GESCHIEDENIS - Israël


de vroegste tijd


Palestina staat aan de oorsprong van het kleine joodse volk. Botvondsten dateren al van 10.000 jaar v.Chr. en de geschiedenis van Israël begon ca. 3000 v.Chr. Daarvoor was Palestina zoals het toen heette onderdeel van de Levante (het oude Palestina), een landstreek in het oude Kanaän die de huidige staten Israël en Palestina omvat, benevens delen van Jordanië, Syrië en Libanon. Van 8350 tot 7370 v.Chr. was Jericho al een nederzetting omringd door een stenen muur, met een stenen toren. Voor zover bekend is dit de eerste keer dat een dergelijk versterkt bolwerk werd gebouwd. In 7000 v.Chr. trokken handelaars rond via de vanouds bekende karavaan- en zijderoutes. Kanaän werd doorgangsgebied voor handel via nomaden.  In de Vruchtbare Sikkel (ook vruchtbare halvemaan) was er in deze tijd een algemene toename van het aantal nederzettingen. Gedurende de Vroege en Midden-Bronstijd ((3500 tot 2000 v.Chr.) gingen Syrië en Palestina ieder hun eigen weg. Palestina was gedurende een aantal generaties vrijwel onbewoond. De belangrijkste steden waren Megiddo, Laish (het latere Dan), en Ai.


Periode in Egypte


Palestina lag tussen machtige rijken als Babylonië en Egypte en belangrijke karavaanwegen liepen door dit gebied. Bovendien was een vruchtbaar bouwland. Tegen het einde van het derde millennium v.Chr. ontstonden de eerste staatkundige eenheden; de Kanaänieten stichtten steden als Jericho, Megiddo en Jeruzalem. De geschiedenis van Palestina was ook toen al sterk verbonden met de ontwikkelingen in Egypte, dat echter ca. 1700 v.Chr. veroverd werd door de Hyksos. Pas na 1550 v.Chr. werden de Hyksos weer verdreven uit Egypte en het land werd al snel de grootste mogendheid in het Midden-Oosten. Het duurde niet lang voordat Palestina werd onderworpen aan Egypte, en de door de Egyptenaren aangewezen stadskoningen zorgden voor de betaling van belastingen aan de Egyptische farao’s. De grote meerderheid van de bevolking had ernstig te lijden onder het innen van de belastingen, dat vaak met behulp van soldaten gebeurde.


Filistijnen en Hebreeërs


Begin 13e eeuw v.Chr. vielen de Filistijnen, een zeevolk, Palestina binnen en volgden ondanks felle tegenstand, de Egyptenaren op. De Filistijnen regeerden door middel van de zogenaamde ‘Vijfstedenbond’, die bestond uit de steden Gaza, Ashkelon, Ashdod, Ekron en Gath. Door het ontbreken van een centraal gezag konden de Filistijnen Palestina niet goed verdedigen tegen aanvallen van stammen als de Edomieten, de Ammonieten, de Moabieten en vooral de Hebreeërs, een nomadisch herdersvolk. Zij kwamen uit de onderlinge strijd als sterkste te voorschijn en stichtten verschillende nederzettingen. Eerst nog alleen in bergachtige streken maar later ook in de dalen waar veel oorspronkelijke bewoners, de Kanaänieten woonden. Dat de militair veel zwakkere Hebreeërs deze steden vrij gemakkelijk konden veroveren, was onder andere te danken aan de onderlinge strijd tussen de verschillende steden, waardoor deze zichzelf verzwakten. Volgens de bijbel werd Saul omstreeks 1012 v.Chr. tot koning van het gebied gezalfd. Het lukte Saul in die tijd om de Israëlische stammen te verenigen en belangrijke maatschappelijke veranderingen door te voeren. Saul zou z’n leven regeerperiode met de Filistijnen vechten. De laatste jaren van Sauls regering werden gekenmerkt door grote conflicten met de traditionele elite. Nadat Saul ten val was gebracht door David met behulp van de Filistijnen, nam David de leiding van het Israëlische volk over. De Filistijnen probeerden dit verbond nog te doorbreken, maar werden verslagen en speelden daarna geen rol meer in de geschiedenis van Israël. Hierna veroverde David Jeruzalem en deze werd de hoofdstad en het religieuze centrum van het koninkrijk. Binnenlands kreeg David dezelfde problemen als Saul. In 965 v.Chr. werd David opgevolgd door zijn zoon Salomo die meteen al zijn concurrenten elimineerde, maar er verder voor zorgde dat het relatief rustig werd in het koninkrijk. Na de dood van Salomo volgde zijn oudste zoon Rehabeam hem op. 

 

Rond die tijd werd het zuidelijke land Juda en het noordelijke Israël bedreigd door de Assyriërs. Juda en Israël sloten vrede en weerstonden zo de Assyriërs, die vernietigend werden verslagen in 853 v.Chr. Pas in 841 v.Chr. lukte het de Assyrische koning Salmaneser om Israël te onderwerpen. Honderd jaar later werd de hele bovenlaag van de Israëlieten door de Assyrische koning Sargon afgevoerd in slavernij en verdween Israël voorlopig van de kaart. Juda accepteerde de overheersing en betaalde trouw haar belastingen waardoor het volk door de Asssyriërs lange tijd met rust gelaten werd. Begin achtste eeuw v.Chr. werd Palestina een vazalstaat van Egypte en later werden de Egyptenaren weer verdreven door de Babylonische vorst Nebukadnezar. Toen Zedekia (597-587 v.Chr.) de onafhankelijkheid uitriep werd Nebukadnezar zeer hard op en plunderde in 587 v.Chr. Jeruzalem en verwoestte de tempel van Salomo. Na de dood van Nebukadnezar II in 562 v.Chr. lukte het de Perzen onder leiding van Cyrus om in 539 v.Chr. Judea te veroveren. Vele rijke joden uit Perzië keerden daarop weer terug naar Judea.


Seleuciden


Na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. werd zijn enorme rijk verdeeld onder zijn opvolgers. Ptolemaeus kreeg Egypte toegewezen en veroverde in 320 v.Chr. ook Palestina. Honderd jaar later vielen de Seleuciden Palestina binnen, en vanaf 200 v.Chr. waren de joden onderdeel van rijk van de Seleuciden en kon de hellenisering van het land versneld worden. De Hellenen onderdrukten de joden en al snel ontstonden opstanden onder de Hasmoneeen. Een serieuze opstand werd opgezet door de broers Judas, Jonathan en Simeon. Die eerste wist in 164 v.Chr. Jeruzalem op de Seleuciden te veroveren. De Seleuciden formeerden nu een groot leger en probeerden het verloren terrein te herwinnen en boden de Hasmoneeën vrede en vrijheid van godsdienst aan. Judas vocht echter door en sneuvelde terwijl broer Jonathan om politieke motieven werd vermoord. Simeon sloot in 140 v.Chr. een bestand waardoor de Joden een redelijke mate van zelfstandigheid kregen en hiermee was de dynastie van de Hasmoneeën definitief gevestigd. Onder verschillende opvolgingen wisten zij de kuststeden van Galilea te veroveren en ook gebieden ten oosten van de Jordaan.


komst van de romeinen


Na weer een opvolgingsstrijd wisten de Romeinen in het vacuüm te springen. Zij waren na het ineenstorten van de Seleucidische rijk de grote macht in deze regio geworden, en maakten van Syrië en Palestina de Romeinse provincie Syria. Na de dood van de machtige keizer Caesar in 47 v.Chr. raakte het gebied in een burgeroorlog en werd bovendien vanuit het oosten aangevallen door de Parthen. Zijn zoon Herodes werd tot koning van Palestina uitgeroepen hij wist in 37 v.Chr. zijn rijk en Jeruzalem weer terug te veroveren. De meeste leden van de Hoge Raad der Israëlieten, het Sanhedrin, werden door hem terechtgesteld. Herodes zorgde voor een lange periode van vrede met het buitenland, maar was voor zijn onderdanen een zeer hardvochtig man, die hem dan ook haatten. Hij werd daardoor steeds achterdochtiger en de waanzin sloeg toe toen hij zelfs leden van zijn eigen familie liet vermoorden. Toen Herodes in 4 v.Chr. eindelijk op 69-jarige leeftijd stierf, ging er een zucht van opluchting door Israël. 

 

Jezus van Nazaret: 

Jezus van Nazaret, geboren ca. 5 v.Chr. in de stad Nazaret was een Joodse profeet. Vanaf ongeveer 28 n.Chr. trad hij op in Galilea en Judea. Op bevel van de Romeinse prefect Pontius Pilatus werd hij in 30 (of 33) n.Chr. door Romeinse soldaten gekruisigd.

 

Drie zonen van Herodus regeerden tot 44 n.Chr. over zijn rijk, waarna het land verder geregeerd werd door Romeinse procurators, die echter meer uitwaren op het verrijken van zichzelf, waardoor de corruptie hoogtij vierde. In mei 66 brak er een opstand uit en de joden wisten de Romeinen uit verschillende steden te verdrijven. In de zomer van 67 trokken de Romeinen het land weer binnen, Flavius Vespasianus vanuit het noorden en zijn zoon Titus vanuit het zuiden. Net voordat Vespasianus Jeruzalem innam bereikte hem het bericht dat keizer Nero ten val was gebracht, waarna Vespasianus tot keizer werd uitgeroepen. In 70 wist Titus uiteindelijk Jeruzalem te veroveren. In 132 volgde er o.l.v. Simeon Bar Kochba een opstand tegen de Romeinen en de joden veroverden in snel tempo het hele land. Alleen de regent in Brittannië, Julius Serverus, wist de opmars van de joden te stoppen door ze met gelijke munt terug te betalen. De beslissende slag werd in 135 door hem gewonnen, en onder de joden werden 600.000 slachtoffers geteld, evenals duizenden Romeinse soldaten.


Byzantijnse en Arabische rijk


In 324 werd de christen Constantijn de alleenheerser van het Romeinse Rijk en hij liet overal waar Jezus was geweest, kerken bouwen. Ook een van zijn opvolgers, keizer Justinianus (527-565), volgde deze politiek en veel pelgrims brachten welvaart naar het land. In 529 kwamen de Samaritanen in opstand en in 614 trokken de Perzen plunderend door Palestina. Tussen 634 en 644 werd het gehele Midden-Oosten, inclusief Palestina, veroverd door Kalief Omar I. De Palestijnen hadden hieronder echter niet veel te lijden, want de islam was een tolerante godsdienst. Vanaf 750 regeerden de Abbasiden vijfhonderd jaar lang vanuit Bagdad over Palestina. Jeruzalem groeide in die tijd uit tot de op een na belangrijkste stad voor de moslims. Vanaf 905 werden de Abessiden bedreigd door de Fatamiden en door de Byzantijnen. Kerken en kloosters werden platgebrand door sultan Hakim van de Fatamiden. In 1021 werd Hakim vermoord, waarna er een korte periode van rust volgde. Rond 1070 werd Palestina veroverd door de Turken.


Kruistochten


Op 27 november 1095 riep de toenmalige paus Urbanus op tot een kruistocht om de heilige plaatsen in Palestina te bevrijden van de ‘ongelovige’ moslims. Uiteindelijk zou de periode van de kruistochten meer dan twee eeuwen duren en kostte miljoenen mensen het leven. In juli 1099 werd Jeruzalem veroverd met nog nooit vertoonde moordpartijen op zowel moslims als joden, mannen en vrouwen, kinderen en bejaarden. In 1100 liet Boudewijn zich tot koning van Jeruzalem kronen. Hij  stierf in 1118 en werd opgevolgd door een familielid, Boudewijn II, onder wiens regeerperiode de kloosterorden van de Tempeliers en de Johannieters werden opgericht. De moslims voerden de strijd tegen de christenen verder op en zelfs Boudewijn werd gevangen gnomen. Na het betalen van losgeld lieten ze hem vrij, maar in 1131 stierf hij en werd opgevolgd door zijn schoonzoon Fulco van Anjou. In 1144 werd Jeruzalem veroverd door de Saracenen en opnieuw kwam er van de paus een oproep tot een kruistocht tegen de moslims. Deze kruistocht mislukte echter volledig, en de moslimstaten in het Midden-Oosten werden steeds sterker. Saladin, op dat moment sultan van Egypte, veroverde in 1187 praktisch alle burchten en steden van de kruisvaarders en op 2 oktober 1187 werd Jeruzalem ingenomen. Een vierde kruistocht volgde en Europese legers rukten op naar het Heilige Land en boekten aanvankelijk wat successen. Het lukte Richard Leeuwenhart zelfs om het leger van Saladin in de pan te hakken en hij wilde daarna Jeruzalem weer veroveren. Voordat het zover was, stelde Saladin een vredesverdrag voor en vrije toegang tot alle heilige plaatsen. Richard stemde daar in 1192 mee in en keerde terug naar Engeland. Er volgden nog vier kruistochten, maar in 1244 werd het koninkrijk Jeruzalem definitief door de moslims veroverd. In 1271 verlieten de laatste christenen Palestina, alleen de stad Akko werd nog tot 1291 bezet.



Turkse overheersing en Britten krijgen mandaat over Palestina


Na de kruistochten behoorde Palestina tot het rijk van de Mamelukken, die vanuit Caïro het rijk bestuurden. De Mamelukken werden in 1516 bij Aleppo verslagen door de Osmaanse sultan Selim en daarmee begon de 400-jarige overheersing van de Turken in het Midden-Oosten. Palestina speelde gedurende lange tijd geen enkele rol meer op het internationale toneel, en kwam pas ten tijde van de Franse keizer Napoleon Bonaparte weer in beeld. Met steun van de Britten kon Napoleon echter buiten Palestina gehouden worden. In 1874 stichtten de joden het Palestine Exploration Fund op, in 1878 gevolgd door de stichting van de eerste landbouwnederzetting. Weer vier jaar later kwam de eerste immigratiegolf op gang vanuit Oost-Europa. In 1896 schreef Theodor Herzl het boek ‘De joodse staat’, waarin gepleit werd voor de oprichting van een joodse staat in Palestina. Herzl zou daarmee de grondlegger van het zionisme worden, de joods-nationale beweging die als doel heeft de terugkeer van het joodse volk naar het Heilige Land (in feite de heuvel Zion).

Palestina – Napoleon in Egypte (1798 – 1801):  

Egypte was in 1798 veroverd door Napoleon maar deze verloor een jaar later de belangrijke vlootslag met Engeland waarop ook de Turkse Selim III hem de oorlog verklaarde. De sultan stuurde twee legers; het ene leger zou aanvallen vanuit Palestina, en het andere leger zou inschepen op Rodos en op de Egyptische kust landen. Napoleon hoorde van de Ottomaanse legers en zou de legers één voor één verslaan, voordat ze zich tegen hem konden verenigen. Met zo'n 13.000 man trok hij op 5 februari oostwaarts, naar Palestina. Na een belegering van vijf dagen nam Napoleon op 7 maart Jaffa in, waarbij 2000 Ottomaanse troepen werden afgeslacht. De resterende 2500 Ottomaanse troepen in de citadel gaven zich over na de belofte dat ze gespaard zouden worden, maar werden in de dagen erna toch vermoord. De slachtpartij werd uitgevoerd op bevel van Napoleon omdat er niet genoeg eten was voor de gevangenen; de Fransen zelf waren inmiddels begonnen hun eigen paarden en kamelen op te eten.

