GESCHIEDENIS - Marokko


De kustregio's van het huidige Marokko hadden een neolithische cultuur die vergelijkbaar was met de hele Middellandse Zee-regio. De Berbers leefden ten zuiden van het Atlasgebergte waar nu de Sahara-woestijn zich uitstrekt. Na 2000 v.Chr. trokken de Berbers naar het noorden, omdat door de klimaatverandering de regio niet meer leefbaar was. Ze vestigden zich in wat nu Marokko heet. Fenicische handelaars, die waren doorgedrongen tot het westelijke Middellandse Zee-gebied voor de 6e eeuw v.Chr., hadden nederzettingen gebouwd aan de kusten en aan de rivieroevers in hetzelfde gebied. Deze dienden om zout en grondstoffen op te slaan. De komst van de Feniciërs vormde het begin van eeuwen van vreemde overheersing in noordelijk Marokko. Carthago onderhield commerciële relaties met de Berberstammen van het binnenland en betaalde hen jaarlijks om zich van hun medewerking te verzekeren bij het ontginnen van grondstoffen. 

 

Tegen de 5e eeuw v.Chr. had zijn Carthago haar invloed vergroot over heel Noord-Afrika. Tegen de 2e eeuw v.Chr. ontwikkelden zich verschillende grote, maar zwak bestuurde, Berberkoninkrijken. Van 206 v.Chr. tot 40 n.Chr. bestond in het noorden en westen van het land het Berbers koninkrijk Mauretania (van de Mauri stam of Moren). Met de executie van de laatste Mauretanische koning Ptolemaeus van Mauretania door keizer Caligula in 40 n. Chr., kwam het gebied onder Romeins bestuur. In 44 na Chr. splitste keizer Claudius deze provincie op in Mauretania Caesariensis en Mauretania Tingitana. Rome regeerde over het gebied liever door allianties met de stammen dan door militaire bezetting. Ze bestuurden alleen de gebieden die van economisch nut waren of die makkelijk te verdedigen waren, waardoor het Romeinse bestuur niet verder kwam dan de kusten en nabije valleien. In de 5e eeuw viel de regio ten prooi aan de Vandalen, de Visigoten, en dan het Byzantijnse Rijk in snelle opvolging. Gedurende deze periode bleven de gebergtes in handen van hun Berberse bewoners. Het christendom werd geïntroduceerd in de 2e eeuw en kreeg volgelingen onder de stadsbewoners, slaven en Berberse boeren. Tegen het einde van de 4e eeuw waren de geromaniseerde gebieden gekerstend, en volgelingen bevonden zich ook onder de Berberstammen, die zich soms collectief bekeerden. Het gebied had ook een aanzienlijke Joodse bevolking. Het Byzantijnse Rijk (533) probeerde het gebied onder zijn macht te krijgen, maar het kon alleen de stad Ceuta enige tijd onder controle houden.


komst van de arabieren


De Arabieren veroverden de regio in de 7e eeuw en brachten de islam, waartoe de meeste Berbers zich bekeerden. In 682 veroverde het Islamitisch Kalifaat het gebied en werd de islam geïntroduceerd. In 739 begon de Grote Berberopstand onder de Marokkaanse Berberstammen. Deze verspreidde zich binnen een zeer korte periode over heel de Maghreb en Spanje. Hoewel de opstand vier jaar later werd neergeslagen, was de centrale macht van het Kalifaat sterk aan het afnemen. Vanaf het begin van de achtste eeuw regeerden verschillende plaatselijke Berberse en Arabische dynastieën over gebieden in de Westelijke Maghreb: het koninkrijk van Nekor (710-1019), de Barghawata (744-1058), de Idrisiden (780-974) en Sijilmasa (771-1051). De Berberse Almoraviden verenigden in de 11e eeuw voor het eerst het huidige Marokko en zij stichten de beroemde hoofdstad Marrakesh. Onder hun bewind zou het land voor het eerst bekend komen te staan als Marokko. Bekende dynastieën waren de Almohaden (1147-1269) en de Meriniden (1215-1465) en de Saadis (1509-1654). Vanaf de elfde eeuw volgden vernietigende invallen van de Banu Hilal bedoeïenen. Met hun komst zou het land een versnelde periode van arabisering doormaken. De Arabische migratie was een belangrijke oorzaak voor een lange periode van anarchie in de Maghreb, waarin piraterij vrij spel kreeg.



Marokko een monarchie


In 1415 werd de stad Ceuta door de Portugezen veroverd. Later werden meer steden veroverd door Spanjaarden  (1496 Melilla) en Portugezen. Van de Europese handel op de Middellandse Zee profiteerden de Marokkanen op hun eigen wijze (Barbarijse zeerovers). Roond 1700 waren de steden weer heroverd door de Marokkanen. Na de val van de Meriniden werd de macht uitgeoefend door het laatste Berberse koningshuis van Marokko, dat van de Wattasiden. In 1554 werden zij verslagen door de Saadis en daarmee kwam het land onder Arabische heerschappij. De Saadi dynastie handhaafde zich tot 1659. De Sa’adi-sjarifen brachten in 1578 bij Kasr al-Kabir de Portugezen een beslissende nederlaag toe. Ook bleef het grondgebied van het huidige Marokko buiten het Ottomaanse Rijk, dat wel delen van het huidige Algerije en Tunesië in zijn macht had. De Ottomanen hadden echter wel invloed in de Maghreb regio. In 1650 kwamen Alaouieten aan de macht die zich als monarchen wisten te handhaven. Al Rashid werd op 1664 in Fez uitgeroepen als sultan van Marokko. De Alaouiten slaagden er ook in om gebieden in te lijven over verschillende eeuwen: Tanger (1684), en El Jadida (1769) van de Portugezen. In 1895 kochten ze kaap Juby van het Britse Rijk. Ondanks de zwakte van haar autoriteit, slaagde de Alaouite- dynastie erin om Marokko tijdens de 18e en 19e eeuw onafhankelijk te houden, terwijl andere staten in de regio overgenomen werden door het Ottomaanse Rijk, Frankrijk of het Britse Rijk.


europese invloed


In de 19e eeuw veranderde de internationale positie van Marokko door de behoeften van het Europese imperialisme. Na de verovering van Algerije door de Fransen (1830) steunden de Marokkanen rebellenleider “Abd el-Kader”, wat uiteindelijk tot een oorlog leidde. Na de Vrede van Tanger (1845) profiteerde Marokko nog een tijdlang van zijn gunstige ligging. De internationale conferentie van Madrid (1880) regelde de positie van het land. De mogendheden garandeerden Marokko en elkaar de onafhankelijkheid van Marokko. In 1904 sloot Frankrijk met Engeland en Spanje overeenkomsten over Marokko. Hierbij werd Marokko verdeeld in een internationale zone Tanger, een Franse invloedssfeer en een Spaanse invloedssfeer. Daarna ontstond de eerste Marokko-crisis (1905) en bezette Frankrijk, ondanks verzet van de overige mogendheden, toch een gedeelte van het land. Deze crisis werd opgelost tijdens de Internationale conventie te Algeciras in 1906, waarin Frankrijks 'speciale positie' geformaliseerd werd, bestuur van Marokko werd toevertrouwd aan Frankrijk en Spanje, en Duitsland een diplomatieke nederlaag leed. 

 

Vervolgens brak de tweede Marokko-crisis (1911) uit in de vorm van het “Panther” incident; in de haven van Agadir arriveerde een Duitse kanonneerboot die gewapende steun aan de sultan toezegde, in ruil voor de status van Duits protectoraat voor Marokko. Na onderhandelingen tussen de Fransen en de Duitsers erkende Duitsland toch het Franse protectoraat. De nieuwe sultan “Mawlai Yussuf”, sloot de verdragen van 30 maart en 27 november 1912 met Frankrijk en Spanje. De overeenkomst van 1904 werd herzien: Spanje behield de enclaves Ceuta en Melilla in het noorden en de enclave Ifni in het zuiden wel, maar in verkleinde vorm. De eerste resident-generaal in het protectoraat Marokko was generaal Lyautey, die erin slaagde het land in betrekkelijk korte tijd rustig te krijgen. Franse troepen hielpen Spanje bij het onderdrukken van de gewelddadige opstand van de bewoners van de Rif (1921-1926). Deze republiek, gesticht door Mohammed Abdelkrim El Khattabi, was de nieuwe Marokkaanse staat, en het was de bedoeling dat, na het bevrijden van Noord-Marokko van de Spaanse bezetter, uiteindelijk heel Marokko bevrijd zou worden van de overige (Franse en Spaanse) bezetters. De Berbers waren een taaie tegenstander en het zou vijf jaar in beslag nemen en zo’n 300.000 Franse en Spaanse soldaten. Lyautey werd in 1925 vervangen dooreen resident-generaal, die in feite volledig de macht in handen kreeg in Marokko, terwijl de sultan slechts in naam regeerde. In 1934 hadden zij geheel Marokko onder hun gezag gebracht. Snel daarna komen de eerste nationalisten, die nog niet direct streefden naar onafhankelijkheid.


Onder Frans bestuur


Onder het protectoraat gingen Franse burgers zich in Marokko vestigen en gingen zich verenigen met medestanders in Frankrijk om elke stap naar meer Marokkaanse autonomie tegen te gaan. De Franse regering stimuleerde economische ontwikkeling, in het bijzonder de ontginning van Marokko's minerale rijkdommen, de creatie van een modern transportsysteem, en de ontwikkeling van een moderne landbouwsector die afgestemd was op de Franse markt. Tienduizenden kolonisten kochten in Marokko grote hoeveelheden landbouwgrond. Belangengroepen stuurden de Franse regering om meer directe controle van Marokko op zich te nemen. 

 

In 1939 sloot Marokko zich aan bij Frankrijk maar viel vanaf 1940 onder het bestuur van “Vichy” Frankrijk en dus nazi-Duitsland. Het vrijgevochten Casablanca zou een van de havens zijn waar de Geallieerden landden tijdens “operatie Torch” in 1942. Vanaf die tijd zouden Marokkanen de beweging van de Vrije Fransen van generaal De Gaulle steunen. De algemene sympathie van de sultan voor de nationalistische beweging werd duidelijk tegen het einde van de oorlog, maar hij hoopte nog steeds om die onafhankelijkheid geleidelijk te bereiken. De Franse resident-generaal daarentegen, het oog gericht op de Franse economische belangen en krachtig gesteund door het merendeel van de Franse kolonisten, weigerde resoluut om zelfs maar hervormingen te overwegen die minder ver gingen dan onafhankelijkheid. Dit droeg bij tot toenemende vijandigheid tussen de nationalisten en de kolonisten, en tot geleidelijke verwijdering tussen de sultan en de resident-generaal. In december 1952 braken er protesten uit in Casablanca naar aanleiding van de moord op een Tunesische vakbondsleider. Toen de Franse autoriteiten twee jaar later geconfronteerd werden met een verenigde Marokkaanse eis voor terugkeer van de sultan, oplaaiend geweld in Marokko, en verslechtering van de situatie in Algerije, brachten de Fransen Mohammed V terug naar Marokko. Onderhandelingen die zouden leiden tot Marokkaanse onafhankelijkheid begonnen een jaar later. Spanje erkende vrijwel gelijktijdig met Frankrijk Marokko's onafhankelijkheid, terwijl het bovendien afstand deed van zijn noordelijke bezittingen in Marokko. Het behield echter steunpunten te Ceuta en Melilla. Op 2 maart 1956 werd Marokko onafhankelijk van Frankrijk. De sultan ging akkoord met hervormingen die Marokko zouden transformeren in een constitutionele monarchie met een democratische vorm van regering. In augustus 1957 nam Mohammed V de titel van koning aan.



Onafhankelijk en Westelijke Sahara


Koning Mohammed V overleed op 3 maart 1961, waarna zijn zoon Hassan II op de troon kwam. In 1963 braken de eerste grensconflicten met Algerije uit. Dit werd de "Zanden Oorlog" genoemd waarbij Marokko een groot land op te eisen. De aanval mislukte echter. In februari 1964 werd het conflict geregeld en werd een gedemilitariseerde zone ingesteld. In december 1965 werd door de Verenigde Naties een resolutie aangenomen volgens welke Spanje Ifni en Spaans Sahara moest dekoloniseren. In juni 1965 stelde Koning Hassan de grondwet buiten werking en vormde een nieuwe regering met zichzelf als premier, met als doel zijn plannen voor administratieve en economische hervormingen door te voeren. Op 30 juni 1969 besloot Spanje alleen Ifni aan Marokko over te dragen, terwijl de Westelijke Sahara in Spaanse handen bleef. 

 

In januari 1970 werd Mauritanië volledig door Marokko erkend. Ondanks serieuze binnenlandse problemen, nam het patriottisme toe met de Marokkaanse deelname aan het Midden-Oosten-conflict en de kwestie van de Westelijke Sahara. Deze droegen bij tot de populariteit van Hassan II en verstevigden zijn politieke plaats. De koning had troepen gestuurd naar het Sinaï-front in de Arabisch-Israëlische oorlog in oktober 1973. Hoewel ze te laat kwamen om mee te doen aan de vijandelijkheden, werd de actie geapprecieerd door de Arabische staten. Ten aanzien van het door Marokko betwiste Spaans Sahara werd op 14 november 1975 een akkoord bereikt, wellicht mede onder de druk die Hassan wist uit te oefenen via een door hem georganiseerde “groene” 'vredesmars' door 350.000 Marokkanen naar dit gebied. Het gebied is toen verdeeld tussen Marokko en Mauritanië. Het voor een zelfstandige Sahara-republiek strijdende “Polisario” begon toen een guerrillastrijd tegen zowel Marokko als Mauritanië. Marokkaanse troepen trokken daarop dit deel van het gebied binnen en het werd als veertigste provincie bij Marokko ingelijfd in 1976. De kwestie van de erkenning van de door Polisario uitgeroepen Democratische Arabische Republiek Sahara (DARS) leidde tot een breuk binnen de Organisatie van Afrikaanse Eenheid. Marokko verbrak de betrekkingen met staten die tot erkenning van de DARS overgingen.


Jaren 80 en 90


De afschaffing van voedselsubsidies leidde begin 1981 tot drastische prijsstijgingen en hevige sociale onrust. Massale stakingen liepen in juni 1981 uit op een bloedbad in Casablanca. Universiteiten werden gesloten en honderden vakbondsleden en leden van de oppositiepartij werden gearresteerd. Bij een derde voedselrel in 1990 manifesteerden zich ook islamitische fundamentalisten, die protesteerden tegen deelname van Marokkaanse militairen (sinds september 1990) aan de internationale strijdmacht tegen Irak. In september 1992 werd een referendum gehouden over een nieuwe grondwet met daarin enige hervormingen. Ondanks een boycot zou de opkomst 97% hebben bedragen. Het reeds lang aangekondigde referendum over de toekomst van de bezette Westelijke Sahara werd ook in 1996 weer uitgesteld. In juli 1999 overlijdt koning Hassan II aan een hartaanval. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon koning Mohammed VI. De begrafenis van Hassan II werd door ruim twee miljoen Marokkanen en door veel internationale hoogwaardigheidsbekleders bijgewoond. Binnen de Arabische wereld speelt Marokko een prominente rol. Diverse malen was koning Hassan gastheer van Arabische topconferenties. 

 

Koning Mohammed VI toonde zich na zijn troonsbestijging in 1999 de koning van de vernieuwing en verzoening. Er kwam een minister voor de rechten van de mens en een speciale Commissie voor de Mensenrechten. Non-gouvernementele organisaties, waaronder onafhankelijke mensenrechtenorganisaties (o.a. Amnesty International) kregen meer de ruimte zich te manifesteren. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd gezuiverd van personen die betrokken waren geweest bij de repressie, ballingen werden uitgenodigd naar huis te keren, er kwam een arbitragecommissie die zich buigt over smartengeld aan familieleden van verdwenen personen en het huisarrest van sheikh “Yassine” werd opgeheven. Er kwam voorts een beleid van decentralisering met bijzondere aandacht voor de economische ontwikkeling van verwaarloosde regio's en er werden stappen gezet de rechten van verdachten te verbeteren (de termijnen van voorarrest en voorlopige hechtenis zijn aan banden gelegd).


20ste eeuw


De zetelwinst van de PJD in de parlementsverkiezingen van september 2002 wijst er op dat islamisme en fundamentalisme terrein winnen. Naast bewegingen met wortels in de Marokkaanse spirituele traditie zoals de Jama'at al-Adlw-al-lhsan van sheikh Abdessalam Yassine zijn er diverse bewegingen die opereren vanuit een ultraorthodoxe gedachtegoed dat uit het buitenland afkomstig is. Op 16 mei 2002 werd Casablanca opgeschikt door een serie zelfmoordaanslagen. Er vielen 18 slachtoffers, het meerdendeel Marokkaans. Groeperingen als Al-Salafiyya al-Jihadiyya en Al-Sirat al-Mustaqim worden in verband gebracht met de aanslagen. De eerste processen in verband met de zelfmoordaanslagen gingen midden 2003 van start. Daarbij is tegen een aantal verdachten de doodstraf geëist. In mei 2003, ter ere van de geboorte van een zoon, en kroonprins, Moulay Hassan, beval de koning de gratieverlening voor 9.000 gevangenen en een strafvermindering voor 38.000 anderen. In 2004 werden hervormingen in werking gesteld van de burgerlijke stand die de positie van de vrouw moesten verbeteren. 

 

In juni 2007 vinden gesprekken plaats tussen Marokko en het Polisario over de Westelijke Sahara onder toezicht van de Verenigde Naties, de gesprekken leveren niets op. In september 2007 wint de conservatieve Istiqlal partij de meeste zetels tijdens de parlementsverkiezingen. In 2008 en 2009 worden processen gevoerd tegen Islamisten die verdacht worden van betrokkenheid bij bomaanslagen in Casablanca en Madrid. In juli 2009 wordt Abdelkader Belliraj, een Marrokkaanse al Qaeda-leider, tot levenslang veroordeeld. Bij de verkiezingen van 2011 winnen de gematigde Islamisten en de ontwikkelingspartij (PDJ), maar geen van de politieke partijen verkreeg meer dan 20% van de stemmen. In januari 2012 wordt Abdelilah Benkirane van de PJD premier van een coalitie. In oktober 2013 benoemt de koning een nieuwe regering, dat was nodig omdat één van de coalitiepartners de regering had verlaten. Nog steeds proberen duizenden Afrikanen die illegaal in Marokko verblijven Melilla of de andere Spaanse enclave Ceuta te bereiken. Het kwam alleen al in 2014 tot 65 keer van een bestorming. Vanaf 2014 wordt er gesproken tussen de Nederlandse regering en die van Marokko over een nieuw sociaal verzekeringsgedrag, integratie en radicalisering. De organisatie van de Afrika Cup werd op het laatst ingetrokken vanwege het ebola-virus waarop het CAF bestuur het noord Afrikaanse land direct voor de volgende twee edities van de Afrika Cup. Marokko neemt in de zomer van 2015 deel aan de Arabische deelname aan de burgeroorlog in Jemen.


actueeL:


September 2016: Westelijke Sahara

Advocaat-generaal Melchior Wathelet van het Europese Hof van Justitie vindt dat de Westelijke Sahara geen deel van Marokko is en dus niet valt onder verdragen tussen de EU en Rabat. De mening van de advocaat-generaal is belangrijk, omdat het hof die in de meeste rechtszaken volgt. Dat zou een bom leggen onder een Europees handelsakkoord met Marokko over landbouw- en visserijproducten. In december is het vrijhandelsakkoord met Marokko uit 2012 ongeldig hadden verklaard. De reden was dat het akkoord helemaal niet rept over de bezetting door Marokko van de Westelijke Sahara, waar ook producten voor de EU vandaan komen. De Europese ministers hoopten het akkoord te redden door in beroep te gaan, maar als het aan Wathelet ligt, lukt dat niet. De voormalige Spaanse Westelijke Sahara werd in 1975 ingelijfd door Marokko. Rabat claimt het als Marokkaans grondgebied, maar dat wordt internationaal niet erkend.


Maart 2017: premier afgezet

De koning van Marokko Mohammed VI heeft de inister-president van het land, Abdelilah Benkirane afgezet. Die was premier sinds 2011 en in oktober vorig jaar herkozen. AP meldt dat de koning de zeer zeldzame actie nodig achtte omdat er na vijf maanden formeren nog steeds geen nieuwe coalitie is in Marokko. In een verklaring van het koninklijk paleis werd bekendgemaakt dat de koning de leider van de gematigde islamitische partij PJD (Partij voor Gerechtigheid en Vooruitgang) heeft weggestuurd. De PJD won de verkiezingen in het najaar en Benkirane maakte zich op voor een nieuwe regeerperiode als premier. Het opmerkelijke besluit van de koning volgde nadat hij tevergeefs Benkirane had aangespoord om spoedig met een nieuwe regeringscoalitie te komen. De absolute macht ligt in Marokko bij de koning. Het komt echter zelden voor dat hij direct intervenieert in de formatie van een kabinet.


April 2017 - PJD

Na zes maanden van onderhandelingen na de verkiezingen in Marokko heeft koning Mohammed VI woensdag een nieuw kabinet benoemd, dat wordt geleid door de grootste politiek-islamistische partij van het land, de Gerechtigheids- en Voortgangspartij (PJD). De PJD won vorig jaar oktober de verkiezingen, maar de formatie van een regering liep veel vertraging op, volgens verschillende commentatoren omdat de koninklijke familie zich zorgen maakte over de toenemende macht van de islamisten. Volgens de Marokkaanse wet kan geen enkele partij een meerderheid in het 395 zetels tellende parlement winnen. Zo wordt voorkomen dat de macht van de koning wordt aangetast. Ondanks enkele hervormingen naar aanleiding van de Arabische Lente in 2011 is hij de feitelijke alleenheerser in het land. De nieuwe regeringscoalitie bestaat uit maar liefst zes partijen. Het zwaartepunt ligt nog steeds bij de PJD, maar de islamisten hebben een belangrijk ministerie, dat Justitie en Publieke werken, uit handen moeten geven tijdens de onderhandelingen.


zie ook: