Invasie Tibet (1951)

Achtergrondinformatie - China


inleiding - tibet en china


Een van de eerste contacten tussen beide gebeurde in de 7e eeuw tijdens de Tang-dynastie (618-907) toen koning Songtsen Gampo Tibet verenigde en hij een Chinese prinses als bruid kreeg. In de periode 1279-1368 vielen zowel China als Tibet onder de Mongoolse Yuan-dynastie.

 

Hierop volgde de Chinese Ming-dynastie tot 1644 waar Tibet onderdeel van uitmaakte. Pas tijdens de Qing-dynastie (1644-1912) ondernam het keizerlijke hof in Peking actie om formele controle over Tibet te bemachtigen.

 

Het Tibet-beleid versterkte de banden met tussen China zelf en Tibet aanzienlijk, waardoor ook de Chinese overtuiging groeide dat Tibet een deel van China was. Aan het begin van de 19e eeuw verzwakte de macht van de Qing en namen de Westerse invallen in China toe. De invloed van de ambans nam geleidelijk af en Tibet werd steeds autonomer. Aan het eind van deze eeuw was de Chinese heerschappij in China niets meer dan een symbool.

 

In 1911 werd de laatste Chinese keizer van de troon gestoten tijdens de Xinhai-revolutie en werd de Republiek China uitgeroepen. Direct hierna verklaarden Buiten-Mongolië en Tibet zich onafhankelijk middels het Verdrag van Urga en werd Tannu Tuva geannexeerd door Rusland. Vanaf dit moment tot aan de Chinese invasie in Tibet in 1951 was Tibet geheel onafhankelijk.

 

De 13e dalai lama Thubten Gyatso wees het voorstel van China af om erkend te worden als enkel religieus leider van Tibet. De Britten probeerden tot een vergelijk te komen tijdens de Simla-conventie in 1914, maar de Chinezen wilden geen verdrag tekenen dat hen niet erkende als heersers in Tibet.


chinese claim


Decennia lang gebeurde er niets ook omdat China in grofweg twee kampen was verdeeld. Een daarvan was het kapitalistische nationale denken o.l.v. Chaing Ka-Shek terwijl begin twintigste eeuw een nieuwe stroming was ontstaan – het communisme, socialisme ofwel het Maoïsme. Deze beweging groot geworden onder charismatisch leider Mao Zedong begon steeds groter en invloedrijker te worden onder vooral arme boeren.

 

Tijdens WWII werd de ontstane burgeroorlog tussen deze twee tijdelijk onderbroken om samen de Japanners te verslaan die grote delen van Oost-China hadden veroverd. Onderwijl werkte Mao verder om z’n macht te vergroten en z’n beweging China te laten overnemen. De burgeroorlog continueerde nadat de Japanners hadden gecapituleerd en in 1949 liet Mao de Volksrepubliek China uitroepen.

 

Een jaar later in 1950 waren alle kapitalisten naar Taiwan vertrokken en had Mao z’n handen vrij om z’n land verder op orde te brengen.

 

Tibet was al jaren een doorn in het oog omdat zoals hij verklaarde; de Tibetaanse regering zou sinds de oprichting in 1913 zich onwelwillig hebben opgesteld tegen elk moderniseringsvoorstel dat de Chinezen hadden aangeboden. Ook zou een groot deel van de Tibetaanse bevolking nog steeds als lijfeigene werken t.b.v. kloosters en aristocraten in het land. Mao was van mening dat een militaire ingreep volledig gegrond was met het oog op on-etnische gelijkheid in Tibet.


>> Lees ook bestemming Lhasa, hoofdstad van Tibet



de daadwerkelijke invasie


Op 7 Oktober 1950 trokken Chinese troepen de Tibetaanse grens over in Oost-Tibet binnen ter hoogte van Chamdo. Hierbij gaven 5000 Tibetaanse soldaten zich over. Het Chinese leger trok verder op tot op 200 km oostelijk van Lhasa. Van deze lijn claimde China dat het de pure grens met Tibet was.

 

Terwijl het Chinese leger met 40.000 manschappen een overweldigende meerderheid vormde, gingen de Chinezen ook met een charmeoffensief te werk om de Tibetaanse bevolking en de wereldopinie gunstig te stemmen.

 

Nadat de wapens van gevangengenomen soldaten in beslag waren genomen, gaven de Chinezen de Tibetaanse soldaten bijvoorbeeld lezingen over socialisme en kregen de Tibetaanse soldaten bij hun vrijlating een kleine som geld mee voor de terugkeer naar huis.

 

De bevolking werd in het begin goed behandeld, er werden wegen gebouwd en de lokale bewoners werden ingehuurd als werkkrachten.

 

Het Chinese leger liet enkele gevangenen vrij om in naam van het Chinese leger te onderhandelen met dalai lama “Tenzin Gyatso”. Het leger beloofde dat wanneer Tibet zogenoemd vredig bevrijd zou worden, de Tibetaanse elite haar privileges en macht zou behouden. Een aantal voorname vrijgelaten gevangenen legden getuigenissen af dat ze goed behandeld werden door het Chinese leger.

 

Omdat het leger de opmars had gestopt en vroeg om vreedzame onderhandelingen zonder bezetting van de hoofdstad Lhasa, werd de Tibetaanse kwestie unaniem van de agenda van de VN geschrapt. Hierbij dient te worden aangetekend, dat Tibet in de luttele jaren na oprichting van de VN in 1944 verzuimd had om lid te worden van de volkerenorganisatie.

 

Door de combinatie van Chinese militaire druk, positieve rapporten over de behandeling van de bevolking en vrijgelaten gevangenen alsmede vanwege het gebrek aan internationale steun werden de Tibetaanse vertegenwoordigers voor het blok gezet en stemden zij in met onderhandelingen met het Chinese leger.


het 17-punten akkoord


Zeven maanden na de daadwerkelijke invasie, op 23 mei 1951 tekenden de vertegenwoordigers van de regering van Tibet het 17 puntenakkoord in Peking en werd de Chinese soevereiniteit over Tibet geratificeerd.

 

Het akkoord werd enkele maanden later in Lhasa bekrachtigd. Punt 15 van het akkoord stelt dat de Chinese regering een militaire en bestuurlijke commissie zou opzetten, evenals een militair hoofdkwartier in Tibet.

 

De troepen konden daarna Lhasa geweldloos binnentrekken. Op 9 September trokken zo’n 20.000 Chinese troepen Lhasa binnen. Het was het  begin van Peking’s campagne om Tibet te integreren in de Volksrepubliek China en de leider van Tibet te doen afscheiden van z’n moederland en volk. Deze laatste zou als balling naar (Noord) India trekken.

 

Er waren zeker lijfeigenen in Tibet maar in het grootste gedeelte van het land was dat niet het geval aangezien daar nomaden woonden die hun eigen land verbouwden. In 1959, 1961 en 1965 zou de VN resoluties aannemen waarin China werd veroordeeld voor “schendingen van de fundamentele mensenrechten van het Tibetaanse volk”.


>> Lees meer informatie over de persoon de Dalai Lama


latere veroordelingen


De Tibetaanse regering in ballingschap bracht in 1996 een artikel uit dat stelt dat "het verdrag onder druk was opgelegd, dat het op geen moment op een deugdelijke manier was aangegaan en dat het was verworpen door de Tibetanen."

 

Het Duitse Bondsparlement hield zittingen over Tibet op 19 juni 1995 en nam een resolutie aan op 20 juni 1996 waarin het stelt dat het "diep ongerust is dat de onafhankelijke identiteit wordt bedreigd door de vernietiging sinds het ruwe Chinese gewapende optreden in 1950" en dat China de Tibetanen had beroofd van zelfbeschikking.

 

Op 26 maart 2008 nam het Europees Parlement een resolutie aan waarin de repressie in Tibet door de Chinese veiligheidsdiensten werd veroordeeld.



film


"Seven Years in Tibet" - (1997; 6,8)

Heinrich Harrer is een Oostenrijker met Nazisympathieën die in 1939 besluit twee Himalaya-bergen te beklimmen. Door een serie van gebeurtenissen worden hij en medeklimmer Peter Aufschnaiter de enige twee buitenlanders in de Tibetaanse heilige stad Lhasa. Daar neemt Heinrichs leven een drastische wending.



zie ook: