REISVERHALEN - Mongolië

"ulan bator" en "elstei"



Trans-MONGOLIË-EXPRES


Na dagen in de trein te hebben gebivakkeerd is dit de eerste grenspost; die tussen Rusland en Mongolië. Het is donker en we geven onze paspoorten af. Na een uur komen de heren terug en kunnen wij met een gerust hart gaan slapen. De trein komt weer schokkend in beweging.

 

 

Als we ’s morgens wakker worden kijken we direct uit het raampje; de bossen zijn totaal verdwenen en we rijden tussen rollende heuvels in en zien vele grasvlakten. Het is hier groen i.t.t. het zuiden en zoals verwacht zien we heel weinig bebouwing in de vorm van nederzettingen of steden. Mongolië is een van de dun bevolkste landen ter wereld. We rijden het station van de hoofdstad van het land in en ik zet na vijf dagen treinen weer voet op vaste bodem. Nadat ik de man heb gevonden met m’n naam erop word ik naar m’n hotel gebracht voor de nacht. 


Ulan Bator


We worden naar een hotel gebracht in het centrum van de stad waar we even later van onze lunch genieten. Het stel vraagt of ik straks meega een rondje om. Ik pak wat spullen uit m’n kamertje en even later wandelen we door de grootste stad van het land waar ongeveer een derde van de gehele bevolking in woont. In het begin van de 20ste eeuw kwam Mongolie onder Sovjet bestuur en da’s duidelijk te merken aan de architectuur die we hier zien; vele lelijke flatgebouwen gemaakt van beton. We komen aan op het centrale plein “Sükhbaatarplein”, waaromheen zich de belangrijkste culturele en maatschappelijke gebouwen bevinden. Het Parlement en het Djenghis Kahn monument zijn de meeste opvallende. In het midden van het plein prijkt het standbeeld van “Sukhbaatar” die op deze plaats in 1921 de onafhankelijkheid van Mongolië uitriep van de Chinezen. ’s Avonds eten we in het hotel en drinken daarna nog een biertje. Morgen moeten we weer vroeg op. 



“Elstei” ger lodge


’s Morgens aan het ontbijt praten het Nederlandse stel en ik samen over de vreemde geluiden die we vannacht hebben gehoord. Het is duidelijk dat het hotel dubbelt als een hoerenkast. We checken uit en een uurtje later worden we opgehaald door een jeep – we rijden ongeveer 50 a 60 km naar het zuidoosten van Ulan Bator. Het begin is over een vrij grote asfaltweg die naarmate we verder wegrijden van de hoofdstad steeds smaller en slechter wordt. Opeens draaien we de “gangbare” weg af en dan is het een paar kilometer alle hands aan dek. De chauffeur zigzagt langs kuilen en gaten en wij moeten ons goed vasthouden. Daar worden we gedropt bij een rood-wit gebouwtje wat fungeert als een soort van kantine. Het schijnt hier “Elstei” ger lodge te heten en er staan een tiental “gers” – traditionele Mongoolse hutten” rond het hoofdgebouw. De chauffeur schudt een man een hand die ons onze eigen hutten aanwijst. Zo te zien krijg ik een hut helemaal voor mijzelf. Binnen is deze prachtig ingericht met authentieke meubels in een oranjeachtige kleur zoals je altijd in de film ziet. Er klopt iemand op m’n deur. Of ik meega een wandeling maken naar een nederzetting verderop.

 

 

Het is misschien een kilometer of twee lopen en wat direct opvalt is het stugge gras wat hier groeit op de rollende lichtgroene heuvels waar het land zo beroemd om is. Je kunt ver kijken en er komen miljoenen kleine vliegjes uit het opstuivende gras en heel veel stof. Ik stop m’n broek in m’n sokken en ben blij dat ik niet op m’n slippers ben gegaan zoals een andere toerist. We komen aan bij een aantal kleine gers die er veel ouder en krakkemikkelig uitzien dan onze “toeristen” hutten verderop. Wat de eigenaar van de hut blijkt te zijn schud onze hand en nodigt ons direct uit bij hem thuis. Hier is de vrouw aanwezig en onze plaatselijke gids vertelt over het drankje waar we driftig in aan het roeren is. Het heet “arag” en is een mix van paardenmelk en geitenkaas. Het bevat alcohol en je moet dus een beetje voorzichtig zijn met drinken. Ik vind het zurig maar niet echt heel smerig. Terwijl de gids ons probeert uit te leggen hoe dit semi-Nomadische familie leeft kijk ik de hut rond naar alle dingen die hier wel niet in passen. Een half uur later worden we mee naar buiten genomen om te kijken hoe de vrouw de paarden melkt. De jonge paarden worden weggehouden van de moeder zodat de mensen de melk kunnen gebruiken voor eigen gebruik. Zo te zien komen de veulens niets te kort. Je kunt wel direct zien dat de Mongolen hier echte paarden mensen zijn en het is dan ook niet zo vreemd dat hier de beste ruiters (en paarden) vandaan kwamen die over een gigantisch rijk heersten. 



