GESCHIEDENIS - Bulgarije



Thraciërs en Grieken


Archeologische vondsten hebben aangetoond dat er 50.000 tot 100.000 jaar geleden al mensen in Bulgarije gewoond moeten hebben. Ze leefden in grotten in de lager gelegen delen van Bulgarije. De eerste bewoners van Bulgarije die echt hun stempel hebben gedrukt op het land en de regio zijn de Thraciërs die uiteenvielen in verschillende stammen. Thraciërs zouden bloeddorstige strijders zijn maar ook meesters in kunst als in het boerenleven. Vele invloeden op het gebied van religie, architectuur en cultuur zouden worden overgenomen door de Grieken en later Romeinen. Vanaf de 7e eeuw v.Chr. arriveerden de eerste Griekse kolonisten langs de kust van Bulgarije aan de Zwarte Zee. Zij stichtten vele (kust)plaatsen die nog altijd bestaan voor de export van graan, vis en zout. De Grieken zouden de grote Thraciërse vestigingen in centraal en zuid Bulgarije zo ontwijken. Toch zouden de Grieken van grote invloed zijn op het leven (taal en cultuur) van de Balkan. Vanaf de 4e eeuw v.Chr. veroverden eerst Philip II en later z’n zoon Alexander de Groot heel Thracie. Koning Philip zou z’n hoofdstad in Phlipopolis (het huidige Plovdiv) bouwen. 


Komst van de Romeinen


De Romeinen versloegen het Macedonische Rijk in het jaar 168 v.Chr. maar het duurde nog tot in de helft van de eerste eeuw v.Chr. voordat zij in het gebied van de Thraciërs kwamen. In het jaar 46 hadden de Romeinen de hele Balkan onder hun hoede weten te krijgen. Na de verovering door Claudius ontwikkelde Thracië zich voorspoedig, met name in de handelssteden als Ulpia Serdina (nu: hoofdstad Sofia), Trimontium (nu: Plovdiv) en Augusta Traiana (Stara Zagora). Op het platteland hadden de Romeinen het moeilijker door voortdurende aanvallen op hun troepen. De Romeinen rukten op richting de Donau, maar stopten daar met hun veroveringen. Zij bouwden langs de Donau rivier en de Zwarte Zee kust in Bulgarije verschillende forten om hun gebied te beschermen tegen de barbaren. Zij verdeelden het huidige Bulgarije in twee provincies; het gebied tussen de Donau en het Balkan-gebergte werd de Romeinse provincie Moesia terwijl het zuiden Thracië genoemd werd. In de meest oostelijke Donaustad Silistra (Durostorum) was het hoofdkwartier van het 11e legioen gevestigd. Vanaf de 3e eeuw werd het “Rijk” veelvuldig aangevallen door o.a .de Goten, Visigoten, Vandalen, Hunnen en andere barbaarse stammen. 



Het Byzantijnse en Bulgaarse Rijk


Vanaf de stichting van Constantinopel in 330 werd Bulgarije vanuit het huidige Istanbul bestuurd. In 476 viel het West-Romeinse rijk maar het Oostelijke gedeelte ging als het Byzantijnse Rijk nog 1000 jaar verder. Tussen de 5e en de 7e eeuw trokken de Bulgaren, Turks-Mongoolse nomadenstammen (afkomstig uit Centraal Azië), Bulgarije binnen. Dit leverde uiteraard veel strijd op, zowel onderling als met de Slavische stammen. In 681 echter schaarden de meeste stamhoofden zich achter koning Kan Asparuh en begon het eerste Bulgaarse tsarenrijk dat tot 1018 zou duren. De Byzantijnen konden deze aantallen niet aan en lieten het begaan. De oud Thracische cultuur ging volledig op in de Slavische cultuur. De belangrijkste tsaar uit die tijd was Boris I, die tot 889 regeerde. Hij voerde het Slavische (Cyrillische) alfabet in en het christendom werd aanvaard als staatsgodsdienst. Hij werd opgevolgd door tsaar Simeon de Grote, die het grondgebied van Bulgarije aanzienlijk uitbreidde en in de 10e eeuw besloeg het rijk grote delen van voormalig Joegoslavië, Albanië en het noorden van Griekenland. 

 

Onder tsaar Petar kwam het tot een volksopstand o.a. als gevolg van het sterk feodale systeem dat het gewone volk onder de duim moest houden. Dit betekende het begin van het einde van het eerste tsarenrijk dat uiteen zou vallen in een oostelijk en westelijk deel, Macedonië. Macedonië werd een zelfstandig rijk onder tsaar Samuel en het oostelijk deel werd in 972 een deel van Byzantium. In 1018, onder de Byzantijnse keizer Basilius II, kwam Bulgarije geheel onder Byzantijns bestuur. De ene na de andere opstand volgde, maar pas in 1185 slaagde men erin zich van de Byzantijnen te ontdoen. Een vurig gewenst Groot-Bulgarije zat er echter nooit meer in, daarvoor waren de omringende rijken te sterk. In 1187 werd het tweede Bulgaarse rijk uitgeroepen met Târnovo als hoofdstad. Onder tsaar Kalojan slaagde men erin om wat gebieden van de Byzantijnen te heroveren. De Byzantijnen eisten hun grondgebieden terug maar verloren in 1205 de slag bij Adrianopolis. Ook tijdens de heerschappij van tsaar Ivan Assen II breidde het Bulgaarse gebied zich uit en floreerden handel en cultuur. Na Ivan was het echter weer snel afgelopen met de voorspoed door onderlinge twisten tussen bojaren en boeren waardoor het tweede Bulgaarse rijk in verval raakte.


Onder Turks bestuur


Halverwege de 14e eeuw hadden de Bulgaren al veel te lijden onder aanvallen van de Mongolen en eind 14e eeuw werd geheel Bulgarije door het Ottomaanse rijk veroverd o.a. na de verloren slag bij Nikopolis. Bulgarije werd aanvankelijk bestuurd door een stadhouder maar sinds de 16de eeuw heersten de provinciale bestuurders, de pasja's, oppermachtig en oefenden een wreed en corrupt regime uit. De oudste zonen werden weggehaald bij hun familie en opgeleid om in het elite leger voor de sultan te komen vechten. De bevolking had behalve onder de zware onderdrukking door de Turken te lijden onder het machtsmisbruik van de gehelleniseerde hoge geestelijkheid. Paus Eugenius IV zond een groot kruisvaarders leger naar de Balkan waar het de Turken terugdreef naar Bulgarije. Met een veel kleiner leger zou “Ladislas” het bij Varna in 1444 op moeten nemen tegen een 80.000 man Ottomaans leger. Negen jaar later zou Constantinopel onder de voet worden gelopen. De ontwikkelingen elders in Europa onder invloed van de Renaissance, gingen volledig aan Bulgarije voorbij en men bleef als het ware in de middeleeuwen steken. Ook de Verlichting in de 18e eeuw en de industriële revolutie gingen aan Bulgarije voorbij. De meeste adel bekeerde zich tot de islam, alleen het gewone volk bleef trouw aan het Grieks- Byzantijnse geloof ondanks vervolging en onderdrukking. Deze overlopers werden “Pomaks” genoemd. 

 

Het Bulgaarse nationalisme ontwikkelde zich pas goed in de 19e eeuw. De Bulgaarse kloosters hadden de traditionele cultuur, taal en geschiedenis “bewaard” en nu het goed ging met de economie ontstond een geschoolde grote middenklasse. In 1870 werd door de Turken officieel de Bulgaarse Orthodoxe Kerk goedgekeurd. 20 april 1876 kwam het tot een nationale opstand tegen de Turken, die aanleiding gaf tot gruwelijke Turkse represailles. Deze opstand kostte vele tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen het leven. Rusland verklaarde Turkije de oorlog en veroverde heel Bulgarije – ze kwamen zo’n 50 km voor Istanbul tot stilstand. De grote Europese machten waren op hun hoede voor een machtige bondgenoot van Rusland in de Balkan; resultaat dat er maar een klein Bulgaars vorstendom ontstond (vreemd genoeg nog schatplichtig aan de verliezende partij) en dat zelfs stukken werden teruggegeven (o.a. Macedonië) aan de Turken. Elke partij in de Balkan was hierover ontevreden wat zou leiden tot nog veel meer oorlogen in de regio. 



Balkanoorlogen en WWI


De eerste vorst van het nieuwe Bulgarije werd de Pruisische prins Alexander von Battenberg. Hij raakte al snel in oorlog met Servië en Turkije na een poging om één unie te vormen met Oost-Roemenië. Battenberg won de strijd en de uitkomst hiervan werd ook internationaal aanvaard (Vrede van Boekarest). In 1887 besteeg Ferdinand von Saksen-Coburg de troon en hij begon met het volledig inlijven van Oost-Roemenië en het verbeteren van de betrekkingen met Rusland. In 1908 proclameerde hij zichzelf uit tot tsaar van Bulgarije. In 1912 verklaarde de Balkanlanden Servië, Bulgarije en Griekenland oorlog aan het in elkaar zakkende Ottomaanse Rijk. Een jaar later was het oorlog tussen de winnaars Griekenland en Servië en Bulgarije anderzijds met als inzet “Macedonië”. Bulgarije verloor maar behield zijn verbinding met de Egeïsche Zee.  Rusland had de kant van Servië gekozen, Bulgarije zocht steun bij Oostenrijk.

 

De koning en zijn pro-Duitse premier Vasil Radoslavov kozen tijdens WW1 de zijde van de Centralen (met als bondgenoot Turkije). In 1914 viel Oostenrijk, geholpen door de Bulgaren, Servië binnen. Na de verovering van Servië werd ook Macedonië weer veroverd. In september 1918 gaf Ferdinand de strijd op toen Franse troepen vanuit Griekenland door de Bulgaarse linies braken. 

 

Bulgarije behoorde tot de verliezende landen en verloor daardoor krachtens het Verdrag van “Neuilly” in het noorden (de zuidelijke Dobroedzja), in het westen (vier aparte gebieden) en in het zuiden (voormalig Bulgaars West-Thracië) grondgebied. Na de oorlog werd tsaar Ferdinand gedwongen om afstand te doen van de troon. Republikeinen riepen de republiek uit, doch met behulp van regeringsgetrouwe troepen werd de monarchie hersteld onder tsaar Boris III.


Interbellum en WWII


Er brak na de verloren oorlogen en het betalen van oorlogsreparaties een onrustige periode uit in Bulgarije. In 1923 mislukte een coup door een extreem rechtse partij die de teruggave van Macedonië eisten. Twee jaar later mislukte een moordaanval op Boris III door communisten. Er vielen in Sofia wel 123 doden. De regering onderdrukte een communistische opstand, waarna de voornaamste communistische leiders naar de Sovjet-Unie vluchtten. Op 19 mei 1934 werd er door de extreem rechtse partij “Zveno” een staatsgreep gepleegd. Politieke partijen werden verboden en naar voorbeeld van Italië werd de bevolking ingedeeld in beroepsgroepen. Er werden betrekkingen aangeknoopt met de Sovjet-Unie. Koning Boris zag na wat verschuivingen in 1935 kans alleen koninklijke kabinetten te plaatsen; politieke partijen bleven verboden, de grondwet gepasseerd; hij heerste als een dictator en zag Hitler en Duitsland als het Europese voorbeeld. Toen de oorlog uitbrak verklaarde Bulgarije zich neutraal.

 

In februari 1940 werd de extreemrechtse en nationalistische professor Bogdan Filow premier en aan het einde van dat jaar sloot Bulgarije zich onder druk van de Duitsers zich bij het Driemogendhedenpact (de As) aan. Duitse troepen trokken al snel door Bulgarije naar Griekenland. De verloren gebieden van de laatste oorlogen werden teruggegeven aan Bulgarije. Ondertussen hadden verschillende partijen zich verenigd in het Vaderlands Front (VF), dat verzetsacties uitvoerde tegen de pro-Duitse regering. Deze regering weigerde m.b.v. koning en kerk de Duitsers hulp te verlenen met de aanval op Rusland en/of Joden uit te leveren. Hitler was hierover zeer ontstemd na een bezoek van Hitler aan Bulgarije aan koning Boris III, overleed deze kort daarna onder zeer mysterieuze omstandigheden. Het bewind werd overgenomen door zijn zesjarige zoontje Simeon onder een driekoppig regentschap. Het VF werd intussen het Nationale Bevrijdingsleger in nauwe samenwerking met de Russen. Na de Duitse nederlaag in 1943 bij Stalingrad werden de acties van de partizanen o.l.v. Georgi Dimitrov steeds talrijker. 

 

In 1944 werd een tweede VF opgericht, wat wel een succes werd. Begin september 1944 naderden de Russische legers de Bulgaarse grens. Hoewel beide landen niet in oorlog met elkaar waren, verklaarde de Sovjet-Unie onverwacht de oorlog aan Bulgarije, om zo een antifascistische regering af te dwingen. Op 9 september 1944 pleegde het Vaderlands Front een succesvolle staatsgreep. De drie regenten werden afgezet en vervangen door een nieuwe regentschapsraad. Kolonel Kimon Georgiev van de Zveno werd premier en verklaarde Duitsland de oorlog. De nieuwe regering sloot direct een wapenstilstand met de Russen, die daarop het land bezetten. Op 2 februari 1945 werden de drie voormalige regenten geëxecuteerd. 



Rood Bulgarije


In de loop van 1945 keerde de communistische leider “Kolarov” naar Bulgarije terug. I.v.m. andere Oost-Europese landen die met Duitsland verbonden waren geweest, was de positie van de communisten in Bulgarije sterk. In zes maanden werden in het kader van een grootscheepse 'zuivering' meer dan 2000 mensen terechtgesteld, onder wie de drie regenten. De kleine koning Simeon kon nog vluchten naar Spanje.  Bulgarije hoefde geen territorium af te staan; wel moest het land 75 miljoen dollar herstelbetalingen betalen aan Griekenland en Joegoslavië. Gesteund door de Sovjets wisten de communisten binnen het Vaderlands Front, de regering en in het parlement een machtspositie op te bouwen. Het zou echter nog tot 15 september 1946 duren voordat de republiek uitgeroepen werd na een referendum waarin de meeste Bulgaren tegen de monarchie stemden. De teruggekomen Georgi Dimitrov werd partijleider en staatshoofd bijgestaan door Stalin’s rechterhand Zdanov. Na de breuk tussen Stalin en Tito zou Bulgarije een van de felste tegenstanders van Tito worden. In 1947 werd een nieuwe grondwet aan naar het model van die van de Sovjet-Unie. Oppositie voeren was vanaf die tijd bijna niet meer mogelijk. Ook na de dood van Dimitrov in 1950 domineerden de politieke schijnprocessen tegen de anticommunisten. Er wordt zelfs beweerd dat de Bulgaarse geheime politie achter de dood zit van paus Johannes Paul II. Hier kwam pas een eind aan toen Stalin in 1953 overleed. Na het uitroepen van de Volksrepubliek Bulgarije verlieten ca. 150.000 etnische Turken Bulgarije. In 1951 sloot Turkije de grens met Bulgarije.


Periode “Todor Zjivkov”


In de jaren zestig en zeventig van de 20e eeuw werd de communistische partij steeds sterker en bepaalde zowel de binnenlandse als de buitenlandse politiek. Dit gebeurde echter nooit na ampel overleg met Moskou, en Bulgarije was dan ook naast Oost-Duitsland de fanatiekste bondgenoot van de Sovjet-Unie. Belangrijkste man in deze tijd was Tudor Zhivkov, sinds 1954 secretaris- generaaal van de Communistische Partij en sinds 1962 ook premier. Na een grondwetswijziging in 1971 werd hij voorzitter van de nieuw gevormde Staatsraad. Vanaf die tijd trok Zhivkov alle macht naar zich toe en op bijna alle belangrijke posten in het land zaten vrienden of familieleden van hem, zonder dat het parlement ingreep. In 1968 werd er uiteindelijk een emigratieverdrag tussen Bulgarije en Turkije getekend waarna alweer duizenden Turken het land verlieten. Eveneens in 1968 nam Bulgarije met een kleine groep soldaten deel aan de invasie van de Russen in het opstandige Tsjecho-Slowakije. 

 

Eind jaren zeventig begon de persoonsverheerlijking van Zjivkov vreemde vormen aan te nemen. De betrekkingen met het Westen raakten na november 1982 ernstig verstoord, nadat Mehmet Ali Agca, de Turk die in 1981 een aanslag op de paus had gepleegd, onthulde dat hij in opdracht van de Bulgaarse geheime dienst had gehandeld. Een Bulgaarse verdachte in Italië kwam in 1986 vrij wegens gebrek aan bewijs. Eind 1984 begon Bulgarije een campagne om de Turkse minderheid en de Pomakken in het land, ca. 10% van de totale bevolking, te “bulgariseren”. Etnische Turken en Pomaken (ca. 250.000 afstammelingen van de tijdens de Osmaanse overheersing tot de islam bekeerde Bulgaren) werden gedwongen Slavische namen aan te nemen. Honderden weigerachtige Turken werden veroordeeld of verbannen. Met de komst van Michael Gorbatsjov in het Kremlin (1985) en de invoer van de perestrojka en glasnost in de Sovjet-Unie begon Bulgarije z’n eigen perestroika. In 1987 kwam er wat meer persvrijheid. In 1989 opende Turkije haar grenzen, waarop er ruim een miljoen Turken en Pomaken naar Turkije vluchtten. De ontwikkelingen in Oost-Europa volgden elkaar echter in zo’n snel tempo op dat er geen houden aan was voor de communisten in Bulgarije. Op 10 november 1989 na 35 jaar aan de macht te zijn geweest moest Zhivkov het veld ruimen. Na een paleiscoup door de minister van Buitenlandse Zaken in 1989 werd het land een democratische meer partijenstaat en kon het zich langzaam richting de EU bewegen. Ook werden in 1989 de repressieve maatregelen tegen de minderheden opgeschort.



Republiek Bulgarije


Comité en parlement namen hierna allerlei maatregelen om de oppositiebeweging gunstig te stemmen. Het Politburo, de regering en andere machtsorganen werden eind 1989 gezuiverd van aanhangers van Zhivkov. Op 18 juni 1990 werden de eerste vrije verkiezingen in 44 jaar tijd gehouden met als verrassende winnaar de Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) van de voormalige communisten. Met name op het platteland was in groten getale op de BSP gestemd. Belangrijkste oppositiepartij werd de Unie van Democratische Krachten (SDS). Ondanks een meerderheid in het parlement kwamen de economische en sociale hervormingen niet echt goed van de grond. o.a. door onderlinge meningsverschillen en een stroom van onthullingen over de communistische periode. De parlementsverkiezingen van 1991 werden gewonnen door de SDS met als grootste oppositiepartij de BSP. De minderheidsregering werd geleid door Flip Dimitrov. Hij probeerde revolutionaire economische hervormingen door te voeren en hield een heksenjacht op voormalige communisten. Dit beleid leidde ertoe dat de tegenstellingen tussen de BSP en de SDS weer hoog oplaaiden. In november 1992 werd voormalig leider Zhivkov veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf en volgde er een zuivering van de BSP. 

 

Bulgarije zocht in 1994 verdere aansluiting bij het Westen, maar haalde tevens de traditionele banden aan met Moskou, ook op economisch gebied. De BSP won begin 1995 de verkiezingen weer onder leiding van Zjan Videnov. Hij werkte hard aan het herstel van de machtspositie van de oude communistische elite en werd daarom verschillende keren door president Zjelev op het matje geroepen. Corruptie en fraude vierden echter hoogtij terwijl de bevolking verder verpauperde. De bevolking van Sofia ging de straat op en eiste vervroegde verkiezingen die op 20 april 1997 werden gehouden. Deze verkiezingen werden met een grote meerderheid door de Verenigde Democratische Kracht (VDK) gewonnen, een combinatie van SDS en Volksunie. De nieuwe premier Ivan Kostov stond voor de zware taak om de ingestorte economie weer vlot te trekken en definitief af te rekenen met het communistische verleden. 


de jaren 00


De verkiezingen van juni 2001 werden verrassend gewonnen door de partij van oud-koning Simeon II, de Nationale Beweging voor Simeon II. Hij volgde daarmee Ivan Kostov op. De overwinning werd mogelijk doordat de bevolking zich 12 jaar na de val van het communisme ook van de anticommunisten had afgekeerd. Ook hun was het niet gelukt de voortdurende sociale verpaupering onder brede lagen van de bevolking tegen te gaan. Dat de monarchie ooit nog terugkomt is onwaarschijnlijk; volgens een opiniepeiling wilde 82% van de kiezers dat Bulgarije een republiek blijft. In augustus kondigde Simeon ingrijpende hervormingen aan om het land uit het slop te halen. Onder premier Saxe-Coburg werd Bulgarije in april 2004 lid van de NAVO en werden op 15 juni 2004 de onderhandelingen over EU-toetreding technisch afgerond. De Bulgaarse president Georgi Parvanov werd in oktober 2006 als eerste staatshoofd in het Balkan-land herkozen na de val van het communisme in 1989. In januari 2007 wordt Bulgarije lid van de EU. In de jaren hier opvolgend wordt Bulgarije aangesproken op het gebrek aan vooruitgang in de strijd tegen de corruptie. In juli 2009 wint rechts de verkiezingen in Bulgarije o.l.v. Borissov de burgemeester van Sofia.

 

 

In oktober 2011 wint zijn partijgenoot Rosen Plevneliev de presidentsverkiezingen. In februari 2013 treedt Borissov na onlusten af. In mei 2012 ontstaat een patstelling er is geen overtuigende winnaar en de twee grootste partijen vragen de technocraat Delyan Peevski een regering te vormen. In januari 2014 mogen Bulgaren zich vrij vestigen binnen de EU, ook in de landen van de EU die dat oorspronkelijk blokkeerden waaronder Nederland en Duitsland. Volgens o.a. deze landen heeft Bulgarije nog niet genoeg gedaan op het gebied van rechtsstaat, onafhankelijkheid van de rechtspraak en strijd tegen corruptie. In Oktober 2014 wint de centrumrechtse “GERB”-partij van oud-premier Boyko Borisov de parlementsverkiezingen. Hij moet op zoek naar een of meer coalitiepartners om een meerderheid te vormen. Borisov is bereid een minderheidsregering te vormen die in het parlement steun krijgt van andere partijen. De verkiezingen van zondag hebben zoals verwacht geleid tot een versplinterd parlement, waardoor het zeer waarschijnlijk uiterst moeilijk wordt een krachtige regering te vormen. Oplossingen voor problemen als de stijgende armoede, de dreigende instorting van de staatsgezondheidszorg, de corruptie en de mogelijke ondergang van de vierde bank van het land kwamen nauwelijks aan de orde. Tot overmaat van ramp moet een nieuwe regering ook nog koorddansen op het toneel van de buitenlandse betrekkingen. 


huidige Bulgarije


Bulgarije is lid van de EU, die in een conflict met Rusland is verwikkeld, maar staat door zijn afhankelijkheid van Russisch gas voortdurend onder zware druk om Moskou niet voor het hoofd te stoten. In 2015 wordt besloten om een groot hek met prikkeldraad te plaatsen bij de grens bij Turkije om de stroom (illegale) asielzoekers in te dammen. De afgelopen twee jaar zijn zo'n 18.000 Syrische vluchtelingen vanuit Turkije binnengekomen in Bulgarije, het armste land in de EU. In September 2016 wordt 100 miljoen euro uit het Europese fonds gestort voor de Bulgaarse grensbewaking. De toestroom van werknemers uit Roemenië en Bulgarije per 1 januari vorig jaar is gering. Sindsdien zijn er een paar duizend arbeidskrachten uit die landen naar Nederland gekomen. Op 1 juli 2014 waren er 3.900 Bulgaarse werknemers in Nederland, dat is een ruime verdubbeling ten opzichte van eind 2013. De meesten schrijven zich niet in bij de gemeentelijke bevolkingsadministratie waaruit het CBS concludeert dat de Bulgaren kort in Nederland verblijven. In januari 2014 mogen Bulgaren zich vrij vestigen binnen de EU, ook in de landen van de EU die dat oorspronkelijk blokkeerden.

 

 

In 2014 wordt Borisov opnieuw premier in een centrumrechtse coalitie. Bojko Borisov kon in Mei 2017 aan de slag met een nieuwe regering in Bulgarije. Het Bulgaarse parlement gaf zijn fiat aan een centrumrechtse coalitie onder leiding van Borisovs partij GERB. Het wordt de derde termijn van Borisov als premier van het land. Zijn partij GERB (Burgers voor Europese Ontwikkeling van Bulgarije) won eind maart de verkiezingen met bijna een derde van de stemmen. De partij heeft nu samen met de nationalistische patriotten een pro-EU en pro-NAVO regering gevormd. In november won een kandidaat gesteund door de socialisten, Rumen Radev, de presidentsverkiezingen ruim van een kandidaat van de GERB. Dit leidde tot het aftreden van Borisov en de vervroegde verkiezingen in maart. Het Parlement vernietigt in januari 2018 een presidentieel veto over anti-corruptiewetgeving en maakt de weg vrij voor de oprichting van een speciale eenheid om misbruik op hoog niveau aan te pakken. Bulgarije gaat in Mei 2021 nieuwe verkiezingen tegemoet, nadat een derde formatiepoging op voorhand lijkt te sneuvelen. De socialisten van de BSP, die bij de stembusgang op 4 april de op twee na grootste partij werden, hebben zaterdag laten weten de uitnodiging om een coalitie te gaan vormen te zullen teruggeven. De centrumrechtse en pro-Europese GERB-partij van premier Boiko Borisov, die onlangs besloot het roer na ruim tien jaar uit handen te geven, werd vorige maand opnieuw uitgeroepen tot de winnaar, maar behaalde lang geen meerderheid. De zoektocht naar partners om te kunnen doorregeren liepen op niets uit. Voor Bulgarije, door onder meer corruptie het armste land binnen de Europese Unie, is een stabiel kabinet van levensbelang om straks te kunnen profiteren van de miljarden die de EU beschikbaar heeft voor economisch herstel wanneer de coronacrisis voorbij is. Bovendien wil Sofia in 2024 de euro invoeren.



zie ook: