GESCHIEDENIS - Colombia


Colombia voor columbus


Er is over het algemeen weinig bekend van de indianen stammen die in Colombia leefden voordat de Spanjaarden arriveerden. De grootouders kwamen oorspronkelijk uit Noord Amerika en de meeste groepen trokken zuidwaarts, zoals de voorouders van de Inca’s. Toen mais werd geïntroduceerd in de 2e eeuw vC gingen mensen zich vestigen. Zo’n zeven indianenstammen die wel bleven hangen in het huidige Colombia floreerden lang voordat de kolonisten in de 15e eeuw, namelijk rond het jaar 1100. De grootste stam waren de “Chibcha” indianen die waren onderverdeeld in o.a. de Muisca die vooral rond Bogota en de Tayrona die in het Caribische gebied woonachtig waren. Toen de Spanjaarden aan wal kwamen leefden de stammen in kleine gemeenschappen overlevend van handel en landbouw en zij waren in geen geval rivaliserend aan de grote rijke indianengemeenschappen die floreerden in Peru en Mexico.


de spaanse verovering


In het jaar 1500 zette de eerste Europeaan voet aan wal in Colombia – in de “Sierra Nevada” aan de Caribische kust. Kleine nederzettingen werden overal aan de kust gebouwd door de Spanjaarden onder de indruk van de welvaart van de indianenstammen aldaar. Er werden expedities in het binnenland gemaakt en het land werd naar de ontdekkingsreiziger “Columbus” genoemd, ook al had de man nooit voet aan wal gezet in het land. Pas 25 jaar later werd de eerste steen gelegd voor een echte Spaanse nederzetting: Santa Marta. Acht jaar later werd Cartagena gesticht, in een betere haven dan Santa Marta groeide deze stad uit tot een bloeiende welvarende stad. Uit drie verschillende richtingen (Venezuela, Ecuador en de kust bij Santa Marta) werd het hele land gekoloniseerd en in 1539 kwamen de drie groepen tezamen in het gebied rond Bogota. De drie groepen vochten om het leiderschap tot koning Carlos V van Spanje uiteindelijk in 1550 besloot de hele kolonie onder te brengen bij medekolonie Peru.



de kolonisatie


In 1564 werd er een nieuw bestuur geformeerd in hedendaags Colombia met meer onafhankelijkheid m.b.t. defensie en burgerrechten. Het gebied bestreek het huidige Panama, Colombia en Venezuela. Later (in de 18e eeuw zou Ecuador daar ook onder gaan vallen). De bevolking van Colombia veranderde dramatisch in de tijd van de kolonisatie. Door het harde slavenwerk, meegenomen ziektes uit Europa en oorlogen werden slaven uit Afrika geïntroduceerd.  Aangezien Cartagena de belangrijkste slavenhandelshaven was van Zuid Amerika werd de huidige populatie die tot dan bestond uit Spaanse kolonisten en indianen, werd aangevuld met Afrikanen en een mix van eerder genoemden. Het aantal donkere mensen werd in de komende eeuwen zelfs groter dan het indianenaantal.


de slag om de onafhankelijkheid


Naarmate de dominantie van de kolonisten toenam werd ook het verzet daartegen groter, zeker als dit te maken had met zakelijke monopolies en nieuwe belastingen. De eerste open rebellie voltrok zich in 1781 maar werd bloedig neergeslagen. In 1808 zette Napoleon z’n broer op de Spaanse troon maar de kolonies weigerden de nieuwe koning te accepteren en een voor een verklaarden de Colombiaanse steden zich onafhankelijk. Vanaf 1812 werden er slagen uitgevochten tussen Spaanse troepen en die van rebellenleider Simon Bolivar. Hij vluchtte 3 jaar later naar Jamaica. Toen de Spanjaarden hun troon terug hadden werd een heroveringsoorlog gevoerd die pas in 1817 tot de overwinning leidden. Bolivar kreeg wederom een rebellenleger bij elkaar en toen de Spanjaarden te sterk bleken in Venezuela beproefde hij zijn geluk in Colombia waar hij slag na slag wist te winnen. In 1819 veroverde hij Bogota en twee jaar later werd de rest van het land “bevrijd” en werd een onafhankelijke republiek Colombia gevormd, bestaande uit Venezuela, Colombia, Panama en later ook Ecuador.


na de onafhankelijkheid


Nadat Bolivar van het podium was verdwenen kwamen twee grote groepen rivalen tegen over elkaar te staan die het politieke landschap voor jaren zouden beïnvloeden; de conservatieven en de liberalen. Deze tweedeling kwam ook in uiting in de bevolkingsgroepen; de mensen aan de kust waren veelal afstammelingen van ex-slaven terwijl de mensen in de hooglanden juist dat waren van de Spanjaarden.  Tijdens de 19e eeuw werden niet minder dan 8 burgeroorlogen ontketend door de blijkbaar onoverbrugbare verschillen. De V.S. zou van de chaos in het land gebruik maken door in 1903 een onafhankelijke publiek “Panama” te creëren, om zo de handen vrij te hebben voor het graven van het Panama kanaal. Colombia zou pas in 1921 de nieuwe republiek erkennen.  

 

Ondanks het verlies van Panama ging het in het begin van de 20e eeuw, vooral als gevolg van de opbrengst van de verkoop van koffie, met de Colombiaanse economie goed. Maar in 1946 brak opnieuw een burgeroorlog uit tussen de oude rivalen de conservatieven en de liberalen die de meest destructieve tot die tijd zou zijn; “La Violenca”. Nog minimaal 10 jaar zou het onrustig blijven in Colombia, vooral op het platteland; moordpartijen, verkrachtingen en opstanden. Er werd in 1957 een pact gesloten tussen de beide partijen waarin stond dat ieder elk vier jaar verantwoordelijk zou zijn voor het land voor de komende 16 jaar. Gevolg hiervan was dat er geen andere politieke partijen werden toegelaten, wat resulteerde in het ontstaan van ondergrondse partijen.


guerrillagroepen en paramilitairen


Er ontstond een gat tussen de rijke landeigenaren en de arme boerenbevolking waarvan twee-derde na de lange en felle burgeroorlog onder de armoedegrens leefden. Kleine linkse splintergroeperingen begonnen te roepen om landhervormingen. Kleine communistische enclaves ontstonden in boerengemeenschappen rondom Bogota en verontrustte de V.S. zo erg dat de CIA militairen begon te trainen en zelfs een bombardement financierde in 1964. Dit verergerde alleen de situatie maar en er werden verschillende gewapende guerrilla strijdende groepen opgericht zoals de FARC (de Revolutionaire strijdkrachten van Colombia) werd opgericht en deze begonnen terug te vechten in de vorm van bomaanslagen, opstanden en diefstal. In 1980 werd een poging gedaan tot een vredesvoorstel aan de FARC door de president wat resulteerde in de opbouw van een paramilitair leger ondersteund door de landeigenaren. Door deze nieuwe “burgeroorlog” zouden duizenden het leven laten. Toen in de jaren 90 het communisme een langzame dood stierf veranderde het politieke stelsel van de guerrilla’s al snel naar drugs en kidnappings. Cocaïne was vanaf begin jaren 80 onder drugsbaas Pablo Escobar hot en de man zou een van de rijkste mensen ter wereld worden (en beruchtste). Zijn Medellin drugskartel zou miljoenen verdienen door de verkoop van het witte goud aan de Verenigde Staten.



Uribe v.s. escobar


Twintig jaar later, in 1991 stond de wereld op z’n kop toen twee vliegtuigen het WTC in New York invlogen. De aanval op het westen door terroristische groepen zou ook zijn weerslag hebben op Colombia. Er werden connecties gemeld tussen de drugswereld en terrorisme en er werden miljoenen vrijgemaakt om deze groepen aan te pakken. De jacht op Escobar was geopend en in 1993 werd hij in z’n stad Medellin dood geschoten al ware hij op de vlucht. Meerdere drugsgroepen werden nagejaagd en sommige gaven de strijd op en leverden hun wapens in. Moe van alle kidnappings, moorden en chaos in het land (zo’n 3 miljoen mensen in Colombia waren inmiddels ontheemd) werd de rechtse politieke kandidaat “Uribe” in 2002 als president gekozen. Er werd een systeem toegepast gebaseerd op twee pijlers; ten eerste meer geld voor het leger dat o.a. de FARC moet terugdringen en ten tweede geld voor het losweken van informatie en wapens van diezelfde guerrilla strijders en het aanbieden van een lagere straf. Tussen de jaren 2002 en 2008 zouden de moordpartijen slinken tot 40% en de wegen zouden weer overal begaanbaar worden door het hele land. President Uribe biedt vredesbesprekingen aan wanneer de FARC bereid is tot een staakt het vuren en afziet van "criminele activiteiten". Uribe probeert in maart 2010 om de grondwet te veranderen, zodat hij voor een derde keer herkozen kan worden. Dat plan mislukt, waarschijnlijk door de beschuldigingen van corruptie en het zich niet houden aan de grondwet.



eindelijk vrede in colombia


In juni 2010 worden de presidentsverkiezingen gewonnen door Juan Manuel Santos, de voormalige minister van defensie. In November 2012 beginnen in Havana (Cuba) (vredes)besprekingen tussen de FARC en de Colombiaanse regering. Ook de Nederlandse strijdster Tanja Nijmeijer speelt hier een rol in. In juni 2014 wordt Santos herkozen als president voor een tweede termijn van vier jaar. De Colombiaanse regering en rebellenbeweging FARC bereiken in September 2015 een doorbraak in de vredesonderhandelingen. Het jaar erop, in Augustus 2016 volgt een nieuwe wapenstilstand en worden wapens ingeleverd door de strijders. Een maand later wordt het vredesakkoord ondertekend. Met de kleinere rebellenpartij de “ELN” gaat de strijd onverminderd voort; de regering wil pas formele onderhandelingen beginnen als de groep alle gijzelaars die hij in zijn macht heeft laat gaan. Het op marxistisch-leninistische leest geschoeide Nationale Bevrijdingsleger (ELN) telt ongeveer 2000 strijders. Het ELN pleegt regelmatig aanslagen op de infrastructuur. Waar in Oktober van 2016 eerst een negatief referendum volgt op de vredesakkoorden van de Colombiaanse bevolking wordt na een verbeterd versie een maand later alsnog een akkoord bereikt. President Santos ontvangt hiervoor de Nobelprijs van de Vrede. De FARC wil na het akkoord doorgaan als politieke beweging. Een paar dagen later verongelukt een vliegtuig vlakbij de Colombiaanse stad “Medellin” waarbij nagenoeg het gehele voetbalelftal van het Braziliaanse club “Chapecoense” overlijd. Zij zouden de finale van de “Copa Libertadores” gaan spelen – de Champions League tegenhanger in Zuid-Amerika.


actueel:


December 2016: vredesakkoord en EU hulp:

Het Colombiaanse congres heeft het vredesakkoord goedgekeurd tussen de regering van het land en de FARC. Daarmee kan er nu officieel een einde komen aan de 52 jaar durende burgeroorlog. President Juan Manuel Santos zei dat de regering nu een begin kan maken aan het proces waarbij duizenden FARC-strijders de rebellenkampen verlaten en hun wapens neerleggen. Zij krijgen hier zes maanden de tijd voor. De FARC kan nu ook doorgaan als politieke beweging. De rebellen krijgen tussen 2018 en 2026 tien gegarandeerde congreszetels. De ruim vijftig jaar durende burgeroorlog kostte meer dan 260.000 mensen het leven. De regering en FARC hebben vier jaar onderhandeld in de Cubaanse hoofdstad Havana. EU richt fonds op voor ondersteuning platteland en vredesproces Colombia In Brussel is het EU Trustfonds voor Colombia opgericht. Het fonds bevat bijna 95 miljoen euro en is vooral bedoeld voor plattelandsontwikkeling. Het moet ook het vredesproces in het Zuid-Amerikaanse land ondersteunen.


Februari 2017: ELN wil ook vrede:

De op een na grootste guerrillagroep in Colombia, het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN), heeft met de vrijlating van een gegijzelde politicus de weg vrijgemaakt voor vredesonderhandelingen met de regering. Odín Sánchez, die in maart 2016 door de marxistische rebellen gevangen werd genomen, werd overgedragen aan vertegenwoordigers van het Rode Kruis. Zijn vrijlating was de voorwaarde voor vredesonderhandelingen. Het ELN is met 1.500 tot 2.000 strijders beduidend kleiner. Een akkoord met het ELN is van belang om te voorkomen dat het ELN vroegere FARC-gebieden en de drugshandel daar overneemt.


zie ook: