GESCHIEDENIS - Laos



vroegste geschiedenis


Over de vroegste geschiedenis van Laos is zeer weinig bekend. De eerste bewoners van het huidige Laos behoorden waarschijnlijk tot het Hmong-volk, dat zich ca. 10.000 jaar geleden in de Mekong-vallei vestigde en afkomstig was uit Zuid-China. Later kwamen daar nog verschillende volkeren uit India en Myanmar (Birma), Cambodja en Thailand bij. Men gaat er zelfs vanuit dat de “Khmer” bevolking van origine uit Laos komt.

 

De middeleeuwse geschiedenis van Laos lijkt veel op die van de omringende landen. In de 8e eeuw n.Chr. werd het Chenla rijk gesplitst in twee elkaar bestrijdende koninkrijken: Land Chenla, dat grote delen van het huidige Laos en Thailand besloeg, en Water Chenla. Beide landen werden aangevallen door Maleisische piraten die een verbond hadden gesloten met een Javaans volk. Twee Chenla prinsen werden vervolgens ontvoerd en naar Java gebracht. Één van hen, Jayavarman II, wist echter te ontsnappen en de indringers te verdrijven. Hij kroonde zichzelf daarna tot koning en regeerde tot 850 over grote delen van het huidige Indochina, waaronder Zuid-Laos. Deze dynastie zou tot halverwege de 14e eeuw standhouden. Het noorden van het huidige Laos werd in die tijd geregeerd door Thaise koningen, onder andere van het befaamde Noord-Thaise koninkrijk Sukhothai. Deze koningen hadden een grote invloed op twee vorsten in het noorden van Laos: de Lao Chao Khun Ngam Muang en de Thai Chao Mengrai. Later werd de invloed van Thailand nog uitgebreid tot het huidige Luang Prabang en de hoofdstad Vientiane, toen nog Wieng Chan geheten.


het rijk der miljoenen olifanten


In de eerste helft van de 14e eeuw nam de invloed van Sukhothai sterk af en daarvan profiteerde de Laotiaanse prins en legerleider Cha Fa Ngum. Met steun van Khmer-strijders uit Cambodja veroverde hij grote delen van Laos en een deel van Thailand. In 1353 riep hij zichzelf uit tot koning wat hij het “rijk der miljoenen olifanten” noemden. Hoewel het veroverde gebied als de eerste Lao-natie wordt beschouwd, was het in die tijd in feite niet meer dan een vazalstaat van de Khmer. Het was dan ook niet vreemd dat onder de druk van Khmer het theravada-boeddhisme tot nationale godsdienst werd uitgeroepen. Fa Ngum regeerde ondertussen met zeer harde hand over zijn rijk en breidde het steeds verder uit. Zijn ministers waren het echter met de gang van zaken niet eens en verbanden hem in 1373 naar een buitengewest, waar hij in 1378 stierf. In de jaren erop werd de Khmer verslagen door de Thai en viel het land voor kort in handen van de Vietnamezen. De Lao namen wederom het heft in handen. 

 

Koning Pothisarat trouwde met een Thaise prinses uit Lanna (Chang Mai) en hun zoon Setthathirat claimde de Thaise troon na het overlijden van koning Ketklao van Thailand in 1545. Een decennium later stonden de Birmezen aan de poorten van zowel Thailand en Laos; de koning trok zich daarop terug in het beter verdedigbare Vientiane en riep de stad uit tot de nieuwe hoofdstad van Laos. Het mocht niet baten; jaren lang werd Laos bezet door Birma. Pas in 1591 slaagde koning Nokeo Kumman er in om de Birmanen te verdrijven en een begin te maken met het herstel van de eenheid in Laos. De periode hierna was er een van economische en culturele voorspoed. Zo werden er middels een huwelijk vriendschappelijke banden aangeknoopt met Vietnam en werden de eerst contacten gelegd met Europeanen. De Hollandse koopman Gerrit van Wuysthoff was in 1641 de eerste Europeaan die Laos bezocht. 



drie koninkrijken


De regeerperiode van Sulinya Vongsa duurde 57 jaar en staat bekend als de 'gouden eeuw' van Laos. Na zijn dood in 1694 kwam er een einde aan ruim 340 jaar Lane Xang-dynastie. Omstreeks 1715 viel zijn rijk uiteen in drie kleine koninkrijken (Luang Prabang, Vientaiane en Champassak in het zuiden) die elkaar fel bestreden. Door deze verdeeldheid leek Laos een prooi te worden voor de buurlanden, maar men probeerde dit te voorkomen door bondgenootschappen aan te gaan: Luang Prabang met China, Vientiane met Vietnam en Champassak met Thailand. 

 

In 1827 werd Vientiane door Saim (Thailand) onder de voet gelopen, geplunderd en ingelijfd. Koning Anourutha werd gevangen genomen en stierf enige tijd later in Bangkok. In de jaren hierna werden ook de andere Laotiaanse koninkrijken door Thailand bezet. De Thai gingen echter nog veel verder want grote delen van Laos werden ontvolkt en de bewoners werden naar Thailand gedeporteerd. Laos verkeerde op dat moment in een chaotische toestand, en allerlei landen maakten daar handig gebruik van door ook delen van Laos over te nemen.


franse overheersing en ww2


In 1893 werd Laos (na Vietnam en Cambodja) door de Fransen veroverd en werd het als het "protectoraat Laos" opgenomen in de kolonie Unie van Indochina. Nadat de grenzen met Thailand getekend waren lieten de Fransen Laos in feite enigszins aan hun lot over. Economisch was Laos voor Frankrijk totaal niet van belang en het land diende in feite niet meer dan als een buffer tegen Groot-Brittannië. Vientiane was de hoofdstad maar in feite werd het land bestuurd vanuit “Hanoi”. Het plan was eigenlijk dat Laos zou dienen voor verdere Franse expansie naar Noord Thailand maar WWI vroeg om Franse aandacht in Europa. Een koloniaal bestuur werd geïnstalleerd en naast wat Franse ambtenaren waren het vooral Chinese en Vietnamese kooplui die hun brood in Laos probeerde te verdienen. Het ultieme Franse plan was om Laos te Vietnamiseren en het land productief en winstgevend te maken. Een aantal opstanden tegen het Koloniale bewind werden met veel moeite neergeslagen. Maar tot een echt nationalistisch gevoel kwam het nooit in Laos – pas in 1935 werden de eerste twee communistische Lao-leden genoteerd voor de partij van “Ho Chi Minh” (IndoChina Communist Party).  

 

De tweede wereldoorlog brak uit in Europa en verzwakte de Fransen verder in Laos. Tussen het “Vichy” bestuur in Frankrijk enerzijds en de Japanners anderzijds werd een verdrag gesloten wat resulteerde in de bezetting van een strook land ten westen van de Mekong door Thailand. Ook zouden de Fransen in de regel aan de macht blijven in Laos maar werd een vrije doorgang van Japanse soldaten geëist. In het begin van 1945 vermoedde de Jappen dat de Fransen langzaam maar zeker richting de Geallieerde kant schoven en grepen genadeloos in. In een bliksemoperatie werden alle Franse soldaten en ambtenaren opgepakt. Een paar van deze wisten in de jungle te ontsnappen om later tezamen met hun Lao bondgenoten de strijd weer aan te gaan. Zes maanden zou Laos bestuurd worden door de Japanners voordat de atoombomen vielen op Japan en de oorlog tot een einde kwam. 



onafhankelijkheid


Voordat de Japanners vertrokken dwongen zij de Lao regering van de met de Fransen sympathiserende koning “Sisavang Vong” de onafhankelijkheid van Laos af. De onderkoning van Laos, eerste minister Phetsarat, vertrouwde het echter niet helemaal en richtte de beweging 'Lao Issara’ op, 'Vrij Laos', i.s.m. de Vietnamese “Vietminh” beweging. De Britten bezetten  Zuid-Laos en ontwapenden de Japanners aldaar terwijl de Chinezen het noordelijke deel voor hun rekening namen. De Fransen namen al snel het stokje over van hun bondgenoot in het zuiden en oefenden druk uit op het noorden. Tegen z’n wil in en van vele Laotianen werd “Vong” in 1946 opnieuw staatshoofd van een onafhankelijk Laos. Hij was van mening dat het land nog helemaal niet klaar was voor onafhankelijkheid en claimde Franse hulp. Thailand moest z’n ingenomen stuk grond uit 1940 weer teruggeven aan Laos. Nog geen twee jaar later werd de hoofdstad Vientiane al ingenomen door Frankrijk-gezinde guerrilla's, zowel Fransen als Laotianen. De Issara-getrouwen werden volledig in de pan gehakt en moesten vluchten naar Thailand. Phetsarat vormde in aldaar een regering in ballingschap terwijl de rode prins “Souphanouvoung” guerrilla acties opzette. 


"pathet lao"


In de jaren na de oorlog sprak Frankrijk met verschillende partijen omtrent het overdragen van het zelfbestuur in Laos. Nadat amnestie werd geboden kwamen de meeste “Issara  leiders terug naar Laos. Probleem was dat de drie prinsen van Laos er verschillende ideeën op nahielden m.b.t. de onafhankelijkheid. Wilde de een dit op legale wijze verkrijgen, de andere (“Souphanouvong”) wilde een communistisch bewind opzetten nadat de Fransen waren verdreven. Hij kreeg daarbij steun van de latere secretaris-generaal van de communistische partij in Laos, Kaysone Phomvihane.

 

In 1949 alles veranderd met de Communistische overwinning in China. Vele wapens gingen nu van China naar de Vietminh in Noord-Vietnam die een nieuwe impuls gaven aan de strijd aldaar. Een invasie van de Vietminh op Luang Prabang via Noord-Laos in 1953 mislukte jammerlijk. De Vietnamezen vluchtten en droegen de regio over aan de “Pathet Lao” (“land van de Lao”). De Fransen verleenden in Oktober 1953 Laos volledige onafhankelijkheid. Het opgezette fort “Dien Bien Phu”, om een eerdere aanval te voorkomen (wat eigenlijk al niet meer nodig was) werd in de zomer van 1954 totaal vernietigd door de Vietnamese guerrillastrijders. Heel IndoChina werd d.m.v. het verdrag van Geneve onafhankelijk; twee provincies in het oosten van Laos kwamen onder toezicht te staan van “Pathet Lao” die daar direct een Marxistische regering vormden. De nieuwe “Issara” werd de burgerlijke afdeling van de militaire organisatie Pathet Lao; de bergvolkeren van Laos waren pro. Het was de bedoeling dat deze met de Laotiaanse regering (RLG) zou onderhandelen. Deze wilde koste wat kost Laos unificeren maar was nu geheel afhankelijk van Amerikaanse hulp nu Frankrijk als donor was weggevallen. Laos werd internationaal de rol toegedacht van een neutrale staat die los zou moeten staan van de traditionele machtsblokken in de “Koude Oorlog”. In 1955 werd een tweede communistische partij opgericht o.l.v. de rode prins; de “Lao People Revolutionary Party” (LPLA) die geheel afhankelijk was van hulp van de Vietnamezen. 

 

De LPLA groeide snel, dit tot afgrijzen van de Verenigde Staten, die bang waren dat geheel Zuidoost-Azië onder communistische invloed zou komen te staan. De internationale gemeenschap stelde een regering voor met alle leden van verschillende partijen daarin. De V.S. wilde niets weten van “Pathet Lao” ministers in een nieuwe regering en stopte alle hulp. Het land werd hierdoor vrijwel meteen in een diepe economische crisis gestort. In 1960 volgde er een militaire coup door een zekere neutralist “Kong Le”. “Souvanna Phouma” werd teruggeroepen uit Frankrijk en als premier aangesteld. De werkelijke macht was echter in handen van de rechtse generaal Phoumi Novasan, die van harte, ook militair, gesteund werd door de Amerikanen. De generaal lanceerde een tevergeefs aanval om een einde te maken aan de communistische guerrilla. Deze had zich teruggetrokken in de heuvels van het oosten van het land en had zich in de afgelopen jaren flink versterkt met strijders vooral uit de minderheden uit die regio’s. 



De tweede IndoChina oorlog (Vietnamoorlog)


De linkse guerilla’s bedreiden de hoofdstad en de V.S. besloot troepen naar Thailand te sturen mochten de communisten de Mekong rivier overkomen. Ook werd er gedebatteerd over het feit grondtroepen naar Laos te sturen of naar Vietnam. Het kwam tot de conclusie de internationale status van “neutraal” te respecteren m.b.t. Laos. Inmiddels was de oorlog in buurland Vietnam uitgebroken en geen van de partijen aldaar liet een neutraliteit van Laos hen in de weg staan op de weg naar hun overwinning. Zowel de V.S. als de Sovjet Unie bleven hun bondgenoten aldaar bevoorraden met wapens en voorraden. Hanoi ging ervanuit dat de Laotianen een oogje zouden dichtknijpen als de Noord-Vietnamezen hun grondgebied zouden gebruiken voor het vervoeren van materiaal over de “Ho Chi Minh Trail” zoals Cambodja dat ook deed. De V.S. ging ervanuit dat dit juist door de neutraliteit niet zou gebeuren. De communisten ondernamen actie omdat zij bang waren dat vanuit Noord Laos (vooral de “vlakte der Kruiken) de Amerikanen Noord Vietnam zouden kunnen intrekken. Ze verjoegen de neutralisten aldaar en richtten daarna hun pijlen op de “Hmong” minderheden die in de bergen rondom de vlakte woonden. Aan het einde van 1963 viel de regering van Laos in elkaar; de V.S. begonnen nu ook Laos te bombarderen om de communisten aldaar te verjagen. Ook bommen die men niet boven Vietnam kon droppen liet men 'gewoon' los boven Laos. Hierdoor werd Laos een van de zwaarst gebombardeerde landen in de geschiedenis. 

 

De aanwezigheid van buitenlandse krachten nam gedurende de jaren 60 alleen maar toe. In 1967 waren er zo’n 45.000 Communistische Vietnamezen in het land om de “Ho Chi Minh” trail open te houden gedekt door zo’n 35.000 Pathet Lao leden. Een jaar later na het “Tet” offensief toen de V.S. de bommen op Noord Vietnam (tijdelijk) staakten richtten zij al hun pijlen (lees: bommen) op Laos. De leiders van de Pathet Lao ging ondergronds (zie “Vieng Xai”). Vanaf 1971 ging China zich met de oorlog bemoeien en stationeerde troepen in Noord-Laos. In datzelfde jaar deden de Zuid Vietnamezen de enige echte poging om de “Ho Chi Minh” Trail  in Zuid-Laos voor eens en altijd te vernietigen. De Noord Vietnamezen sloegen de aanval af – Pathet Lao claimde de overwinning. Aan het einde van 1972 was vier-vijfde deel van Laos onder communistisch bewind en waren de vredesbesprekingen gaande. 



Het einde van de oorlog en Revolutie


In 1973 kwam er een einde aan de oorlog in Indochina en dat leidde in april 1974 tot een coalitieregering in Laos onder leiding van (enige) neutralist Souvanna Phouma.

 

De rest van de ministers zou eerlijk verdeeld worden over links en rechts. Maar de populariteit van de Pathet Lao en andere communisten werd steeds groter. Terwijl links geünificeerd was en bloed rook was rechts gefragmenteerd en z’n grote financier kwijt. Onder grote druk traden de zittende ministers af en werd de Lao People’s Democratic Republic (LPDR) gevormd. Na Saigon en Phnom Penh werd zonder strijd op 23 augustus 1975 de hoofdstad van Laos Vientiane ingenomen, de coalitie ontbonden en Souvanna Phouma trad af. In December werd officieel de Democratische Volksrepubliek Laos uitgeroepen. Pathet Lao-leider Prins Souphanouvong werd president, de eigenlijke macht was in handen van de secretaris-generaal van de partij Kaysone Phomvihane en zijn plaatsvervanger Nouhak Phoumsavane. Dit alles betekende in feite dat er een einde kwam aan de meer dan 600 jaar durende monarchie. De koning van dat moment, Savang Vatthana, werd tot aftreden gedwongen en kreeg een papieren functie als belangrijkste adviseur van de president. Een groepje anticommunisten en de Meo-bergstammen kwamen hiertegen in opstand, waarna de koning en zijn familie werden verbannen naar Noord-Laos, althans dat is de officiële lezing van de regering. Rondom de afzetting en de verbanning gaan veel verschillende verhalen rond, onder andere dat de hele koninklijke familie is vermoord. Honderden aanhangers van de Monarchie en rechts werden voor jaren en jaren opgesloten in opvoedingskampen. 


De Koninklijke familie:  

Na de Revolutie in 1975 worden de toenmalige koning Savang Vatthana en koningin Khamphoui traden af. Ze werden samen met kroonprins Vong Savang opgesloten in een interneringskamp. Twee jaar later worden zij overgebracht naar het verlaten hoofdkwartier waar ironische gezien de leiders van het Pathet Lao”  schulden voor Amerikaanse bommen tijdens de Vietnamoorlog – “Vieng Xai”. De koning stierf er op 13 mei 1978. De communistische regering was bang dat zij bevrijd zouden worden en in handen zouden vallen van monarchistische en anti-communistische rebellen, die de koning mogelijk zouden kunnen herstellen in zijn ambt. Zij werden geacht te werken op het veld.

 

Ook de koningin en de kroonprins overleden in gevangenschap. De jongste zoon van de koning, prins Sauryavong Savang, levend in ballingschap, treedt op als hoofd van de familie in naam van kroonprins Soulivong Savang (*1963), zoon van de overleden kroonprins. Prins Sauryavong Savang en zijn broer Thayavong Savang ontsnapten in 1981. Van het lot van de overige kinderen, prins Sisavang Savang, en de prinsessen Savivanh Savang en Thala Savang, en verdere familie is niets bekend. Ze zijn waarschijnlijk vermoord of overleden door de slechte behandeling in gevangenschap.

 

Koningin Kamphoui (12 Juli 1912 - 12 December 1981), was de laatste koningin van Laos (1959-1975) en echtgenote van koning Sisavang Vong. Op 7 Augustus 1930 trouwde zij met de (toenmalige) kroonprins Sisavang Vong. 



Democratische volksrepubliek Laos


Hoewel de machtsovername in 1975 zonder bloedvergieten gebeurde, vluchtten vele Laotianen (met name Meo’s), geschat wordt meer dan 300.000, naar het buitenland. Politieke vluchtelingen vertrokken naar de Verenigde Staten en Frankrijk, de rest keerde na 1988 weer terug naar Laos. Mensen die niet samengewerkt hadden met de communisten werden naar heropvoedingskampen gestuurd. Vanaf 1975 werden ook alle banden met buurland Thailand verbroken; het boeddhisme werd verboden en alle Thai werden het land uitgezet. Dit leidde in 1987 tot een drie maanden durend grensconflict waarbij verschillende doden vielen. Daarna werd de relatie met Thailand een stuk beter en in maart 1991 werd het grensconflict vreedzaam geregeld. In de jaren negentig ging Thailand op grote schaal investeren in Laos en alle betrekkingen werden weer genormaliseerd. Dit werd ook mogelijk doordat Laos de Vietnamese troepen en de Sovjet-adviseurs naar huis stuurde. In de periode 1978/1979 brak er een conflict uit tussen Vietnam en China, waarbij Laos de kant van Vietnam koos. Pas in de loop van de jaren tachtig werd de relatie met China weer beter en in 1987 werden de diplomatieke betrekkingen en de wederzijdse handel weer hervat. Een jaar eerder was president Souphanouvong al wegens ziekte vervangen door Phoumi Vongvichit. 


In 1989 werden er voor het eerst parlementsverkiezingen gehouden. Er waren 79 zetels te verdelen maar slechts 30% van die zetels waren gereserveerd voor niet-communisten. Het resultaat was uiteraard dat de volledige macht in handen van de communisten bleef. Opmerkelijk was wel dat vanaf 1990 ook de betrekkingen met de anticommunistische Verenigde Staten verbeterde wat uiteindelijke in 1995 leidde tot de opheffing van het economische embargo door de Verenigde Staten. Dit kwam ook door de ineenstorting van top financier de Sovjet Unie. In 1992 overleed partijleider Kaysone Phomvihane en hij werd opgevolgd door generaal Khamtay. Vanaf 1994 voerde de regering economische liberaliseringen waardoor het gemakkelijker werd voor buitenlandse bedrijven om te investeren in Laos. Op 1 januari 1999 werd Laos een volwaardig lid van de Association of South-East Asian Nations (ASEAN) en werd Laos verlost van zijn economische isolement. In februari 1998 ging president Phomsavan met pensioen. Hij werd opgevolgd door generaal Khamtay Siphandon, tot dan toe voorzitter van de LPRP en minister-president. 


21-ste eeuw


In 2000 zorgden enkele bloedige bomaanslagen in Vientiane voor behoorlijk wat politieke onrust. Wie verantwoordelijk was voor de aanslagen bleef onduidelijk, maar men vermoedde dat de noordelijke Hmong erachter zaten, die zich onderdrukt voelden door de regering. Rebellen van het bergvolk, ondersteund door Vietnamese troepen, waren begin 2000, maar ook nog in 2001, in gevecht geraakt met het Laotiaanse regeringsleger. Economisch ging het slecht met Laos; door bureaucratie en corruptie daalden de buitenlandse investeringen bovendien fors. In 2003 werden er door de rebelse Hmong enkele aanslagen gepleegd op reisbussen. In totaal vielen er 26 doden, waaronder drie buitenlanders. Enkele buitenlandse journalisten probeerden een reportage te maken over het verzet van de Hmong-rebellen, maar werden door het regeringsleger gearresteerd. Ze kregen een langdurige celstraf opgelegd, maar werden al snel weer vrijgelaten. Men vermoedde dat de in de Verenigde Staten wonende Hmong achter het verzet tegen de regering en de arrestatie van de journalisten zaten. Ze probeerden hiermee de normalisering van de handelsbetrekkingen tussen Laos en de Verenigde Staten te saboteren.

 

 

Laos lijkt zich zeer langzaam te ontwikkelen in de richting van een meer open samenleving. Hoewel politieke hervormingen alleen mogelijk zijn binnen het eenpartijstelsel, valt de laatste jaren enige vooruitgang te bespeuren. In december 2010 ruimt premier Bouasone Bouphavanh het veld voor Thongsing Thammavong. Choummaly krijgt in juni 2011 een nieuwe termijn als president. Hillary Clinton bezoekt als eerste minister van buitenlandse zaken Laos in juli 2012. In augustus 2013 uit de EU zorgen over de mensenrechten, in het bijzonder in het verdwijnen van dissident Sombath Somphone. In mei 2014 vinden een groot aantal hoogwaardigheidsbekleders de dood bij een vliegtuigongeluk in Noord-Laos. In april 2016 zijn er verkiezingen geweest. De huidige president is Vrachit en de premier is Sisoulit. In september 2017 waarschuwen natuurbeschermers Laos dat ze het centrum zijn van de verwerpelijke en verboden handel in ivoor.



zie ook: