geweld door het Myanmarese leger tegen ongewapende burgers veroordeeld. Meer dan honderd mensen werden op een dag gedood tijdens demonstraties voor een terugkeer naar de democratie. De situatie dreigt volkomen te escaleren in Myanmar. De schaduwregering in Myanmar zegt in Mei 2021 haar eigen aanhangers te gaan beschermen tegen het geweld van de junta. De tegenstanders van de coupplegers hebben een "volksverdedigingsmacht" opgericht, een voorloper van een nog op te richten federaal eenheidsleger.


zie ook: