GESCHIEDENIS - China


prehistorie


Al in de vorige eeuw zijn fossielen en tekeningen gevonden die de oudheid van China aangeeft. Zo zijn er bijvoorbeeld de drie gevonden fossiele tanden die volgens geleerden worden gedateerd tussen 2,15 en 1,95 miljoen jaar. De mogelijkheid dat oost-Azië of China naast Afrika een eigen rol gespeeld heeft bij het ontstaan of de evolutie van de mensheid wordt in Chinese publicaties vanuit overheidswege benadrukt. Er zijn talloze fossielen gevonden maar gezien het feit dat schriftelijke geschiedschrijving ontbreekt moet men uitgaan van legenden en mythische overleveringen. In de oudheid begon elke Chinese dynastie met een nieuwe geschiedenis waardoor vele feiten niet meer te achterhalen of verdraaid zijn. Het is ook onduidelijk wanneer de echte geschiedenis van China begon.


Zhou-dynastie (ca. 1050 - 221 v.Chr)


De Zhou-dynastie volgde de Shang-dynastie op en hield langer stand dan elke andere dynastie in de geschiedenis van China. Deze dynastie werd opgericht door de familie Ji en had haar hoofdstad in Hao (dichtbij de huidige stad Xi'an). De vroege Zhou-dynastie deelde de taal en de cultuur van Shang (Yin), maar breidde zich tegelijkertijd uit door verovering en kolonisatie. Tijdens de Zhou-periode ontstaat als vorm van het Chinese traditionele karakterschrift het groot zegelschrift. Uitingen hiervan worden teruggevonden op bronzen schalen en vaatwerk.

 

In 770 v.Chr. werd de hoofdstad verwoest door barbaren uit het westen. De Zhou-koning Ping verplaatste de hoofdstad oostwaarts naar Luoyi (het huidige Luoyang) in veiliger gebied. In de historiografie wordt dit het einde van de Westelijke Zhou-dynastie en het begin van de Oostelijke Zhou-dynastie genoemd (deze werd geleid door koning Fuzi die wij kennen als “Conficius”). In deze periode kwam duidelijk naar voren dat de koninklijke familie voortaan geen macht meer had, want de leenmannen gingen hun eigen gang. De leenmannen werden krijgsheren en voerden onderling vaak oorlog en stichtten hun eigen staatjes. In 403 v.Chr. valt de sterke staat Jin uiteen in drie staten. Dit wordt gezien als het begin van de Periode van de Strijdende Staten. Rond 318 v.Chr. ontstond het rijk van het Xiong Nu-volk. Zij vielen China vaak lastig door de Zijderoute te blokkeren. In de 4e en 3e eeuw kwam de staat Qin op, die de ene na de andere onderwierp. Het gebied van Zhou (het 'Koninklijk Gebied') was niet heilig; in 256 v.Chr. nam Qin de regio in, waarmee de Zhou-dynastie officieel eindigde. In feite waren de Zhou-koningen al lang niet meer belangrijk.


Geschiedenis Tibet I (tot 1904):

In het midden van de 6e eeuw  zijn er veel onderling rivaliserende koninkrijkjes aanwezig in Tibet, die onder gezag stonden van een aantal clanleiders. De overgang van de periode van koningen van “Yarlung” als regionale clanleiders naar die van koningen van het Tibetaanse rijk markeert het begin van het Tibetaanse rijk. In het tweede deel van de zevende en het tweede deel van de achtste eeuw was het Tibetaanse rijk een van de machtigste naties in Centraal-Azië. Het rijk en de dynastie valt in het midden van de negende eeuw en er breekt een eeuwen durende periode van politieke fragmentatie aan. Vanaf 1239 veroverde de Mongoolse leider Godan Khan gedeeltes van Tibet. Het Mongools bestuur over Tibet bestreek globaal de periode van 1250-1360. In deze periode was er sprake van een beperkte regionale autonomie. In de eerste helft van de 15 eeuw vormt zich ene nieuwe religieuze macht; de “gelug” orde. Vanaf de derde opvolger van Tsongkhapa werden die de dalai lama’s genoemd. Vanaf het midden van de 16e eeuw werd de groeiende gelugschool ook een politieke factor, toen ze een bondgenootschap met de Mongoolse leider Altan Khan sloten. 

