GESCHIEDENIS - Senegal



de oudheid


De kust van Senegal werd waarschijnlijk reeds in de oudheid door zeevaarders bezocht. In het binnenland veroverde in de 9de eeuw een van de bevolkingsgroepen, de Toucouleur, de hegemonie, waarschijnlijk met steun van de Fulani in Centraal-Senegal. In de 11de eeuw verbonden de Toucouleur zich met de Almoraviden (islamitische Toeareg) en hielpen dezen met de vernietiging van het Ghanese rijk. In het begin van de 14de eeuw was het Toucouleur-rijk horig aan het Mali-rijk. Vervolgens trok een heersersgeslacht van de Wolof de macht aan zich. De Wolof werden in 1520 verslagen door de Fulani Dit rijk wist zich te handhaven tot 1776, toen de heersende dynastie verdrongen werd door islamitische Toucouleur.


kolonisatie


Intussen hadden de Portugezen in 1444-1445 Cap Vert bereikt en de monding van de rivier de Senegal verkend. In de 17de eeuw werd het kustgebied inzet van strijd tussen de Europese machten Engeland, Frankrijk en Nederland. In 1637 en 1638 vestigden resp. Fransen en Hollanders hier handelscompagnieën. Met name werd veel strijd geleverd om Gorée een eiland voor Cap Vert, dat uitermate geschikt was als 'entrepot' voor de slavenhandel op Amerika en als verversingsstation voor de zeereis rond Afrika. In 1659 stichtte een Franse handelaar de stad St.-Louis aan de monding van de rivier de Senegal. Via de rivier had men toegang tot het binnenland, vanwaar men handelswaar als Arabische gom, ivoor, goud en slaven betrok. In St.-Louis begon een Frans koloniaal experiment: assimilatie van Afrikanen aan de Franse cultuur. Maar i.t.t. de Engelsen vonden de Fransen het onderwijzen van hun gekoloniseerde mensen niet zo belangrijk.

 

 

Toen de slavenhandel werd afgeschaft gingen de Fransen op zoek naar een nieuwe winstgevende handel; grondnoten! Tegen de Moren ten noorden van de Senegal rivier werden forten gebouwd en acties ondernomen. Toen zij onderworpen waren begonnen de Fransen tezamen met Afrikaanse soldaten het binnenland te onderwerpen. Dit tot grote teleurstelling van de Islamitische Tourcouleur, stichter van het rijk van “Segou” die hierdoor zijn droom een rijk te bouwen tot de Atlantische oceaan moest opgeven. Vanuit Senegal veroverden de Fransen een groot deel van hun West-Afrikaanse koloniale rijk met overweldigende vuurkracht. In 1895 werd een gouverneur-generaal aangesteld voor Frans West-Afrika, die zetelde in Senegal. Dakar werd als nieuwe hoofdstad bestempeld terwijl St. Louis de hoofdstad zou blijven van Senegal-Mauritanië. Als resultaat van de vroege assimilatiepolitiek - een beleid dat de Fransen in de 20ste eeuw op grond van de inheemse tegenstand en de financiële kosten matigden door een meer indirect bestuur via de plaatselijke hoofden - nam Senegal een aparte en leidende plaats in binnen Frans West-Afrika. Na de WWII kregen alle inwoners van Senegal van de Fransen een compleet staatsburgerschap en stemrecht aangeboden. De Franse president De Gaulle ontwierp eind jaren '50 de Gemenebestconstructie (Communauté Française), waarvan de kolonies autonoom lid konden worden. Buitenlandse politiek en defensie bleven een aangelegenheid van de Franse regering.



onafhankelijkheid


Tegelijk met Frans Soedan (Mali), met welk land het in januari 1959 was samengegaan in de Mali Federatie, kreeg Senegal op 4 april 1960 zijn onafhankelijkheid. De tegenstelling tussen het autoritair geregeerde, onderontwikkelde, radicale Frans Soedan (later Mali) en het democratischer, meer ontwikkelde en Fransgezinde Senegal leidde reeds op 19 augustus 1960 tot het uiteenvallen van de federatie, waarna beide delen onafhankelijke republieken werden, met in Senegal Senghor als president. Na een mislukte coup nam Senghor alle macht in handen en liet in 1963, na een referendum, een presidentieel systeem invoeren dat hem als president en regeringsleider dictatoriale macht verschafte. Hij zou 20 jaar op z’n post blijven. Sedert 1966 was er in toenemende mate sprake van onrust in het land; betogingen, verzet en stakingen van de zijde van het onderwijzend personeel, studenten en arbeiders werden gevolgd door talloze arrestaties. De oorzaken van deze onrust lagen in de toenemende onvrijheid, bureaucratie en corruptie in het land, alsmede in het herhaalde malen mislukken van de grondnotenoogst. De vorming van nieuwe politieke partijen werd in 1974 in beperkte mate en in 1981 weer volledig toegestaan. Eind 1980 maakte Senghor onverwachts zijn aftreden bekend. Abdou Diouf volgde hem op.

 


In dec. 1981 richtten Senegal en buurland Gambia de confederatie Senegambia op, die echter in 1989 weer door Senegal werd opgeheven. President Abdou Diouf, die in 1981 tussentijds het presidentschap van Senghor had overgenomen, werd in 1983, 1988 en 1993 herkozen. In 1989 maakte de PSS onder leiding van Diouf een begin met een reeks hervormingen, waaronder een soepeler kieswet, de toelating van meer oppositiepartijen, een vrijere pers. Vanaf 1989 tot 1992 ontstonden er grote problemen met buurland Mauritanië. Na een grensconflict waarbij Senegalese doden vielen vluchtten bijna alle Mauritaniërs uit Senegal, bang om vermoord te worden. Als vergelding wees Mauritanië alle Senegalezen uit.


casamance


Eind jaren 80 wordt duidelijk dat de afscheidingsbeweging MFDC (Movement of Democratic Forces of Casamance).vecht in de zuidelijke provincie Casamance voor afscheiding van Senegal. Dit resulteert in een staakt-het-vurens die in 1991 en 1993 die regelmatig wordt geschonden door de MFDC . In april 1991 werd Habib Thiam minister-president en nam in zijn regering ook de voormalige oppositieleider Abdoulaye Wade en andere leden van de oppositie op.


In 1994 braken in Dakar gewelddadige demonstraties uit, georganiseerd door een coalitie van vijf oppositiepartijen. De protesten richtten zich tegen de gestegen prijzen als gevolg van de devaluatie van de CFA-frank. Er worden tientallen oppositionele krachten gearresteerd. Bij een kabinetswijziging in 1995 nam president Abdou Diouf de belangrijkste oppositieleider, Abdoulaye Wade, in zijn regering op, waardoor drie van de vier belangrijkste oppositiegroepen deel uitmaakten van de regering.

 


De onderhandelingen tussen de regering en de separatistische afscheidingsbeweging MFDC werden in 1995 bemoeilijkt door een scheuring in de beweging: de militaire leiders erkenden het gezag van de secretaris-generaal van MFDC, Diamacoune Senghor, niet meer. Na het vastlopen van de toenadering tussen de overheid en de MFDC werden in 1996 weer incidenten met dodelijke afloop gemeld in de zuidelijke provincie Casamance.


de jaren 2000


De ondergang van de veerboot Joola op 26 september 2002 leidde, vanwege de gebleken veronachtzaming van de veiligheidsvoorschriften, tot heftige kritiek op de regering. Tot de belangrijkste problemen van Senegal behoren de economische crisis en corruptie. De inwoners voelen zich onderdrukt door de Senegalese Wolof-meerderheid. In september 2002 kwam het tot een wapenstilstand en vredesbesprekingen, maar in januari 2003 kwam het opnieuw tot gewapende conflicten tussen leger en rebellen. Op 31 december 2004 werd officieel een vredesverdrag tussen de rebellen en de regering getekend. Internationaal profileert Wade zich als een voorvechter voor democratie en economische liberalisering in Afrika. Hij is onder meer medeontwerper van Nepad, een economisch hulpprogramma voor het Afrikaanse continent, en heeft vergeefs getracht te bemiddelen in de burgeroorlog in Ivoorkust.

 

In februari 2007 wint Wade opnieuw de presidentsverkiezingen, gevolgd door een overwinning van zijn partij tijdens de parlementsverkiezingen van juli 2007. In april 2008 veranderd het parlement de grondwet, waardoor het mogelijk is Hissene Habre de voormalige leider van Tsjaad te berechten. Senegal wordt hierin gesteund door de Afrikaanse Unie. Tijdens lokale verkiezingen van maart 2009 wint de oppositie enkele steden waar onder Dakar. In april stapt premier Cheikh Hajibou Soumare op, Karim de zoon van de president wordt opgenomen in de nieuwe regering. In april 2010 viert Senegal haar vijftigjarige onafhankelijkheid.


"sall"


Sinds 2 april 2012 is Macky Sall president van Senegal, sinds 3 september 2013 is Aminata Toure minister-president. In september 2011 ontslaat de premier het Hogerhuis vanwege kostenbesparing. Volgens de oppositie wordt op deze manier haar positie verzwakt. In juli 2013 arresteert Senegal de voormalige president van Tsjaad, Hissene Habre, in Dakar. Hij staat terecht op verdenking van misdaden tegen de menselijkheid gedurende zijn regime. In September 2013 wordt bekend dat de bekende Senegalese zanger Youssou N'dour geen minister van Toerisme meer is. De 53-jarige zanger wilde in maart 2012 meedoen aan de presidentsverkiezingen, maar werd op formele gronden gediskwalificeerd. In september 2014 staat Karim Wade de zoon van de ex-president voor het gerecht. Hij wordt beschuldigd van corruptie. In maart 2015 wordt hij veroordeeld tot zes jaar gevangenschap. In maart 2016 bepalen de kiezers in een referendum dat de termijn voor een presidentschap in het vervolg vijf in plaats van zeven jaar zal bedragen. In augustus 2017 behaalt de coalitie van president Sall bij parlementsverkiezingen een tweederde meerderheid. Sall werd in februari 2019 herkozen, zijn termijn loopt af in 2024. Een maand na de verkiezingen stemde de Nationale Vergadering voor afschaffing van het ambt van premier. Oppositieorganisaties en het maatschappelijk middenveld hebben de beslissing bekritiseerd omdat het een verdere concentratie van de macht in de uitvoerende macht ten koste gaat van de wetgevende en gerechtelijke macht.



zie ook: