GESCHIEDENIS - Peru


het begin


Vanaf 10.000 jaar vóór het begin van onze jaartelling ontstonden de precolumbiaanse culturen in Peru. De overblijfselen daarvan zijn te vinden in de kuststrook, het Andesgebergte en in het Amazonegebied. Vanuit Noord Amerika zijn stammen richting zuiden getrokken over land en/of over zee. Sporen in Peru, met name in het Andesgebied, dateren in ieder geval van ca. 10.000 jaar geleden. Ze zijn gevonden rondom Ayacucho en het Titicacameer. Het waren jagers en verzamelaars die in grotten leefden, waar ze tekeningen op de rotswanden en stenen gebruiksvoorwerpen achterlieten. Rond 6000 v.Chr. werden de eerste nederzettingen gebouwd en een begin gemaakt met vormen van landbouw en veeteelt. Zo werd de wilde guanaco getemd waar later de lama en de alpaca uit voortkwamen. Rond 3000 v.Chr. werden langs de noordelijke kust en in de bergen de eerste grote gebouwen neergezet en ontstonden de eerste maatschappelijke organisatievormen. Door de introductie van irrigatietechnieken trokken er ook steeds meer mensen naar het binnenland om daar een bestaan op te bouwen. Door de veredeling van maïs werden de gemeenschappen steeds groter.


opkomst van de indianenculturen


De Chavín-cultuur (1400-400 v.Chr.) was de eerste belangrijke samenleving in Peru, met grote prestaties op het gebied van architectuur en beeldhouwkunst. Zij zorgden er ook voor dat maïs tot op grote hoogte verbouwd kon worden. Rond 400 v.Chr. verdween deze cultuur, maar een aantal ruïnes zijn nog steeds te bewonderen. De Paracas-cultuur (800-100 v.Chr.) ontstond in het woestijngebied aan de zuidkust van Peru, en breidde zich na 200 v.Chr. uit tot de dalen van de Piso en de Chincha. Ze bouwden kleine dorpen en leefden vooral van de landbouw. Opmerkelijk bij deze cultuur was de opzettelijke schedelvervorming bij pasgeborenen en ook schedeltrepanaties werden toegepast. Van deze cultuur zijn veel mummies gevonden en op weefgebied waren deze mensen onovertroffen. Na 100 v.Chr. verdween deze cultuur en werd in ongeveer hetzelfde gebied opgevolgd door de Nazca-cultuur (100 v.Chr-600 n.Chr.). De Nazca woonden aan de rand van de woestijn en bouwden huizen, tempels en begraafplaatsen. Ze irrigeerden het land en verbouwden onder uiteraard maïs en verder maniok en limabonen. Een bijzonder fenomeen zijn de zogenaamde Nazca-lijnen, geogliefen van honderden meters die in de woestijnbodem werden gemaakt en dieren en planten voorstellen. Ze vormen waarschijnlijk een astronomische kalender, maar worden ook toegeschreven aan buitenaardse bezoekers.  

 

Aan de zuidelijke oevers van het Titicaca-meer ontstond de grote Tiwanaku-cultuur. De Tiwanaku waren landbouwers die geavanceerde technieken gebruikten, maar ook een uitgebreid handelsnetwerk opbouwden. De Tiwanaku gebruikten bouwtechnieken die later door de Kolla- en de Inca-cultuur overgenomen werden. De Wari (500-900) vestigden het eerste keizerrijk, door bijna alle bestaande culturen in de berggebieden en aan de kust te onderwerpen. Het was dan ook duidelijk een strijdlustig volk dat cultureel niet erg onderlegd was en veel stijlen en kennis kopieerde van andere volken. Door de Wari werd wel voor het eerst brons ontdekt en gebruikt. De Chimú-cultuur (1000-1480) ontwikkelde zich in hetzelfde gebied waar vroeger de Moche-cultuur bloeide. Belangrijk was de koningsstad Chan Chan, toen de grootste stad ter wereld met ca. 30.000 inwoners. Ze vergrootten de piramiden die door de Moche gebouwd waren en namen ook veel over van de Moche- en Wari-tradities. Veel van de goudschatten die door de Spanjaarden van de Inca’s geroofd werden, waren van de Chimú. Ze veroverden Lambayeque in het noorden en Chancay in het zuiden, maar werden zelf eind 15e eeuw door de Inca’s onder leiding van Tupac Yupanqui verslagen. Ten zuiden van het Chimú-rijk ontstond de Chancay-cultuur (1000-1400), en in het Nazca-gebied bloeide de Ica-cultuur (900-1550) op. De Ica-cultuur, die ook aardewerk van hoge kwaliteit afleverde, werd in 1470 door de Inca’s ingelijfd. De Kuelap, die onder andere door de Wari en later door de Inca’s opgejaagd werden, trokken zich terug in afgelegen berggebieden en leefden daar van de landbouw. Aanvankelijk bouwden ze ook zeer grote verdedigingswerken, zoals het fort van Keulap in de bergen ten noordoosten van Cajamarca. De Kolla’s (900-1300) woonden ten westen van het Titicaca-meer en waren landbouwers, maar verzetten zich hevig tegen de legers van de Inca’s. De Kolla’s waren ook gerenommeerde steenbewerkers, die onder andere indrukwekkende graftorens bouwden.


het inca-rijk en de komst van de spanjaarden


Vanuit de hoofdstad Cusco in Peru kwam o.a. Bolivia onder het gezag van de Inca’s (1200-1500 na Chr.). De taal van de Inca’s, het Quechua, moest door elke onderdaan gesproken worden en is nu nog steeds één van de officiële talen van Peru. Het Inca-rijk was verdeeld in vier gebieden waarvan Collasuyo een groot deel van Peru, geheel Chili, een stukje Noord-Argentinië en het huidige Bolivia omvatte. De Inca’s legden wegen aan en bouwden aquaducten, terrassen, forten en tempels. Ook ontstonden er grote steden in de vlaktes. Uiteindelijk zouden maar liefst 43 verschillende volken door de Inca’s onderworpen worden.  

 

In 1513 werd de Grote Oceaan ontdekt door de Spanjaard Vasco Nuñez de Balboa. Hij deed dit door de landengte van Panama over te steken. Later was hij ook de eerste die de Peruaanse kust in beeld kreeg, maar nog niet aan land ging. De eerste conquistador die Peruaans grondgebied betrad was Francisco Pizarro, in 1525 bij Tumbes, in het noorden van Peru. Aanvankelijk bleef het daarbij, ondanks het feit dat er verteld werd over het machtige Inca-rijk waar veel te halen was voor de Spanjaarden. Enkele jaren later kreeg hij pas toestemming om terug te keren naar Peru, nu vergezeld van een behoorlijk groot leger. Op dat moment woedde al een strijd tussen de beide koningszonen Atahualpa en Huascar, onder wie het Inca-rijk was verdeeld. Ondanks het feit dat het Inca-rijk dus al in staat van verval verkeerde, had Pizarro met zijn mede-aanvoerder Diego de Almagro een list nodig om de Inca’s te verslaan. De Spanjaarden werden door de Inca-koning Atahualpa als ‘vrienden’ uitgenodigd, maar eenmaal daar aangekomen openden ze de onverwacht de aanval en namen de koning gevangen. Een half jaar later werd Atahualpa gedood door de Spanjaarden. Rond 1520 brokkelde het Inca-rijk langzaam af door onder andere interne conflicten en de komst van de Europeanen. Het hoogtepunt van de Inca-cultuur had al met al nog geen honderd jaar geduurd.



overname europeanen


Men trad daarna in onderhandeling met de broer van Atahualpa, Manco II. Deze wilde Atahualpa graag opvolgen en vroeg de Spanjaarden om steun. Die kreeg hij, waardoor de Spanjaarden hun gang konden gaan en alle Inca-steden plunderden, en schepen vol met goud en andere kostbaarheden naar Spanje verscheepten. Duizenden inca’s lieten darbij het leven. Tijdens de hele conquista op de Amerikaanse continenten werden miljoenen indianen gedood, niet alleen door oorlogshandelingen maar ook door nieuwe ziekten die de Europeanen meebrachten. In Peru brak ondertussen een machtsstrijd uit tussen Pizarro en Almagro, en ook de Inca’s onder leiding van Manco II lieten zich niet onbetuigd en vochten voor hun vrijheid. In 1538 werd Almagro door Pizarro geëxecuteerd en drie jaar later werd Pizarro zelf vermoord door de aanhangers van Almagro. In 1548 arriveerde de nieuwe onderkoning van Peru in de persoon van Pedro de la Gasca. Hij onderdrukte een nieuwe opstand van de conquistadores onder Pizarro’s broer Gonzalo, die onthoofd werd. 

 

De indianen werden door de Spanjaarden als slaaf gebruikt en als minderwaardig ras behandeld. Het systeem zat zo in elkaar dat elke Spanjaard die zich in Zuid-Amerika vestigde, automatisch recht had om een bepaald gebied of dorp te pachten, een zogenaamd ‘encomienda’. De Spaanse pachters hadden wel de plicht om indianen tot het christendom te (laten) bekeren. In 1550 al werden echter de ‘Leyes Nuevas’ van kracht, waarin de slavernij officieel werd afgeschaft, althans wat de indianen betreft. In werkelijkheid werden de indianen nog eeuwenlang als slaven behandeld, en daar kwamen de uit West-Afrika gehaalde zwarten later nog bij. Verder probeerden de Spanjaarden uit alle macht om de inheemse godsdiensten en culturele uitingen te veranderen naar Spaanse maatstaven. Verder werden gouden en zilveren kunstvoorwerpen omgesmolten of verscheept naar Europa en werden goud- en zilvermijnen leeggeroofd. Met al deze kostbaarheden werden de vele Spaanse oorlogen bekostigd en de economie van de Europese landen kreeg een enorme impuls. Ook nu nog worden er expedities georganiseerd om vermeende enorme goudschatten te vinden.


de onafhankelijks strijd


In 1739 werd het vice-koninkrijk Nieuw-Granada (Colombia, Venezuela en Panama) en in 1776 dat van Río de la Plata (Argentinië, Uruguay, Paraguay) van het vice-koninkrijk Peru afgescheiden. Eind 18e eeuw brak er nogmaals een grote opstand tegen de Spanjaarden uit. De opstandleider was een afstammeling van de Inca’s die ook een groot deel van de creolen en de mestiezen achter zich kreeg. Aanvankelijk was hij aan de winnende hand, maar uiteindelijk wisten de Spanjaarden hem toch te verslaan en in 1781 werd hij, samen met de andere opstandelingenleiders op barbaarse wijze geëxecuteerd. De onafhankelijkheidsstrijd in de V.S. werd met grote aandacht gevolgd door de hogere kringen in de Zuid-Amerikaanse koloniën. Toen de V.S. zich inderdaad losmaakte van Engeland was dat het sein voor de Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijders om in actie te komen. Belangrijk was ondertussen dat de positie van Spanje in Europa steeds minder belangrijk werd. Een landing van revolutionairen uit Argentinië en Chili onder José de San Martín (1820) maakte ten slotte de onafhankelijkheidsverklaring mogelijk (28 juli 1821). Daarop volgde een strijd met de Spanjaarden, die zich in het zuiden hadden teruggetrokken. Pas na de hulp die Simón Bolívar verleende, kon de onafhankelijkheid bevestigd worden; in 1824 werden de Spanjaarden bij Ayacucho verslagen. De Spaanse koningsgezinden gaven zich niet zonder slag of stoot over en vluchtten de bergen in om van daaruit te vechten tegen de opstandelingen. Deze strijd duurde nog tot 1826, maar daarna was het afgelopen met de Spanjaarden in Peru. 

 

Bolívar had grootse plannen en wilde van heel Zuid-Amerika één grote onafhankelijke staat maken. Dit streven had echter weinig kans want daarvoor waren de verschillen tussen de afzonderlijke gebieden veel te groot. Aanvankelijk wist hij wel een ‘Groot-Colombia’ aaneen te smeden, maar al snel ontstonden overal afscheidingsbewegingen en in 1827 maakte Peru zich los uit deze constructie en werd definitief onafhankelijk.


de republiek peru


Voor de boeren en arbeiders in Peru bleef de situatie vrijwel hetzelfde: de armoede bleef. Peru bleef in feite in handen van enkele machtige families. De export bestond op dat moment uit o.a zilver, suiker, olie, koffie, katoen, rubber (sinds ca. 1850) en guano, een waardevolle vogelmeststof. Het geld dat hiermee verdiend werd ging grotendeels naar de bezitters van de landerijen en buitenlandse investeerders uit met name Engeland en de V.S. In 1864 werd een van de Peruaanse guano-eilanden door de Spanjaarden bezet en er brak daardoor een oorlog uit. Peru kreeg hulp van Chili, Ecuador en Bolivia, en de Spanjaarden werden in 1866 verslagen. In 1879 erkende Spanje eindelijk de onafhankelijke status van de republiek Peru. 

 

Hierna kozen de republieken Peru en Bolivia kort voor een gemeenschappelijk bestuur, maar splitsten zich uiteindelijk weer op in twee afzonderlijke republieken. De grenzen werden toen zodanig getrokken dat Bolivia de Atamaca-woestijn met de havenstad Antofogasta kreeg toegewezen, een groot deel van het huidige Chili. Chili viel in 1879 de kuststrook binnen en bezette de woestijn, waar veel kostbaar zout voor het oprapen lag. In de zogenaamde Salpeteroorlog of ‘Guerra del Pacifico’, kreeg Peru hulp van Bolivia. Er werden zeeslagen gehouden, bombardementen uitgevoerd en ook door een loopgravenoorlog sneuvelden er tienduizenden soldaten. Peru en Bolivia leden een vreselijke nederlaag, en moesten daar in politieke zin ook voor boeten. In 1883 werd er een pact met Chili overeengekomen waarbij Peru de zuidelijke provincies Tarapacá en Arica moest afstaan aan Chili. De oorlog had ook voor de economie desastreuze gevolgen want in 1890 werd Peru in feite failliet verklaard en kwam het land eigenlijk onder controle van buitenlandse ondernemingen, die de havens, het treinverkeer en de lucratieve afgraving van guano beheerden. De arbeidsomstandigheden, met name op het platteland, werden er ook niet beter op, en de mensen leefden in isolement en armoede.


de woelige 20ste eeuw


Eind 19e, begin 20e eeuw volgden de militaire dictaturen elkaar in snel tempo op. De economie herstelde zich in de periode tot aan WW1 enigszins, maar de buitenlandse schuld vertienvoudigde. Er werden arbeidersverenigingen opgericht en een communistische partij om tegenwicht te bieden tegen de grote “rechtse” elite. Hoewel Peru niet direct betrokken was bij de twee wereldoorlogen, werd er wel regelmatig oorlog gevoerd met Ecuador vanwege grensgeschillen en om land.  

 

De naoorlogse jaren werden gekenmerkt door een komen en gaan van democratische regeringen en dictaturen. In oktober 1968 werd er een militaire staatsgreep gepleegd door generaal Juan Velasco Alvarado. Het eerste wat hij deed voor de bevolking was om het land terug te geven en de grote bedrijven te nationaliseren, waaronder de IPC. In 1970 ontstond de guerrillabeweging Lichtend Pad (Sendero Luminoso). Vanaf 1980 werd deze beweging steeds gewelddadiger in een poging de door de bevolking zo vurig gewenste maatschappelijk veranderingen te bewerkstelligen. De volgende staatsgreep vond plaats in 1975, dit keer door generaal Francisco Morales Bermudez. De door hem beloofde verkiezingen en een terugkeer naar een burgerlijke democratie werden gehouden in 1980, en Belaúnde Terry van de Acción Popular werd weer de nieuwe democratisch gekozen president. De economische positie bleef onder het liberale economische beleid van Fernando Belaúnde Terry precair, want de werkloosheid en de inflatie namen in snel tempo toe. 

 

In januari 1981 laaide het oude territoriale geschil met Ecuador over een deel van het Amazonegebied op tot een korte grensoorlog. Een ernstiger bedreiging voor de politieke stabiliteit vormden de toename van de illegale handel in cocaïne en de gewapende strijd waartoe de maoïstische guerrillabeweging 'Lichtend Pad' vanaf 1980 overging. In 1985 werd er een nieuwe guerrilla-beweging opgericht, de Movimiento Revolucionario Tupac Amaru (MRTA). Deze beweging werd verantwoordelijk voor vele terroristische aanslagen in met name de grote steden. Politie en leger traden hard op en er vielen in de periode tussen 1980 en 1992 tienduizenden slachtoffers. In 1988 verergerde de situatie nog door rechtse doodseskaders die de ene na de andere moordaanslag pleegden, waarna García Peréz vervroegd aftrad.


fujimori periode


Tijdens de presidentsverkiezingen was er een verrassing; Alberto Fujimori van de nieuwe en onafhankelijke partij Cambio ’90 won de verkiezingen. Deze trok al snel bijna alle macht naar zich toe om hiermee de corruptie en de bureaucratie terug te dringen. De economie werd weer wat op de been geholpen door financiële steun vanuit Japan en door een privatiseringsgolf waarbij veel bedrijven aan buitenlandse investeerders verkocht werden. In 1992 werden de leiders van “Lichtend Pad”  gearresteerd. Ze werden tot levenslang veroordeeld en hun organisaties de daarop volgden periode praktisch uitgeschakeld. In 1995 werd Fujimori met ruime meerderheid (64% van de stemmen) herkozen als president en bij de parlementsverkiezingen behaalde Fujimori's partij een absolute meerderheid. De traditionele partijen, zoals de APRA en de Acción Popular, kwamen er niet aan te pas. Fujimori kreeg eind 1996 te maken met de Revolutionaire Beweging Tupac Amarú (MRTA). Begin 1997 gijzelden de stedelijke guerrilleros in de residentie van de Japanse ambassadeur vier maanden lang hooggeplaatste functionarissen, die, zo luidde de eis, geruild zouden moeten worden tegen honderden gevangengenomen Tupac Amarú-strijders. De regering-Fujimori weigerde op die eis in te gaan en elitesoldaten ontzetten in een bliksemactie de gijzelaars. Ondanks alle goede bedoelingen werden de sociale tegenstellingen in Peru alleen maar groter i.p.v. kleiner; de indiaanse meerderheid van de bevolking leeft in zeer arme omstandigheden en ook de misdaad nam hand over hand toe. Fujimori probeerde tijdens de verkiezingen in 2001 zich voor de derde keer kandidaat te stellen ondanks dat de grondwet dit verbied. Het leidde tot een conflict met de V.S. en een omkoopschandaal. Fujimore trad onder dwang af.


de 21ste eeuw


Alejandro Toledo wint de verkiezingen van voorjaar 2001. Sinds juni 2004 ziet Toledo zich niet meer gesteund door een meerderheid in het Congres. Zijn partij Peru Posible behaalde 45 van de 120 zetels en de regering blijkt ineffectief maar de partij wordt geteisterd door onderlinge strijd. Een aantal corruptieschandalen, waarin topambtenaren betrokken waren, heeft er voor gezorgd dat zijn populariteit nog verder is teruggelopen. Tal van kabinetswijzigingen volgden elkaar op en in juli 2004 ging het voorzitterschap van het Parlement naar de oppositie, met de verkiezing van Antero Flores Aráoz, van de PPC. In 2006 is hij opgevolgd door de gematigde ex-president Alan García van de Partido Aprista Peruano. In december 2007 staat Fujimori terecht op verdenking van machtsmisbruik. Hij krijgt hij zes jaar gevangenisstraf. In 2010 wordt de Nederlandse Arubaan Joran van der Sloot opgepakt om daarna veroordeeld te worden tot 28 jaar celstraf voor de moord op de Peruaanse Stephany Flores in een hotelkamer in Lima. Sinds 28 juli 2011 is Ollanta Humala Tasso president en premier van Peru. In juni 2013 wordt Florindo Flores één van de originele leiders van het “Lichtend Pad” tot levenslang veroordeeld. In Februari 2014 wordt alweer de vierde premier aangesteld in Peru sinds 2011. In Juni van 2014 wordt een massagraf ontdekt met daarin meer dan achthonderd lijken. Het is het grootste graf met terreurslachtoffers in het Zuid-Amerikaanse land. De slachtoffers werden tussen 1984 en 1990 omgebracht door de maoïstische guerrillabeweging “Lichtend Pad”. Het zou gaan om mensen van vooral inheemse bevolkingsgroepen. 

 

Het Congres van Peru stemde in Augustus 2015 unaniem voor een wet waarin staat dat legervliegtuigen illegale toestellen mogen neerhalen die verdacht worden van drugssmokkel. Peru is de grootste cocaïneproducent ter wereld. De drugs worden steeds vaker het land uit gesmokkeld op illegale vluchten. Congreslid en initiatiefnemer van de wet, Carlos Tubino, zegt dat het gaat om zo'n zeshonderd vluchten per jaar. Volgens de VS is in de eerste tien maanden van vorig jaar 180 ton coke vervoerd via de lucht. In Mei 2016 heeft de Colombiaanse politie de Peruaanse drugsbaron Gerson Galvez (bijgenaamd: de slak) uitgeleverd aan Peru. Hij stond in Peru bekend als lands meest gezochte crimineel. In Peru wordt hij verdacht van het runnen van een bende die cocaïne smokkelt in de havenstad Callao. Zijn groep wordt gelinkt aan verschillende moorden in de omgeving. Peru had een beloning van 150.000 dollar uitstaan voor de tip die zou leiden tot zijn arrestatie. Galvez spreekt alle aantijgingen tegen.


actueel:


Juni 2016 - “Kuczynski”:

De liberale econoom Pedro Pablo Kuczynski heeft de presidentsverkiezingen in Peru nipt gewonnen. Veel linkse kiezers die zijn plannen verafschuwen, kozen hem, omdat ze geen dochter van de autocraat Alberto Fujimori als staatshoofd willen. De verkiezingsuitslag is hoe dan ook geen grote bedreiging voor de invloed van Fujimori. Haar partij Fuerza Popular heeft eerder dit jaar de parlementsverkiezingen overweldigend gewonnen en heeft 71 van de 130 zetels, Kuczynski's PPK (Peruanen voor Verandering) slechts twintig. Maar bittere politieke drama's worden niet verwacht in dit land, dat met 4,4 procent economische groei de regio versteld doet staan. De kersverse president Pedro Pablo Kuczynski wil Peru verenigen en snakt naar gelijkheid en rechtvaardigheid in het land. De nieuwe president hoopt de Peruanen weer nader tot elkaar te brengen. Kuczynski is president voor een periode van vijf jaar.


Februari 2017 – “Toledo”:

De VS weigeren mee te werken aan de arrestatie en uitlevering van oud-president Alejandro Toledo. Toledo wordt gezocht in verband met een omkopingszaak en is waarschijnlijk naar de VS gereisd waar hij een vlucht wil nemen van San Francisco naar Israël omdat die geen uitleveringsverdrag met Peru hebben. Volgens het Peruaanse openbare ministerie heeft Interpol 190 landen gewaarschuwd om Toledo te helpen vinden, maar staat hij niet op de lijst met gezochte personen. Volgens de Peruaanse rechter moet Toledo in ieder geval voor achttien maanden de cel in zodat aanklagers verder onderzoek kunnen doen naar de corruptiezaak waarmee omgerekend zo'n 20 miljoen euro zou zijn gemoeid. Toledo, die president was tussen 2001 en 2006, ontkende vorig weekend elke betrokkenheid.