Reisverhalen - Portugal

"Peniche"



naar de kust


Anderhalf uur later stappen we in een zeer bewolkt Lissabon uit en vragen bij het sacherijnige informatiemeisje wanneer de volgende bus gaat naar “Peniche”; deze plaats stond eigenlijk helemaal niet op de agenda maar tijdens het zitten in de bus heb ik toch de reisgids weer even ter hand genomen en ik kwam deze stad tegen. Er is wederom een fort, dit keer tegen de zee aan maar het is ook een gevangenis geweest in de donkere dictatortijd van Portugal en da’s een geschiedenis die we nog niet zo goed kennen. Daarnaast is het niet zo ver meer naar “Obidos” en er zijn twee campings. De bus naar Peniche, een stadje van 15000 mensen gaat wederom gelukkig al over een half uur en we maken snel op een bankje in het busstation een broodje met banaan klaar. Het eerste stuk is over de grote weg richting Leiria maar dan gaan we de grote weg af en stoppen in een aantal kleine plaatsjes bij de kust waar zoals Pete verteld Wellington aan land is gekomen en heeft gevochten met de Fransen in de Napolitaanse tijd.


"Fortaleza"


We stoppen helemaal aan het einde van de rit, bij een keet, wat het busstation blijkt te zijn. Er is een klein industrieterrein en we lopen naar een luikje waar we netjes een formulier krijgen met de bus tijden erop. We vragen toch maar even voor de zekerheid en volgen dan het bord waarop “centro” staat totdat we zien dat de renovaties de brug en poort door de stadsmuren die er prachtig uitzien totaal blokkeert. Een mooi Portugees meisje brengt ons vervolgens helemaal tot aan het informatiecentrum in het centrum en daar krijgen we een kaart van de stad en horen we dat we onze grote tassen wel even achter mogen zetten. We wandelen langs de waterkant en zien de twee grote pieren die geblokkeerd zijn door hele grote vreemde betonblokken die de Atlantische Oceaan buiten moeten houden en gaan door een poort heen die het begin van het fort “Fortaleza” inhoudt. We zien in de poort al verschillende openingen; aan de ene kant zien we op een scherm foto’s geprojecteerd en we gaan er een beetje vanuit dat dit 1974 is, 26 April – we zien het leger en we denken dat dit de bevrijding is van de politieke gevangenen uit het fort.  

 

We hoeven geen entree te betalen en wandelen door. Aan de andere kant zien we de “oude” blokken waar gevangenen hun geliefden konden ontvangen en ermee konden praten, tenminste met glas ertussen. Het lijkt wel een oud dokters- of tandartsenpraktijk. Er hangen ook heel veel foto’s etcetera maar helaas alleen in het Portugees. We zien ook in de vitrine wat papiertjes en telegrammen van mensen en ook wat geheimen brieven die de gevangenis zijn uit gesmokkeld. Daarna wandelen we naar buiten en de zon is gaan schijnen; we lopen de oude gevangenistuin in en kijken over de muren naar de Atlantische Oceaan, de haven en de wind waait hier behoorlijk. We kunnen ons voorstellen hoe het hier geweest moet zijn. Eerst was het een 16de-eeuws fort, daarna een gevangenis tijdens de tijden van dictator “Salazar” en daarna een plaats om immigranten vast te houden uit de voormalige koloniën (na 1970). Er staat een vreemd gebouw op het terrein; het lijkt wel een façade van een kerk en er zijn twee stenen trappen in gemaakt met een uitzicht en onder de trappen ietwat lijkt op kerkers maar er staat niets aangegeven. Terug op het plateau gaan we zitten tegen de zijmuren aan en eten brood en kaas totdat wat schoolkinderen komen schreeuwen en we het museum maar ingaan uit pure ellende. We nemen nog wel even een kijkje in een soort zijstraatje waar we aan beide kanten cellen zien en bij wat wc-potten die open zijn en je ziet direct de oceaan.


het "salazar" museum


Daar moeten we 1,50 euro afrekenen en we zien op de begane grond allerlei prullaria uit alle soorten tijden – wat wel opvalt zijn de grote rollen kantklossen. Buiten op een pleintje schijn je de watervoorraad (de kelders met water) te kunnen zien maar aangezien er een hele groep kinderen is slaan we dit even over. Ook de tweede verdieping is een allegaartje en pas op de derde wordt het interessant met de celblokken, martelkamer en het is ook een beetje luguber. We lopen terug naar de eerst en zijn nu de enige; er staat een blok beton in het midden en we kijken door het traliewerk naar beneden waar we de oceaan zien binnenkomen. Het ander blok heeft een trappetje en hier zien we de watervoorraadkelder – de kelders vol met water wat altijd mooi is om te zien. Aan de andere kant is nog een kapelletje en dan lopen we terug naar het infocentrum om onze tassen op te halen.


baboeska's


Aan de overkant van de weg schreeuwen een paar vrouwen op leeftijd of we geïnteresseerd zijn in een kamer en we wuiven vriendelijk en vragen de jongen van het infocentrum hoeveel zoiets kost. Hij houdt het op 30 euro en dat dit naast de campings waarschijnlijk het goedkoopste is. De andere camping is zo’n 3 km buiten de stad en niet bereikbaar met openbaar verver en die andere is ook een stuk lopen en zag er niet echt uit. We gokken het erop en lopen gewapend met grote tas op de dames af. De eerste vraagt 35 euro en dat gaan we dus niet betalen. Ik schrijf 20 op en ze loopt bijna boos weg. Ze wijst op haar kartonnen bordje op het woord “appartemento” en ik zeg dat we een budget hebben. Een nachtje maar? Ja, een nacht, morgen naar Obidos. Dan gaan we wel naar de camping. Nee, ze schrijft 30 op, en ik maak er 25 van en zeg “final”. Ze is boos, lacht dan weer en na lang ge-emmer zegt ze ja en we lopen achter haar aan door de smalle straatjes richting het fort. Dan opent ze de deur en binnen staan twee grote bedden gescheiden door een schuifdeur. Dan begint het te dagen – we krijgen het hele huis voor ons alleen.


de pier


Als laatste vandaag besluiten we romantisch de pier nog even op te lopen waar de wind is gezakt en daarna het stadje waar heel veel restaurants zijn, heel veel visrestaurants en we zien op de pier heel veel wilde katten rondlopen. Een supermarkt voor yoghurt voor morgenochtend zien we niet meer en we wandelen terug als het donker begint te worden.



tips & advies (2011)


Peniche heeft een busstation wat ongeveer 10 minuten lopend ten zuidwest van het centrum af ligt.

 

Peniche – Lissabon: er gaan elk uur bussen naar de hoofdstad die er ongeveer 1 uur en 45 minuten over doen. Kosten rond de 7,50 euro.


  • Naam : Appartement “Adilia Esteves

Adres : Rua Antonio Cervantes 75

Prijs : 25 euro (twee personen)

 

Inhoud:

We dachten eerst dat het een grapje was maar we hebben met z’n tweeën voor 25 euro een heel appartement kunnen krijgen voor onszelf. Alleen indien je de keuken wilde gebruiken moest je 5 euro extra betalen. Gelegen in het centrum kun je hier prima toeven – een eigen wc en douche en heel rustig in een woonwijk. Probleem is alleen hoe je deze dame kunt bereiken – wij kwamen wat “baboes ka’s” tegen op straat die tegen elkaar op gingen bieden.


zie ook: