GESCHIEDENIS - Botswana



Khoi, San en Bantu


Botswana werd al duizenden jaren voor Christus door volkeren Khoi en San bewoond. In het noord-westen zijn sporen gevonden van zo'n 17.000 jaar B.C. Ergens tussen 200 en 500 na Christus staken Bantoesprekende mensen, aanvankelijk afkomstig uit het gebied Katanga (vandaag onderdeel van de DRC en Zambia) de rivier de Limpopo over. Daardoor kwamen ze aan in het gebied dat vandaag bekend staat als Zuid-Afrika. Zij mixten zonder problemen met de bestaande bevolking en leerden landbouw te bedrijven en het bewerken van metalen. Rond het jaar 1000 was de Bantu-kolonisatie van het oostelijke deel van Zuid-Afrika een feit. Dit volk was een sterk gedecentraliseerde feodale maatschappij die gebaseerd was op kraals (een soort clan). Aan het hoofd van deze kraalsstond een bevelhebber die een heel vaag omlijnde loyaliteit had ten aanzien van de nationale opperbevelhebber. 


Shaka Zulu en Segkoma I


Rond 1200-1400 verspreidde een aantal machtige Sotho dynastieën zich vanuit de Transvaal. Deze Tswana (Central Sotho) dynastieën versterkten zich rond de 16e eeuw en organiseerden zich, rond de 19e eeuw, in staten. Gedurende de 17e en 18e eeuw werd het huidige Botswana bewoond door een voornamelijk Setswana sprekende bevolking die hun goederen steeds meer gingen bewaken. Prominente heuveltoppen werden gebruikt als strategische stellingen om de handel in ivoor, slaven en vee te beschermen. De grootste agressor uit die tijd was “Shaka Zulu” die vanuit het huidige Zuid-Afrika grote delen van het huidige Botswana veroverde en stammen versloeg en wegjaagde. De overgebleven stammen verenigde zich onder de koning “Segkoma I” waar enige wrijving bleef bestaan over de handel die zich nu ook focuste op de struisvogel veren die via de Kaapkolonie werden verkocht. Via dezelfde route kwamen nu ook voor de eerste keer blanke Christelijke missionarissen naar het gebied die op hun beurt weer gevolgd werden door de Boeren die steeds verder noordelijk trokken. 


Europese invloed


De van oorsprong Nederlandse Boeren voelde zich opgejaagd door de Britten in hun eigen Kaapkolonie en zo’n 20.000 van hen wilden hun geluk elders beproeven. Tijdens de “Grote Trek” in 1836 trokken zij met hun boerenkarren over de “Vaal” rivier in “Batswana” gebied om daar een eigen staat te stichten. Eind 19e eeuw was Khama III (ook wel Khama de Grote) de meest vooraanstaande en belangrijkste inheemse leider met een machtig leger. Door aanhoudende dreiging van de Afrikaners uit Zuid-Afrika, versterkt door de ontdekking van goud in Botswana, zocht Khama III protectie bij de Britten. Deze hadden op dit moment hun handen vol aan de ongeregeldheden in de Kaapkolonie (huidige Zuid-Afrika) en stelde voor om als een soort scheidsrechter te fungeren. In 1877 liep de escalatie met de Boeren zo uit de hand wat resulteerde in de eerste Boerenoorlog. Toen de Boeren als winnaar uit de strijd kwamen en de Britten zich terugtrokken leek niets hun nog te stoppen voor hun koers noordwaarts. De steden “Taung” en “Mafikeng” werden veroverd en de Republieken “Stellaland” en “Goshen” werden gerealiseerd. De verovering zou zeer zeker doorgetrokken zijn als niet het buurland (het huidige Namibië) Duits grondgebied zou worden. De Britten waren nu zeer ongerust dat de Boeren en Duitsers een coalitie zouden vormen en zelfs het rijke “Rhodesia” (het huidige Zimbabwe) onder hun druk zou bezwijken. Om dit te voorkomen waren de Britten nu wel geïnteresseerd in een bondgenootschap van de “Twana” stammen. Hoewel Khama III enorme invloed bleef uitoefenen op het gebied en inlijving bij Zuid-Afrika wist te voortkomen, werd het land, toen nog Bechuanaland geheten, vanaf 1885 een Brits protectoraat.



Brits protectoraat


De Brits miljonair Cecil John Rodes had al een grote vinger in de pap in Zuid-Afrika met z’n privébedrijf die diamanten delfde. Hij was ervan overtuigd dat ook het huidige Botswana dit potentieel bezaten. Drie Batwana opperhoofden haastten zich naar Engeland en protesteerde tegen het feit dat ze niet wilden dat hun land commercieel zou worden uitgebuit. De Britten moesten hun hoofd buigen ook onder publieke druk van hun eigen bevolking. In 1888 vonden de Engelsen het de hoogste tijd om orde op zaken te stellen m.b.t de Boeren en de Tweede Boerenoorlog was een feit. Drie jaar later werden de Boeren verslagen en in 1910 was de Unie van Zuid-Afrika een feit. het Protectoraat Beetsjoeanaland, Basutoland (nu Lesotho) en Swaziland niet opgenomen in de Unie. Men had wel plannen klaarliggen om deze gebieden later te incorporeren. Hoewel meerdere Zuid-Afrikaanse overheden getracht hebben om de gebieden te laten transfereren en aldus deel te laten uitmaken van Zuid-Afrika, bleven de Britten deze transfer vooruitschuiven waardoor deze uiteindelijk nooit een feit werd. De apartheid en de Zuid-Afrikaanse exit uit het Britse Gemenebest van Naties in 1961 maakten voorgoed een einde aan een mogelijke incorporatie van deze gebieden.


Onafhankelijkheid


In 1962 werd door een kleinzoon van Khama III, Seretse Khama, de Bechuanaland Democratic Party (BDP) opgericht. Al in de verkiezingen voorafgaand aan de onafhankelijkheid, in 1965, won de BDP de meeste stemmen en een jaar later werd Seretse Khama de eerste president van de onafhankelijke republiek Botswana. In juni 1966 aanvaardde Groot-Brittannië het voorstel van Botswana om zichzelf op een democratische wijze te besturen. Het overheidscentrum werd verplaatst van Mafikeng (Zuid-Afrika) naar Gaborone in 1965. De grondwet van 1965 leidde tot de eerste algemene verkiezingen en tot onafhankelijkheid op 30 september 1966. De naam Bechoeanaland werd officieel gewijzigd naar Botswana. Het ambt van premier wordt afgeschaft, Botswana wordt nu een parlementaire democratie. Seretse Khama, een leidend figuur binnen de onafhankelijkheidsbeweging, werd als eerste president verkozen. Hij verkoos onafhankelijkheid van blanke boeren en nam een neutraal standpunt in t.o.v. z’n buurlanden Rhodesia en Zuid-Afrika. De BDP is tot op heden steeds de regerende partij in Botswana geweest. 

 

Na zijn dood in juli 1980, werd Khama opgevolgd door zijn vicepresident Quett Ketumile Masire (later Sir Ketumile Masire). Masire, medeoprichter van de BDP, bleef president tot april 1998 en werd opgevolgd door de toenmalige vicepresident Festus Mogae, die na verkiezingen in 2004 herkozen werd als president. In april 2008 wordt Seretse Khama Ian Khama gekozen als president. Festus Mogae krijgt in oktober 2008 een prijs van 5 miljoen dollar vanwege goed Afrikaans beleid. In april 2009 besluit Botswana de diamantproductie te halveren vanwege stagnerende prijzen. In oktober 2009 wint de regerende BDP de verkiezingen en begint Khama aan een nieuwe termijn van vijf jaar als president. In januari 2012 praten de drie belangrijkste oppositiepartijen met elkaar in de hoop de val van de regering te bewerkstelligen. De gesprekken hebben niet het gewenste resultaat. In november 2013 besluit de diamant groothandelaar “de Beers” de verkoop van ruwe diamanten naar Botswana te verplaatsen. In oktober 2014 wordt Khama voor een tweede termijn herkozen. In 2019 vinden mijnwerkers een ruwe diamant ter grootte van een tennisbal. Mijnwerkers in Botswana hebben een ruwe diamant gevonden die zo groot is als een tennisbal. De 1.758 karaat diamant is de op een na grootste steen die ooit gevonden is op aarde. In 2018 wordt Mokgweetie Masisi tot president en nieuwe leider van de BDP gekozen.  Bij de verkiezingen van oktober 2019 wint hij met een ruime marge.