 

In de eerste helft van de zeventiende eeuw was er een bloedige en langdurige burgeroorlog in Tibet. Door een militaire interventie van een aantal Mongoolse krijgsheren onder wie Güshri Khan kwam de gelug in 1642 toch als overwinnaar uit de strijd. Door deze overwinning worden de Dalai Lama's, te beginnen met Ngawang Lobsang Gyatso (1617–1682) de belangrijkste lama's van het Tibetaans boeddhisme. Het grootste deel van de achttiende en negentiende eeuw werd het land bestuurd door Tibetaanse regenten, vanaf 1724 onder een vorm van supervisie en controle door een en later twee Chinese ambans. In de negentiende eeuw vond er weer een verandering in de politieke situatie plaats. De feitelijke invloed van de Qing-dynastie in Tibet neemt vanaf 1840 en na de Eerste Opiumoorlog sterk af. Tot aan de Britse veldtocht in Tibet in 1903 zou Nepal de dominante van de buitenlandse krachten in Tibet zijn.  


de verschillende dynastieen


In 221 v. C werd China verenigd onder de eerste keizer, Qin Shi Huangdi (wat 'Eerste keizer van de Qin' betekent), die de Qin-dynastie stichtte. I.t.t. Confucius koos Qin voor het zwaard en voerde een waar schrikbewind onder z’n bevolking. Het “Terracotta” leger bij Xian geeft aan hoe fanatiek de eerste Chinese keizer was. Tijdens de Han-dynastie (206 v.Chr.-220 n.Chr.) werd het rijk uitgebreid tot in Korea, Vietnam en Centraal-Azië en werd er een begin gemaakt met de beroemde Chinese muur. De Han Chinezen kwamen veelvuldig in (gewapend) conflict met stammen uit Centraal Azie waar ze contact maakten met handelaren uit de hele wereld die de Chinese zijde verhandelden als ver als Rome. Hierna volgde een periode van verwarring, kortdurende dynastieën volgen elkaar snel op. Er kwam een groffe tweedeling in het noorden en zuiden van China waarbij vooral in het noorden (tijdens de Wei dynastie) de Boeddhistische leer sterk omarmd werd (zie de Dunhang grotten). Een van de rustpunten in deze periode was de Tang-dynastie (618-907). Deze dynastie was een bloeitijd voor China al werd het Boeddhisme een tijdlang verboden. In de 10e eeuw kwam er een einde aan deze succesvolle dynastie; in het zuidwesten vielen Tibetaanse krijgers het rijk binnen terwijl in het zuidoosten (in Yunnan) hetzelfde gebeurde. Toen er vanwege de hoge belastingen ook in het rijk tumult ontstond viel het rijk ineen.

 

Vanaf de 9e eeuw nam de macht van de keizer toe en verplaatste het economisch centrum zich naar het zuiden. Rijst werd verbouwd, er werd gebruik gemaakt van de mijnen en ook werd er zijde gefabriceerd. Thee, buskruit, papier en printtechnologieën werden uitgedacht en Hangzhou werd de nieuwe hoofdstad aan de oostkust. Ondertussen broeide het in het nabij gelegen Mongolië waar een nieuwe leider aan de macht was gekomen.


de mongolen en marco polo


De Mongoolse buren hadden China wel vaker proberen binnen te vallen maar delfden altijd het onderspit. In het jaar 1211 vielen zij opnieuw aan, nu onder hun Djenghis Khan; eerst werd de Chinese Muur gepenetreerd en in 2015 viel Beijing in Mongoolse handen. Hij vocht de mensen van de “Jin” dynastie in het westen, vernietigde de Xia in het westen en zou het ook tegen Rusland opnemen. Kublai Khan, kleinzoon van Djenghis zou het grootste rijk tot dan toe erven; hij werd gekroond tot Chinese keizer van de Mongoolse “Yuan” dynastie. Grenzen tot westerlingen gingen open en het was in die tijd dat ook Marco Polo China zou hebben bezocht (rond 1280). De Khan’s hoofdstad was “Khanbalig” wat op de plek waar het huidige Beijing is gelegen. De Mongolen waren goed in vechten maar minder in economische belangen en politiek en zouden het minder dan een eeuw volhouden in China.

 

In 1405, toen de relaties met Centraal Azie tot een dieptepunt waren gedaald, liet de toenmalige keizer “Yongle” (Ming dynastie) een gigantische vloot bouwen om nieuwe relaties overzee aan te knopen. De Chinezen zouden niet minder dan 7 grote maritieme expedities uitvoeren waarvan sommige beweren dat in 1421 Amerika werd ontdekt (dus lang voor Colombus). In 1439 vielen nieuwe Mongoolse horden het keizerrijk weer binnen en namen de keizer gevangen. De dynastie zou weer in zichzelf keren – de muur werd uitgebreid maar de kust was moeilijker te verdedigen – Europese piraten schuimden langs de gehele oostkust op zoek naar een roofbuit.


europese invloed en de qing dynastie


Het was vanaf 1557 dat Europeanen de wereldzeeën rond China begonnen te ontdekken. De Chinezen handelden met de Portugezen en zij mochten een permanente basis in Macau maken. De Portugezen zouden niet veel later ook Jezuïeten en andere missionarissen sturen waarvan het Chinese hof zeer onder de indruk van waren. Daarnaast werd er direct gehandeld met de Nieuwe wereld waardoor nieuwe gewassen (aardappelen en bijvoorbeeld maïs) maar ook veel zilver het land binnen kwamen. De Ming dynastie zou zichzelf vernietigen; door een mengsel van slechte oogsten waardoor noorderlingen probeerden de Chinese Muur te slechten en demonstraties en rellen intern zou een Manchu (uit het huidige Mantsoerije) keizer op de troon komen wat het begin inluidde van de “Qing” dynastie die duurde van 1644 tot 1911. Tijdens deze dynastie werd er een balans gezocht tussen de verschillende bevolkingsgroepen – Tibetanen, Chinezen, Manchu’s en Mongolen. De “Manchu” look werd ingevoerd – een kaal geschoren voorhoofd en een lange zwarte paardenstaart en vooral de Chinezen werden onderdrukt.

 

In 1751 werd Tibet een Chinese kolonie met regionale autonomie vooral om een bufferzone te vormen tegen het opkomende imperialisme van de Britten en de Russen in dat gebied. Ook de grote zo goed als lege westerse provincie “Xinjiang” werd hiervoor gebruikt terwijl hier vooral moslims woonden. Taiwan sinds de 17e eeuw een Nederlandse kolonie werd al tijdens de Ming dynastie veroverd om een uitvalsbasis te vormen tegen oppositie tegen de Manchu’s. Later werd het even bezet door de Japanners om daarna ook als autonome provincie voor de Manchu’s te dienen. De Chinese bevolking, deels groeiende door de betere nieuwe gewassen, explodeerde en vestigde zich steeds verder in het westen en zuiden van het immense land.


Eerste Chinees-Japanse oorlog (1894-1895):  

Japan was net als Korea voor lange tijd een tribuutstaat geweest van China. In de 19e eeuw was de situatie totaal veranderd; terwijl Japan een steeds moderner en Westerser land werd, bleef Korea een tribuutstaat van China en in beginsel vasthouden aan het traditionele. Door de jaren heen ontstond er in Korea een prowesterse partij die de hulp inriep van Japan. Terwijl de onrust toenam werd er tussen Japan en China een verdrag getekend om de vrede te bewaren; Korea zou onafhankelijk worden. Maar omdat beide grootmachten hun invloed niet wilde laten tanen werden troepen gestuurd. Op 1 Augustus verklaarde Japan China de oorlog.

 

Zo'n 20.000 Chinese troepen en de vloot werden naar Korea gestuurd. De Japanners landen op 12 september 1894 in “Inchon” en vier dagen later was de hoofdstad van huidig Korea in Japanse handen. Daarna werden 5 Chinese slagschepen vernietigd en kreeg Japan controle over de Gele Zee. Op 24 Oktober stak het Japanse grondleger de “Yalu” rivier over richting Mantsjoerije. Ook werd Port Arthur veroverd. Dit betekende dat ruim twee maanden na het begin van de oorlog, Japan zo goed als volledige controle had over Korea. Hoewel de Japanse commandant plannen had verder te trekken richting Peking, werd al snel afgezien van dit plan, om geen interventie van de grote Westerse mogendheden uit te lokken. Op 17 April 1895 werd er een vredesplan door de beide kemphanen getekend waarbij China aanvaardde dat Korea volledige onafhankelijk werd. Ook zou het land Taiwan, de Pescadores en het zuidelijke gedeelte van het “Liatung” schiereiland geven alsmede en tenslotte werden een aantal Chinese havens voor Japan “opengesteld”.

 

De Chinezen begonnen steeds meer in zichzelf te keren wat problemen opleverde met de Britten en Portugezen die handel wilden drijven met het land. Opium was een belangrijk exportproduct wat steeds meer in Europese handen begon te vallen wat een doorn in de ogen van de Chinezen was. De Chinezen wilden de hele handel stoppen wat de Engelsen noopten een sterke vloot te sturen. De keizer was in alle staten maar kon niets beginnen tegen de Engelse kanonnen. Een verdrag zou Hongkong tot 1999 aan Engeland schenken. In het begin van de 20ste eeuw waren de Chinezen de vele missionarissen in hun land beu en rebelleerden. Deze werd onderdrukt door de inmiddels zeer corrupte Qing regering met hulp van z’n Europese helpers die het allang best vonden. Een Frans-Engelse alliantie zou ook Beijing veroveren om betere handelsverdragen af te sluiten (dit wordt ook wel de tweede opium-oorlog genoemd). Het Chinese hof vluchtte en er zou wederom een voor Europa beter handelsverdrag worden afgesloten. De haat van verschillende bevolkingsgroepen in China nam hand over hand toe want het leek erop dat Westerse machten het land in stukken hakte om te verdelen. Japan had inmiddels Korea overgenomen en lag nu ook de hand op Taiwan. En zelfs de Duitsers namen een stuk van China in handen om handel te drijven. De aanleg en financiering van de spoorlijnen zou het lont in het kruit steken. In 1908 de keizerin stierf en werd opgevolgd door haar 2 jarige zoon “Puyi” wat later de laatste keizer van China zou zijn. Want in 1911 werd het keizerrijk uiteindelijk tijdens de Xinhai-Revolutie omver geworpen en werd de Republiek China uitgeroepen.


Geschiedenis Tibet II (1905 - 1965):

De dertiende dalai lama "Thubten Gyatso" regeerde vanaf 1895 over Tibet in het geopolitieke veld met Brits-Indië, Rusland en China, waarbij hij na de Chinese strafexpeditie van 1910 en de val van de Qing-dynastie met de Xinhai-revolutie van 1911, zich uiteindelijk onafhankelijk verklaarde. Eind 1912 verlieten de laatste Mantsjoetroepen Centraal Tibet; in Kham en Amdo bleef het nog lange tijd onrustig. China deed nog verschillende pogingen, maar de Chinese invloed was tot 1950 nihil en Tibet was in deze periode de facto een onafhankelijke theocratie, waarin de dalai lama zowel politiek als geestelijk de hoogste autoriteit was. Thubten Gyatso moderniseerde het leger. Deze uitbreiding van het leger liep echter stuk op het verzet van de monniken uit de grootste kloosters, die de daarmee gepaard gaande belastingverhogingen weigerden te betalen. Ondanks dat verschillende hervormingen slaagden, waren er nog meer die, net als de uitbreiding van Tibets kleine leger, op de conservatieve geestelijkheid schipbreuk liepen. In 1933 overleed de dertiende dalai lama, waarna eerst twee regenten en daarna de veertiende Dalai Lama Tenzin Gyatso vanaf 1950 vanaf vijftienjarige leeftijd regeerden. 

 

Op 7 oktober 1950 trok het Volksbevrijdingsleger Tibet binnen onder het mom van een bevrijding. Afgezanten van de Dalai Lama ondertekenen onder grote druk het controversiële 17 puntenakkoord waarin o.a. al het landbouwgrond wordt gecollectiviseerd. Binnen afzienbare tijd ontstaat gewapend verzet tegen de bezetters; in 1957 ontstaat de verzetsbeweging de Chushi Gangdruk ("Vier Rivieren, Zes Gebieden"), die vanaf dat jaar logistieke steun en wapenzendingen van de CIA ontvangt. Als gevolg van de gevechten ontstond een toenemende stroom vluchtelingen naar Centraal-Tibet. Begin 1958 begon het Chinese leger een offensief tegen de opstandige Khampa's. De Dalai Lama ontsnapt naar India, waar hij politiek asiel aanvraagt. In Tibet werd het Chinese militaire apparaat in korte tijd uitgebouwd tot 160.000 manschappen. De tiende pänchen lama, Chökyi Gyaltsen werd na een kritische toespraak in 1962 in een heropvoedingsprogramma ondergebracht, die in 1977 werd omgezet naar een huisarrest in Peking, waaruit hij in 1982 werd vrijgelaten. In de periode na 1959 werd de nog bestaande sociale ordening van Tibet geheel gewijzigd en getracht die in overeenstemming te brengen met het communistisch systeem. Duizenden monniken worden gedood, kloosters verdwijnen.


de warlords en de tweedeling


Direct hierna verklaarden Buiten-Mongolië en Tibet zich onafhankelijk, Tannu Tuva werd geannexeerd door  Rusland en het leek erop alsof China in kleine  afzonderlijke autonone regio’s uiteenviel. T.t.v. WW1 koos de Republiek China de zijde van de geallieerden en zond duizenden arbeiders naar het front in Frankrijk om te helpen met de aanleg van loopgraven. Japan, dat ook officieel de kant van de geallieerden had gekozen, bezette echter de Duitse concessie te Shantung en trachtte China met zijn "21 eisen" een groot deel van de soevereiniteit af te nemen. In Versailles wees men de Duitse gebieden toe aan Japan. Hierna brak een onrustige tijd aan. Er heerste in de Republiek een anarchie, want er waren verschillende groepen die onafhankelijk over delen van China controleerden. Het land werd beheerst door twee grote groepen – de kapitalisten die een militaire dictatorschap voorstonden (Kwo Min Tang partij) en de communisten die zich verenigd hadden in de CPP (Communistische partij) o.l.v. Mao Zedong. In 1925 kwam er een einde aan deze Warlord-periode, toen de leider van de Nationalistische Kwo Min Tang partij, Chiang Kai-shek, president werd van de Republiek. Hij versloeg in de burgeroorlog de warlords in Noord-China en werd de leider van het herenigde China ook al was in feit maar de helft van het land onder hun directe controle. De rest werd nog steeds door lokale warlords gerund. De hoofdstad werd verplaatst en de vlag van China werd veranderd terwijl de communisten twijfelden over hun strategie – zouden zij vanuit de grote steden gaan opereren of toch vanaf het platteland. Tot 1930 waren de kleine groepen communisten makkelijk te verslaan – na dit jaar zouden zij zichzelf groeperen en overwoog Chiang om ze te vernietigen.

 

In 1931 werd president Chiang Kai-Shek opgevolgd door Lin Sen. In datzelfde jaar viel het Japanse Keizerrijk de Chinese provincie Mantsjoerije binnen en begon in feite de 2e Japans-Chinese oorlog. Er werd daar een marionettenregering opgezet met “Puyi” als staatshoofd. Grote groepen communisten werden in de beginjaren 30 verslagen en werden lange marsen georganiseerd om zichzelf te verenigen in aangewezen centra. Duizenden zouden de marsen niet overleven maar degene die dit wel deden zouden in 1949 hoge functies toebedeeld krijgen.


Japanse bezetting


Japan zag in China een gemakkelijk doelwit gezien z’n verdeeldheid en viel in 1937 aan. Grote gebiedsdelen in Oost-China werden bezet, waaronder de Chinese hoofdstad Nanking wat tevens Japans hoofdstad in China zou worden. Hier richtte het Japanse leger een waar bloedbad aan. Aangezien Chiang meer bezig was met de onderlinge strijd met de communisten hadden de Japanners hun handen vrij – iets wat de partij zeer kwalijk werd genomen. Chiang werd zelfs ontvoerd in 1936 en bedreigd als hij geen coalitie vormde met de communisten om de Japanners te weerstaan. Het bezette China zou geleid worden door een pro-Japanse Chinese marionettenregering o.l.v. Wang Tsjing-Wei die naast nazi-Duitsland en de andere As-landen ook door o.a. Finland, Zweden en bijvoorbeeld Thailand erkent werd. Vanuit de onbezette delen bevocht de Geallieerde nationalistische Chinese president Chiang in moeizame samenwerking met de Chinese communisten Geallieerde hulptroepen de Japanse troepen wat meer leek op een kat-en-muis gevecht. In heel China werd zwaar geleden onder de zeer sadistische leer van de Japanse bezetters. Toen Japan in 1945 WO II verloor werd de verovering van Japan in 1937 weer ongedaan gemaakt. Ook de Sovjets trokken zich onder bepaalde voorwaarden terug uit het noordoosten en -westen van China. Vooral de Amerikanen hebben direct na het verslaan van de Japanners een tevergeefs poging gedaan de twee binnenlandse krachten samen te laten werken.



na wwII - de burgeroorlog


Na de oorlog werd in China de burgeroorlog tussen de Communistische Partij van China en de nationale Kwomintang voortgezet. Tijdens WW2 had de communistische partij grote winsten geboekt als het ging om nieuwe leden. De burgeroorlog brak nu in alle hevigheid uit. De Nationalisten kregen al snel de overhand, en vaagden de communisten in Zuid- en Midden-China weg waarbij o.a. Mao’s hoofdkwartier in Yan’an. Ook in Mantsjoerije verloren de communisten aanvankelijk terrein, maar wisten in de winter van 1945-46 het tij te keren. De troepen daar waren bovendien van een ander kaliber dan de zuidelijke communisten, aangezien zij getraind waren door Russische en Japanse officieren, en bewapend waren met Duitse en Japanse wapens. Veel Chinezen waren van de KMT vervreemd tijdens de oorlog t.g.v. de Witte Terreur. Chiang kreeg bovendien de schuld van de welig tierende corruptie. Zijn offensief liep ten slotte vast terwijl zijn legers met duizenden deserteerden. In 1948 en 1949 werden drie grote slagen door de communisten gewonnen – de nationalisten verloren veel soldaten en het moraal zakte ineen. Mukden werd door Mao aangevallen en Mantsjoerije werd communistisch. Eind 1948 had Chiang nog maar 1 miljoen man over en Mao's Rode Leger was gegroeid tot 1,5 miljoen man. Amerika verloor langzaam aan z’n heldenstatus in China en zou z’n hulp terugtrekken. Rusland speelde daarentegen een tweedelig spel met beide partijen.

 

In januari 1949 veroverde de communistische veldheer Beijing. De burgeroorlog werd in september 1949 door de communisten gewonnen toen Kanton veroverd werd; in oktober van dat jaar proclameerde Mao vanaf de Tiananmen-poort de Chinese Volksrepubliek waarvan hijzelf president werd. De aanhangers van de Kwomintang vluchtten naar Taiwan en hij nam de gehele goudvoorraad van het land mee alsmede de overgebleven vliegtuigen en marineschepen. Amerikaans president Truman blokkeerde de zee tussen het eiland in geval van een aanval. Mao Zedong, leider van de communisten, vestigde een dictatoriaal bewind dat uiteindelijk een strikte controle zou uitoefenen over het dagelijks leven in China. De direct daarop volgende periode van zuiveringen zou het leven kosten aan miljoenen mensen (van 'kapitalisten' zoals grootgrondbezitters en al dan niet vermeende politieke tegenstanders, de zgn. 'contrarevolutionairen', tot en met geestelijken en buitenlandse missionarissen). Deze zuiveringen werden nogmaals voltrokken in een aantal campagnes zoals die van de "drie anti's" en de "vijf anti's" in 1951-1952 waarbij ongeveer een miljoen mensen extra het leven lieten.


De Grote Sprong Voorwaarts en de Culture Revolutie


In 1954 zou China, tijdens de zogenaamde Korea-oorlog, de Noord Koreanen helpen door grondtroepen te sturen en Amerika de wacht toe te zeggen. Een andere zwarte bladzijde uit de Chinese geschiedenis was een ondoordachte poging om de economische achterstand in geforceerd tempo in te lopen d.m.v. een vijfjarenplan dat bekendstond onder de naam Grote Sprong Voorwaarts die eind jaren 50 werd ingevoerd. Na de burgeroorlog was China failliet verklaard en bang voor een eventuele Amerikaanse invasie na de Koreaanse oorlog. In 1953 had het land, door heel veel land van warlords en groot grondeigenaren af te pakken, een verschrikkelijke snelle groei doorstaan en was klaar voor een nieuwe “grote” stap. Maar i.p.v. vooruitgang bracht deze campagne een hongersnood waarbij naar schatting 30 miljoen mensen het leven verloren. Het weer in 1959 was rampzalig voor de gewassen en ook de Russische hulp werd ingetrokken dat jaar. De "Grote Sprong Voorwaarts" volgde vrij snel op een eerdere, mislukte campagne tot liberalisering van het communistisch bewind, die bekendstond onder de naam "Laat Honderd Bloemen Bloeien". Bij beiden werd getracht deze misschien wel grootste humanitaire mislukking ooit onder het tapijt te schuiven.

 

In 1959 heroverde China het in 1912 onafhankelijk geworden Tibet. De relatie met de Sovjet-Unie verslechterde na het rode schisma. Was er eerst de hernieuwde relatie tussen de Sovjets en de Verenigde Staten. Daarna weigerde Kruschev de beloofde prototype van een nieuwe atoombom te leveren. Tenslotte was daar de backup aan India over een grensconflict. In 1969 kwam dit tot een hoogtepunt toen de beide grootmachten tegenover elkaar kwamen te staan bij het grensconflict tussen China en de Sovjet-Unie aan de rivier de Oessoeri over het eiland Zhenbao, die bijna leidde tot een atoomoorlog. Door bemiddeling van Hồ Chí Minh kwamen de landen politiek overeen om de kwestie vreedzaam op te lossen. Vreemd genoeg steunden beiden partijen wel de Noord Vietnamezen in de strijd in het oude Indo China. Mao zou tenslotte ook de Rode Khmer steunen in 1975 in z’n strijd in het naoorlogse Cambodja. Na de verschrikkelijke blunder van de “grote sprong voorwaarts” kwam Mao met misschien nog een gewaagder plan – de Culture Revolutie. Dit was een sociaalpolitieke revolutionaire beweging die plaatsvond in de Volksrepubliek China van 1966 tot 1976. Het doel was om het socialisme af te dwingen in het land door het verwijderen van de kapitalistische elementen uit de Chinese samenleving. De revolutie betekende de terugkeer van Mao Zedong tot een positie van absolute macht na de mislukte Grote Sprong Voorwaarts. Mao zei dat burgerlijke elementen de overheid en de partij binnendrongen met als doel om het kapitalisme te herstellen. Hij stond erop dat deze revisionisten werden verwijderd d.m.v. van een klassenstrijd. China's jeugd reageerde op de oproep van Mao door de vorming van de Rode Garde groepen in het hele land. De beweging verspreidde zich naar het leger, de stedelijke arbeiders, en de communistische partijleiding zelf. Mao beëindigende officieel de Culturele Revolutie in 1969, maar de actieve fase duurde tot de dood van de militaire leider Lin Biao in 1971. De politieke instabiliteit tussen 1971 en de arrestatie van de Bende van Vier in 1976 wordt nu ook algemeen beschouwd als onderdeel van de Revolutie.



na het tijdperk mao


 

Mao bleek al jaren ziek te zijn en zou in 1976 aan z’n ziekte overlijden. Na z’n dood bleef China in naam communistisch, maar werd geleidelijk aan vrijer op persoonlijk en economisch vlak terwijl het toch de elementen van autoritarisme ten opzichte van politiek, religie en etnische minderheden behield. Het merendeel van de maoïstische hervormingen is teruggedraaid. In 1979 werden de banden met de Verenigde Staten weer aangehaald terwijl een jaar later de “vier” werden berecht en zij de schuld van de uitwassen van de culture revolutie. In de jaren erna werd de handel met Westerse landen bevorderd. Eind jaren 80 kwam China in conflict met zichzelf – de begrafenis van een progressief voorstander van veranderingen uit de communistische partij groeide uit tot een demonstratie voor meer vrijheden op het plein van de Hemelse vrede in Beijing. De regering greep hard in en de beelden zouden de wereld schokken – tanks reden in op onschuldige en ongewapende studenten. Het resultaat was honderden doden in en rond het plein. Een ander verschijnsel was het beperken van de grootte van de bevolking door het een kind beleid. Resultaat was dat zo’n 23 miljoen jonge mannen door het leven moesten zonder vrouw – meisjes werden eerder gedood omdat ze niet op het land konden helpen.


Geschiedenis Tibet III (1966 --):

In 1966 was het begin van de Culturele revolutie die resulteerde in een economische en materiële situatie in Tibet die erbarmelijk te noemen was. In de jaren 70 en 80 zou er veel veranderen; de communes werden afgeschaft, land en veestapels werd weer verdeeld onder de boeren. Er kwamen weer enige mogelijkheden voor uitoefening en beleving van de Tibetaanse cultuur, onderwijs in het Tibetaans en beperkingen ten aanzien van religieuze activiteiten werden enigszins verminderd. In de jaren daarna zouden ook kloosters weer heropgebouwd worden. Het werd mogelijk voor Tibetanen in de ballingschap weer Tibet te bezoeken. De ontspanning van de jaren '80 en het streven van de Dalai Lama bezielde in Lhasa de vrijheidsdroom; de autoriteiten in Peking spraken echter van separatisme tussen 1987 en 1993 ontstonden er opstanden in Tibet met als toppunt 1989,De Chinese autoriteiten sloegen deze opstanden en het “Tiananmen”-protest in juni 1989 bloedig neer waarmee er een einde kwam aan de opening voor meer vrijheid in Tibet. In 1989 ontving de Dalai Lama de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn streven naar vrijheid voor de Tibetanen, omdat hij altijd was blijven pleiten voor strikte geweldloosheid.[6]In 2008 ontstonden er opnieuw grote onlusten van Tibet, in aanloop op de Olympische Zomerspelen. Tibet-organisaties verstoorden onder meer de olympische fakkeltocht van dat jaar in verschillende landen.



china in de 21ste eeuw


De poorten tot China gaan steeds meer open maar veel te langzaam voor de meeste Chinese jongeren. Tot op de dag van vandaag blijft het eenpartijstelsel in China gehandhaafd, al wordt door sommige mensen binnen de partij, onder wie de huidige premier Wen Jiabao, voorzichtig gepleit voor meer democratie met Chinese karakteristieken. De schending van mensenrechten en de corruptie blijven echter een probleem, vooral ook ten aanzien van de verboden sekte Falun Gong en van Tibet, hoewel sinds de dood van Mao de algehele levensstandaard van de Chinezen is verbeterd, inclusief de persoonlijke vrijheden. De Culturele Revolutie wordt nu officieel door de Chinese kapitalistische regering als negatief verschijnsel gezien sinds de hervormers aan de macht kwamen. Hongkong en Macau werden aan de Republiek “teruggegeven” maar Taiwan denkt er niet aan om zich bij China aan te sluiten. Tientallen websites worden of gecontroleerd of geblokkeerd door de Chinese overheid. China’s economische groei is niet te stuiten maar kampt ook met grote problemen; corruptie, mensenrechten (o.a. oppakken journalisten en mensenrechtenactivisten) smog, afvallige gebieden (Xinjang, Taiwan en Tibet), natuurrampen zoals aardverschuivingen, overstromingen en tyfoons, maar ook explosies in fabrieken en mijnwerkers die onder de grond komen vast te zitten. Executies van terroristen maar ook dreiging in de Zuid-Chinese zee en daarover moeizame gesprekken met o.a Japan. Ook Noord-Korea blijft een doorn in het oog van China.

 

De afgelopen tientallen jaren worden steeds meer Han Chinezen gelokt naar de Tibet- en Xinjiang regio om de etnische minderheden daar in bevolkingsaantallen te overtreffen wat voor meer haat en wrok zorgt. China met z’n gigantische groeicijfer bouwt en bouwt en stampt meer vliegvelden, treinrails en gebouwen uit de grond dan elk ander land. Auto’s, smog, houtkap, mensen naar de maan, atoombommen en overnames van bedrijven en misschien wel hele regeringen in Afrika en Zuid-Amerika spelen tot de verbeelding over de hele wereld.  Er wonen anno 2014 ongeveer 5.800.000 Tibetanen in China. Daarvan woont globaal 50% in de Tibetaanse Autonome Regio en ongeveer 25% in zowel Amdo als Kham. Deze verdeling is globaal de zelfde als die al eind achttiende eeuw bestond. Volgens informatie van de regering in ballingschap uit 2009 woonden er toen ongeveer 140.000 Tibetanen buiten China, waarvan het grootste deel in India. Er arriveren nog ongeveer 1500 tot 2000 Tibetanen per jaar in India. Daaronder zijn mensen die om politieke reden zijn gevlucht. Een substantieel deel daarvan verlaat Tibet echter vanwege familieredenen of de verwachting, dat materiële vooruitzichten in India beter zouden zijn. Er keren ook weer mensen vanuit India terug naar Tibet.


het huidige china


In Februari 2015 werd duidelijk dat het aantal reuzenpanda’s dat in het wild leeft, is de afgelopen elf jaar gestegen met 268 dieren. Volgens het WNF komt dat door "gerichte bescherming" door China en het WNF. Door de toename van bijna 17 procent (t.o.v. 2003) leven er nu in totaal 1.864 panda’s in natuurreservaten en bossen in China. Tegenwoordig komt de reuzenpanda alleen nog voor in versnipperde bosgebieden in centraal China. Het land telt momenteel 67 reservaten voor de wilde reuzenpanda. Elf jaar geleden waren dat er nog maar 40.  

 

De regering van China bepaalde in April 2016 dat het doelmatig economische hervormingen wil aanpakken en dat het dit jaar staatsbedrijven bij wijze van proef samen met andere partijen laat exploiteren. Ze voorziet de uitvoering van belangrijke hervormingen in de sectoren van de elektriciteit, de olie, het gas en het zout. Peking wil ook de bureaucratie in het economische leven bestrijden. De Chinese markt moet veel toegankelijker worden voor investeerders door bureaucratische hindernissen weg te nemen en door beter toezicht. Daarnaast stelde het ook dat er meer werk gemaakt wordt van de registratie van stedelingen die van het platteland naar de stad zijn getrokken. Daarmee zouden circa 100 miljoen mensen aan een officiële woonplaats worden geholpen. Bovendien wil de regering doorgaan met grote infrastructurele projecten, meer internationale samenwerking in de productie, onder meer door de productie- en dienstensector meer open te maken. Na wederom een aantal proefraketlanceringen van Noord-Korea stelt dat de Chinese regering geen chaos of oorlog zal toestaan op het Koreaanse schiereiland. De Noord-Koreaanse animo voor een nucleair arsenaal zorgt voor woede bij China en zet de spanningen in de regio verder op scherp. China is de enige grote bondgenoot van Noord-Korea, maar het land keurt het onderzoek naar de massavernietigingswapens ten strengste af. Ook de Verenigde Naties hekelen het gedrag van Noord-Korea. Xi vertelde ook dat China de vrede en stabiliteit in de Zuid-Chinese Zee zal beschermen, tegelijkertijd wil het land echter zijn soevereiniteit en rechten daar beschermen. China claimt vrijwel de gehele zee, welke rijk zou zijn aan olie en aardgas. Brunei, Maleisië, de Filipijnen, Taiwan en Vietnam claimen echter ook gedeeltes van de zee.


actueel


Mei 2016: een kwart van China bos?

Bijna een kwart van China zal in 2020 bedekt zijn door bos als het land erin slaagt de plannen te verwezenlijken om een 'ecologische beschaving' te worden. De Chinese regering heeft verzekerd dat over vier jaar de waterconsumptie met 23 procent zal zijn verminderd, de energiebehoefte met 15 procent en de uitstoot van CO2 met 18 procent. Door grootschalige aanplant van bomen bestaat tegen die tijd ruim 23 procent van het grondgebied uit bos. Daardoor zal het aantal dagen per jaar dat de lucht in de grote steden van goede kwaliteit is flink toenemen. UNEP constateert dat China in de strijd tegen milieu- en luchtvervuiling al belangrijke vorderingen heeft gemaakt, met name op het gebied van energiezuinig bouwen. Om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in 2020 te beperken tot maximaal 62 procent wordt veel geïnvesteerd in de productie van schone energie.


Augustus 2016: “onafhankelijk Hongkong”:

Voorvechters van een democratisch of zelfs onafhankelijk Hongkong hebben bij de verkiezingen voor de bestuursraad van de autonome Chinese stadstaat een belangrijke slag geslagen. Ze behielden meer dan een derde van de zetels en kunnen zo gelijkschakeling met de rest van China blijven blokkeren. Bovendien namen de radicalen tal van zetels van

gematigde geestverwanten over. De verkiezing was de eerste sinds de demonstraties van de zogenoemde paraplu-revolutie van twee jaar geleden. Studenten en andere pleitbezorgers van democratisering bezetten toen delen van de stad om minder Chinese bemoeienis af te dwingen. De regering in Peking zwichtte niet, maar de radicale oppositie gaf niet op en putte

energie uit de steun die zij met de protestacties had vergaard. De ramkoers van de radicalen heeft wel wat losgemaakt. De opkomst was hoger dan die sinds 1997 was geweest.



zie ook: