GESCHIEDENIS - VS



Tot de Kolonisatie


De geschreven geschiedenis van de ‘Nieuwe Wereld’ begint uiteraard pas met de komst van de Europeanen in 1492. Toch waren er al tienduizenden jaren eerder al mensen op het Amerikaanse continent. Tussen 20.000 en 30.000 v.Chr. kwamen de eerste bewoners van het Noord-Amerikaanse continent vanuit Azië via de Beringstraat naar het huidige Amerika getrokken. Deze mensen, door Christoffel Columbus abusievelijk indianen genoemd, verspreidden zich uiteindelijk over het hele continent. Zowel in het zuidwesten, in de streek waar de huidige vier staten Colorado, New Mexico, Arizona en Utah tezamenkomen (de Anasazi) en in het Mississippi-gebied (Cahokia) hebben inheemse culturen bestaan die een aanzienlijk peil van ontwikkeling gekend hebben. Tot een hoog-cultuur zoals in Mexico of Zuid-Amerika is het echter op het grondgebied van de Verenigde Staten niet gekomen. In het gebied ten noorden van Mexico leefden naar schatting ongeveer een half miljoen indianen op het moment dat de kolonisatie vanuit Europa begon. Hun leefwijzen verschilden sterk: sommigen waren nomaden, anderen leefden sedentair. Zowel landbouw, jacht als visserij werden door hen bedreven. De eerste Europeanen die noordelijk Amerika trachtten binnen te dringen waren de Spanjaarden. Deze hadden zich voordien gevestigd in Mexico. Op het moment dat zij het noorden verkenden, bestond het huidige grondgebied van de VS hoofdzakelijk uit uitgestrekte wouden, prairies en woestijnen. Hernando de Soto trok in 1539 Florida binnen en begon een expeditie door het zuidoosten. Hij werd echter in 1541 door de Mississipiërs verslagen en stierf als gevolg hiervan. Zijn expeditie leverde niet de rijke buit op die hij ervan voorspeld had en dit maakte voorlopig een eind aan Europese inmenging. Toch had het contact een belangrijk gevolg: de invoering van het paard. Dit dier zou het leven van de bevolking van de uitgestrekte prairie sterk veranderen.


Komst van de Europeanen


In 1607 stichtten Engelse kolonisten Jamestown, de eerste permanente nederzetting in wat thans Virginia is; in 1620 kwamen de Pilgrim Fathers aan in Massachusetts. Begin 17e eeuw waren de Spanjaarden al een eind naar het westen opgerukt en werd in New Mexico in 1609 Santa Fe gesticht. De Engelsman Henry Hudson werkte voor de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij ontdekte de naar hem genoemde rivier en begon in 1624 met de bouw van een nederzetting op het eiland Manhattan, Nieuw Nederland. Meer in het binnenland bouwden de Fransen in Louisiana en in Quebec een keten van forten. De indiaanse bevolking werd gedecimeerd door nieuwe ziekten en door aanvallen van de kolonisten, die de indianen als wilden beschouwden. Het was duidelijk dat de Engelsen de grootmacht zouden worden in het oosten van de huidige VS; uiteindelijk werden hier 13 koloniën en werd een slaveneconomie opgezet gebaseerd op de export van tabak en andere producten naar Europa. De Europeanen voerden ook menigmaal onderling strijd, vaak in samenwerking met verschillende indianenstammen, om zodoende hun koloniale rijken te versterken of uit te breiden. Tijdens de oorlog tussen Frankrijk en Engeland, de Zevenjarige Oorlog (1756-1763), verloor Frankrijk vrijwel al zijn koloniën in Noord-Amerika. Nu de grootste concurrent van de Engelse kolonisten verslagen was, en de belasting niet verlaagd werd begonnen deze de bemoeienis van het moederland als hinderlijk te ervaren. De Britse regering probeerde daarentegen haar gezag te verstevigen, o.a. door er een permanent leger te stationeren. Plannen voor diverse belastingwetten en de afgekondigde “proclamation line” droegen in hoge mate bij aan het uitbreken van de onafhankelijkheidsstrijd in 1775.


Onafhankelijk en uitbreiding


Aanvankelijk liep de strijd van de 13 koloniën niet goed tegen moederland Engeland. De onafhankelijkheidsstrijders, gesteund door Frankrijk en later ook Spanje en Nederland, zette door en de kansen begonnen te keren. op 2 juli 1776, werd de onafhankelijkheid uitgeroepen en op 4 juli werd de door Thomas Jefferson geschreven “Declaration of Independence” aanvaard. De Amerikaanse Vrijheidsoorlog zou duren tot 1783 toen de Britten zich terugtrokken uit de VS. Zes jaar later werden de 13 koloniën samen gesmeed tot “Unie van Verenigde Staten” en werd George Washington (een held uit de oorlog met de Britten) de eerste president. Na de gewonnen strijd tegen de Engelsen begon de trek naar het westen, en aan de zogenaamde “frontier” ontstond langzamerhand het nieuwe Amerika. Volgens velen is hier de democratie in Amerika ontstaan omdat iedereen gelijk was en zichzelf moest zien te redden in een hard bestaan. Ook ontstonden er veel nieuwe staten, o.a. Kentucky (1792), Tennessee (1796), Ohio (1803), Louisiana (1812), Indiana (1816), Mississippi (1817), Illinois (1819), Alabama (1819), Missouri (1821), Arkansas (1836) en Michigan (1837). Het Franse Louisiana werd van Napoleon gekocht en in 1821 verkreeg de nieuwe staat het Spaanse Florida. Door de zich verscherpende tegenstellingen tussen Noord en Zuid was het nodig dat telkens als er een zuidelijke staat werd toegelaten tot de Unie, er ook een noordelijke staat bij zou komen om zo het evenwicht in de Senaat te bewaren. 

 

In 1836 vocht Texas zich los van Mexico en werd een onafhankelijke republiek waarna het in 1845 op eigen verzoek werd het opgenomen in de Unie. Na de annexatie van Texas ontstond er een grensconflict tussen de V.S. en Mexico. Nadat er een schermutseling plaatsvond op gebied dat zowel door de VS als Mexico werd opgeëist brak in 1846 de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog uit. Beide partijen leden zware verliezen maar toch wisten de Amerikanen vrij eenvoudig te winnen en in de herfst van 1847 werd Mexico-stad ingenomen. In het vredesakkoord het noordelijke deel van haar grondgebied aan de VS kwijt. Hieruit werd o.a. de staat Californië gevormd alsmede territoria die later New Mexico, Arizona en Nevada zouden worden. Kort nadat de gevechten gestaakt werden werd in Californië goud gevonden en al gauw brak de goudkoorts uit. Er ontstond een ware volksverhuizing naar het westen en steden werden soms bijna letterlijk in één nacht uit de grond gestampt. Vele goudzoekers kwamen in San Francisco terecht, de zogenaamde "49ers".



De burgeroorlog


Er heerste voorts groeiende onenigheid tussen het in snel tempo geïndustrialiseerde noorden en het agrarische zuiden. De economie van het zuiden was gebaseerd op de mankracht van de zwarte slaaf, die van het noorden op de arbeider. In 1850 werd een compromis gesloten in het Congres waarbij nieuwe staten zelf mochten beslissen of ze slavernij zouden toestaan of juist verbieden. Later werd dit compromis ongrondwettelijk verklaard. Veel zuidelijke staten konden dit niet verkroppen en scheidden zich af van de Unie en vormde de Confederate States of America, met Richmond in Virginia als hoofdstad. Na de inauguratie van president Abraham Lincoln liepen de spanningen hoog op en in 1861 na beschieting van het Federale depot Fort Sumter in South Carolina brak de Amerikaanse Burgeroorlog uit. Deze oorlog zou de bloedigste oorlog uit de Amerikaanse geschiedenis blijken die zich 4 jaar voortsleepte. In de eerste helft van de oorlog leken de Geconfedereerde het voordeel te hebben ten dele door een superieure leiding van het leger. Na de Slag bij Gettysburg en aanstelling van Ulysses S. Grant als bevelhebber van het Leger begon het tij te keren. De economische overheersing van het geïndustrialiseerde noorden gaf uiteindelijk de doorslag voor de noordelijke overwinning. Gedurende de oorlog proclameerde Lincoln de afschaffing van de slavernij in de staten die zich gewapend tegen de Unie verzette en eind 1865 werd via een grondwetswijziging officieel de slavernij afgeschaft. Het zuiden had van de oorlog en zijn nasleep veel te lijden. Het zou tot het midden van de volgende eeuw duren voordat het zuiden weer in opkomst zou komen. Op 14 april 1865 werd Lincoln door een zuiderling vermoord. De Burgeroorlog kostte meer dan 600.000 mensen het leven.


De VS wordt een wereldmacht


Na de Burgeroorlog herstelde zich de Unie op nationaal niveau en het Zuiden op regionaal niveau. Tussen 1865 en 1877 werd het Zuiden bezet door Noordelijke troepen. Doordat het Noorden zich volledig ging richten op de industriële ontwikkeling, liet men de ontwikkeling van het Zuiden links liggen waardoor de zwarte bevolking, vrij maar gediscrimineerd een zware tijd tegemoet ging (de zogenaamde “Redemption” periode). De VS begon ook haar klim naar internationale macht in deze periode. De aan de macht zijnde Republikeinen zorgde voor een immense ontwikkeling van de industrie die een niet te stuiten toestroom van Europese immigranten op gang bracht. Universiteiten, uitvindingen en talloze musea werden opgericht maar alles onder een deken van corruptie en machtsmisbruik. De aanleg van spoorwegen die de oost- en westkust verbonden maakte een snel doordringen in het nog wilde gebied ertussen mogelijk. Voor de Oorspronkelijke Amerikanen leidde dit tot hun neergang, vooral omdat de bizon -grotendeels hun bron van levensonderhoud- op de rand van uitsterven gebracht werd. In 1898 sloot Hawaï zich bij de Verenigde Staten aan en in hetzelfde jaar raakte Amerika door Cuba in oorlog met Spanje. De uitkomst van deze oorlog was dat Cuba onder Amerikaanse voogdij kwam te staan. Later verwierf Amerika de Filippijnen, Guam, Hawaï en Porto Rico, en werden daardoor een koloniale mogendheid. Het idee was dat de Verenigde Staten geroepen waren om de positie van meest machtige staat ter wereld van Engeland over te nemen. Het zou niet lang duren voordat de VS ook in Europa zouden gaan deelnemen in de strijd om de macht.



De Eerste Wereldoorlog en de “beurscrash”


Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak bleef de regering van de VS vasthouden aan de neutraliteit en voor isolationisme. ze richtten haar aandacht naar binnen, weg van internationale relaties en uitsluitend nog op binnenlandse aangelegenheden en die van het westelijk halfrond. In 1917 werden zij toch bij de “grote” oorlog betrokken. Naast economische redenen en het zogenaamde “Zimmerman” telegram koos de VS voor het sturen van grondtroepen. Kringen buiten president Wilson waren bang dat het machtsevenwicht in de wereld verstoord zou worden, met alle gevolgen van dien voor de positie van de Verenigde Staten op het wereldtoneel. Duitsland dat al op z’n laatste benen liep kon de nieuwe toestroom van verse troepen uit de VS niet aan en zou uiteindelijk vanuit het eigen land op moeten geven. Dat de Verenigde Staten vanaf deze tijd een cruciale rol zouden spelen in de wereldpolitiek was nu wel duidelijk geworden. Bij de Vrede van Versailles met de Fransen en Engelsen wilde Wilson zijn idee van een Volkenbond onlosmakelijk verbinden aan het vredesverdrag. 

 

Ne de Eerste wereldoorlog begonnen de zogenaamde ‘Roaring Twenties’, een periode waarin voorspoed de klok sloeg, maar ook een periode van onrust en onzekerheid onder jongeren. In 1929 sloeg het noodlot toe met de “beurscrash” toen zo’n 100.000 bedrijven failliet gingen en een kwart van de beroepsbevolking werkloos werden. In 1932 won de Democraat Franklin Delano Roosevelt de verkiezingen en hij pakte de economisch en sociale problemen aan met zijn programma ‘New Deal’ dat grote overheidsinvesteringen inhield. Het was niet voldoende. Het isolationisme zorgde aanvankelijk ervoor dat de VS zich militair buiten de Tweede Wereldoorlog hielden. Wel werd er via de Lend-Lease Act geld en materiaal naar de geallieerden gestuurd. De Japanse aanval op Pearl Harbor in 1941 zorgde ervoor dat Amerika ook actief ging deelnemen aan de Tweede Wereldoorlog.


De Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude oorlog


Het duurde niet lang of de Amerikanen vochten op alle fronten mee en hadden daardoor een beslissend aandeel in de nederlaag van Duitsland door de landingen in Afrika en Italië in 1943, en de beslissende aanval in Normandië van 6 juni 1944 (D-Day). De Amerikaanse militaire macht had toen al vanaf 1942 de Japanners terug gedrongen na de Slag bij Midway. In 1945 werden Duitsland en Japan op de knieën gedwongen, Japan pas na het gooien van atoombommen op de steden Hiroshima en Nagasaki. Roosevelt was groot voorstander van een internationale organisatie die voor een machtsevenwicht zou zorgen voor de wereldorde; de Verenigde Naties werd opgericht. Onder Roosevelt’s opvolger Truman scheurde de alliantie met de Sovjet Unie die z’n macht over Oost-Europa verstevigde. De Amerikanen steunden het westen en zuiden van Europa met economische en militaire hulp. Bovendien werd er een Atlantisch Bondgenootschap opgericht, de NAVO. In het Verre Oosten was Amerika de bezettende mogendheid in Japan, maar verloor men China na de overwinning aldaar door de communisten. De sfeer tussen beide wereldmachten werd grimmiger door de toenemende wapenwedloop en de door de Spoetnikcrisis versnelde Ruimtewedloop. 

 

In 1950 vielen Noord-Koreaanse communistische troepen Zuid-Korea binnen en in september was 90% van Zuid-Korea in Noord-Koreaanse handen. De strijdkrachten van de Verenigde Naties, voornamelijk bestaande uit Amerikaanse eenheden voerden landingen uit in de rug van het Noord-Koreaanse leger, dat spoedig daarop ineenstortte. Chinese vrijwilligers kwamen de Noord-Koreanen te hulp en samen sloegen zij de troepen van de VN terug tot ongeveer de 38e breedtegraad. In 1953 werd overeenstemming bereikt en het land zou tot op de dag van vandaag verdeeld zijn. Korea zou de eerste, maar niet de laatste test van de Koude Oorlog zijn. Ondertussen begon de Amerikaanse economie zich in het binnenland om te vormen van een industriële naar een diensteneconomie. De Amerikaanse economie stond op z’n hoogtepunt. Tijdens het presidentschap van John F. Kennedy begin jaren 60 beleefde de Koude Oorlog zijn heetste momenten tijdens de Cubacrisis waarin ternauwernood een atoomoorlog vermeden werd toen de Sovjet-Unie onder zware druk offensieve atoomraketten uit Cuba terugtrokken. Op 22 november 1963 werd Kennedy in Dallas vermoord wat zorgde voor een schok in de hele wereld.



Vietnam en sociale onrust


Al vanaf de jaren 50 (zou later blijken) verstrikte de VS zich steeds meer in het Vietnamese conflict Geïnjecteerd door angst was het land bang dat dit land als dominosteen zou fungeren in het omvallen van alle landen in ZOA door het communisme. Na miljoenen militaire steun volgde “adviseurs’ waarop zware bombardementen volgden. In 1965 volgde de eerste grondtroepen. In vier jaar tijd werd de sterkte van de VS in Vietnam tot meer dan een half miljoen soldaten. De steeds heviger luchtbombardementen op Noord-Vietnam lokten scherpe protesten uit, zowel in het buitenland als in de VS zelf. Deze sociale onrust werd opgestookt door onvrede in de samenleving van vrouwen, minderheden en jongeren. De crisis werd groter door politieke moorden op o.a. Malcolm X, Robert Kennedy en Martin Luther King. President Johnson reageerde met het verbeteren van de gezondheidszorg en antidiscriminatiewetten. Vanaf 1969 werden soldaten teruggetrokken en in 1972 zou na een wapenstilstandsverdrag alle soldaten per direct worden teruggetrokken. Het was een grote blamage worden voor het machtigste land ter wereld die nog lang zou doordreunen. 


Jaren 70 en 80


Tijdens de jaren zeventig hadden de VS te maken met een periode van malaise veroorzaakt door stagflatie, de oliecrisis en de eerste verschijnselen van internationaal terrorisme. President Nixon raakte verwikkeld in de affaire rond Watergate die in 1974 uitmondde in een dreigende afzettingsprocedure. Hij trok zijn conclusies en trad af, als eerste (en tot nu toe enige) Amerikaanse president en werd opgevolgd door vicepresident Ford. Onder zijn bewind kwam het land weer min of meer tot rust en verminderden de nationale tegenstellingen. In 1976 werd Ford opgevolgd door Carter. Ook hij was geen groot leider die het Amerikaanse volk kon bezielen. Zijn belangrijkste triomfen zouden de verzoening zijn tussen Israël en Egypte in de Camp David-akkoorden. In 1979 werden een vijftigtal personeelsleden langer dan een jaar gegijzeld in de Amerikaanse ambassade in Teheran als gevolg van de Iraanse Islamitische Revolutie. Critici van de VS zagen in deze periode een teken dat de VS tanende was en haar belang en idealen had verloren. In 1980 werd om die reden de vroegere Hollywoodacteur en gouverneur van Californië, de Republikein Ronald Reagan tot president gekozen.

 

 

President Reagan gaf het Amerikaanse volk weer haar zelfvertrouwen terug. De door tegenstanders als Cowboy omschreven president was anticommunist, had een ongetemperd optimisme en vertrouwen in zijn eigen land. In de buitenlandse politiek was Reagan daadkrachtig en, volgens critici, roekeloos. Hij voerde de wapenwedloop op om zo de Sovjet-Unie financieel op de knieën te krijgen en samen met zijn geestverwant Margaret Thatcher, de premier van Groot-Brittannië, zag hij in de in 1985 aan het roer gekomen Sovjetleider Gorbatsjov een gesprekspartner. Besprekingen tussen de beide supermachten leidden tot verregaande wapenbeheersingsakkoorden. Toen de Sovjet-Unie uiteindelijk viel en het Oostblok liberaliseerde groeide de welvaart van de VS tot ongekende hoogten, net zoals haar schuldenlast en internationale verstrengelingen.


Bush en Clinton


George H.W. Bush zou Reagan opvolgen als president in 1988. Doordat het evenwicht tussen de twee supermachten wegviel, ontstonden overal op de wereld nieuwe brandhaarden. Zo viel in 1990 Irak Koeweit binnen, wat leidde tot de eerste Golfoorlog. In het binnenland was het economische en sociale beleid niet erg gericht op de economisch zwakkeren, waardoor de levensomstandigheden van de zwarte bevolking achteruit ging, en dat leiddde tot veel geweld en onrust. In 1992 wist de Democratische presidentskandidaat Bill Clinton de verkiezingen te winnen. Onder zijn bewind zette de economie van de VS haar hoge groei die onder Reagan was begonnen, door. Ook de Europese economie wist hiervan mee te profiteren. Irak hield Clinton vaak bezig en de conflicten in de Balkan en Somalië vereisten de inzet van Amerikaanse troepen. De inzet in de Balkan werd vooral buiten de Verenigde Naties om geregeld, met name door de NAVO. De Vredesakkoorden van Dayton maakten een einde aan het conflict in Bosnië en Herzegovina maar al gauw waren de VS en de NAVO verwikkeld in een conflict tegen Servië om Kosovo. In 1996 won Clinton wederom de verkiezingen. Zijn leiderspositie kreeg moreel een tegenslag te verwerken door diverse schandalen die zijn regeerperiode teisterden. In 1999 werd Clinton de tweede president ooit die met een afzettingsprocedure (impeachment) te maken kreeg, nadat hij meineed zou hebben gepleegd in een zaak betreffende seksuele contacten met Monica Lewinsky, een stagiaire op het Witte Huis. Clinton ontkwam echter aan een veroordeling in de Senaat. In 2000 wist George W. Bush met een kleine meerderheid van de kiesmannen het presidentschap te winnen. 



Oorlog tegen het terrorisme


Op 11 september 2001 vonden er terroristische aanvallen met gekaapte passagiersvliegtuigen plaats op de Twin Towers van het World Trade Center op de zuidelijke punt van Manhattan, New York en op het Pentagon in Washington. Dit was de eerste aanval op eigen grondgebied sinds de aanval op Pearl Harbor. Beide torens stortten na ongeveer een uur compleet in, en duizenden mensen uit 62 landen vonden de dood, inclusief alle inzittenden in de voor de aanslag gebruikte vliegtuigen. De aanslagen werden door geen enkele organisatie opgeëist, maar algemeen werd aangenomen dat de Saoediër Osama bin Laden er weer achter zat. Bin Laden zou in Afghanistan verborgen zitten, maar het Taliban-bewind wenste hem niet uit te leveren. President Bush beschouwden de aanvallen als een directe oorlogsverklaring aan het land en verklaarden op hun beurt de oorlog aan het terrorisme en aan de staten die terroristen verborgen hielden zoals Afghanistan, ondersteund door de NAVO. Half november werden de eerste grote successen geboekt en viel de hoofdstad Kabul in handen van het Noordelijk Front. Op diplomatiek niveau werd er ondertussen hard gewerkt aan de vorming van een overgangsregering.

 

 

Na jarenlang problemen met de wapeninspecties in Irak besluit in 2003 de VS het land binnen te vallen gesteund door zo’n 30 landen. Na een snelle overwinning van de Amerikaanse troepen, werd Bagdad door de Amerikanen bezet. In december 2003 wisten de Amerikaanse troepen ook Saddam Hoessein op te pakken. Er brak in Irak vervolgens een groeiende tegenstand uit die vele levens kostte. Intussen was er internationaal kritiek op het Amerikaanse optreden ontstaan. Nadat in 2005 Irak formeel weer werd overgedragen aan de Irakezen leek de rust aanvankelijk weer enigszins terug te keren. Aan het einde van het Bush-tijdperk stortte de wereldeconomie in en was een diepe recessie een feit. In november 2008 verslaat Barack Obama Republikein John McCain en zal de eerste zwarte president van de VS worden.


Tijdperk Obama


Aanvankelijk had Obama brede steun in zowel het binnen- als buitenland. Gaandeweg nam zijn populariteit in 2009 echter radicaal af, mede na het aannemen van een wet in het Congres die het Amerikaanse zorgstelsel hervormde alsmede de steeds verder oplopende recorduitgaves en nationale schuldenlast. Internationaal staat Obama's presidentschap in het teken van een meer tegemoetkomend beleid jegens traditioneel niet als bevriend bekendstaande landen als Rusland en Iran alsmede een toenadering tot islamitische landen en groeperingen terwijl er juist een hardere lijn wordt gevoerd tegen bondgenoten. In mei 2011 slagen commando's er eindelijk in de gevreesde Al-Queda leider Osa Bin Laden te doden. Obama werd in 2012 bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen herverkozen. Hij is de eerste Democratische kandidaat sinds Franklin D. Roosevelt die twee achtereenvolgende presidentsverkiezingen wint met een meerderheid aan voorkeurstemmen. In april 2014 kondigen de VS en de EU sancties aan tegen Rusland vanwege de annexatie van de Krim en de Russische bemoeienis met Oekraïne. In juli 2015 heropenen Cuba en de Verenigde Staten wederzijds hun ambassades, een enorme stap voorwaarts voor het normaliseren van de betrekkingen. In 2016 zijn er veel aanslagen door Islamitische staat (IS), onder andere op een homoclub in Orlando. De Verenigde Staten maken zich op voor de presidentsverkiezingen van november 2016. Hillary Clinton is kandidaat voor de democraten en Donald Trump voor de republikeinen. In november 2016 wint tot de verrassing van bijna iedereen Donald Trump de presidentsverkiezingen. Hij treedt in januari 2017 aan onder de slogan America First. 


Trump en nepnieuws


In april 2017 bombarderen de VS een Syrische luchtmachtbasis en besluiten ze Koerdische strijdkrachten te bewapenen in de strijd tegen Islamitische Staat. President Trump’s regering heeft te maken met talloze wijzigingen door nepnieuws en (vermeende) leugens en toespelingen. Trump wil in principe alles terugdraaien wat Obama heeft opgebouwd in z’n 8-jarige termijn beginnend met de “Obama-care”. Noord-Korea wordt gewaarschuwd dat het met militaire represailles te maken kan krijgen wanneer het zijn kernprogramma doorzet en ook worden de sancties tegen Rusland opgeschroefd terwijl men juist dacht dat Trump de betrekkingen met Poetin zou verbeteren en zelfs aanhalen. Dagelijks staan de kranten vol over de onrust die ontstaan is door de vermeende inmenging van de Russen bij de verkiezingen van afgelopen November. Trump dreigt met handelsoorlogen met China maar ook met de EU. Ook verhoogt hij de druk op Europa om de NAVO-partners te attenderen op het feit dat zij meer moeten inleggen op de uitgaven. Ondanks alle onrust neemt de populariteit van Trump onder Republikeinen toe; hij laakt het internationale klimaatverdrag, neemt een harde lijn in tegen illegale immigratie, dreigt nog steeds met het bouwen van een muur op de Mexicaanse grens en neemt een harde stelling in tegen moslims. In maart 2020 wordt de noodtoestand uitgeroepen in het land  vanwege de Covid-19 pandemie. Trump bagatelliseerde aanvankelijk de aard en omvang van de pandemie, maar hedentendage is de VS het meest getroffen land.



Terug naar normaal met Biden


In november 2020 verslaat de democraat Joe Biden de zittende president Trump, die moeite heeft zijn verlies te erkennen. Na een chaotische verlopen tussenperiode met als dieptepunt de gewelddadige bestorming van het Capitool door Trumpaanhangers wordt Joe Biden op 20 januari 2021 geïnaugureerd als president. Zijn vicepresident is Kamala Harris, de eerste vrouw in deze functie. Biden ‘s eerste prioriteiten zijn de bestrijding van de Covid pandemie, het versterken van de nationale eenheid en het herstellen van diplomatieke banden. Hij wil onder meer de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het klimaatakkoord van Parijs en de uittreding uit de WHO terugdraaien.