"Gandan Hiid"


De volgende ochtend worden we na het ontbijt weer opgehaald door de jeep die ons zal terugbrengen naar Ulan Bator. Terug in het hotel blijkt dat er een grote terroristische aanslag in New York is geweest; de torens waar ik vorig jaar nog ben geweest. In de middag besluiten de vier ontmoette Nederlanders en ik gezamenlijk naar de bekendste bezienswaardigheid van de stad te gaan – het “Gandan Hiid” klooster. Voordat we aankomen bij het klooster praten we over de situatie in New York. Het is even overschakelen tot de orde van de dag en het oprakelen van de geschiedenis van de stad. Het schijnt dat rond 1640 hier een nederzetting herrees met de naam “Orgoo” dat zoiets betekent als paleis. De stad breidde zich uit als een plaats waar handel tussen Mongolen, Russen en Chinezen plaatsvond, maar ook ontwikkelde zich tot het religieuze centrum van het land. Na meer dan 25 keer verplaatst te zijn geweest is de stad sinds 1778 te vinden op de huidige plek. De stad is ontstaan uit een serie gers-nederzettingen en er werd pas in de jaren twintig van de 20e eeuw voor het eerst in steen gebouwd, toen de eerste huizen langs de Laan van de Vrede verschenen.

 

 

Het “Gandan Khiid” is een Tibetaanse tempel en waarschijnlijk het belangrijkste religieuze gebouw van Mongolië. Gebouwd in 1838 bevat het complex een aantal kloosters en andere gebedsgebouwen. Het geheel wordt omringd door een rode bakstenen muur. Een van de tempels is die waar de dertiende Dalai Lama tijdelijk heeft gewoond tijdens z’n verblijf in 1904. Het belangrijkste gebouw is derhalve de spierwitte “Migjid Janraisig Sum” tempel met z’n 26 meter hoge beeld van de Godin van de Vrede. Het blijkt dat het verboden is enige foto hier te maken helaas. Ik eet in het hotel en verbijt mij ’s avonds bij het kijken van de TV naar de vreselijke beelden. Steeds meer dingen worden duidelijk al is nog heel veel nog steeds onduidelijk. 


Licht als een veertje


’s Morgens vroeg direct na het ontbijt word ik opgehaald door een busje die mij terugbrengt waar ik een paar dagen geleden ben uitgestapt. Eenmaal in de trein is het weer even wennen aan de kleine ruimte die ik wederom moet delen met drie andere personen die ik natuurlijk helemaal niet ken. Als we vertrekken kijk ik uit het raam en zie Ulan Bator achter mij kleiner worden. Dit gedeelte van Mongolië is een stuk droger dan het noorden maar het uitzicht is nog steeds vooral heuvels en dor gras. Na Ulaanbaatar gaan de heuvels over de vlakkere steppe en deze verandert daarna langzaam in de vrijwel onbewoonde Gobiwoestijn, met slechts enkele oasen. Het moet toch nog ruim 700 km zijn voordat we ’s avonds de grens bereiken. Eenmaal aangekomen bij de Chinese grens wordt de gehele trein in een grote loods gerangeerd, waar de onderstellen van de wagons één voor één vervangen worden. China heeft namelijk een andere spoorbreedte. Tegelijkertijd wordt het Mongoolse restauratierijtuig vervangen door een Chinese, zodat gedurende het laatste stuk naar Beijing met stokjes gegeten kan worden. De hele overzetting met alles en iedereen in de wagon duurt ongeveer vier uur. Daarna kruip ik onder de dekens. 



zie ook: