GESCHIEDENIS - Ierland


vroegste tijd


Ongeveer 6000 jaar voor Christus vestigden zich in Ierland kleine groepjes jagers vooral uit Engeland dat toen nog aan elkaar vastzat. Met name aan de noord- en oostkust zijn vuurstenen wapens en werktuigen gevonden. In de late steentijd (v.a. 3000 voor Chr.) drongen vanuit het Middellandse Zeegebied en de Atlantische kust andere volken Ierland binnen wat tonen met het smelten van de ijskap al een eiland was geworden. Zij bedreven wat landbouw, hielden dieren en stichtten vele megalithische grafmonumenten. Het bronzen tijdperk duurde van ongeveer 2000 voor Chr. tot 500 voor Chr. Van die periode zijn nog veel wapens, gereedschap en (o.a. gouden) sieraden te zien in musea. Veel bronzen voorwerpen werden door heel Europa vanuit Ierland verspreid. Een nieuwe bevolkingsgroep arriveerde in Ierland: het klokbekervolk, genoemd naar de vorm van de bekers die ze maakten. Ze deden aan mijnbouw en brachten nieuwe religieuze gebruiken mee.


de kelten (600 v.chr. - 400 n.chr.)


Ondertussen was op het Europese vasteland de ijzertijd al begonnen toen ca 600 v.Chr. de Kelten aankwamen in Ierland. Volgens sommigen uit Spanje anderen beweren juist uit Frankrijk, België en Zuid-Duitsland. Volgens de 'Celtic invasion theory' wisten ze tussen 100 v.Chr. en 100 na Chr. o.a. door hun ijzeren wapens en paarden de oorspronkelijke bevolking aan zich te onderwerpen en in korte tijd het hele land te veroveren. Tegenwoordig wordt er echter van uitgegaan dat het meer om een geleidelijke culturele invloed ging. Er zijn veel legenden over de Kelten en de Ieren zijn nog steeds trots op hun Keltische oorsprong. De Kelten spraken een Indo-Europese taal, de basis voor het Oudiers waaruit het Iers of Gaelisch is voortgekomen. 

 

De Kelten leefden volgens het clansysteem in tuatha wat kleine koninkrijkjes zijn. Deze volken sloten zich rond het begin van onze jaartelling in los-vaste verbanden aaneen. Het Keltische volk was verdeeld in drie klassen: de áes dána (o.a. druïden, muzikanten, priesters en dichters), de vrijen en de onvrijen of slaven. waren nog hogere koningen, maar er was nimmer sprake van één koning over heel Ierland. De Keltische samenleving kende geen schrift maar had wel een hoog aangeschreven vertelcultuur. De Romeinen lieten de Kelten met rust waardoor de Keltische cultuur tot grote bloei kon komen.


de gouden tijd (400 - 795)


De val van het Romeinse rijk, vanaf de derde na Chr., leidde tot een periode die ook wel de “gouden tijd” genoemd werd. In 432 kwam St. Patrick naar Ierland en bekeerde binnen enkele tientallen jaren heel Ierland. St. Patrick en zijn volgelingen stichtten overal kerken en kloosters en introduceerden bovendien het Latijnse alfabet. De macht verschoof van de kerk naar de monniken. Later werd hij bisschop van Ierland en zou van het vele zendingswerk wat hij deed uitgroeien tot de nationale heilige van het land. Door de problemen op het vasteland van Europa (o.a. de Volksverhuizing) was het relatief rustig in Ierland. Vele geleerden en kloosterordes vluchtten naar Ierland waardoor kunsten en wetenschap opbloeiden. In de 5e eeuw werden de eerste Ierse documenten geschreven door St. Patrick. De kunst van het schrijven en het illustreren bereikte een zeer hoog niveau. Tegen het einde van de 8e eeuw was Ierland verenigd in taal, cultuur, religie en wetten. Toch was het land nog steeds verdeeld in vele kleine koninkrijken. Tijdens het Gouden Tijdperk waren er weinig conflicten tussen de verschillende koninkrijkjes. Er was een machtsevenwicht. Niet één van de machthebbers was in staat heel Ierland te overheersen of te verdedigen.


de vikingen en de engelsen


Aan de Golden Age kwam een einde door de invallen van de Vikingen vanaf het jaar 795. Vooral de kloosters werden geplunderd. Langs de kust werden door de Vikingen handelsposten gevestigd. Ze waren de stichters van de eerste steden in Ierland zoals Waterford en Cork. Begonnen als handelshavens, kregen ze al gauw een grote invloed op de Ierse economie. Handel werd steeds belangrijker en voor het eerst werd er geld gebruikt in Ierland. Dublin werd de rijkste stad van de Vikingen en een belangrijk handelscentrum. In 870 maakte Olaf de Witte, een Noorse legerleider, van Dublin de hoofdstad van zijn kolonie. De kloosterlingen voelden zich bedreigd door deze Vikingen en bouwden bij de kloosters hoge torens met een ingang die ver boven de grond lag. De torens werden gebruikt als klokkentoren en als uitkijkpost. Na verloop van tijd vermengden de Vikingen zich met de Ierse bevolking en waren ze even Iers als de Kelten. Verschillende koningen (Iers en Keltisch) heersten over verschillende rijkjes tot er een machtiger werd als de rest. Deze versloeg in 1014 voorgoed de Vikingen bij Clontarf.  

 

Hierna versnipperde het land en viel ten prooi aan onderlinge twisten. Één van die afgezette koningen riep de hulp in van de Engelse paus die het oppergezag in Ierland over gaf aan Koning Hendrik II van Engeland. In 1169 landde deze met Normandische, Vlaamse en Welshe troepen in Wexford en wist al snel zijn koninkrijk te heroveren. Met hulp van Richard de Clare, graaf van Pembroke, veroverde hij ook Dublin en Waterford. De Ieren verzetten zich uiteraard hevig tegen de bezetters en het lukte de Anglo-Normandiërs niet om de Ieren echt te onderwerpen. Integendeel, de Anglo-Normandiërs gingen min of meer op in de Ierse bevolking en namen gebruiken en taal over. Een grote verandering ving aan met de breuk van Hendrik VIII met de katholieke kerk. Hendrik stelde zichzelf aan het hoofd van de eigen anglicaanse kerk, die hij natuurlijk ook in Ierland wilde invoeren. De Ieren weigerden echter en bleven katholiek, zelfs toen Hendrik kloosters sloot en het priesterschap verbood. Na de verloren opstand van 1534 werd Ierland in 1540 verdeeld in 32 graafschappen, een indeling die nog steeds bestaat.


koninkrijk ierland (1541 - 1801)


De heerlijkheid Ierland bleef bestaan tot 1541, toen Ierland het Koninkrijk Ierland werd, een staat in personele unie met Engeland. Koning Hendrik VIII had zich in 1534 van de Rooms-katholieke kerk afgescheiden en de Keltische orde ging langzaam ten onder. In de eeuw die daarop volgde herstelden de Engelse koningen geleidelijk hun gezag over heel Ierland (die ze tijdens de Rozenoorlogen grotendeels hadden kwijtgeraakt), door middel van zowel geweld als grootschalige kolonisatie door Engelse immigranten. De Katholieke kerk ging ondergronds. Tot 1782 had het parlement weinig te zeggen, en Rooms-katholieken mochten geen parlementslid worden. Bijna alle macht in Ierland lag in handen van de gouverneur en zijn tweede man, die beiden altijd van Engelse of Britse adel waren. Ulster (Noord-Ierland) bood de meeste weerstand tegen de politiek van Elisabeth I. Een drie jaar durende opstand volgde, maar ging verloren. Gevolg was dat veel Ierse leiders vluchtten naar het Europese vasteland, de “Flight of the Earls”. De zes noordelijke graafschappen kwamen in bezit van Schotse en Engelse protestanten, tot grote woede van de veelal arme katholieke Ieren. Hier begon in feite de tweedeling van Noord-Ierland die tot op de dag van vandaag voor vele problemen gezorgd heeft. 

 

In 1641 kwamen de Ieren weer in opstand tegen de Engelsen die door Oliver Cromwell bloedig werd neergeslagen. Tienduizenden Ieren vonden de dood. Tussen 1695 en 1705 werden de “Penal Laws” ingevoerd, die de katholieke Ieren bijna al hun rechten ontnam. Als reactie hierop emigreerden vele Ieren naar de Verenigde Staten. De idealen van de Franse Revolutie in 1789 leidde wederom tot bloedige conflicten tussen de Katholieke Ieren en de kleine groep Protestantse Engelsen.


de grote hongersnood


Na de opstand van 1798 besloot de Britse regering om Ierland bij het Verenigd Koninkrijk te voegen, om zo de Ierse bevolking eerlijkere vertegenwoordiging in de regering te geven en verdere onrust te voorkomen. Desalniettemin leefde de meerderheid van de massa; de Katholieken Ieren in grote armoede. Een middenklassen bestond niet. De bevolking van Ierland was in de eerste jaren van de 19e eeuw explosief gegroeid. Het land was grotendeels eigendom van protestantse edelen, die vaak zelf in Engeland woonden. Hun voornaamste belang was een zo groot mogelijke opbrengst. Dat leidde tot een toename van de graanteelt, voornamelijk voor export naar Engeland. Tussen 1845 en 1847 leed Ierland honger door drie opeenvolgende mislukte aardappeloogsten (“Great Famine”). Anderhalf miljoen Ieren stierven van honger of door epidemieën. Eveneens anderhalf miljoen Ieren emigreerden naar met name de Verenigde Staten en Australië in de zo genoemde “coffin” schepen (omdat zoveel mensen overleden tijdens de overtocht). De Engelse regering bood nauwelijks hulp, integendeel: de export van graan, vlees en zuivel naar Engeland ging gewoon door. De hongersnood was een extra impuls voor het streven naar een gelijkere verdeling van het land. Voor veel Ieren was het 'landvraagstuk' van veel meer belang dan zelfbestuur of onafhankelijkheid. In 1872 kregen de Ierse pachters door de invoering van geheime verkiezingen iets meer rechten. Ze vonden dat echter niet genoeg en richtten de “Land League” op. Overal werd actie gevoerd en dit leidde uiteindelijk tot het afschaffen van het pachtsysteem. Pogingen om zelfbestuur te krijgen, “Home Rule” genaamd, strandden vooralsnog.


de paasopstand


Het gebrek aan politiek perspectief leidde tot een opbloei van de eigen cultuur. Schrijvers zoeken hun heil in de oude Keltische mystiek. Door het hele land werden nationale scholen opgericht waar Iers een verplicht vak werd. Op sportgebied werd extra aandacht besteed aan 'klassieke' Ierse sporten als “Gaelic” voetbal en “hurling”. Dit nieuwe nationalisme zorgde ook voor een opleving van de radicale stroming in de politiek. “Sinn Féin” (“wijzelf”) werd in deze periode opgericht, maar was oorspronkelijk nog geen republikeinse partij. Ook andere nationalistische partijen werden opgericht. In 1912 wordt een wet aangenomen waarbij heel Ierland zelfbestuur krijgt. Die wet leidt tot groot verzet in de provincie Ulster, verzet dat overigens van harte ondersteund wordt door de Conservatieve Partij. In het vooruitzicht van de naderende wereldoorlog durft de Liberale Partij de protestanten in Ulster niet voor het blok te zetten. De Ierse partij moet lijdzaam toezien hoe gepraat wordt over een aparte regeling voor het noorden van het eiland. 

 

De Noord-Ierse Oranjemannen zagen het Ierse nationalisme met lede ogen aan en richtten zelfs een eigen leger op, de “Ulster Volunteers”. Er leek een burgeroorlog uit te gaan breken toen de nationalisten ook een eigen leger oprichtten, de “Irish Volunteers”. Door het uitbreken van WWI veranderde echter alles. Honderdduizenden Ieren vochten mee aan geallieerde zijde en dachten hierdoor recht op zelfbestuur te kunnen claimen, als een soort beloning. De “Irish Republican Brotherhood” zag echter juist in de Britse zwakte een gelegenheid om zelfbestuur te bewerkstelligen. Op 24 april 1916, Paasmaandag, gaan de beide Revolutionaire groepen over tot de bezetting van een aantal belangrijke panden in Dublin. Zij vestigen hun hoofdkwartier in het Hoofdpostkantoor (GPO) aan O'Connell Street. De proclamatie waarbij de Republiek Ierland wordt uitgeroepen wordt voorgelezen. Algemeen wordt aangenomen dat de leiders zelf wisten dat hun actie in militair opzicht kansloos was. De opstand was na zes dagen voorbij. Waarschijnlijk gokten de leiders er op dat hun actie voldoende zou losmaken om op korte termijn toch tot het gewenste doel te komen. De Engelsen stuurden een klein legertje en executeerde veertien opstandelingenleiders. “Éamon de Valera”, “Sinn Féin”-voorman, bleef in leven doordat hij een Amerikaans paspoort had. Dit heeft zeker bijgedragen, kunnen we achteraf stellen dat de opstand postuum heeft bereikt wat de Ierse nationalistische groeperingen voor ogen hadden.



de grote verdeling


De parlementsverkiezingen van 1917 werden verreweg gewonnen door Sinn Féin. De gekozenen namen hun zetel in Westminster, London echter niet in, maar vormden hun eigen parlement in Dublin. O.l.v. “De Valera” ondertekende men alsnog de onafhankelijkheidsverklaring van de Paasopstand. In het voorjaar van 1918 werd de situatie ernstig – de Engelsen wilden dat de Ieren dienst zouden nemen om in Frankrijk en België voor de democratie te vechten tegen de Duitsers. Steeds vaker werden er aanslagen gepleegd op Britse doelen en in 1919 werd de IRA opgericht, de onofficiële paramilitaire tak van “Sein Feinn”. De Britten reageerden daarop met vergeldingsacties door het inzetten van troepen: de beruchte “Black and Tans”. Ook werden vele Sein Feinn leiders opgepakt. De gewelddadigheden bereikten een hoogtepunt met “The Burning of Cork”. In Ierland zelf staat deze periode bekend als de “Ierse onafhankelijkheidsoorlog”. 

 

In 1920 nam het Britse parlement een wet aan waarbij het eiland in tweeën werd gedeeld. Het noorden kreeg eigen zelfbestuur en behield een nauwe band met Londen. In het zuiden kwam een eigen parlement in Dublin, waarbij Zuid-Ierland een status zou krijgen vergelijkbaar met Canada en Australië. De verdeling van het eiland was voor veel Ieren onacceptabel. Ook de status, waarbij een band bleef bestaan met Londen, ging velen niet ver genoeg. De wet werd daarom niet geaccepteerd en de onrust groeide uit tot een ware onafhankelijkheidsstrijd. In het voorjaar van 1921 brak bij een aantal kopstukken van Sinn Féin het besef door dat langs militaire weg hun doel niet bereikt zou worden. Dat leidde tot vredesbesprekingen die in december resulteerden in een verdrag. Door dat verdrag werd het zuiden de facto onafhankelijk, de Vrijstaat, hoewel er in naam een band met Londen bleef bestaan. Het verdrag betekende echter ook dat het zuiden akkoord ging met de creatie van een protestantse staat Noord-Ierland waarin de grote katholieke minderheid bewust tot tweederangs burgers werd gemaakt. De burgeroorlog die uit deze onenigheid voortvloeide eiste in totaal mogelijk meer levens dan de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog die een jaar eerder was beëindigd en zorgde voor tientallen jaren van verbittering binnen de Ierse samenleving. Nog steeds vormen de twee belangrijkste Ierse politieke partijen - Fianna Fáil en Fine Gael - een soort afspiegeling van de twee partijen die tijdens de Ierse burgeroorlog van 1922-23 tegenover elkaar stonden.


de Ierse vrijstaat


Het verdrag over de tweedeling veroorzaakte een splitsing binnen de IRA. De Republicans of Irregulars onder leiding van De Valera gingen niet akkoord. Het leidde tot een bloedige burgeroorlog die in 1923 gewonnen werd door de voorstanders van het verdrag. Eén van de voornaamste slachtoffers was Michael Collins een veteraan van de Paasopstand. In 1926 richtte De Valera een nieuwe partij op, de Fianna Faíl. Deze partij won de verkiezingen van 1932 en De Valera werd premier. Fianna Fáil is sindsdien altijd de grootste politieke kracht in de Vrijstaat, en later de Republiek geweest. Partijleider De Valera zou van 1932 tot 1948 onafgebroken de functie van Taoiseach vervullen. Het Verenigd Koninkrijk verkeerde in 1934 na het aftreden van Edward VIII in een staatsrechtelijke crisis. De Valera en het parlement namen een nieuwe wet aan waardoor de Britse koning als staatshoofd werd afgezet. Nadat in 1937 een nieuwe grondwet werd aangenomen beschouwde Ierland zich zelf niet langer als deel van het Gemenebest. In 1938 werd Douglas Hyde gekozen tot de eerste president. Tijdens WWII bleef Ierland officieel neutraal, alhoewel De Valera en ook de IRA enige pro-Duitse (en dus anti-Engelse) sentimenten niet ontzegd konden worden.

Ierland in WW2:  

De Ierse neutraliteit was noodzakelijk omdat een groot deel van de Ierse bevolking enerzijds zo weinig mogelijk met Groot-Brittannië te maken wilde hebben en anderzijds grote bewondering koesterde voor Duitsland, dat tijdens de Paasopstand van 1916 tevergeefs had geprobeerd Ierland materieel te ondersteunen. In puur geografisch opzicht bood het feit dat de Ierse regering zich neutraal opstelde de geallieerden meer voordelen dan nazi-Duitsland. Zo konden Britse dienstplichtigen die boven Ierland waren neergestort vaak terugkeren naar Engeland en werden vaak in Ierland gelande vliegtuigen van de geallieerden in principe gewoon worden opgehaald. Tussen de Britse en de Ierse informatiediensten vond daarnaast veel uitwisseling van gegevens plaats, bijvoorbeeld over het weer boven de Atlantische Oceaan en de aanwezigheid van Duitse U-boten.

 

Aanval op Ierland

In 1939 en 1940 deed Duitsland twee vergeefse pogingen Groot-Brittannië via Ierland te infiltreren. Deze infiltratiepogingen bekend zijn geworden als operatie “Lobster” en “Seagull”. Daarnaast probeerde de Abwehr tussen 1939 en 1943 door het leggen van banden met de IRA informatie over de oorlog in te winnen, maar de IRA bleek hiervoor geen bruikbare bron. In militair opzicht was Ierland ten tijde van het uitbreken van WWII een zwakke staat. Dit was vooral een gevolg van het feit dat het Ierse Ministerie van Defensie zich rond 1930 onder Britse bescherming waande en dus zeer weinig in het leger had geïnvesteerd. Na de Noorse Campagne van 1940 en de door de Duitsers gewonnen Slag om Frankrijk was men met name in Groot-Brittannië bevreesd dat Duitsland ook Ierland zou binnenvallen. Met de IRA als vijfde colonne zou de Duitse bezetting van Ierland wellicht snel een feit zijn. Om dit te voorkomen werden er Britse troepen en schepen in Ierland gestationeerd. Ook werd er weinig militair materieel meer uit Groot-Brittannië naar Ierland geëxporteerd, uit vrees dat dit op den duur in verkeerde handen zou belanden.

 

In juni 1940 besloot Winston Churchill dat er in geen geval militaire actie tegen Ierland mocht worden ondernomen. Er werd gesproken tussen de Ieren en Britten over eventuele unificatie van Noord- en Zuid op voorwaarde dat Ierland zou meevechten met de Geallieerden. De Valera sloeg deze concessie af, evenals een alternatief voorstel alleen het Britse leger gebruik te laten maken van de Ierse havens en legerbasis. Mogelijk deed hij dit uit angst voor de grote verdeeldheid die dit binnen Ierland zou veroorzaken. Daarnaast verkeerde de Ierse regering op dat moment nog in de veronderstelling dat Groot-Brittannië op den duur door Duitsland zou worden verslagen, terwijl men Ierland zelf militair sterk genoeg achtte om een eventuele Duitse invasie het hoofd te bieden.

 

Duitse bombardementen

In januari 1941 waren bij kleine Duitse bombardementen op Iers grondgebied al enkele doden gevallen, waarna men in Ierland bevreesd raakte voor een Duitse invasie. Op 7 april 1941 bombardeerde de Luftwaffe scheepswerven van Harland and Wolff in Belfast, omdat deze door voor Britse militaire doeleinden werden gebruikt. Hierbij vielen acht doden. Op 15 april vond vervolgens de zogenaamde Belfast blitz plaats, terwijl slechts één squadron van de Royal Air Force de stad kon verdedigen. Bij deze aanval vielen meer dan 1000 doden en er werden 56.000 woningen verwoest, met als gevolg 100.000 daklozen. Op 4 mei vond er nog een kleinere Duitse aanval op Ierse dokken en scheepswerven plaats. In de nacht van 30 op 31 mei 1941 werd Dublin door de Duitsers gebombardeerd, waarbij achtendertig doden vielen en zeventig huizen werden verwoest. De Duitse regering beweerde nadien dat dit bombardement een fout als gevolg van een verkeerde windrichting was geweest, of van het feit dat de navigatiesignalen door de Britten waren gemanipuleerd.

 

Fall Grun 2:

In 1941 ontdekte de Ierse politie Operatie Fall Grün 2. Men stuurde kopieën van het plan naar de Security Service in Londen. De Duitse invasieplannen (Fall Grün 2) waren hoofdzakelijk bedoeld als afleidingsmanoeuvre om de geplande Duitse invasie van Groot-Brittannië (operatie Seelöwe) gemakkelijker te maken. Beide acties werden mettertijd op de lange baan geschoven, hoewel Operatie Fall Grün 2 in 1942 in een nieuwe vorm werd gegoten. Dit gebeurde omdat zowel de Duitse militaire staf als de Ierse regering vreesden voor een Amerikaanse invasie van Ierland, nadat de VS eerst grote hoeveelheden materieel en soldaten naar IJsland en Groenland hadden gestuurd. Voor het geval Operatie Fall Grün 2 daadwerkelijk zou worden uitgevoerd, had Groot-Brittannië als een tegenreactie klaarstaan. Volgens dit plan zouden Britse troepen - naar eigen zeggen alleen met uitdrukkelijke instemming van de Ierse regering - in samenwerking met het Ierse leger een buffer tegen de Duitse opmars vormen. Pas toen in het midden van 1941 Operatie Barbarossa begon werden de Brits-Ierse betrekkingen weer beter. Vanaf toen emigreerden veel Ieren naar Groot-Brittannië, om daar in de oorlogsindustrie te gaan werken.

 

Zowel voor, tijdens als na WWII verzette de Ierse regering onder De Valera zich op aandringen van het Ierse Departement van Justitie fel tegen het toelaten van Joodse vluchtelingen. Iets wat altijd zwaar heeft gedrukt op de Ierse samenleving.


ierland - de Ierse republiek


In 1948 werd de regering van De Valera afgelost door een coalitie waarvan Fine Gael de grootste partij was. Deze regering riep in 1949 Ierland tot republiek uit en verliet zo het Britse Gemenebest. Met het aantreden van premier Seán Lemass ging het economisch gezien weer de goede kant op. Buitenlandse bedrijven werden binnengehaald via gunstige vestigingsbepalingen en lage belastingtarieven. Ierland kreeg nog wel te maken eind jaren 60 met de probleemperiode "the Troubles". De landbouw profiteerde met name van de toetreding in 1973 tot de Europese Unie. Door de crisis in de jaren tachtig steeg de werkloosheid weer snel (tot bijna een vijfde van de beroepsbevolking), en verlieten 300.000 mensen het land. Aan het eind van de jaren 1980 en in de jaren 1990 kende het land een sterke economische opleving, die onder andere te danken was aan economische hervormingen, investeringen van de EG en het einde van de problemen in Noord-Ierland. Het fenomeen kreeg de naam Keltische tijger. In de kwestie Noord-Ierland werd in 1998 een vredesakkoord getekend tussen Ierland, Noord-Ierland en Groot-Brittannië. Een van de bepalingen was dat de aanspraken op het grondgebied van Noord-Ierland uit de grondwet zouden worden geschrapt. Als gevolg van de economische opleving kende het land van 1991 tot 2006 een totale bevolkingsgroei van ca. 700.000 (17%), voornamelijk door immigratie vanuit (Oost)-Europa en Azië. Tegelijkertijd stegen de huizenprijzen met een factor vier tot tien.



de 20ste eeuw


In de zomer van 2004, na de grootste verkiezingsnederlaag sinds decennia bij de lokale verkiezingen en de voor Fianna Fail zo teleurstellend verlopen verkiezingen voor het Europees Parlement, werd duidelijk dat een beleidsinhoudelijke koerswijziging, tezamen met een verandering van de ministerploeg onvermijdelijk was om het vertrouwen van de kiezers terug te winnen. In oktober 2004 zouden er nieuwe presidentsverkiezingen plaatsvinden, maar omdat de populaire zittende president Mary McAleese de enige kandidaat was, kwam het niet tot een stemming. In 2008 spreekt Ierland zich in een referendum uit tegen een nieuw Europees verdrag. In oktober 2008 is Ierland het eerste land in West-Europa dat in recessie gaat en in februari 2009 protesteren meer dan 100.000 Ieren tegen de manier waar op de regering de economische crisis bestrijdt. Op 11 november 2011 wordt Michael Higging de nieuwe president van Ierland. Eind 2012 staat Ierland economische gezien weer op eigen benen en heeft geen EU steun meer nodig al is de groei broos. In 2013 wordt ondanks protesten het “verzoeningsproces” voortgezet tussen Katholieken en Protestanten. De Britse vlag wappert niet het hele jaar meer door in het stadhuis in Belfast. Ook beslissen de leiders van Noord-Ierland dat de zogenaamde “vredeslijnen” (de muren) moeten verdwijnen.  

 

In september 2015 stortte de toch al moeizame samenwerking in de coalitieregering van Noord-Ierland in elkaar toen een moord gepleegd bleek te zijn door een lid van het Ierse Republikeins Leger. Twee maanden later wordt de ruzie bijgelegd tussen de leiders van de anti-Britse republikeinen en die van de pro-Britse unionisten voor de gezamenlijke regioregering. Cameron trekt meer dan 700 miljoen euro uit voor o.a het verwijderen van hoge muren. In Mei 2016 wordt Enda Kenny toch herkozen als premier van Ierland. Daarmee is een eind gekomen aan de politieke impasse die tien weken heeft geduurd.  Zijn grootste rivaal verzet zich niet langer tegen de vorming van een minderheidsregering met gedoogsteun van onafhankelijke parlementsleden.  De centrumrechtse partij van Kenny, Fine Gael, leed eind februari een zware verkiezingsnederlaag, maar bleef aan de macht door een pact te sluiten met negen onafhankelijke afgevaardigden. De oppositie van Fianna Fail heeft nu besloten zich tot eind 2018 te onthouden van stemming bij belangrijke zaken.


actueel:


Maart 2017: McGuiiness overleden:

Terwijl in Januari van dit jaar McGuinness opstapte na een energieschandaal en ruzie met premier Arlene Foster op als leider van “Sinn Fein” zou deze in Maart komen te overlijden. Hij had al aangegeven zich, vanwege gezondheidsproblemen, niet meer herkiesbaar te stellen. De veertigjarige O'Neill volgt de wijlen veteraan politicus en ex-terrorist Martin McGuinness op die eerder, in het begin van het jaar, opstapte als vicepremier van dit Britse deel van Ierland. McGuiness was de oud-commandant van de IRA en leider van de nationalistische Noord-Ierse partij Sinn Féin, Daarna was hij tien jaar lang werkzaam als vicepremier van Noord-Ierland. Hij werkte in 1998 mee aan het Goede Vrijdagakkoord, dat de vrede tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië moest bezegelen. Volgens de BBC leed hij aan een zeldzame hartaandoening. De oud-politicus werd 66 jaar.


zie ook: