GESCHIEDENIS - Iran


Meden, Elamieten en Achaemeniden


Het is moeilijk te achterhalen wanneer de eerste mensen zich vestigden in hedendaags Iran maar archeologen gaan ervan uit dat dit in de Neolithische tijd geweest moet zijn; in de grotten van de bergen in het noorden en in het zuidoosten van het land. Elam was een stad vlakbij de grens met Koeweit en het toenmalige Mesopotamië (nu: Irak) waar de eerste georganiseerde vestgingen zijn gesticht. Zij maakte van de huidige stad “Sush” hun hoofdstad en de toeristische trekpleister “Choca Zanbil”, gebouwd in de 13e eeuw v.Chr. is hun grootste en belangrijkste nalatenschap. Zij vochten geregeld met de Assyriërs en stolen zelfs de belangrijke steen met de code van “Hammurabi”.

De code of codex van “Hammurabi”, samengesteld in ca. het jaar 1780 v.Chr. is een van de oudste tot dusver gevonden wetboeken. Daarnaast is het een van de best bewarde voorbeelden van dit type document uit het antieke Mesopotamië. Een replica kun je vinden in het museum in Teheran; het origineel ligt in het “Louvre” in Parijs.

 

De Meden hadden hun oorsprong in het noordwesten van het huidige Iran. Deze stammen verenigden zich, gingen een bondgenootschap aan met de Babyloniers en verdreven de Assyriërs die daarvoor de baas in Iran waren geweest voorgoed. Het Medische Rijk zou rond het jaar 600 v.Chr. een gebied omvatten van het huidige Turkije tot de grens met Pakistan. Onder de stenen van het huidige “Hamadan” ligt hun oude hoofdstad “Ecbatana” verborgen. In 550 v.Chr. verslaat Cyrus I de Meden en heerst het rijk van de Achaemeniden. In 539 v.Chr. verovert Cyrus II de Grote, na eerder de overheersing door de Mediërs afgeschud te hebben, Babylon. Dit betekent dat de Perzen de dominerende macht in het Midden-Oosten worden; het eerste echte Perzische Rijk. Zij bouwen deze positie geleidelijk uit totdat zij een rijk van ongekende omvang regeren. Hun hoofdstad is Persepolis. Het omvat niet alleen het huidige Iran maar ook Irak, Turkije, Syrië, Palestina, Egypte, Afghanistan en delen van Pakistan.. De voornaamste godsdienst van het Perzische rijk is het zoroastrisme, een vroege vorm van monotheïsme. Kunst, cultuur en wetenschap komen tot grote bloei in het uitgestrekte rijk. Darius zou in de jaren daarna het rijk nog verder vergroten; India werd bereikt en ook de Donau in Europa. Het zou uitgroeien tot het eerste grote rijk van beschavingen; er werd een netwerk van hostels (caravanserais) opgericht en een postservice – in 15 dagen tijd kon een brief (d.m.v. een paardensysteem en geplaveide wegen van de ene kant van het rijk naar het andere komen. Pogingen om ook de Griekse stadstaten te onderwerpen slagen echter niet geheel. Darius werd in een veldslag in Marathon (Griekenland) verslagen in 490 v. Chr wat het begin betekende van een bijna 150 jaar durende terugval van het grote Rijk.


Alexander de Grote en de Parthen


In 330 v.Chr. weet de koning van Macedonië Alexander de Grote van de interne zwakte van het Perzische rijk gebruik te maken en verovert in korte tijd het hele rijk. Alexander verblijft zelf maanden in het hart van het oude Rijk dat totaal vernietigd wordt. Deze tijd wordt ook wel het hellenisme genoemd, omdat de Grieken de heersende klasse vormen en zo een groot stempel op de cultuur van het hele Midden-Oosten drukken. Het grote rijk wordt verdeeld onder de generaals en het gigantische Perzische Rijk valt onder “Seleucus”. In deze tijd verdringt de Griekse taal en cultuur het oude Perzische wat op kwaad bloed stuit van o.a. de Nomadische stad “de Parthen” die in opstand komen.

 

In 250 v.Chr. neemt Arsaces I, de leider van een volksstam die bekendstaat als de Parthen, de macht over in de oostelijke Perzische provincies en verdrijft de Griekse gouverneur. De Parthen woonden oorspronkelijk in de steppe ten oosten van de Kaspische Zee. Onder Mithridates (171-138 v.Chr.) gingen de Parthen door met hun veroveringen en werden de Seleuciden naar Syrië verdreven. Ze veroverden een rijk dat zich uitstrekte van de Eufraat tot Herat in Afghanistan en herstelden zo het oude Achaemenidische Rijk van Cyrus de Grote. De Parthen hadden in de vier eeuwen van hun heerschappij innig contact met het belendende Romeinse Rijk dat Syrie inmiddels had geannexeerd. Vaak was dat in de vorm van oorlog, vooral Armenië en aangrenzende gebieden waren daarbij een twistappel, maar vaak -vooral later- ook in de vorm van handel en goede betrekkingen. Bijna drie eeuwen lang vochten Rome en Parthia over Syrië, Mesopotamië en Armenië, zonder ooit tot een duurzame oplossing te komen. In 53 v.Chr. op het hoogtepunt van de macht van Parthia, werden de Romeinen o.l.v. Crassus bij Carrhae (nu Turkije) vernietigend verslagen. Ondanks deze overwinning en het ondertekenen van diverse verdragen, bleven de twee machten oorlog voeren tot in de 2e eeuw van onze jaartelling, waarbij de Parthen langzaam maar zeker steeds verder in het nauw gedreven werden. De val van Parthia kwam echter niet door een buitenlandse vijand, maar door binnenlandse opstand. In 226 n. Chr. slaagde een autochtone (Perzische) vazal van de Parthen er eindelijk in het Parthische juk af te werpen en stichtte het Sassaniedenrijk.



Het Nieuw-Perzische rijk van de Sassanieden


Van 220 tot 226 leidde Ardashir I een revolutie en creëerde zo, ten koste van de Parthen, het Nieuw-Perzische Rijk van de Sassanieden die een voorganger van het hedendaagse Farsi spraken. Drijfveer van de Perzen was het herstellen van het Oud-Perzische rijk. Het Nieuw-Perzische rijk was intern veel beter georganiseerd dan zijn Partische voorganger. Het voerde ook een veel agressievere politiek jegens zijn grote buur in het westen, het Romeinse Rijk. Dit werd inmiddels door talrijke interne problemen geplaagd zoals tijdens de Romeinse crisis van de derde eeuw en slaagde slechts met grote moeite erin de Perzen van zich af te slaan. In een van de meest bejubelde overwinningen werd de Romeinse keizer “Valerian” gevangen genomen.

De stad Bishapur ten westen van Shiraz was de hoofdstad  van de Sassanieden en Shapur I was hoogstwaarschijnlijk hun grootste leider ooit. Tot drie keer toe bracht deze leider de Romeinen een nederlaag toe waarbij zelfs de enige levende keizer van het grote Romeinse Rijk gevangen werd genomen: Valerian. Dit gebeurde tijdens de grote slag in het jaar 259 in Edessa (nu: Sianlurfa) in Turkije. Grote aantallen gevangen genomen Romeinse soldaten werden overgebracht naar Perzië en werden ingezet als dwangarbeider. Een Romeins irrigatiesysteem werd aangelegd terwijl de keizer opgesloten was in Bishapur. Shapur I was zo trots op z’n overwinning dat hij dit voorval overal in reliëfs liet terugkomen. Er gaan verschillende verhalen (lees: legendes) over de dood van de Romeinse keizer; de een zegt dat hij z’n laatste jaren rustig in “Qal’eh Salosel” in Bishapur uit heeft gezeten terwijl anderen getuigen van wrede afmatting en het vermoorden van de Romeinse leider door hem een kop gesmolten goud naar binnen te laten gieten.

 

Na de komst van het christendom kreeg deze confrontatie ook een religieuze kant, omdat Perzië vasthield aan het zoroastrisme en christenen er bij tijd en wijle vervolgd werden. In het begin van de 7e eeuw, slaagden de Sassanieden erin een groot deel van de Romeinse provincies in het Midden-Oosten (onder meer Egypte, Palestina, Syrië en Anatolië) te veroveren. De nieuwe Romeins-Byzantijnse keizer Heraclius echter ging in de tegenaanval en wist, met grote moeite, de heiligdommen van Jeruzalem, Antiochië en Alexandrië te heroveren en bracht de Sassanidische Perzen een grote slag toe toen hij hun hoofdstad Ctesiphon (Irak) bezette. Het gevolg van de jarenlange strijd was dat beide rijken elkaar aan de rand van de uitputting brachten. Het is op dat moment dat van volkomen onverwachte kant een nieuwe veroveraar zich aanmeldde: de islam.


De Arabische verovering en de Seltsjoeken


De Arabieren dwongen de Perzen zich aan de islam aan te passen, ook moesten de Perzen extra veel belasting betalen omdat de Arabieren hen zagen als duivelaanbidders. Uiteindelijk vertrokken de weinige overgebleven aanhangers van het zoroastrisme) naar het oosten. De in 637 ingezette Arabische verovering werd tussen 663 en 676 voltooid met de inlijving van het huidige Afghanistan, en de Sogdische steden Samarkand en Buchara. Als deel van het Arabische Rijk werd Perzië bestuurd door de gouverneurs van Irak. De Arabieren, die hun interne vetes meebrachten, vestigden zich vooral in de noordoostelijke provincie Khorasan. Overgang naar de islam werd niet bijzonder gestimuleerd. De Iraanse moslims kregen vrijdom van bepaalde belastingen, maar moesten van de Arabieren genoegen nemen met een ondergeschikte positie wel werd de Arabische taal ingevoerd en de wetgeving. Tijdens de 9e eeuw verbrokkelde de macht en in Oost Iran namen verschillende dynastien de macht in handen; de Samaniden, de Ziyariden en de Saffariden.

 

De Seltsjoeken waren een Turkse stam die ook Perzië grotendeels bezette omdat de kleine dynastieën geen stand konden houden. Rond 990 bekeerden zij zich tot de islam en begonnen daarna een veroveringstocht die van de streek Transoxanië (in het huidige Oezbekistan) via Perzië naar Turkije voerde. Rond 1040 hebben zij Perzië grotendeels veroverd en maken Isfahan hun hoofdstad. De Seltsjoeken introduceren een nieuwe architectuur, wetenschap, kunst en literatuur en verrijken het land. Ook veroverden zij Bagdad, de hoofdstad van het kalifaat, alwaar zij de functies van de kalief waarnemen vanaf 1055. Als in 1092 Malik Sjah I sterft, valt het rijk uiteen in diverse kleinere staten waar Perzië min of meer één geheel blijft.


Djenghis Khan en Timoer Lenk


Het Mongoolse Rijk onder Dzjengis Khan veroverde Perzië tussen 1219 en 1224, waarbij hele steden geplunderd en vernietigd werden en vele de dood vonden. In 1255 werd het rijk van de Mongolen gesplitst in verschillende Kanaten of rijken. Eén daarvan werd het Ilkhanaat, dat onder leiding van Hülegü kwam te staan die z’n hoofdstad in Tabriz vestigde. Deze moest verantwoording afleggen aan zijn broer Koeblai Khan, die de belangrijkste Khan was. De opvolgers van Hülegü bekeerden zich tot de islam onder grote druk en het Arabisch werd definitief ingeruild voor het Farsi. Rond 1335 viel het rijk uiteen in verschillende staatjes maar de immens belangrijke Zijderoute bleef bestaan. Vanuit Transoxanië, Oezbekistan trok Timoer Lenk in 1381 Perzië binnen. Timoer had weinig moeite om de kleine staatjes te onderwerpen en met zijn eerste campagne die duurde tot 1384 had hij Oost- en Noord-Iran in handen. Zijn tweede campagne begon in 1386 en had als doel Perzisch Irak te veroveren en de Turken te verslaan. Na een korte onderbreking vanwege de dreiging van de Gouden Horde veroverde Timoer Fars, Isfahan en Kerman in 1387. Heel Perzië was nu onder zijn heerschappij, hoewel de bevolking enkele keren in opstand kwamen, werden ze telkens neergeslagen en zou de regio pas weer na de dood van Timoer in 1405 zelfbestuur bemachtigen. Niet voor het eerst en zeker niet voor het laatst werd het Perzische Rijk door een sterke man geregeerd om daarna in kleine stukken uiteen te vallen.



Safawiden, Afshariden en Kadjaren


De Safawiden regeerden over Perzië van 1501 tot 1736 en voerden het sjiisme in als staatsgodsdienst dat hun in direct conflict bracht met de Soennitische Ottomanen in Turkije. Zij creëerden een centrale staat die veel bijdroeg aan het ontstaan van een Perzische identiteit, nadat het gebied in de jaren ervoor verdeeld was geweest onder Mongoolse en Turkse heersers. De leden van de dynastie spraken en schreven Azeri Turks, maar de bestuurstaal van het rijk was Perzisch. Het wordt ook wel het derde Perzische Rijk genoemd. Het rijk kende zijn grootste bloei onder sjah Abbas I de Grote. Hij verklaarde Isfahan tot zijn hoofdstad, een stad die onder zijn leiding tot grote bloei kwam. Ook namen steeds meer Europese landen die inmiddels de Zijderoute grotendeels hadden verlaten interesse in Perzië. Sjah Abbas I de Grote liet diverse Europese landen toe in Iran om de handel te bevorderen. Toen hij stierf verviel het rijk in conflict met zichzelf en het was voor de binnenvallende Afghanen in 1722 een eitje om het land te veroveren.


De VOC in Perzië:

De Vereenigde OostInidsche Compagnie opende haar hoofdvestiging in de nieuwe hoofdstad Isfahan in 1623. Pieter van den Broecke, de opperkoopman en directeur van de factorij te Suratte, sloot in 1623 een overeenkomst met sjah Abbas waarin de handel werd gereguleerd.. Naast de Portugezen was de VOC de enige westerse macht die in dit gebied handel dreef. Er werd vooral gehandeld in parels, rozenolie, zijde, wol, Arabische gom en wierook. In de 17e eeuw en 18e eeuw waren er verschillende handelsposten van de VOC in Perzie o.a. in de stad Kerman maar ook in:

  • Band-e Kong: sinds 1653 kwam er jaarlijks een staflid uit Gamron om parels in te kopen. In 1690 overwoog de VOC om er een factorij te vestigen, maar de Portugezen werkten echter zo tegen - ze vreesden voor hun eigen belangen daar - dat de VOC de vesting in hetzelfde jaar nog moest verlaten.
  • Gamron (Bandar Abbas) – Eerste vestiging in 1623. Hoofdcomptoir na 1638.
  • Boucher Hier had de VOC een factorij van november 1737 tot oktober 1753.
  • Kareek (of Kharg eiland) - hier was Fort Mosselstein. Toen de VOC in Perzië nergens meer succes had in de handel, wilden de Heeren XVII het gebied in 1750 opgeven. Gouverneur-generaal Jacob Mossel wilde het echter op Kareek nog proberen, waar in 1753 een vestiging met fort gebouwd werd. Hier werd Javaanse suiker en Indiaas textiel verkocht. Al snel werd duidelijk dat de vesting niet winstgevend was, en werd ze op 1 januari 1766 gesloten. Het Perzische leger overviel het fort en plunderde het.
  • Lar - De post in Lar werd gesticht in 1631 en was uitsluitend bedoeld als oase-plaats voor handelaren die op doortocht waren vanuit Isfahan naar Gamron. Wanneer de VOC vertrokken is, is onduidelijk.
  • Kismus - Al in 1645 deed de VOC een poging om het fort van deze stad te veroveren. De stad was namelijk belangrijk voor de aanvoer van graan naar de stad Gamron. Hiermee kon de compagnie de stad veiligstellen en handelsvoorwaarden afdwingen. In 1684 lukte het wel om in bezit te komen van het fort. Tot wanneer de VOC deze heeft behouden is onbekend.

Toen de laatste vesting (Kharg) in 1766 door het Perzische leger werd veroverd, vertrokken de Nederlanders voorgoed.


De Afshariden vormden korte tijd (1736-1796) een dynastie die voortkwam uit één machtig heerser: Nadir Sjah. Deze op oorlog beluste man zorgde ervoor met hulp van Turkse en Russische troepen de Afghanen het land uit te jagen. Na diens dood viel het rijk snel uiteen en bleef er strijd bestaan tussen de Afshariden, de Zand-dynastie en de Kadjaren. De strijd werd uiteindelijk in het voordeel van de laatsten beslist. De Kadjaren waren de heersende dynastie van 1796 tot 1925 en bracht de hoofdstad naar Teheran. De Europese machten Rusland en het Verenigd Koninkrijk breidden hun macht in Perzië stevig uit in deze periode. Rusland wilde Iran gebruiken om toegang te krijgen tot India en de Perzische Golf – Engeland wilde dit juist voorkomen. Perzië moest diverse noordelijke delen, waaronder het huidige Azerbeidzjan afstaan aan de Russen, tijdens de Russisch-Iraanse oorlogen. Ook semi – onafhankelijke gebieden in de Kaukasus zoals Georgië werden ingelijfd in het grote en machtige Russische Rijk. Om een verdere expansie van de Russen tegen te gaan, ging Perzië een strategische alliantie aan met het Verenigd Koninkrijk. Zo verkreeg dat land diverse belangrijke commerciële belangen, waaronder het recht te boren naar aardolie. Aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw werd het land gemoderniseerd en in 1906 kreeg het een parlement onder druk van de bevolking die het beu was dat producten van het land voor een habbekrats werd verkocht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vormden de Osmanen een bedreiging voor Perzië en 'verdedigden' Rusland en het Verenigd Koninkrijk Perzië én zijn strategisch belangrijke oliegebieden. Ondanks deze hulp werd het Christelijke noordwesten van het land geplunderd.


De Pahlavi monarchie


In 1921 pleegde de Iraanse kozakken-generaal Reza Khan (Reza Shah) samen met de journalist Zia al-Din Tabataba'i een geslaagde staatsgreep. De macht van de Kadjaren-sjah Soltan Ahmed Kadjar werd drastisch ingeperkt. Tabataba'i was voorstander van het oprichten van een op het Westen en Atatürk georiënteerde republiek. Hoewel Reza Khan ook streefde naar een Westerse staat, begreep hij dat wanneer de monarchie zou worden afgeschaft, de sjiitische geestelijken en het volk in opstand zouden komen. In 1925 vertrok sjah Soltan Ahmed Kadjar in ballingschap naar Frankrijk. In 1926 riep Reza Khan zich zelf uit tot Reza Sjah en kroonde zichzelf, met de pre-islamitische en dynastieke naam Pahlavi. Naar het voorbeeld van de Turkse president Atatürk en de Afghaanse koning Amanoellah Sjah, begint Reza Sjah aan een ambitieus hervormingsplan. Hij verving de sharia door een burgerlijke wet en nam de geestelijken hun bezittingen af. Hij onderdrukte de Asjoera-festiviteiten (het belangrijkste sjiitische festival) en verbood de moslims de hadj te maken. Ook islamitische kleding werd verboden en zijn soldaten hadden de gewoonte om sluiers van vrouwen met hun bajonetten af te rukken. In 1935 werden honderden vreedzame demonstranten tegen de kledingwetten voor een belangrijk heiligdom door soldaten neergeschoten. Ook zijn zoon zette de onderdrukking van de islam voort. De sjah verzuimde echter om de levensstandaard van de arme bevolking te verbeteren en het grootgrondbezit bleef bestaan.

 

In de jaren dertig werd nazi-Duitsland Iraans belangrijkste handelspartner. De sjah raakte onder de indruk van Hitlers beleid, maar werd geen fascist. Bevreesd dat Reza Shah de zijde van de as-mogendheden (Duitsland, Italië) zou kiezen, vielen de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië in 1941 het land binnen. Het noorden van het land werd een Sovjet-Russische bezettingszone, het zuiden een Britse bezettingszone. In 1943 werd om die reden de eerste oorlogsconferentie tussen de grote drie in Teheran gehouden. De pro-Duits geachte sjah werd naar Johannesburg verbannen waar hij in 1944 overleed. Na de Revolutie zou z’n mausoleum (waar in 1971 tijdens het tentenkampfeest van z’n zoon nog uitgebreid werd stilgestaan bij z’n dood) vernietigd worden en vervangen door een Islamitische school. De oudste zoon van Reza Sjah, Mohammed Reza Pahlavi (1919-1980), volgde zijn vader op 16 september 1941 als sjah van Perzië op. De Russen steunden de pro-communistische Tudeh-partij, terwijl de Britten liever de sjah aan de macht zagen. Medio 1946 vertrokken de Britten uit Iran. In 1946 verklaarden de noord-Iraanse regio's Azerbeidzjan en Koerdistan zich met Russische hulp onafhankelijk. Stalin en de jonge sjah Mohammed Reza (zoon van Reza Khan) kwamen echter overeen dat het Rode Leger zich in ruil voor olie zou terugtrekken. De Russen lieten hun steun aan Azerbeidzjan en Koerdistan varen, waarop de regio's vrij gemakkelijk door het keizerlijk leger werden bezet.



De Coup van 1953:

In 1950 richtte Mohammed Mossadegh het Nationaal Front op, een liberale organisatie die naar nationalisatie van de Anglo-Persian Oil Company streefde. Mossadeqs Nationaal Front kon rekenen op zowel de steun van de nationalisten, de communisten en de democraten als op de steun van de geestelijkheid. Mossadeq, een vijand van de sjah (hij behoorde tot de in 1925 verdreven Kadjarendynastie), streefde tevens naar een constitutionele monarchie, waarin de macht van de sjah zou worden beperkt.

 

Op 2 mei 1951 werd Mohammed Mossadeq benoemd als minister-president. Hij zette de nationalisatie van de door Britten gedomineerde “Anglo-Persian Oil Company” door en verbrak de diplomatieke betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk omdat hij van mening was dat de Britten de Iraniërs niet serieus genoeg nam en hen aftroggelde. De Britten zouden de Iraanse olie wereldwijd boycotten en Mossadeq’s naam overal proberen te besmeuren. Spoedig geraakte de sjah en de premier in onmin over de portefeuille van Defensie. De sjah ontsloeg Mossadeq en benoemde Ahmad al-Saltana tot premier. Een volksopstand noopte de sjah tot het herzien van deze beslissing en herstelde Mossadeq als premier én minister van Defensie. De ruzie tussen de sjah en zijn premier gingen gewoon door en op 17 augustus 1953 vluchtte de sjah naar Rome. Churchill kon Eisenhower overhalen om in te grijpen in Iran en zich teniet te doen van Mossadeq’s. In het geheim werd in de kelder (bunker) van de Amerikaanse ambassade de shah overgehaald om mee te doen. Ook werden miljoenen geïnvesteerd om mensen om te kopen in alle lagen van de bevolking. Twee dagen later pleegde generaal Fazlollah Zahedi een door de Britten en de CIA georganiseerde staatsgreep (operatienaam: Ajax) die totaal verkeerd liep. De top van het coup-team werd gearresteerd door mensen die Mossadeq bijstonden. Drie dagen later werd weer een poging gedaan die wel gelukte; de sjah terug kon keren en Mossadeq werd gevangen gezet. De oliemaatschappij werd gedenationaliseerd en kwam grotendeels in Amerikaanse handen.

 

Later werd Mossadeq ter dood veroordeeld, maar de sjah zette de straf om in drie jaar gevangenisstraf. In 1956 kwam hij vrij en leefde onder strenge bewaking op zijn landgoed. In 1951 werd Mossadeq door “Time Magazine” uitgeroepen als man van het jaar omdat hij volgens hen opstond tegen een koloniale heerser voor Iraanse belangen. Dit was de eerste van een reeks door de Amerikanen gesteunde coups wereldwijd (Congo, Indonesië en Chili).


De Witte Revolutie


Net als zijn vader wilde Mohammed Reza Perzië moderniseren ten koste van traditionele Iraanse waarden. Pro-communistische stakingen bij olieraffinaderijen, leidden eind jaren vijftig tot het verbod op de Tudeh-partij. Voor de conservatieve Islamitische vooral plattelandsbevolking ging de modernisering veel te snel. In 1957 kreeg Iran een tweepartijenstelsel. In 1961 kondigde de sjah de Witte Revolutie af. De Witte Revolutie voorzag in landhervormingen, vrouwenemancipatie en algemeen kiesrecht. De geestelijkheid verzette zich hevig tegen de landhervormingen (de geestelijkheid was de grootste grootgrondbezitter), maar steunde het voorstel om algemeen kiesrecht in te voeren. In 1971 kwam de shah onder vuur te liggen – hij organiseerde een grote manifestatie naast Persepolis met twee doelen; het buitenland imponeren en het binnenland trots te maken. Punt 1 werd ruimschoots gehaald maar hij hielp de oppositie in het zadel door miljoenen te investeren in zo’n feest terwijl de boerenbevolking honger leed. In de jaren zeventig was er een enorm contrast ontstaan tussen het platteland en de grote stad. In de grote steden leefden de middenklasse en hoge klasse in een Westerse levensstijl. Op het platteland leed men armoede, omdat de landhervormingen weinig succesvol verliepen (de grootgrondbezitters verdeelden het land onder familieleden, waardoor de kleine boer of landarbeider alsnog geen land verkreeg). Terwijl tijdens de oliecrisis in 1974 de Amerikaanse dollars binnen vloeiden (de olieprijs schoot omhoog) werd het geld niet in medicatie, opleiding of voedsel gestoken maar in Amerikaanse wapens. De oppositie rook z’n kans.

 

Een van die toonaangevende geestelijken was ayatollah Ruhollah Khomeini. Eerst vluchtte Khomeini naar Turkije en leefde tot 1975 in ballingschap in Najaf in Irak. Maar toen de toenmalige Iraakse regering en de sjah een vriendschapsverdrag ondertekenden, werd Khomeini Irak uitgezet. Later vormde hij een Revolutionaire Raad in Parijs, waarin naast orthodoxe-sjiitische leiders, ook liberale-sjiieten zitting hadden. Door de overeenkomst tussen Irak en de sjah, schafte de sjah het tweepartijenstelsel af en voerde een eenpartijstelsel in, met de Partij voor de Iraanse Herrijzenis als enige toegestane partij. De macht van de sjah nam nog verder toe en hij werd gesteund door zijn premier, Amir Hoveida.


De Iraanse (Islamitische) Revolutie


De sjah werd van alle kanten bekritiseerd en betogingen en demonstraties laaiden op om daarna weer weg te zakken. De conservatie moslims wilden de hervormingen terugdraaien, studenten gingen de straat op om juist deze te versnellen. Iedereen was het erover eens dat de sjah hun geld verslond. In 1975 kondigde de Sjah een toespraak aan. Hierin vertelde hij dat hij de olie-contracten zou verbreken in 1979 met Amerika en Engeland. Ze zouden beiden de dagprijs moeten betalen voor een vat olie. Dertig jaar lang betaalden Amerika en Engeland een lage prijs voor de olie. Na de aankondigingen van de Sjah hebben Amerika en Engeland zeer waarschijnlijk een deal gesloten met de Ayatollah Khomenei (die uit Perzië was verbannen) om terug te keren. Het land verkeerde al in onrust vanwege grote mistanden en mismanagement in de extra opbrengsten van de olie en grotere demonstraties en oppositie tegen de sjah namen hand over hand toe. Ook Amerika liet z’n sjah nu openlijk vallen. De sjah reageerde door het zware optreden met geweld. Z’n (geheime) politie “Savak” stond bekend om z’n huiveringwekkende optreden in marteling en doden en honderden demonstranten vonden in Teheran, Qom en Tabriz de dood. In 1979 werd er in Parijs een toespraak gehouden door de Ayatollah. Hierin werd verteld dat als hij aan de macht zou komen, de olieopbrengsten verdeeld zouden worden onder het volk. Verder werd er gezegd dat gas, licht en water gratis zouden worden. Na de toespraak zijn veel studenten de straat op gegaan en zijn daar begonnen met het demonstreren tegen de Sjah. Hierdoor voelde de rest van de bevolking zich opgeroepen en hebben zich erbij aangesloten. Op 16 Januari 1979 vluchtte de sjah naar Egypte waar hij een jaar later overleed.

 

Op 1 februari 1979 keerde Khomeini terug uit zijn ballingschap in Frankrijk en hij begon vrij snel de pluralistische revolutie om te vormen naar een streven naar absolute macht voor de geestelijkheid (hem zelf). Niemand had kunnen aan zien komen dat de inmiddels 77 jarige zeer conservatieve Khomeini zelf de macht zou grijpen maar het gebeurde wel. Toen de Ayatollahs aan de macht kwamen veranderde, het gedeeltelijk verwesterde, Perzië in een streng fundamentalistisch-Islamitische samenleving van Shiitische snit. In Maart van dat jaar voglde een referendum waarin zo’n 98% instemde met Khomeini’s ideeën waarin hij de almachtige leider werd in een zwaar Islamitsche Republiek. Het eerste wat Ayatollah Khomeini deed, was het arresteren van politieke tegenstanders zoals liberalen, socialisten en communisten. Ook werden religieuze tegenstanders zoals prominente Joden, Soennieten, Christenen, Bahahi en Zartosh (Oud Iraanse Zoroasters) opgepakt. Er werden showprocessen opgevoerd door "aanklager" Ayatollah Khalkhali, een medestander van Khomeini, om de "verraders" te veroordelen. Veel van deze mensen zijn uiteindelijk in gevangenissen en zelfs op straat geëxecuteerd. De buitenlandse inmenging werd totaal stopgezet en de Westerse wereld keek angstig toe bang voor meer Islamitische Revoluties in nabij gelegen landen. Door deze dictatoriale acties kwam opnieuw een vluchtelingenstroom op gang van Iran naar het westen en omliggende landen; nu van tegenstanders van Khomeini. In November volgde de aanval op de Amerikaanse ambassade en werden 52 stafleden gegijzeld – een actie die door Khomeini werd goedgekeurd. Ondertussen werden vrienden van de geestelijke leider als president en vice-president aangesteld.



De jaren 80


In september 1980 brak de Irak-Iranoorlog uit. President Saddam Hoessein van Irak, bevreesd als hij was dat het fundamentalisme over zou waaien naar de sjiitische meerderheid in Irak, maakte van de chaotische en revolutionaire situatie in Iran gebruik om het land binnen te vallen. Ook beweerde hij dat het zuidwesten van Iran tot het historische gedeelte van Irak behoorde en daarom veroverd diende te worden. Het Iraakse leger verwachtte een snelle overwinning, maar kon de zeer gemotiveerde strijders van de Revolutionaire Garde en het nog steeds krachtige Iraanse leger niet verslaan. Het draaide uit op een wrede oorlog tussen twee kampen met chemische wapens, loopgraven en duizenden doden. In 1986 kwam er een schandaal aan het licht, toen bleek dat de Verenigde Staten van Amerika in het geheim wapens leverde aan Iran. Op die manier probeerden de Amerikanen voor elkaar te krijgen dat sjiitische moslims, via bemiddeling van Iran, in Libanon gegijzelde Amerikanen zouden vrijlaten. Deze affaire stond bekend als de Iran-contra-affaire of Irangate. In 1988 werd een wapenstilstand getroffen terwijl de grens onveranderd bleef. Na de oorlog werden de betrekkingen met het Westen iets beter. Ze verslechterden echter opnieuw toen ayatollah Khomeini in februari 1989 een fatwa uitsprak tegen de Brits-Indiase auteur Salman Rushdie. Rushdie had zich, volgens Khomeini, in zijn boek De Duivelsverzen beledigend uitgelaten over bepaalde Koran-verzen. Onder Khomeini's opvolger, ayatollah Ali Khamenei werd de fatwa ingetrokken. Op 3 juni 1989 stierf Khomeini. Ayatollah Ali Khamenei, de toenmalige president, volgde Khomeini op als 'Leider van de Revolutie', terwijl de meer pragmatische Ali Akbar Rafsanjani de nieuwe president werd. Deze volgde een meer liberale lijn die hervormingen eiste; naast de economische werd ook aandacht besteed aan het aanleggen van wegen, riolen, elektriciteit, telefoon en watertoevoer. Tenslotte werd de anticonceptiepil ingevoerd na de baby boom van begin jaren 80. Ondanks dit werden ook vele progressieve hooggeplaatste Iraanse tegenstanders van het Islamitische regime in de jaren 80 en 90 verbannen naar Europa op lugubere wijze om het leven gebracht.



Het tegenwoordige Iran


Tijdens de Golfoorlog van 1990-1991, veroordeelde Iran zowel de Iraakse bezetting van Koeweit alsmede de aanwezigheid van de VS. In 1997 werd de voor Iraanse begrippen progressieve Mohammad Khatami tot president gekozen, maar hij slaagde er nauwelijks in het land te moderniseren. De hoge geestelijken leken het land nog stevig in hun greep te hebben. Tijdens de verkiezingen van juni 2005 won verrassend de conservatieve burgemeester van Teheran Mahmoud Ahmadinejad de presidentsverkiezingen. In het begin was hij zeer populair bij de (arme) bevolking maar hij kon hoge verwachtingen niet waarmaken. Het enige waarmee hij nog in het nieuws kwam waren z’n controversiële uitspraken over de nucleaire installaties en de situatie met Israël. In juli 2008 test Iran een langeafstandsraket waarmee het zegt doelen in Israël te kunnen raken. Ahmadinejad werd herkozen bij de presidentsverkiezingen in 2009, maar dit ging gepaard met heftige protesten. Sinds Augustus 2013 is Hassan Rouhani de 7e president van Iran. Het eindelijk in 2015 gereed gekomen akkoord tussen de Westerse landen en Iran over het nucleair atoomprogramma (waarin Iran beloofd geen atoombom te bouwen en de sancties worden opgeheven) wordt begin 2018 door de Amerikaanse president Trump getorpedeerd. Amerikaanse sancties treffen de Iraanse economie direct. De EU houdt zich (tot nu toe) aan het atoomakkoord. In Mei dat jaar voert Israel luchtacties uit op Iraanse raketinstallaties in Syrie die Israel hadden beschoten. 



actueel


Januari 2019 - Terrorismelijst

De EU heeft twee Iraniërs en de Iraanse militaire inlichtingendienst op de Europese terrorismelijst geplaatst, nadat bleek dat Iran verantwoordelijk wordt gehouden voor twee politieke moorden in Nederland. Eerder werd al bekend dat aan de Iraniërs en de inlichtingendienst sancties zijn opgelegd. Zo zijn hun tegoeden bevroren. In 2015 werd Ali Motamed doodgeschoten en twee jaar later werd de leider van een Arabisch-Iraanse afscheidingsbeweging, Ahmad Mola Nissi, geliquideerd. De moorden waren ook de reden dat vorig jaar juni twee diplomaten van de Iraanse ambassade Nederland werden uitgezet. Naast in Nederland zou Iran ook geprobeerd hebben moorden te plegen in Denemarken en Frankrijk. In het eerstgenoemde land zou in oktober vorig jaar de liquidatie van een ander lid van de afscheidingsbeweging Arab Struggle Movement for the Liberation of Ahwaz (ASMLA) voorkomen zijn.


Mei 2019 - Oorlogsdreiging

Het Amerikaanse oorlogsschip USS Arlington voegt zich binnenkort bij het vliegdekschip USS Abraham Lincoln in de Perzische Golf. Ook een Patriot-luchtverdedigingssysteem is naar het gebied gestuurd. Het zijn nieuwe maatregelen waarmee de VS naar eigen zeggen willen voorkomen dat Iran de Amerikaanse troepen in het gebied aanvalt. De spanningen rondom het islamitische land zijn de afgelopen dagen opgelopen. De Verenigde Staten geven aan aanwijzingen te hebben dat Iran hun belangen en bondgenoten wil aanvallen, maar heeft daar weinig informatie over vrijgegeven. 

 

De Amerikanen legden Iran deze week ook nieuwe sancties op, die gericht zijn op de aluminium-, staal-, ijzer- en kopersectoren van het land. Als reactie daarop besloot de president van Iran zijn land gedeeltelijk terug te trekken uit het nucleaire akkoord, dat in 2015 werd ondertekend. Dat leverde hem veel kritiek op vanuit de EU.


Andere achtergronden geschiedenis