GESCHIEDENIS - Nederland



Prehistorie t/m IJzertijd


De vroegste sporen van menselijke aanwezigheid in, wat wij nu Nederland noemen, dateren uit een warme fase in het klimaat ca. 250.000 jaar geleden. Nederland was toen een deltagebied bestaande uit moerassig gebied waar alleen jagers af en toe kwamen. Uit de sporen blijkt dat de oudst bekende bewoners van Nederland o.a. jacht maakten op olifanten, neushoorns en herten. Van ca. 12.500 jaar geleden dateren nederzettingen langs de Maas, terwijl op de dekzanden ten noorden van de grote rivieren jagers-verzamelaars jacht op rendieren maakten. Gedurende het mesolithicum (8300 – 5300 v.Chr.) steeg de temperatuur relatief snel waardoor de planten- en dierenwereld veel gevarieerder, wat meer voedselbronnen opleverde. Men trok minder rond, de bevolking groeide en bleef langer op één plaats wonen in primitieve nederzettingen. De trechterbekercultuur (ca. 3400-2850 v.Chr.) is bekend geworden dankzij de hunebedden in met name de provincie Drenthe en tegelijkertijd woonden bij de grote rivieren verspreide populaties van de Vlaardingencultuur (ca. 3500-2500 v.Chr.). In de IJzertijd (800 – 50 v.Chr.) dreigde in Nederland in de bevolkte gebieden overbevolking en mensen migreerden naar de kusstroken – zo ontstonden de eerste terpen. Het moet circa in 450 v.Chr. zijn geweest dat Kelten en Germanen ons land binnen kwamen en zich hier vestigden. Ook toen was ons land al overbevolkt. 


De Romeinse tijd en Karel de Grote


In 57 v.Chr. drongen de Romeinse legioenen door tot in Zuid-Nederland. Na aanvankelijke pogingen om het rijk uit te breiden tot aan de Elbe werd vanaf 47 n.Chr. de Rijn de noordgrens. Door hun komst kwamen de eerste geschreven geschiedkundige bronnen die handelden over deze gebieden, tot stand. Na de onderdrukking van de Bataafse Opstand was het gedurende twee eeuwen rustig in de Rijnprovincies. Met de opname in het Romeinse Rijk brak een periode van economische expansie en sterke bevolkingstoename, de “pax Romana”, aan. Door de uitbreiding van het wegennet en de scheepvaart nam de mobiliteit en daarmee de handel toe, geholpen door de toenemende beschikbaarheid van muntgeld. Er ontstonden (permanente) steden en dorpen vooral op strategische plekken. Het Romeinse pantheon werd geïntroduceerd, maar voordat het christendom de overheersende godsdienst werd, was er vooral een mengelmoes van heidense culten. De Germaanse druk op de noordgrens van het Romeinse Rijk nam toe terwijl de volksverhuizingen tot steeds meer instabiliteit leidde. Er volgde een periode van neergang, waarvan het Romeinse Rijk zich niet meer herstelde en een versnippering van Europa die tot op heden herkenbaar is. Na de Romeinen waren verdwenen waren er nog drie grote Germaanse stammen in Nederland over – de Friezen in het noorden, Saksen in het zuiden en Franken in het oosten. 

 

Het Karolingische Rijk, dat duurde van 751 tot 925, breidde zich uit naar het noorden en het zuiden. Karel de Grote vestigde zijn gezag over de Friezen in 785 en over de Saksen in 804. Karel de Grote stierf in 814 en onder zijn zoon Lodewijk de Vrome en diens opvolgers verzwakte de macht van de Karolingers zienderogen. De Nederlanden zouden na vele verdelingen tot het Oostfrankische of Duitse rijk worden toegevoegd waartoe het officieel tot 1648 zou behoren. De Duitse keizer bleef in naam leenheer van de Nederlandse gebieden, maar had in feite niet meer dan een ceremoniële functie. 


De graven en Bourgondische periode


Het leenstelsel (waarbij vazallen beloond werden door hen grond in leen te geven)  verzwakte het centraal gezag. T.g.v. invallen van de Vikingen en delingen van het Frankische Rijk was het een instabiele periode. In de 10e eeuw kwam er een einde aan de invasies van Europa door Vikingen, Moren en Aziatische steppevolkeren. Venen en moerassen werden drooggelegd, bossen gerooid en grond werd ontgonnen. Een aantal feodale heren wist hun gezag uit te breiden ten koste van hun buren. Uit een onoverzichtelijke lappendeken van gebiedjes ontwikkelden zich wereldlijke en geestelijke landsheerlijkheden dat vanaf ca. 1100 uit tot praktisch onafhankelijke vorstendommen. De graven van Holland en Zeeland en de hertogen van Gelre en van Brabant werden de machtigste feodale vorsten. De bevolkingsgroei in deze periode had zijn weerslag op de handel en daarmee op de steden, die vooral door hun muren een machtsfactor van betekenis werden. 

 

Ook de 14e eeuw zou voor de Nederlanden en Europa verandering betekenen; de 100 jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland brak uit en de zwarte dood trad in. In Frankrijk maar ook in de Nederlanden ontwikkelde zich een eigen identiteit waardoor wij geen onderdeel gingen uitmaken van het Heilige Roomse Rijk. De expansiedrang van de landsheren uitte zich in verscheidene onderlinge oorlogen, maar vooral de huwelijkspolitiek zorgde ervoor — vaak door toevalligheden — dat grote delen van de Lage Landen onder buitenlandse vorstenhuizen vielen. Het succes van de huwelijkspolitiek bleek vooral bij de hertogen van Bourgondië. Die wisten tussen 1384 en 1428 een aantal noordelijke en vrijwel alle zuidelijke gebieden voor het eerst sinds de Karolingische tijd te verenigen. Welvaart nam toe met de bouw van schepen op de talloze doken en het toetreden van verschillende steden in de Nederlanden tot de Hanzen. 



Van Habsburgs naar Spaans onderdaan


De dochter van Karel de Stoute, Maria van Bourgondië, trouwde in 1477 met Maximiliaan I, de aartshertog van Oostenrijk en later Duits keizer. De Nederlanden werden hierdoor opgenomen in het bestel van het Habsburgse vorstenhuis en zo werd voorkomen dat de Fransen nog meer gebieden konden innemen. Maximiliaan werd opgevolgd door zijn zoon Filips de Schone, die weer trouwde met de Spaanse prinses Joanna van Aragon. Uit dit huwelijk werd in 1500 Karel V geboren die later koning van o.a. Spanje werd en tenslotte keizer van het Heilige Roomse Rijk. Karel V maakte zich ook druk over de eenmaking van Nederland en verwierf in de periode 1523-1543 achtereenvolgens Friesland, Utrecht en Overijssel, Groningen en Drenthe en Gelderland. Op het Prinsdom Luik na was het gehele huidige grondgebied van België, Nederland en Luxemburg in handen van Karel V en dit gebied werd vaak aangeduid met de naam Zeventien Provinciën. Een landvoogd zou over Nederland gaan heersen. 

 

Ondertussen was het protestantisme vanuit Duitsland (Maarten Luther) en Frankrijk (Calvijn) in de Lage Landen doorgedrongen en was door de katholiek Karel V de koninklijke inquisitie ingevoerd, die onder zijn regeerperiode al meer dan 2000 protestanten veroordeelde en liet executeren. In 1555 deed Karel troonsafstand en werd zijn broer Ferdinand keizer van het Heilige Roomse Rijk die vervolgens deze in 1555 overdroeg aan z’n zoon Filips II. De oorlogen, met hoge belastingen en handelsblokkades als gevolg, drukten echter zwaar op de bevolking. Deze keer kwam er door de reformatie en vooral de nog hardere vervolging opgelegd door Filips daarvan nog een nieuwe factor bij. Dit explosieve mengsel zou leiden tot de Opstand met als inleiding de Beeldenstorm. Deze eerste opstand in 1566-1568 kon nog de kop ingedrukt worden met een haastig ingeroepen Spaanse legermacht, maar het harde beleid (met o.a. de ingeroepen “Bloedraad”) riep opnieuw veel weerstand op. 


Van Republiek en de Gouden Eeuw


Op 1 april 1572 slaagden de (water)geuzen erin om Den Briel in te nemen en begon een tweede opstand. de bevolking van Holland en Zeeland zich massaal achter de bevrijders schaarde. O.l.v. Willem van Oranje-Nassau (de Zwijger) vochten de rebellen stad op stad op de Spaanse troepen. Na de herovering van Antwerpen door de Spanjaarden en de sluiting van de Schelde door de Noordelijke Nederlanden was de scheiding van de Nederlanden definitief en de Republiek der Zeven Provinciën (1588) geboren. Economisch ging het de Republiek in de 17de eeuw voor de wind. In de slipstream van de economische opgang kwamen ook de kunsten en wetenschappen tot grote bloei. Zo werd in 1575 de Universiteit van Leiden opgericht en schilderden Rembrandt, Jan Steen, Frans Hals en Johannes Vermeer prachtige schilderijen. Na de Val van Antwerpen trokken veel kooplieden uit het Zuiden naar de Republiek in het noorden. Met hun kennis en kapitaal werden de producten uit Afrika, Azië en Amerika nu zelf gehaald. 

 

In 1590 ging de zoon van Willem van Oranje, prins Maurits, in de tegenaanval en veroverde alle gebieden boven de grote rivieren. De Spanjaarden moesten door o.a. geldgebrek de strijd staken en er werd een bestand gesloten en de Republiek werd erkent als soevereine onafhankelijke staat. De organisatie van de overzeese handel en het beheer daarvan kwam langzamerhand bijna volledig in handen van de Hollanders en hun compagnieën, de (VOC: 1602) en de West-iindische Compagnie (WIC: 1621). Na het bestand zouden de Republikeinse troepen ook de rest van het huidige Nederland veroveren toen er in 1648 met een verdrag een einde kwam aan de 80jarige oorlog. De Zuidelijke Nederlanden (huidig België) bleven Spaans en overwegend Katholiek. Ondertussen werd er een basis gelegd voor kolonies in Azië, Afrika en de Amerika’s. Er volgden oorlogen met Engeland en de jonge Republiek werd in het rampjaar 1672 zowel over land- als zee aangevallen. De jonge Willem III (die ook koning van Engeland zou worden) wist met grote moeite de aanvallen uiteindelijk af te slaan. De Republiek zou veel geld spenderen aan menig oorlog met veel grote Europese machten (o.a. Engeland en Frankrijk) die steeds sterker werden zowel op militaristisch als financieel gebied. De 4e Engelse oorlog (1780-1784) verliep rampzalig voor de Republiek terwijl er grote ontevredenheid in het land was dat escaleerde in een opstand van de patriotten (anti-monarchie) in 1786. Op lokaal niveau begon een revolutie af te tekenen, maar met een Pruisische inval kwam het tot de Oranjerestauratie. Veel patriotten vluchtten naar Frankrijk, waar zij een niet onbelangrijke rol hadden in de Franse Revolutie. 



De Franse tijd tot WWI


In 1793 werd de Republiek de oorlog verklaard door de Franse Republiek en twee jaar later werd de Republiek overlopen door Franse troepen. Samen met de Franse troepen kwamen ook de uitgeweken patriotten terug en zij namen overal het bestuur weer in handen. Op 16 mei 1795 werd er al een verdrag ondertekend en werd de Bataafse Republiek, zoals het land zich voortaan noemde, als onafhankelijke staat erkend, maar in feite gewoon een Franse vazalstaat was. In 1806 werd de Bataafse Republiek tot het "Koninkrijk Holland" uitgeroepen met de broer van Napoleon Bonaparte, Lodewijk Napoleon, als koning. Op 13 juli 1810 volgde de inlijving bij het Franse Keizerrijk. Napoleon leed in 1813 echter grote nederlagen in Rusland en bij Leipzig en in 1813 keerde de prins van Oranje terug in Nederland en werd als soevereine vorst der Nederlanden (incluis België en Luxemburg) ingehuldigd. Na het aftreden van Napoleon een jaar later vertrokken de laatste Franse troepen uit Nederland. Na een laatste opleving werd Napoleon in 1815 te Waterloo verslagen (o.a. met Nederlandse troepen) en in 1816 kreeg Nederland de meeste koloniën weer terug die ze had verloren.

 

De nieuwe koning ging voortvarend te werk en de economie werd flink gestimuleerd. Maar hij was zeer conservatief op het politieke vlak; hij maakte Nederlands de officiële taal, trachtte het protestantisme door te drukken en voerde een autocratisch beleid. Met name in de Zuidelijke Nederlanden groeide het verzet. In 1830 brak in Frankrijk de Juli-revolutie uit die in Zuid-Nederland leidde tot de Belgische Revolutie, waarna België zich afscheidde van Nederland. In 1839 werd deze scheiding definitief. Een jaar later deed Willem I afstand van de troon en werd opgevolgd door z’n oudste zoon, Willem II. Onder druk van de revoluties in Frankrijk en Duitsland nam de jonge koning het initiatief van een grondige grondwetswijziging die o.a. de volledige ministeriele verantwoordelijkheid inhield (en nog immer de basis is van onze politieke bestel). In 1849 nam zoon Willem III het over en tegen z’n wil werd z’n macht steeds verder beperkt. Tijdens z’n koningschap werd wel provincie Limburg ingelijfd in het Nederlandse. In 1890 overleed koning Willem III en werd opgevolgd door zijn dochter Wilhelmina, die tot 1898 onder regentschap stond van haar moeder, koningin Emma. Hertogdom Luxemburg zou in 1890 onafhankelijk worden. 

 

Aan het einde van de 19ee eeuw kwam eindelijk de industrialisatie op gang die elders in Europa al eerder had plaatsgevonden. Naast de schoolstrijd werden uitbreiding van het kiesrecht en verbetering van de sociale omstandigheden van de arbeiders belangrijke politieke thema's. Geleidelijk verdween de echte armoede, terwijl arbeidsvoorwaarden een wettelijke basis kregen. Er begon zich een verzuiling af te tekenen die met het burgerlijk karakter tot in de jaren 60 van de twintigste eeuw de Nederlandse samenleving zou kenmerken. 


WWI, interbellum en WWII


In WWI verklaarde Nederland zich neutraal en dat was maar goed ook want militair was ons land zeer zwak.  Wel hadden we eind 20ste eeuw een hele reeks forten aan laten leggen en konden we ons “verstoppen” achter onze waterlinies. Er werd voor de oorlog een sociale revolutie getracht met de “vergissing van Troelstra”. Direct na WWI volgde een economische opleving in het land en werd de infrastructuur uitgebreid, de Rotterdamse haven groeide uit werelds grootste en de industriële sector groeide eveneens. Er werd land gewonnen op de Zuiderzee. Ook werd het sociale stelsel uitgebouwd. De crisis van de jaren 30 die begon in 1929 en gepaard ging met revolutionaire ontwikkelingen overal in Europa werd door Nederlandse burgers en arbeiders met een grote mate van passiviteit ondergaan, op de Jordaan-oproer na en de oprichting van de NSB. 

 

Op 10 mei 1940 vielen de Duitse troepen Nederland binnen, vijf dagen later was het land grotendeels bezet en op 14 mei capituleerde het Nederlandse leger. De Nederlandse regering zou vanuit Londen het Nederlandse verzet leiden. Indonesië viel op 9 Maart 1942 aan de Japanners. Toen de Nederlands de nazi-ideologie niet vrijwillig lieten opdringen werd systematisch het land leeggeroofd en werden arbeiders naar Duitsland gestuurd om daar te werken voor de oorlogsindustrie. De Jodenvervolging was al ingezet en zou leiden tot 75% vernietiging van het volk in concentratiekampen. Een minderheid voerde actief verzet zoals hulp aan de joden en andere slachtoffers van het regime, het organiseren van de zogenaamde onderduik, ondergrondse pers, spionage en sabotage en voorbereiding voor militaire hulp bij de bevrijding. Al zou de slag om Arnhem uitlopen op een fiasco werd Nederland dan toch uiteindelijk bevrijd door Geallieerde troepen in het voorjaar van 1945. Duizenden waren toen de hongerwinter van 1944-1945 niet overleefd. Er zouden 200.000 mensen de oorlog niet overleven waarvan de helft Jood. 



De wederopbouw en hippie jaren (jaren 50 en 60)


Nederland moest volledig worden opgebouwd na de vernielingen van de oorlog en werd geholpen door het Amerikaanse Marshallplan. Het werd geholpen door de ontdekking van grote gasvelden in de Noordzee en in Slochteren. De verzorgingsstaat kon verder uitgebreid worden. Na de oorlog werd ook afstand gedaan van de falende neutraliteitspolitiek met het lidmaatschap van de VN, de EG en vooral de NAVO tijdens de Koude Oorlog. Nederlands-Indië ging na een onafhankelijkheidsstrijd verloren. Op 27 december 1949 vind de soevereiniteits-overdracht plaats, met uitzondering van Nieuw-Guinea. 

 

In de jaren vijftig was de concurrentiepositie t.o.v. het buitenland verbeterd door de geleide loonpolitiek. Er ontstond een jeugdcultuur die zich juist afzette tegen de oudere generatie, terwijl de seksuele moraal vrijer werd. Ook andere sociale bewegingen zoals de vrouwenbeweging lieten sterk van zich horen. Parallel aan de ontzuiling speelde zich vanaf deze periode de ontkerkelijking af. Met de talloze nieuw gevormde sociale bewegingen, waaronder de milieubeweging, ontstonden nieuwe culturele oriëntaties. In 1954 werd Nederland opgeschrikt door de vreselijke watersnoodramp die vooral Zeeland trof – honderden mensen en dieren verdronken en er zou een Deltaplan komen waardoor dit nooit meer zou gebeuren. Onder Amerikaanse druk sloot de Nederlandse regering in augustus 1962 een akkoord waarbij Nederland het bestuur over westelijk Nieuw-Guinea overgedragen werd aan een speciaal orgaan van de VN. De jaren 60 verschilden niet veel van elders met vele studentenorganisaties die protesteerden voor verandering, arbeiderspartijen voor meer loon en bescherming en hippies die tegen het bestaande establishment protesteerden. Er waren opstootjes met het huwelijk tussen prinses Beatrix en de Duitser Claus von Amsberg, met de provo’s en de krakersbeweging. Maar Nederland was anderzijds ook oprichter van de Benelux en de EEG – de eerste Europese samenwerking die moest leiden tot een gemeenschappelijk Europa belangrijk voor handel en veiligheid. 


Jaren 70, 80 en 90


Begin jaren 70 werd de Nederlandse regering geconfronteerd met de eventuele gratieverlening van de Duitse oorlogsmisdadigers de “drie van Breda”. De wereldwijde oliecrisis in 1973 stelde dit kabinet voor grote problemen. Het lukte nog wel om de lonen en prijzen te beheersen waardoor de inflatie teruggedrongen kon worden, maar de werkloosheid nam sterk toe. Een delicaat probleem was de Lockheedaffaire waarbij prins Bernhard, de man van de vroegere koningin Juliana betrokken zou zijn geweest. In deze kabinetsperiode werd de vroegere kolonie Suriname onafhankelijk. Vooral de arbeidsintensieve industrie trok weg naar lagelonenlanden. De daarop volgende grote werkloosheid sloeg vooral toe onder laag opgeleiden, waaronder veel gastarbeiders, die tijdens de stormachtige groei van de jaren 60 waren aangetrokken. Uiteindelijk bleek de verzorgingsstaat hierdoor niet in volle omvang houdbaar te zijn. 

 

Voor veel maatschappelijke onrust zorgden de discussies in de kamer en in het land over de invoering van de neutronenbom en de stationering van kruisraketten op Nederlands grondgebied. Op 30 april 1980 werd koningin Beatrix in Amsterdam gekroond, en ook nu vonden er ernstige rellen plaats. Ruud Lubbers leider van de CDA zou in het begin van de jaren 80 er een zwaar bezuinigingsbeleid op nahouden. Door de hier en daar sluimerende bezorgdheid over de omvang en vaak afwijkende gewoonten van etnische minderheden kwam in de jaren 90 de zogenaamde “leefbaar” partijen sterk op. In 1992 stort er een AL vliegtuig in een flat in de Bijlmer (Bijlmerramp) dat grote ophef veroorzaakt. Terwijl de Nederlandse soldaten onder de VN vlag een feestje vieren verderop worden in de moslimenclave “Sebrenica” (in huidig Bosnië-Herzegovina) afgeslacht door Bosnische Servische troepen tijdens een van de Joegoslavië-oorlogen in 1995. 



De twintigste eeuw


In het begin van de 20ste eeuw vind in Enschede de vuurwerkramp plaats. Een jaar later zouden een hele groep jonge mensen in Volendam voor het leven getekend worden door een oudejaarsbrand in een kroeg. Pim Fortuyn richtte een eigen partij op (LPF) die een aardverschuiving deed plaatsvinden in de Nederlandse politiek. Op 6 mei 2002 werd hij doodgeschoten. Een week later werden de verkiezingen voor het Nederlandse parlement gehouden en behaalde de LPF 26 zetels en werd daarmee de 2e partij van het land. Er werd een coalitie gevormd tussen CDA, VVD en LPF, die echter nog geen 100 dagen stand zou houden. Maar de geest was uit de fles; de (blanke) bevolking vroeg voorrang aan de nationale cultuur i.t.t. de Europese eenwording en de multiculturele samenleving die volgens sommigen mislukt is. De moord op Theo van Gogh leek de bevestiging van wat weleens is aangeduid als het multiculturele drama van een etnische onderklasse die maar ten dele integreert, met mogelijke radicaliserings-tendenzen tot gevolg. Terwijl de traditioneel geachte tolerantie jegens immigranten verminderde, bleef deze op andere vlakken bestaan, blijkens de invoering van het homohuwelijk en de relatief liberale regelgeving omtrent abortus, euthanasie, prostitutie en softdrugs. Nationaal is er na de ontzuiling voor vele mensen geen duidelijke ideologische stroming meer waar zij zich naar kunnen richten, waaraan ook het einde van de Koude Oorlog en de hiermee samenhangende verschuivingen van de internationale verhoudingen heeft bijgedragen. In 2004 komt Nederlandse volkszanger Andre Hazes te overlijden. Twee jaar later komt oud Servisch leider Milosovic te overlijden in een cel in de internationale gevangenis te Den Haag. Het is de opkomst van de “partij van de vrijheid” van Geert Wilders, een rechtse nationalistische partij die een duidelijke anti-Europese partij is. In 2008 begint er een wereldwijde crisis (kredietcrisis en de daaropvolgende staatsschuldencrisis) die niet minder dan 7 jaar zou duren. In februari 2010 valt het kabinet Balkenende (CDA) over het al dan niet verlengen van de troepenmacht van Nederland in Afghanistan. De Nederlandse Antillen bestaan sinds 10 oktober 2010 niet meer in hun huidige vorm. In april 2012 valt het kabinet van VVD en CDA omdat Wilders de gedoogsteun intrekt. 


tijdperk "rutte'


Bij de verkiezingen van september 2012 wordt de VVD de grootste partij, op de voet gevolgd door de PvdA die beiden een coalitie vormen. In April 2013 wordt Willem-Alexander koning van Nederland. In datzelfde jaar moet de regering diverse deals met de oppositie sluiten om hervormingen politiek haalbaar te maken. Met name D66, CU en SGP krijgen de status van geliefde oppositiepartijen. De SP en de PVV blijven fel tegen het kabinetsbeleid ageren. Eind 2013 en begin 2014 lijken de economische vooruitzichten iets te verbeteren en klimt Nederland langzaam uit de recessie. Er wordt een militaire missie naar Mali gestuurd. De kloof tussen autochtoon en allochtoon wordt steeds groter en wordt merkbaar bij de vermeende opvang voor asielzoekers en de zwarte pietendiscussie. Er is ook grote ophef over het wel of niet neerschieten door een raket van het vliegtuig MH17 boven Oekraïne waar niet minder dan 290 Nederlanders in zaten. In Maart 2016 komt Neerlands beste voetballer Johan Cruijff te overlijden t.g.v. longkanker. 

 

Bij de verkiezingen komt de VVD als grootste partij uit de bus, maar het politieke landschap is erg gefragmenteerd. Pas in oktober 2017 na een recordformatie wordt Rutte premier van een kabinet van VVD, D'66, CDA en de Christenunie. In 2018 wordt besloten de winning van aardgas in Groningen versneld te gaan stoppen vanwege aanhoudende aardbevingen en veel protesten vanuit de provincie Groningen. In september 2019 wordt de advocaat Derk Wiersma, die een kroongetuige verdedigde vermoord. Dit veroorzaakt een grote schok en wordt gezien als een aanslag op de rechtsstaat. Het jaar 2020 staat in het teken van de Covid-19 (Corona) pandemie die ook Nederland hard treft. De gezondheidszorg staat zwaar onder druk en ook de economie kraakt. De verkiezingen van 2021 geven een diffuus beeld. De VVD blijft de groostste partij, maar Mark Rutte (al demissionair) komt onder zware druk vanwege de toeslagen affaire en de kwestie Pieter Omzicht, gezien een vermeende actie om deze op te laten stappen. De VVD blijft achter haar leider staan en de formatie van een nieuw kabinet is momenteel aan de orde. In januari 2022 treedt na een record lange formatie een nieuw kabinet aan dat bestaat uit de oude coalitie.