GESCHIEDENIS - Kroatië



De vroege geschiedenis en de Romeinen


De omvangrijke collecties fossielen van Neanderthalers van circa 130.000 jaar oud, gevonden in Noord-Kroatië, zijn het bewijs dat het huidige Kroatië al in de prehistorie werd bewoond. De oudste bevolking die bij name bekend is, waren de Illyriërs. In de 4de eeuw v.Chr. verschenen er Kelten in het gebied en rond dezelfde tijd stichtten Grieken aan de kust hun eerste koloniën.

 

De eerste Romeinse kolonie werd gesticht in Solin in het jaar 229 v.Chr. In 168 v.Chr., na de derde Illyrische oorlog, werd het toenmalige Illyrië in het geheel een vazalstaat van het Romeinse Rijk. In 59 v.Chr. werd het gebied onder het gouverneurschap van Julius Caesar geplaatst. Het schiereiland Istrië, dat al eerder was onderworpen, maakte geen deel uit van Illyricum en behoorde tijdens de Romeinse periode tot Italia, Regio X - Venetia et Histria. Na de Illyrische opstand van 6 tot 9 n.Chr. werd Illyricum door Augustus opgesplitst in twee provincies: Pannonia in het noorden en Dalmatia in het zuiden. Het huidige Kroatie behoorde na de deling van het Romeinse rijk afwisselend tot het westelijk deel van het Rijk, het Ostrogotische en het Byzantijnse Rijk.  In de eerste helft van de 7e eeuw werd het gebied geteisterd door invasies van de Avaren, een Turks nomadenvolk. De Romeinen die deze veroveringen overleefden trokken zich terug naar de kust om deze beter te kunnen verdedigen. Vervolgens stichtten zij de beroemde stad Dubrovnik.


Koninkrijk Kroatië


De Slavische Kroaten arriveerden eveneens in de vroege 7e eeuw aan de Adriatische kust. Dit lag in de invloedssfeer van het Frankische Rijk, dat in 788 Istrië had veroverd en enkele jaren later de Avaren had onderworpen. Grote delen van de Dalmatische kust en de eilanden behoorden vanaf 812 (Vrede van Aken) tot het Byzantijnse Rijk, vanwaar christelijke missionarissen naar Kroatië werden gestuurd. De politieke geschiedenis en de kerstening vanuit het noorden (waardoor niet het cyrillische, maar het Latijnse alfabet werd overgenomen) veroorzaakten een scheiding van de stamverwante Zuid-Slaven in Servië. De eerste Kroatische vorst die werd erkend door de paus was Branimir in 879. Onder vorst Tomislav maakte Kroatië zich onafhankelijk. Hij regeerde vanaf het jaar 921 als eerste Kroatische koning over een van de machtigste koninkrijken in middeleeuws Europa. Hij weerstond de invallen van de Hongaarse Arpaden en wist delen van Pannonië te veroveren. In 926 sloeg hij bovendien een aanval af van de Bulgaarse tsaar Simeon I, die wel de Serven had weten te onderwerpen. Hoewel Kroatië in de volgende eeuwen door diverse machten zou worden veroverd, is het koninkrijk tot 1918 formeel blijven bestaan.


Hongaren, Venetianen en Ottomanen


In oorlog tegen de Hongaren overleed de laatste Kroatische koning waardoor in 1091 Ladislaus I van Hongarije de koning van Kroatië werd. Geweld laaide op wat leidde tot een oorlog van 10 jaar met Hongarije. In het vredesverdrag werd beloofd dat Kroatië zelfbestuur kreeg met een koninkrijk met zijn eigen rechten en privileges.

 

In de kuststreek werd de Hongaarse invloed nooit zo sterk als in Slavonië. Hier hadden de Venetianen in 998 een bruggenhoofd gekregen. De Byzantijnen verdwenen er in de 12de eeuw definitief van het toneel. De geslaviceerde kuststeden zochten afwisselend bescherming bij de Venetianen en de Hongaren. Dat gold ook voor Ragusa, het huidige Dubrovnik, dat in 1358 bij het Verdrag van Zara een onafhankelijke staat werd, die tot 1808 zou blijven bestaan. Ragusa zou in de 15e en de 16e eeuw zijn gouden eeuw beleven, toen de zeemacht van Ragusa kon wedijveren met die van Venetië en andere Italiaanse zeestaten. De meeste kustplaatsen en eilanden bleven buiten het Osmaanse Rijk vallen daar de Venetianen hier de boventoon voerden. De steden werden wel door de Osmanen belegerd: o.a. in 1409 in Zadar, in 1420 in Trogir en Split, in 1480 op Krk.   

 

Vanaf 1433 werd Kroatië geteisterd door Osmaans-Turkse invasies vanuit het zuiden. De Turken bereikten al snel de rivier de Neretva en rukten zo steeds noordelijker op en bedreigden niet alleen de Hongaren, maar ook de Venetianen in Dalmatië. De Kroatische adel leed in 1493 een zware nederlaag tegen de Osmanen. Kroatië, dat in 1519 door Paus Leo X als Bolwerk van het Christendom was bestempeld, kon zich uiteindelijk niet handhaven: in 1526 kwam in de Slag bij Mohács koning Lodewijk II om en de Kroaten zetten de Habsburgers op de troon van het Koninkrijk Kroatië. Vanuit het Osmaanse gebied kwamen grote vluchtelingenstromen op gang naar veiliger gebieden, vooral naar Habsburgs Hongarije: hun nazaten zijn de nog steeds bestaande Burgenland-Kroaten in Oostenrijk. Het Habsburgse Kroatische koninkrijk omvatte uiteindelijk slechts de reliquiae reliquiarum, de resten van de resten, van het oorspronkelijke Kroatië, een gebied dat niet veel groter was dan Zagreb en omgeving. Het moest troepen leveren tegen de islamitische veroveraars.Hun opmars werd aan het eind van de 16de eeuw tot staan gebracht dankzij een modern stelsel van verdedigingswerken langs de grens, waarvan de in 1579 gebouwde vesting Karlovac de kern werd: deze naar aartshertog Karel II genoemde nieuwe stad werd door de Turken vergeefs belegerd. De slag bij Sisak werd in 1593 een keerpunt: vanaf nu lag het initiatief niet langer aan Osmaanse kant. De grens was echter onstabiel en grote delen, waaronder Bosnië, bleven onder Turkse heerschappij.



De Habsburgse overheersing


De Kroaten waren niet het enige volk in beweging: ook de Serviërs trokken steeds noordelijker. Deze orthodoxe christenen vestigden zich ook in de Krajina, die was ontstaan in de 17e en de 18e eeuw als militaire districten, toen Oostenrijk het Osmaanse Rijk voor de poorten van Wenen had weggeslagen en daardoor de grens naar de Balkan verschoof. Deze Serviërs werden door de Habsburgers daarheen gehaald om de christelijke beschavingen in Europa te beschermen tegen de islamitische expansie. Tegen het einde van de 18e eeuw was het grootste deel van Kroatië niet meer in handen van de Turken. De halvemaanachtige vorm van Kroatië bleef meer of minder de frontlinie tussen het Ottomaanse Rijk en Europa. In 1717 werd het laatste Turkse gebied in het Dalmatische achterland met de plaats Imotski veroverd door de Venetianen.

 

De Kroatische vorsten waren de Franse Revolutie vijandig gezind. Na een korte overheersing van de Franse keizer Napoleon werd in 1815 het huidige Kroatië opnieuw deel van het Habsburgse rijk. Onder de Fransen is ook een einde gekomen aan de Republiek “Ragusa” (Dubrovnik). Ook Istrië en geheel Dalmatië (inclusief Dubrovnik) kwamen tussen 1797 en 1815 onder Habsburgse heerschappij. 

 

In 1868 werden het koninkrijk Kroatië en Slavonië verenigd en na de annexatie van Bosnië-Herzegovina leefden de Kroaten weer in een staatkundige eenheid. Na deze annexatie werden ook de militaire frontlinies in de krajina's afgeschaft. Gedurende de Oostenrijks-Hongaarse overheersing was Kroatië verdeeld, zo viel het Koninkrijk Kroatië en Slavonië onder Hongarije en het Koninkrijk Dalmatië (inclusief de Baai van Kotor) en Istrië (onderdeel van het Küstenland) vielen onder Oostenrijk.


WWI en Joegoslavië (I)


Bij de uitbraak van WWI vochten de Kroaten in het Oostenrijks-Hongaarse leger  tegen het onafhankelijke Servië. Na het verlies van de Centralen in 1918 viel het Rijk van Oostenrijk-Hongarije in vele stukken uiteen. Op 29 Oktober verklaarde de “Sabor” zich onafhankelijk waarna het direct werd aangevallen (in Istrie en Dalmatië) door buurland Italië. Zij claimden dit land als beloning voor het vechten aan de kant van de Entente tijdens WWI. Twee maanden zouden ook Montenegro, Macedonië en de staat Servië zich aansluiten bij wat zich het Koninkrijk der Kroaten, Serviërs en Slovenen zou gaan noemen. In 1929 doopte Koning Alexander I dit land als het Koninkrijk Joegoslavië om. Sindsdien was het land een dictatuur waarin de Serviërs domineerden. Het is vooral de Kroatische boerenpartij die strijd tegen het centralisme en de bureaucratie van Belgrado. In 1934 werd deze koning door middel van een samenzwering van de Binnenlandse Macedonische Revolutionaire Organisatie en de Kroatische Ustaša (die op z’n beurt gesteund wordt door fascistisch Italië en Hongarije) in Marseille vermoord.



WWII en Joegoslavië (II)


Op 6 april 1941 werd Joegoslavië vanuit diverse windrichtingen aangevallen door nazi-Duitsland, fascistisch Italië en hun bondgenoten. Het koninklijke leger werd in 10 dagen verslagen en Kroatië werd met Bosnië en Herzegovina en Syrmië verenigd in de Onafhankelijke Staat Kroatië, een fascistische vazalstaat onder de Ustaša's van Ante Pavelić. Grote delen van Dalmatië werden echter veroverd door Italië (Istrië was al Italiaans). Baranja en Međimurje werden bezet door Hongarije. Onder de Ustaša's werden net zoals in Duitsland concentratiekampen opgericht. Hierin werden joden, zigeuners en Serviërs ondergebracht in barre omstandigheden. Het brute regime van Pavelić genoot echter weinig populariteit onder de bevolking. Veel Kroaten steunden dan ook de Joegoslavische Partizanen, die probeerden Joegoslavië te bevrijden. De partizanen o.l.v. Tito, waren succesvol in hun guerrilla en wisten geleidelijk grotere gebieden te bevrijden. De partizanen vochten zowel tegen de As-mogendheden (met name Duitsland) als tegen de Ustaša's en Četniks, Servische nationalisten die samenwerkten met de fascisten. Na het verlies van de As-mogendheden werd er afgerekend met de Ustaša's die massaal het land probeerden te ontvluchten. Ook werden er in Istrië Italianen vermoord of gedwongen naar Italië te vertrekken.



2e Joegoslavië


Na de overwinningen van de communistische partizanen werd het Joegoslavië van voor de oorlog weer herenigd. Tito probeerde tevergeefs ook de Italiaanse stad Trieste bij Joegoslavië te krijgen alsmede delen van het zuiden van Oostenrijk maar dit werd door de Geallieerden geblokkeerd. Wel werd een groot deel van Istrië en Dalmatië (terug) aan Joegoslavië gegeven. Het communistische regime van Tito deed er alles aan om Joegoslavië bij elkaar te houden en ging uit van Broederschap en Eenheid, er werden om die reden zes deelrepublieken gecreëerd zodat geen van de etnische groepen zou domineren. Ook deed Tito er alles aan om nationalistische uitingen sterk te onderdrukken, waaronder ook de Kroatische Lente in het begin van de jaren 70. Er kwam een een-partijen stelsel en alle oppositie werd monddood gemaakt. Het land nam al snel afstand van de Sovjet-Unie en werd economisch ondersteund door het Westen. 

 

Joegoslavië kende een milde vorm van communisme en Tito wist het land neutraal te houden in de Koude Oorlog. Hierdoor had Joegoslavië veel bondgenoten in beide blokken. Tevens was het een Joegoslavisch initiatief om het op te richten. Onder dit bewind wist Kroatië zich economisch te ontwikkelen en met name de kusten werden geliefde vakantiebestemmingen en Kroatië was na Slovenië de rijkste republiek van Joegoslavië. Zelfs na meer autonomie voor Kroatië in 1974 bleef het onderhuids borrelen; Kroatië was een van de rijkste deelrepublieken en het geld stroomde via Belgrado naar de armere delen van Joegoslavië terwijl veel Serven diende in de Kroatische regering. De “Ustase” beweging werd nieuw bloed ingespoten. 


Onafhankelijk


Toen Tito in 1980 overleed liet hij een zwak en verdeeld Joegoslavië achter. Evenredig aan de teloorgang van de economie in het land nam het nationalisme van de verschillende bevolkingsgroepen en de roep naar autonomie en zelfs onafhankelijkheid toe. Na het aantreden in de deelrepubliek Servië van “Slobodan Miloseviæ” en nadat Servië de heerschappij over Joegoslavië verder naar zich toe leek te trekken, breidden de onlusten en politieke spanningen zich ook uit naar Kroatië. In 1990 vond de eerste vrije verkiezing sinds WW2 plaats, het parlement koos “Franjo Tudjman” als de eerste president van het land. Op 25 juni 1991 verklaarde Kroatië zich, tegelijk met Slovenië, onafhankelijk. Het federale leger “JNA” accepteerde dit niet en viel Kroatië binnen onder het mom van het beveiligen van de Servische minderheid die in Kroatië woonde. Het federale leger bestond echter nog slechts uit Serviërs en Montenegrijnen die steeds meer een Groot-Servië nastreefden. In Kroatië woonde een grote minderheid (zo’n 650.000 mensen) Serviërs in de Krajina die tegen een Kroatische onafhankelijkheid waren. Deze Kroatische Serviërs hadden zich al onafhankelijk verklaard in de Republiek van Servische Krajina. De Kroaten gingen in de tegenaanval en joegen de Servische bevolking voor zich uit wat resulteerde in etnische zuiveringen en grote groepen vluchtelingen. 

 

Enkele maanden later eindigde de oorlog na onderhandelingen over het Verdrag van Dayton. Onder supervisie van de V.N. werd het overige Servisch-beheerste gebied op vreedzame wijze geïntegreerd in het nieuwe Kroatië. Op 15 januari 1992 werd Kroatië officieel erkend door de E.U.. Een voorwaarde hiervoor was echter wel dat het land volledig moest meewerken aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. In 1995, terwijl de internationale gemeenschap ingreep in de Bosnische Oorlog (waar inmiddels ook een oorlog was uitgebroken), voerde het Kroatische leger verschillende operaties uit in samenwerking met de Bosnische Kroaten en Bosnische moslims waarbij de Krajina werd terugveroverd. De strijd ging verder op Bosnisch grondgebied, maar werd onder druk van de V.S. gestopt. In 1998 werd de laatste Servische enclave in Oost-Slavonië, Vukovar, teruggegeven. Op 11 december 1999 overleed president Franjo Tudjman. In 2000 werd hij opgevolgd door Stjepan Mesić. De dood van Tudjman en de daarop volgende overwinning van de gematigde oppositie bij de parlementsverkiezingen maakten de weg vrij voor een nieuwe politieke koers. Aan dit nieuwe beleid werd invulling gegeven door de kabinetten Racan I en II (Sociaal Democratische Partij).




Aansluiting bij Europa


In 2003 kwam de HDZ, de partij die inmiddels duidelijk een streep onder het tijdperk Tudjman had gezet en een prowesterse koers ging varen, opnieuw aan het bewind. Kroatië krijgt na de dood van Tudjman en de vorming van de nieuwe coalitie internationaal steeds meer aanzien. Zo heeft het land hervormingen in het openbaar bestuur doorgevoerd en de wet- en regelgeving aangepast. Ook heeft Kroatië de strijd tegen corruptie doorgezet. Kroatië heeft verdere stappen gezet om de problemen met minderheden en vluchtelingen aan te pakken. Het land verleent volledige medewerking aan het Joegoslavië-Tribunaal. In 2007 wint HDZ de verkiezingen en een paar maanden later treedt een nieuw coalitiekabinet aan o.l.v. van Ivo Sanader. In januari 2010 wint Ivo Josipovic van de sociaaldemocratische oppositie de presidentsverkiezingen. Slovenië stemt er in juni 2010 in toe om internationale arbitrage toe te staan om het grensconflict tussen Slovenië en Kroatië op te lossen. In 2011 worden twee belangrijke Kroatische generaals, Ante Gotovina en Mladen Markac veroordeeld door het tribunaal in Den Haag. Bij de parlementsverkiezingen van december 2011 wint centrum links, Zoran Milanovic wordt premier.

 

 

De Kroatische bevolking stemt d.m.v. een referendum in januari 2012 in met de toetreding tot de EU. In juli 2013 is het zover Kroatië treedt toe als 28e lid van de EU. Begin 2015 wordt de gematigd conservatieve Kolinda Grabar-Kiratovic de eerste vrouwelijke president van Kroatië. In november 2015 worden algemene verkiezingen gehouden die geen duidelijke winnaars opleveren, de technocraat Oreskovic wordt premier in januari 2016. In juni 2016 valt zijn regering en bij de verkiezingen van september 2016 wint de HDZ de meeste zetels. In oktober 2016 treedt er een centrumrechtse coalitie aan o.l.v. Andrej Plenkovic. De nieuwe regering zal een hele kluif hebben aan onder meer de economische crisis, de hoge werkloosheid en de vluchtelingencrisis. Meer dan 330.000 migranten hebben sinds half september Kroatië doorkruist op zoek naar asiel in West-Europa. De HDZ wil harder optreden tegen de vluchtelingen en wil dat er strengere grenscontroles komen. De partij vindt dat premier Milanovic de crisis te soft aanpakt. De centrumrechtse regeringspartij Kroatische Democratische Unie (HDZ) van premier Andrej Plenkovic wint in de zomer van 2020 de parlementsverkiezingen. De belangrijkste opponent SDP is de tweede partij geworden. De nationalistische partij Domovinski Pokret (Vaderland Beweging), o.l.v. de populaire zanger Miroslav Skoro, is de derde partij van het land. Bulgarije en Kroatië hebben een eerste stap gezet in de toetreding tot de eurozone. De Europese Centrale Bank (ECB) laat vrijdag weten dat de twee landen zijn toegelaten tot ERM-2, het systeem waarin landen de stabiliteit van hun munt minimaal twee jaar moeten bewijzen voordat de euro geïntroduceerd mag worden. Op zijn vroegst zullen de twee landen in 2023 toetreden tot de eurozone.


zie ook: