REISVERHALEN - Senegal

"Affiniam"



de aftrap


Gelukkig komt er iemand op mij af om te vragen waar ik heen wil anders had ik er nu nog gestaan waarschijnlijk. De vrouwen hebben het te druk met hun gebabbel en hun waar dat het bijna eng is om niet aangesproken of aangekeken te worden. Ja, ik wil naar Affiniam en de man zegt dat de boot om half vier komt. Een meisje zorgt voor een lege jerrycan onder een afdak bij het haventje zodat ik even kan zitten en de chaos kan overzien. Mijn grote tas ligt inmiddels te bakken in de zon in een van de boten en ik hoop de goede want ik ben hem al een tijd kwijt. Terwijl ik deze georganiseerde chaos overkijk denk ik wat een prachtige mensen eigenlijk allemaal. Dan opeens een dikke fluim of een grote mond uit een prachtige vrouwengezicht. Een moment later geeft deze ogenschijnlijke schoonheid opeens een partje sinaasappel aan je. Een boot vertrekt en ik vraag maar even tussen neus en lippen door of dat de boot is naar Affiniam maar er wordt driftig nee geschud. Dan opeens de kapitein – da’s de tijd om op te staan. En jahoor het lijkt wel of iedereen die om mij heen zat en waarvan ik dacht dat ze allemaal hier zouden blijven, staat op en maakt opeens vort om de grotere open pirogue (boot) op te gaan. 


"pirogue"


Het is fijn om deze markt in Ziguinchor te verlaten – er hangt een mixgeur van urine, sinaasappel, olie, zweet en limonade. Een voor een worden mensen de houten platte boot opgeholpen want een kade is er natuurlijk niet. Het is lopen op de houten randen want het midden is diep en ligt vol met spullen – een scooter, fietsen, sinaasappelen en heel veel jutten zakken en kartonnen dozen. De mensen ploffen direct neer op de randen van de boot en de laatkomers moeten langs al de zittende mensen om achterin het bootje een plekje te vinden. Tegenover mij een hele rij prachtige vrouwen met gekleurde gewaden die nu dansen in de wind. We varen een stuk over de brede rivier die ik eerder heb afgelegd met het cruiseschip en ik onderscheid nu stukken hout met drijvende stukken plastic eraan en wat bootjes. Maar echt druk is het niet op het water. Een vrouw staat in het water in de boot – er liggen wat plankjes maar het lijkt erop alsof zij wat grote emmers water ter beschikking stelt van de bootgangers want er gaat om de haverklap een beker koud water naar een benodigde en de betaling blijft achterwege.

 

Dan slaan we een veel kleinere waterweg in – aan de beide zijden is nu goed de mangrove begroeiing zichtbaar. De takken gebogen het water in, alsof ze op hun kop staan en ertussen een stuk prut die elke keer wordt bewaterd vanwege onze boot. Je ruikt nu ook de bagger waarin hoogstwaarschijnlijk miljoenen nieuwe diertjes worden geboren en ik zie tot mijn genoegdoening dat er nog genoeg van dit bos over is. 

 

De rivier wordt smaller en smaller en de boot moet heel langzaam gaan varen om niet vast te komen te zitten. Ik geniet op deze schuit van zeg 10 meter lange en 3 meter brede houten boot waar geen overkapping is en gevuld is met wel 50 mensen gok ik. Weer een brede rivier en niet lang daarna, na zo’n uurtje varen, zie ik in de verte een betonnen bunker, zo lijkt het waar mensen naar wijzen. Als we dichterbij komen zie ik “bienvenue Affiniam” erop gekalkt staan en nogmaals fronsend vraag ik mij af of dit het is want waar is het dorp dan? 



aankomst in "Affiniam"


De bunker lijkt steeds meer op een verlaten betonnen bushaltehok en we stappen inderdaad met zijn allen uit. Geen bebouwing te zien in de wijde omgeving; alleen een breed kronkelend zandpad over een kaal terrein met wat moerasachtig gras, zand en een paar palmbomen. Ik wandel als een van de eerste (een echte Europeaan) het winderige zandpad af totdat er een kruising is. Mijn beoogde hostel zou aan de rand van het dorp zijn en ik twijfel. Verwaaid en bezweet wandel ik langs een grote groentetuin waar een aantal mensen druk met grote sproeiemmers het land bewateren en aan de andere zijden wat dor struikgewas en daarna een ijzeren hek. Op een open stukje grond wacht een man mij op, vlakbij een monument. Ik zeg dat ik een hostel zoek en hij wijst op een groot lemen rond gebouw. We lopen door een gat in het hek door een smalle gang om in een grote binnenruimte uit te komen. Er staan wat houten deurtjes open en ik probeer naar binnen te kijken maar het is pikkedonker binnen. Omdat er een andere naam boven het gebouw staat als mijn beoogde plaats vraag ik of dit de goede plek wel is – het zou de eerste keer niet zijn namelijk. Nogmaals begint hij te lachen en beaamt. We wandelen een andere gang door en daar een rij met toilets en douches die er beter uitzien dan alles wat ik heb gezien van het hostel zover. 


mijn eigen "vesting"hotel


In de tuin hangen een aantal lokalen in rieten stoelen. Als ik de lege pakken rode wijn in het stof zie liggen weet ik genoeg en maak kennis, voor zover dat nog gaat. Eerst wordt een van de kamers mij toegewezen en nu zie ik pas, nu ik binnen sta een bed staan, een rieten kast, een rieten tafeltje en een waslijn. Oh nee, dat is een van de lijnen die het muggennet op zijn plek houdt. En er zitten drie gaten in de buitenmuur – een die gesloten kan worden en twee met een driehoekvorm die te klein zijn om doorheen te kruipen. Ik vraag naar de sleutel, maar er zit geen slot in de deur dat meer lijkt op een houten plank die je in het niet aanwezige kozijn moet zetten.

 

Ik dump mijn grote tas en ga bij de groep zitten onder de mangoboom, waar het heerlijk koel onder is. Zittend in een houten ligstoel bestel ik ook maar een bier en probeer te volgen waar het verhaal overgaat als ik zie dat er een aantal mensen zijn die ook op de boot zaten. De vrouw met de groene jurk aan die ook al het grootste woord had op de boot, laat nog even van zich horen; als de krolse haan wilde plannen heb met zijn “cherie” wordt hij hardhandig van haar afgeslagen door moeder overste. Geen gewip in haar gezichtsveld. De haan kijkt verdoofd om en snapt er niets van – eerst moet hij zich vermenigvuldigen en nu krijgt hij een hengst. Het wordt later en later en de dronkenlappen gaan een voor een, dan wel ondersteund of niet, richting huis. 

 

Het licht gaat uit en ik wandel naar m’n kamer waar een vleermuis zijn intrek genomen heeft. Bij het aandoen van het licht (zonne-energie) fladdert hij als een gek rond de lamp. Hoe jaag je zo’n beest naar buiten? Ik prop twee gaten in m’n muur dicht – straks komt z’n hele familie binnen en doe dan het licht uit. Eerst ben ik natuurlijk wel onder m’n muggennet gaan liggen. Als ik het licht uitdoe, fladdert hij en het lijkt er soms op alsof hij weg is. Maar dan hoor ik dat geluid weer – dat gesnirp en weet dat hij ergens hangt, ondersteboven, klaar voor een nieuwe zweefduik. 



het "campement"


Als ik wakker wordt, bemerk ik dat ik meer “last” heb gehad van de hangende hitte die in de kamer is blijven plakken dan de vleermuis die volgens mij toch eieren voor zijn geld heeft gekozen en is vertrokken. Bij de douches tref ik de buren waar ik een heel ander verhaal van te voren krijg; ze hadden een groot feest aan vliegende vleermuizen in hun kamer – minstens 3 stuks en ze hebben allebei geen oog dichtgedaan. We ontbijten samen - de radio tettert in onze oren iets over de verkiezingen die hier in Senegal op stel staan. Na een wandeling door het stoffige dorp met lemen huizen, hutten en wat zandpaden word ik uitgenodigd bij een van de vrouwen thuis die in het campement werkt. 

 

Daar aangekomen blijkt de hele familie aanwezig te zijn wat niet zo vreemd want ze wonen allemaal in een huis. Binnen is het donker en er staat wat spullen op de grond maar voor de rest is het leeg en vol tegelijk. Er loopt een hond, kat en heel veel kippen en ik mag op de voorportaal op een van de weinige stoelen gaan zitten. De grote vrouw van gisteren is er ook en een vriend komt mee-eten. De kinderen, oma en de jonge moeders eten niet blijkbaar niet mee, of later. Een lege emmer wordt omgedraaid en daar verschijnt een grote zilveren schaal op vol met sla, tomaat, twee vissen en vijf vorken. Het eten smaakt prima terwijl ik het nog steeds irritant vind om de vier tot vijf kippen, de hond en het jonge katje als mee-eters te beschouwen. Er wordt opnieuw een pak rode wijn geopend en ik drink een glaasje mee. Ze vinden het eigenlijk maar zielig dat ik alleen reis en er wordt wel een plan op touw gezet dat ik ook een vrouw krijg. Ik trakteer ook op een pak wijn en de handen gaan omhoog en het plan wordt vergeten – gelukkig maar. 


de "magische" masseur


Ik help Lucy met uien en knoflook snijden en maak kennis met haar hond “camel”. Sylvie komt terug van sproeien en vraagt of ik even meeloop naar haar masseur verderop in het dorp. Ik heb geen bezwaar en we lopen nu de andere kant op – een zandpad met aan beide zijden palmbomen waarvan wijn getapt wordt. Ze vertelt dat die flessen binnen een paar uur vol zitten. Maar waarom drinken ze dan toch goedkope Portugese wijn? Een groep kinderen holt achter ons aan in dit fantastische surrealistische plaatje. Ze stelt mij voor aan een jongen die imprints in kleren maakt – hij zit aan een klein tafeltje midden in het zandstraatje onder een boom en er rennen tientallen kinderen om hem heen (dagelijks). Dan de masseur en ik stel me voor dat ik buiten even moet wachten. Nee hoor, loop maar mee naar achter het huis. Er wordt een kip uit een ren gehaald en we lopen naar een boom waar een klein stuk hout voor ligt. Sylvie gaat zitten en de man slingert 3x de kip rond haar hoofd. Zo, dat is nou traditionele massage en ze vertelt glimlachend dat ze nu 3 dagen geen last meer heeft van haar rug. Bij de put worden alle kinderen getrakteerd op een zakje snoep. In de tuin ploffen we met deze hitte op de stoelen en ik kijk nog ‘ns om mij heen – ik ga morgen als ik terugkom dit oude Koloniale legercampement nog missen ook! Langzaam gaat de zon onder in Affiniam. 



zie ook: