GESCHIEDENIS - Guatemala


de maya's


Het wordt algemeen aangenomen dat de traditionele bewoners van Guatemala (en andere grote delen van de Amerika’s) tijdens de laatste ijstijd uit Siberië zijn gekomen over de bevroren Beringstraat. Zij zouden nadat de aarde flink was opgewarmd overgegaan zijn op het verbouwen van fruit en groente (o.a. mais). Deze welvaart zorgde voor uitbreiding van het aantal mensen maar ook verbetering van technieken voor de landbouw en kunst. De eerste tempels zouden snel volgen. De vroege Maya’s zouden rieten hutten bouwen. Handelsroutes volgden en er zou handel gedreven worden tussen de kust en de inlandse dorpen. Van de vierde tot de elfde eeuw was Guatemala het kerngebied van de Mayabeschaving dat wel de “klassieke” periode wordt genoemd. De Maya’s bouwden duizelingwekkende tempels (de hoogste zou 18 etages hoog worden) en men begon de befaamde Maya kalender te gebruiken. Elke Maya stad zou het middelpunt worden op het gebied van boodschappen (markt), religie en politiek voor de omliggende landbouwgebieden.  In de late 8e eeuw wankelde de machtige Maya cultuur; waarschijnlijk door droogte, bevolkingsdruk en ecologische schade. Groepen indianen trokken weg en nieuwkomers zoals de “K’iche” stam nam het stokje over in de Guatemalaanse hooglanden.


de spaanse overheersing


In 1521 versloeg Hernan Cortez in Mexico de Azteken en het duurde geen 3 jaar of een van z’n wreedste luitenanten genaamd “Pedro de Alvarado” trok Guatemala in. The K’itsche stam werd al snel verslagen door het relatief kleine Spaans en Mexicaanse leger van 600 man (gewapend met paarden en geweren). De Spanjaarden werden nu nog geholpen door de rivaliserende indianenstam de “Kaqchiquels” maar de liefde sloeg al snel over in haat. Rond 1550 was dat grotendeels voltooid, maar het zou nog tot 1697 duren voor de laatste Mayastaat, Tayasal, viel. Guatemala werd ingedeeld bij het onder koninkrijk Nieuw-Spanje, waarvan het een kapiteinsgeneraliteit vormde die heel Centraal-Amerika omvatte. Het bestuurlijk Spaanse centrum is meerdere keren verplaatst waaronder naar Antigua Guatemala (in 1543) en het huidige Guatemala Stad (in 1776 ). 

 

Nadat er een wet was gekomen dat de Guatemalaanse indianen niet meer als slaven mochten worden gebruikt werd de toestand van de inheemse volkeren iets beter maar bleven zij misbruikt worden voor de Spanjaarden. Tijdens deze periode werd ook het Christendom opgedrongen wat redelijk snel en diep werd overgenomen. Hoofdstad Antiqua werd het koloniale centrum van Latijns Amerika tot het verwoest werd door een vulkaan en de hoofdstad werd verplaatst in 1773. De hiërarchie in Guatemala (en menig ander koloniaal land wereldwijd) was verdeeld in Spaans geborenen, Spaans geborene in Guatemala (criollos), gemixte (mestizos) en onder aan de ladder de Maya’s en (zwarte) slaven. 


onafhankelijk


Guatemalaanse criollos profiteerden van de zwakke Spanjaarden die door Napolein in het moederland waren aangevallen in 1808. In 1821 werd het als deel van het Mexicaanse Keizerrijk onafhankelijk van Spanje, en twee jaar later scheidde het zich met een aantal andere Centraal-Amerikaanse landen af als de Verenigde Staten van Centraal-Amerika. Die federatie hield op te bestaan in 1840, waarna Guatemala een onafhankelijke republiek werd. Voor de arme inheemse bevolking was er weinig veranderd; de enige bescherming van de Spanjaarden was weggevallen en zij werden gebruikt door de kerk en grote landeigenaren die hen inzetten als “arbeider”.  

 

De gevestigde orde zou zich vanaf die tijd opsplitsen in twee kampen; de conservatieve partij gesteund door landeigenaren en de machtige kerk en de liberalen. Aanvankelijk had Guatemala overwegend conservatieve regeringen (o.a. werd Belize opgegeven aan Engeland in ruil voor een autoweg door de jungle die nooit gebouwd zou worden), wat met het aantreden van Justo Rufino Barrios in 1871 veranderde. Onder de liberale regering bloeide de economie op door de export van koffie, het werken aan infrastructuur en nieuwe scholen en het omgooien van het banksysteem. In 1885 kwam een einde aan Barrios' regering toen hij sneuvelde op veldtocht in El Salvador, dat hij had aangevallen in de hoop de Centraal-Amerikaanse eenheid te herstellen. Z’n opvolgers zouden ervoor zorgen dat er gigantische subsidies werden gegeven aan buitenlandse (lees: Amerikaanse) bedrijven en de macht kwam steeds verder te liggen bij een kleine rijke machtige families die het land in hun greep kregen. Politieke tegenstanders werden de gevangenis ingegooid, het land uit gestuurd of het stilzwijgen opgelegd. President Cabrera (1898 – 1920) zou Barrios z’n werk afbreken vanwege z’n uitgaven aan het leger. Ook hij werd uit z’n ambt gezet.


de "oktober" revolutie


In 1931 vestigde Jorge Ubico zijn dictatuur, die zich vooral kenmerkte door een paternalistisch beleid ter verbetering van het lot van de indiaanse bevolking. Nadat hij steeds autoritairder begon op te treden werd hij afgezet in 1944 na een bloedeloze volksopstand of de “Oktober-Revolutie”, die een korte periode van democratie, verbeterde infrastructuur en voorspoed inleidde, de 'tien jaren lente'. Arevelo zou tussen 1945 en1951 het sociale verzekeringsstelsel invoeren, een bureau als bescherming van de inheemse bevolking maar ook een gezondheidsstelsel. Hij zou 25 militaire coups overleven. In 1951 werd de sociaaldemocraat Jacobo Arbenz Guzmán tot president gekozen. Hij startte landhervormingen, tot woede van het leger, grote landeigenaren en de Verenigde Staten, die hem in 1954 omver wierpen. De VS was namelijk bang, gezien het feit dat Guzman in Oost-Europa steun zocht, dat het communisme de kop op zou steken wat juist gebeurde door dit optreden. Een militair bewind volgde. De landhervormingen werden ongedaan gemaakt en vakbonden verboden. De conservatieve militaire leiding zou in die jaren in de vorm van de geheime politie menig (politiek) tegenstander het zwijgen opleggen en de bevolking leefde in doodsangst. In 1960 begonnen linkse guerrilla bewegingen te ontstaan als in zo menig ander Latijns Amerikaans land. De industrie nam een vlucht maar de winsten verdwenen in de zakken van weinigen. Er volgde een grote migratie van het platteland naar de stad die al snel verzandde in krottenwijken en armoede. Geweld zou de tweedeling alleen doen toenemen; de arme plattelandsbewoners tegen de kleine rijke elite in de stad. Amnesty International rapporteerde meer dan 50.000 doden alleen al in de zeventig jaren en miljoen ontheemden door geweld en aardbevingen.


de burgeroorlog ("la escoba")


Het links verzet verenigde zich in 1982 in de URNG ('Unidad Revolucionaria Nacional Guatemalteca'). De generaal-presidenten Lucas García en Rios Montt bestreden de guerrilla's met grof militair geweld. Verdachte indiaanse dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, waarbij naar schatting 200.000 voornamelijk inheemse slachtoffers vielen. Velen vluchtten naar buurland Mexico. De regering moedigde dorpsbewoners aan PAC’s te vormen; burger verdedigingstroepen die de communisten buiten zou houden. Deze zouden het vieze werk van het leger overnemen en de ergste schending van de mensenrechten op hun conto krijgen.  

 

In 1983 werd Rios Montt door generaal Oscar Mejía Victores afgezet, waarna in 1986 via democratische verkiezingen burgerpresident Vinicio Cerezo werd gekozen. Toen was de VS al gestopt met het sturen van geld en voorraden. Deze werd in 1990 opgevolgd door President Jorge Serrano. Serrano dankte zijn overwinning voor een deel aan een besluit van het Constitutionele Hof dat generaal Rios Montt verhinderde aan de verkiezingen deel te nemen vanwege diens aandeel aan de coupe van 1982. De democratie werd in 1986 hersteld maar de moorden gingen door. In mei 1993 ontbond Serrano het parlement en het Hooggerechtshof in een poging alle macht aan zich te trekken. Dit stuitte op zoveel weerstand dat hij voor de rest van de termijn werd vervangen door de ombudsman voor de mensenrechten, Ramiro de León Carpio. Wezenlijke verbeteringen op het vlak van de mensenrechten kwamen ook onder deze regering niet tot stand.


de vredesakkoorden


In 1996 versloeg Alvarado Arzú van de PAN-partij ('Partido de Avanzado Nacional') zijn tegenkandidaat Alfonso Portillo Cabrera van het FRG ('Frente Republicano Guatemalteco'). Ook toen verhinderde het Constitutionele Hof generaal Rios Montt deel te nemen aan de verkiezingen. Op 29 december 1996 werden tussen de PAN-regering en het URNG de Vredesakkoorden getekend, waarmee een einde aan de burgeroorlog kwam. Ook werden er rechten voor de minderheden in Guatemala geregeld. Na 36 jaar keerde eindelijk de rust terug in Guatemala maar er waren meer dan 200.000 doden te betreuren, een miljoen daklozen en duizenden verdwenen mensen. Grote problemen waren de armoede en het grote aantal analfabeten en mensen zonder scholing. Ook het gezondheidszorg peil is zorgelijk te noemen. Het URNG werd in december 1998 gelegaliseerd als politieke partij. Op 7 november 1999 vonden algemene verkiezingen plaats voor het presidentschap, het parlement en lagere overheden. In een tweede ronde in december behaalde de FRG-kandidaat Alfonso Portillo Cabrera de overwinning op PAN-kandidaat Berger.


jaren 2000


De regering Portillo trad in januari 2000 aan en beloofde onverkorte uitvoering van de Vredesakkoorden. Gebrek aan politieke steun hiervoor in het parlement, waarvan Rios Montt voorzitter was, heeft er in belangrijke mate toe geleid dat de uitvoering van dit beleidsvoornemen veel te wensen overliet. In 2003 was de rol van President Portillo door zijn eigen partij FRG gemarginaliseerd. Rios Montt stelde zich namens de FRG kandidaat voor de presidentiële verkiezingen. In eerste instantie werd zijn kandidaatstelling afgewezen door de Hoge Kiesraad. Volgens de Guatemalteekse grondwet zijn personen die via een machtsgreep aan het bewind zijn gekomen van verkiesbaarheid voor het presidentschap uitgesloten. Het Constitutionele Hof achtte deze afwijzing echter ongegrond en de TSE moest de kandidaatstelling van Rios Montt aanvaarden. Berger won uiteindelijk met 54,13% van de stemmen. Colom sloeg het aanbod van Berger af om deel te nemen aan zijn regering af. Hij prefereert het voeren van constructieve en democratische oppositie. Hoewel men op allerlei onregelmatigheden was voorbereid, verliepen de verkiezingen rustig op enkele incidenten tijdens de eerste ronde op het platteland na. In 2005 kwam orkaan “Stan” aan land in Guatemala en zorgde voor grote chaos; infrastructuur, behuizing en hele dorpen werden weggevaagd. In 2007 werd Alvaro Colom de nieuwe president van Guatemala. De zakenman beloofde de strijd aan te binden met de armoede in Guatemala. Hij kreeg ca. 53% van de stemmen, 6% meer dan de gepensioneerde generaal Otto Perez Molina, In november 2008 is er een schietpartij in een bus waar 15 mensen de dood vinden waarbij een Nederlander. Schietpartijen, handel in drugs, straatbendes, ontvoeringen, geweld tegen vrouwen – het is allemaal aan de orde van de dag in Guatemala en het blijkt te verergeren. 


Guatemala tegenwoordig


In 2010 wordt de noodtoestand afgekondigd na een uitbarsting van de vulkaan Pacaya. Ook Colom z’n presidentschap wordt overvleugeld door mistanden en corruptie. In november 2011 wint Otto Perez Molina van de rechtse patriottische partij de verkiezingen en hij wordt president in januari 2012. Een rechtbank in Guatemala heeft dinsdag 5 voormalige paramilitairen veroordeeld tot in totaal 7710 jaar cel wegens de moord op 256 indianen in 1982 waarvan de meeste vrouwen en kinderen. Volgens de rechter was er sprake van een misdaad tegen de mensheid. Eind november 2012 zijn er twee zware aardbevingen met meer dan vijftig dodelijke slachtoffers. In mei 2013 staat Rios Montt terecht vanwege een aanklacht voor misdaden tegen de menselijkheid. Net als ex kolonel Samayoa en ex president “Portillo” worden oude zaken van geweld en corruptie nu internationaal aangepakt. 

 

In Februari 2015 wordt oud--president “Portillo” vrijgelaten uit een gevangenis in de VS. Hij zat daar een celstraf uit omdat hij steekpenningen heeft aangenomen van Taiwan en geld heeft witgewassen. De ex-president is na zijn vrijlating terug naar Guatemala gevlucht, waar hij nog steeds een grote schare aanhangers heeft. Een paar maanden later in Mei heeft een omvangrijk corruptieschandaal vicepresident “Baldetti” van Guatemala de kop gekost. Baldetti kondigde haar vertrek aan nadat was gebleken dat haar persoonlijke secretaris vermoedelijk een van de drijvende krachten is achter een corruptienetwerk. Er zijn al 24 mensen opgepakt, onder wie hoge overheidsmedewerkers al is haar assistent nog spoorloos. Woedende betogers hadden het aftreden van de vicepresident geëist. Baldetti ontkent betrokken te zijn bij de corruptiezaak, maar vertrekt toch. In Augustus heerst grote droogte in het land terwijl in Oktober wederom aardverschuivingen plaats vonden.


actueel


Oktober 2015: "Morales"

Jimmy Morales is de nieuwe president van Guatemala. De oud-komiek, zonder enige politieke ervaring, heeft een ruime meerderheid van de stemmen behaald. Na het tellen van de stembiljetten blijkt dat de komiek maar liefst 69 procent van de stemmen kreeg. Zijn concurrent Sandra Torres behaalde 31 procent van de stemmen. Torres heeft rond 4.00 uur Nederlandse tijd Morales gefeliciteerd met de overwinning. De verkiezingen kwamen een paar weken nadat de oud-president van het land Otto Pérez Molina in opspraak kwam wegens een grote fraudezaak. Hij verloor zijn onschendbaarheid en moest de cel in. Morales besloot toen om voor het presidentschap te gaan. Met zijn slogan 'Niet corrupt noch een dief' werd hij snel geliefd in het land. De komiek speelde op televisie ooit een rol waarin hij als ietwat dommige cowboy per ongeluk president werd.


April 2017: "grensconflict"

De spanningen tussen Guatemala en Belize lopen op. Beide Midden-Amerikaanse landen hebben troepen naar het grensgebied gestuurd. Een 13-jarig jongetje uit Guatemala werd samen met zijn elfjarige broer en hun vader in het grensgebied met Belize onder vuur genomen door militairen uit Belize. De Guatemalteekse president Jimmy Morales spreekt van een laffe aanval en eist dat de verantwoordelijken worden gestraft. De regering van Belize zegt echter dat haar soldaten werden aangevallen en zichzelf moesten verdedigen. De veiligheidstroepen worden steeds vaker belaagd door Guatemalteken die zich in het grensgebied met illegale zaken bezighouden, stelde het nationale persbureau van Belize. In het grensgebied tussen Guatemala en Belize doen zich vaker spanningen voor. Dat komt voor een deel doordat de twee landen het er niet helemaal over eens zijn waar de grens precies loopt.