 

Hierop belegerden de Fransen het fort Akko, maar het lukte ze niet de stad in te nemen. De muren van het fort waren dik en de Britse admiraal Smith had buitgenomen Franse artillerie laten aanrukken die de Franse troepen aan flarden schoot. Ondertussen was een zware pestepidemie uitgebroken onder de Franse troepen. Na twee maanden, op 20 mei, brak Napoleon het beleg af en trok zich weer terug naar Egypte. Onderweg paste hij de tactiek van de verschroeide aarde toe en liet alles platbranden. In Jaffa gaf hij het bevel om 50 dodelijk zieke Franse soldaten te laten vergiftigen, om zo de terugtrekking sneller te laten verlopen. Ondertussen deed hij in zijn bulletins de nederlaag voorkomen als een glorieuze overwinning.

In 1901 werd door Chaim Weizmann het Joods Nationaal Fonds opgericht, dat geld spendeerde voor het aankopen van land. Tussen 1904 en 1914 kwamen er weer veel immigranten naar Palestina, en de Palestijnen werden langzamerhand achterdochtig toen steeds meer land in handen van de joden viel en de vestiging van een joodse staat steeds dichterbij scheen te komen. In 1908 vielen Arabieren voor het eerst joodse dorpen aan. In november 1917 volgde de Balfour-declaratie, waarin Groot-Brittannië verklaarde dat zij de vorming van een joodse staat in Palestina ondersteunde. Frankrijk had enige tijd eerder al te kennen gegeven welwillend tegenover deze ontwikkelingen te staan. In april 1920 kregen de Britten het mandaat over Palestina en het land werd weer overspoeld met immigranten. Daarop riep de groot-moefti van Jeruzalem op tot een heilige oorlog tegen de joden. In 1923 draagt het Verenigd Koninkrijk de Golanhoogten over aan het Franse mandaatgebied Syrië. In 1929 vindt een bloedbad in Hebron plaats, waarbij 67 Joden door Arabische inwoners worden vermoord. De Arabische bevolking komt in opstand tegen het Britse gezag en tegen de Joodse immigratie. Immigratie neemt wederom toe als de nazi partij in Duitsland aan de macht komt en Joden steeds meer in het nauw komen in Europa.


Opstand, WWII en verdeling


In 1936 breekt de Arabisch-Palestijnse opstand uit. Honderden Joden worden door Arabieren gedood. Duizenden Arabieren komen om, in vuurgevechten met de Britse politie of als gevolg van aanslagen door zionistische organisaties. De Arabische opstand heeft verstrekkende gevolgen voor de toekomst. Tienduizenden Arabieren, behorend tot de elite van de bevolking, ontvluchtten het land of vertrokken vrijwillig en de Joden ontwikkelen uit hun milities een eigen leger en politie, de eerste Joodse organisaties van die soort in ruim 1800 jaar. In 1937 beperkt het Verenigd Koninkrijk de Joodse immigratie en landaankoop. In het “MacDonald White Paper” uit 1939 stelt het Verenigd Koninkrijk zelfbestuur voor Palestina binnen tien jaar in het vooruitzicht en beperkt de Joodse immigratie. In het licht van de opflakkerende conflicten wordt het concept van Joods zelfbestuur door het Verenigd Koninkrijk verlaten. In 1940 wordt Palestina gebombardeerd door de Italiaanse luchtmacht met als doel Groot-Brittannië en haar Gemenebest-naties te treffen. De luchtaanvallen waren vooral gericht op Tel Aviv en havenstad Haifa.  

 

Polen was een voorbode voor wat in heel bezet Europa zou gaan gebeuren met de Joden. Ca. 6 miljoen joden werden in concentratiekampen systematisch vermoord, de meeste in gaskamers. Een relatief kleine groep wist zich uit de klauwen van de nazi’s te redden, met name in landen als Finland, Denemarken, Italië en Bulgarije. Gedurende de oorlog kwamen de Britten steeds meer onder vuur te liggen in Palestina. Geheime organisaties pleegden aanslagen op Britse doelen en vermoordden Britse politieagenten en militairen. Op 14 februari 1947 verklaarden de Britten dat ze het Arabisch-joodse probleem niet langer onder controle hadden en riepen de hulp van de VN in. Op 29 november 1947 stemde de Algemene Vergadering van de VN in met de verdeling van Palestina in een joodse en een Arabische staat (de Joode staat 56%). Jeruzalem zou een internationaal statuut krijgen. De Joden van Palestina accepteren het verdelingsplan, terwijl de Arabieren van Palestina en daarbuiten het unaniem als grof onrecht van de hand wijzen. Na het bekend worden van de resolutie breekt in Palestina opnieuw een burgeroorlog uit.


De staat Israël (1948)


Onder de indruk van het bloedige conflict en de tegenwerking van Groot-Brittannië wilden de VN het delingsbesluit ongedaan maken, maar het inmiddels gevormde Voorlopige Bestuur van de joodse gemeenschap, die 600.000 zielen telde, riep op 14 mei 1948 de joodse staat Israël uit en kwam er een einde aan het 26 jaar oude Britse mandaat over Palestina. Als reactie daarop rolden nauwelijks enkele uren later tanks van Egypte, Trans-Jordanië, Syrië, Libanon en Irak richting Israël; de Onafhankelijkheidsoorlog was begonnen. Trans Jordanië bezet o.a. de Westelijke Jordaanoever (en annexeert deze in 1950) en Oost-Jeruzalem. Met een onderbreking van een maand duurden de gevechten voort tot begin 1949, toen er d.m.v. bemiddeling van de VN wapenstilstandsverdragen werden gesloten op het eiland Rhodos, met Egypte, Libanon, Jordanië en Syrië. Door uitgebreide wapenleveranties had Israël echter zo’n overwicht opgebouwd dat er zelfs gebieden veroverd werden die tot op heden nog steeds Israëlisch grondgebied zijn. Arabische Palestijnen vluchtten met duizenden tegelijk naar de buurlanden en begin 1949 had 80% het land verlaten of was door de Israëlische troepen het land uitgezet. Zij waren gedwongen zich te vestigen in vluchtelingenkampen in Jordanië (inclusief voor 1967 de Westelijke Jordaanoever), Libanon en de door Egypte ingelijfde Gazastrook. Joden uit de hele wereld maakten net de omgekeerde reis; met name uit de Sovjet-Unie en uit de Arabische landen emigreerden honderdduizenden joden naar Israël om te helpen met het opbouwen van het land. Vanuit de Arabische buurlanden werden terroristen (‘fedajin’) ingezet om het leven in Israël te ontregelen. Dit kostte ca. 1300 Israëli’s het leven en Israël reageerde elke keer met vergeldingsacties. Dit patroon zou tot op de dag van vandaag het lot zijn van het Israëlische en Palestijnse volk. 

 

Het belangrijkste probleem voor Israël bleef de verhouding tot de Arabische staten. Vooral na de revolutie in Egypte (1952) begon de situatie dreigend te worden, omdat de Egyptische president Nasser ernaar streefde de nederlaag van 1948 ongedaan te maken. In 1955 nam de spanning verder toe door onder ander wapenleveranties aan Egypte uit communistische landen, de militaire verbonden tussen Egypte en Arabische landen en het sluiten van het Suezkanaal in 1956. Israël werd door Frankrijk en Groot-Brittannië aangezet om een oorlog tegen Egypte te beginnen. De Sinaï werd in zes dagen ingelijfd, maar Israël werd onder druk van de VS gedwongen dit gebied niet definitief in te nemen. In maart 1957 trok Israël zijn troepen dan ook terug. De situatie in de regio werd nu zeer gecompliceerd en tevens toneel van de Koude Oorlog, waarin de Arabische staten gesteund werden door de Sovjet-Unie en Israël door de Verenigde Staten en West-Europese landen. In 1964 werd de Palestine Liberation Organization opgericht (PLO). Zij wezen de wereldgemeenschap op het grote Palestijnse vluchtelingenprobleem, maar Israël was gewoon niet te vermurwen om vluchtelingen te laten terugkeren naar hun oude vaderland. Aan de andere kant vormden de vele vluchtelingen in de landen waar ze verbleven een steeds grotere bron van problemen.



Zesdaagse Oorlog en Yom Kippoer Oorlog


Tijdens de 6-daagse Oorlog in 1967 verovert Israël de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem op Jordanië, de Gazastrook en het Sinaï schiereiland op Egypte en de Golanhoogten op Syrië, na een militaire escalatie waarin Egypte de internationale waterwegen in de Rode Zee had geblokkeerd en de VN-vredesmacht van Egyptisch grondgebied in de Sinaï-'bufferzone' weggezonden. Israël viel daarom preventief z’n Arabische buurlanden binnen en vernietigde nagenoeg hun hele luchtmacht op de grond. Op 10 juni 1967 werd door bemiddeling van de VN de oorlog gestaakt maar Israël weigerde zich uit de bezette gebieden terug te trekken en installeerde aldaar een militair bestuur. De Arabische staten weigerden Israël te erkennen en na 1967 werd Israël geteisterd door Palestijnse terroristen die opereerden vanuit Jordanië en Libanon. Vergeldingsacties werden ook uitgevoerd op Egyptisch grondgebied, waarop Egypte voorstellen tot vredesonderhandelingen deed, die echter door Israël werden afgewezen.  

 

Door de inname van de Westelijke Jordaanoever kwamen ca. een miljoen Palestijnen onder Israëlische controle te wonen, hetgeen spanningen in de Israëlische samenleving veroorzaakte. De Palestijnen werden in Israël ingezet als goedkope arbeidskrachten. De arbeid van Palestijnen in Israël stuitte op weerstand bij de radicalere zionisten, die Israël als een "exclusief Joods werk" zagen. Israël begint met de bouw van Joodse nederzettingen in de bezette gebieden en Palestijnen intensiveren de terreuraanvallen op Joodse doelen binnen en buiten Israël. Regelmatig komt het tot schermutselingen tussen Israël en haar buurlanden, met name Syrië. De Jom Kipoer-oorlog begon op 6 oktober 1973 op de Joodse heiligste dag Jom Kipoer, toen Egypte en Syrië een gecoördineerde aanval uitvoerden op Israël, in een poging om hun in 1967 door Israël bezette grondgebied te heroveren. Israël sloeg hard terug na aanvankelijk succes van de aanvallers werd de status quo van voor de oorlog herstelt. De VN bemiddelt en er werd een wapenstilstand getekend; wederom geeft Israël gebieden gewonnen gebieden terug.



Vredesverdrag tussen Israël en de Palestijnen!


Intussen geraakte Israël, vooral door de hantering van het 'oliewapen' door de Arabische landen, in toenemende mate geïsoleerd en werd ook betrokken in de Libanese burgeroorlog door de vergeldings- en preventieve acties op Libanees grondgebied tegen de daar verblijvende Palestijnen. In Israël zelf werd de kloof steeds groter tussen Israëlische Palestijnen die massaal op de PLO stemden en Israëlische Joden. In november 1977 kwam president Sadat van Egypte op bezoek bij Begin en hij stelde een vredesregeling voor. In 1978 kwam onder bemiddeling van de Amerikaanse president Carter te Camp David (-akkoorden) een vredesverdrag tot stand. Egypte is het eerste Arabische land dat Israël erkent. In 1980 wordt Jeruzalem als ondeelbare hoofdstad verklaard en een jaar later wordt de Golan-hoogte geannexeerd. Ondanks een stilzwijgend bestand met de PLO in Libanon trokken Israëlische troepen na een aanslag op de Israëlische ambassadeur in Londen op 6 juni 1982 met veel vertoon van macht Zuid-Libanon binnen en belegerden zelfs de hoofdstad Beiroet. In Juni 1985 vertrekken de troepen (op de veiligheidszone na) uit Libanon. In 1984 kwamen via een geheime luchtbrug 10.000 joden of Falasha’s uit Ethiopië naar Israël (operatie “Mozes”).


Eerste Intifada


Groeiende onrust in de bezette gebieden werd door Israël beantwoord met harde strafmaatregelen, deportaties, verschijningsverboden en schoolsluitingen. Naast PLO-aanhangers manifesteerden zich ook steeds meer islamitische fundamentalisten, waaronder de Hamas-beweging. Op 8 december 1987 brak in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse opstand of Intifada uit. Ondanks harde maatregelen bleek het leger niet in staat hieraan het hoofd te bieden. De groeiende verdeeldheid uit zich bij de verkiezingen van 1 november 1988, waarbij zowel het Likoedblok als de Arbeiderspartij zetels verloren aan radicale partijen ter rechter- en linkerzijde. De PLO en Hamas blijven groeien. Ondertussen bleef de nauwe strategische, politieke en economische samenwerking met de VS bestaan, maar ook met de Sovjet-Unie en andere communistische landen in Oost-Europa werden in de jaren tachtig geleidelijk de banden hersteld, wat tot uiting kwam in onder andere een toenemende immigratie van Russische joden. 

 

Bij de Golfoorlog van 1991 wordt Israël het doelwit van aanvallen met SS-1 Scud ballastische raketten van het Irak van Saddam Hoessein die de Joodse staat in de oorlog tracht te betrekken om zodoende de Arabische wereld voor zich te winnen. Israël ziet onder Amerikaanse druk af van vergelding van de raketaanvallen, en MIM-104 PATRIOT luchtdoelraket-systemen uit onder meer de VS en Nederland wordt opgesteld om Israëlische steden te beschermen tegen het Iraakse vuur. De VS hadden Israel nadrukkelijk gevraagd de aanvallen niet te vergelden. Na de Golfoorlog, waarbij de Palestijnen openlijk de zijde van Irak hadden gekozen, laaide intifada weer op. Onder grote druk van de Amerikanen werden in 1993-95 in Oslo de Oslo-akkoorden gesloten. Hierbij werd de PLO door Israël erkend als behartiger van de Palestijnen en de PLO op hun beurt beloofde het terrorisme tegen Israël te staken. Onder de bepalingen van het akkoord werd de Palestijnse Autoriteit opgericht. Deze kreeg gefaseerd het beheer toegekend over de Palestijnse gebieden die Israël bezet hield. PLO-leider Yasser Arafat, de Israëlische premier Yitzchak Rabin en de Israëlische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres ontvingen hiervoor in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede. Met Jordanië werd op 26 oktober 1994 een vredesverdrag gesloten, waarbij Israël door Jordanië werd erkend. In 1995 volgde het Oslo-2-akkoord, dat voorzag in een gefaseerde Israëlische terugtrekking uit de belangrijkste steden op de Westelijke Jordaanoever.



Periode Netanyahu


In november 1995 werd premier Rabin in Tel Aviv vermoord door een jonge Israëlische nationalist. Hij werd opgevolgd door Sjimon Peres, die het vredesproces voortzette. Netanyahu volgde deze weer op in 1996 en beloofde het vredesproces met de PLO en de Arabische landen voort te zetten. Bij de eerder in 1996 gehouden verkiezingen voor een Palestijnse president, werd Arafat met ruime gekozen. In de loop van 1996 ontstond in Israël grote politieke verdeeldheid over het vredesproces. Oorzaken waren de twijfel van Netanyahu in het vredesproces en de vele zelfmoordaanslagen van Hamas. Netanyahu kondigde de bouw van nieuwe joodse nederzettingen aan en weigerde aanvankelijk in te stemmen met de terugtrekking van het Israëlische leger uit Hebron. De spanningen tussen Israël en de PLO liepen snel op en ook de fragiele relatie met de Arabische landen werd door de harde Israëlische standpunten op de proef gesteld. De VS en EU namen openlijke afstand van de Israëlische nederzettingenpolitiek en Netanyahu het zwaar te verduren door o.a. een beschuldiging wegens corruptie en een mislukte moordaanslag op een Hamas-leider door de Israëlische geheime dienst. Ook groeide in Israël zelf het verzet tegen de Israëlische aanwezigheid in Libanon, waar het aanvallen uitvoerde op Hezbollah. In de Palestijnse Autonome Gebieden (Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) verslechterde de leefsituatie aanzienlijk door de strafmaatregelen van Israël n.a.v. de bomaanslagen door Hamas. Grote druk op Netanyahu leidde uiteindelijk tot een akkoord dat o.l.v. Amerikaanse president Clinton en m.b.v. de zieke Jordaanse koning Hoessein in oktober 1998 werd gesloten door Arafat en Netanyahu. Het akkoord hield in dat Israël zich uit 13,1 procent van de Westelijke Jordaanoever zou terugtrekken, en Arafat op zijn beurt, beloofde harder op te treden tegen terroristische aanslagen van Hamas. Het Israëlische nederzettingenbeleid was ook nu weer spelbreker en stond bleek de uitvoering van “Wye Plantation” in de weg.


Tweede intifada


Eind 1998 viel Netanyahu’s kabinet en werd Ehud Barak van de Arbeiderspartij premier. Tijdens zijn campagne had Barak beloofd het vredesproces met Syrië en de Palestijnen weer vlot te trekken, en hij deed de concrete toezegging dat onder zijn bewind het Israëlische leger binnen één jaar Libanon verlaten zou hebben. Barak beloofde voorts dat over de teruggave van de Golan aan Syrië en terugtrekking van het Israëlische leger uit Zuid-Libanon een referendum de doorslag zou geven. Er werd ook een “Wye 2” verdrag gesloten dat Israël verplichtte om o.a. 18,1% van bezet land op de Westelijke Jordaanoever in drie fases onder Palestijns gezag zou komen. Israël biedt zelfs de Palestijnse Autoriteit (PA), uitgesmeerd over een periode van 25 jaar 91% aan van het grondgebied dat de Palestijnen opeisen, waaronder delen van Oost-Jeruzalem. Op het laatste moment wees Yasser Arafat van de PA het akkoord af en mislukte de ontmoeting. De Amerikaanse president Bill Clinton legt de schuld van de mislukking geheel bij Arafat. In december 1999 bereikten Israël en Syrië overeenstemming over vredesonderhandelingen en maakten afspraken over teruggave van de Golan in ruil voor vrede. Half april 2000 voltooide Israël de terugtrekking van troepen uit Libanon. Israël ontving in het begin van 2000 de paus ook de Chinese president bezocht het land. 

 

Onder de Palestijnen leefde het gevoel op dat Israël verjaagd en verslagen was. Oppositieleider Ariel Sharon bracht een bezoek aan de Tempelberg in Jeruzalem op 28 september 2000 en een dag later braken onlusten uit die leidden tot de Tweede Intifada, de Al-Aqsa Intifada genoemd. In 2002 begon Israël met de bouw van een barrière, meest hek en voor een tiende muur, langs de grens met de Westoever en Gaza. Op enkele plaatsen wordt de barrière tot diep in Palestijns grondgebied aangelegd. In datzelfde jaar zegde de Amerikaanse president George W. Bush voor de eerste maal directe steun toe bij de vorming van een onafhankelijke Palestijnse staat "die in vrede naast een veilig Israël" moet bestaan. Onder Bush' leiding werd het zogenaamde “Road Map for Peace” uiteengezet, een plan dat tot definitieve vrede moet leiden. In de loop van 2003 en begin 2004 zorgden vele bloedige aanslagen ervoor dat er van alle goede bedoelingen weinig terecht kwam.


Olmert komt voor Sharon


Na 38 jaar bezetting voltooide Israël op 22 augustus 2005 de ontruiming van zijn 22 nederzettingen in de Palestijnse Gazastrook. Vreedzamer dan verwacht verlieten verlieten alle ongeveer 8500 kolonisten het gebied. Doordat de religieuze partijen het hier niet mee eens waren viel de regering van Sharon echter en Sharon richtte zijn eigen politieke partij op, Kadima geheten. In 2006 raakte Sharon in een diepe coma en na een overgangsperiode werd Ehud Olmert de nieuwe premier. 

 

De verkiezingen in de Palestijnse gebieden in 2006 werden gewonnen door de fundamentalistisch-islamistische Hamas. Dit leidde tot een economische en politieke boycot van de Palestijnse Autoriteit door Israël, de VS en de EU die Hamas als een terroristische organisatie aanmerken. Na een aanval (een van de vele) door de Libanese beweging Hezbollah op een Israëlische grenspost waarbij drie Israëlische soldaten werden gedood en twee werden ontvoerd en raketbeschietingen op Israëlische doelen, begon het Israëlische leger met een massale vergeldingsaanval op Hezbollah waarbij ruim 1100 Libanese doden vallen. De gevechten waren enkel met Hezbollah. Het Libanese leger hield zich afzijdig. In Noord-Israël komen 1500 katjoesja-raketten neer; Israël zag echter geen kans deze raketbeschietingen te stoppen. De Israëlisch-Libanese oorlog van 2006 leidde tot grote binnenlandse problemen voor Olmert. Ook in het zuiden van Israël wordt de bevolking geconfronteerd met voortdurende raketbeschietingen, ditmaal vanuit de Gazastrook dat door Hamas wordt gecontroleerd. Olmert ziet zich genoodzaakt af te treden na verdenkingen op corruptie (in december 2015 zou hij voor 1,5 cel veroordeeld worden). Ondertussen voert Israël actie in de Gaza-strook in verband met aanhoudende raketaanvallen op Israëlisch grondgebied, dit leidde tot internationale protesten wegens het gebruik van disproportioneel geweld.


Gaza als oorlogstoneel


Op 10 februari 2009 worden vervroegde verkiezingen gehouden. Omdat bij de verkiezingen geen van de partijen een duidelijke meerderheid haalt vraagt men Benjamin Netanyahu een nieuw kabinet te vormen. Israëlische militairen hielden op 31 mei 2010 een scheepskonvooi met goederen tegen dat vanuit de wateren rondom Cyprus onderweg was naar Gaza met de bedoeling de blokkade van Gaza te breken en er hulpgoederen en medicijnen af te leveren. Hierbij kwamen 9 Turkse activisten om het leven en werden de verhoudingen met Turkije ernstig verstoord. Directe besprekingen met de Palestijnen mislukken in het najaar van 2010 vanwege onenigheid over de nederzettingen problematiek. Ecuador, Brazilië, Argentinië en Uruguay erkenden in december 2010 Palestina als zelfstandige staat. In december 2011 was de staat Palestina erkend door 130 landen. In 2012 VN erkennen Palestina als niet-lidstaat – Nederland onthoudt zich van stemmen. In november 2012 vecht Israël gedurende zeven dagen een confilct uit met HAMAS over de Gaza-strook. 

 

In januari 2013 zijn er parlementsverkiezingen. Netanyahu wordt in maart 2013 leider van een coalitie. In juli 2013 worden de directe onderhandelingen met de Palestijnen hervat en die worden in 2014 voortgezet. In juli 2014 vinden over en weer raketbeschietingen plaats tussen Hamas uit de Gazastrook en Israël en Israël trekt met grondtroepen Gaza binnen (operatie “beschermend schild”). Israël trekt na vier weken strijd z’n grondtroepen terug uit Gaza na 32 tunnels en duizenden raketten te hebben vernietigd. In Augustus gaan luchtaanvallen door – er zijn inmiddels 2000 Palestijnse slachtoffers. Aan het einde van de maand wordt wederom een wapenstilstand gesloten tussen Hamas en Israël. De wederopbouw van Gaza zou 20 jaar gaan duren. In September geeft Netanyahu groen licht voor de bouw van 1000 nieuwe woningen in Oost-Jeruzalem voor Joodse kolonisten. Ook worden Palestijnse huizen gesloopt op de Westelijke Jordaanoever. De EU beraad zich op sancties tegen Israël vanwege deze acties. De hele maand November blijft het onrustig met opstootjes en rellen. In December ontbind het Israëlische parlement zichzelf en worden er weer luchtaanvallen op Gaza en de grensstreek uitgevoerd. Het plan om Israël uiterlijk in 2017 uit alle bezette gebieden te laten vertrekken haalt het niet in een motie van de VN Veiligheidsraad. In 2014 zouden ruim 25.000 Joodse immigranten naar Israël komen. Dat is 32 procent meer dan het jaar ervoor en het hoogste aantal in tien jaar. Voor het eerst komt het merendeel van de immigranten, zo’n zevenduizend mensen, uit Frankrijk. Dit is het land met de grootste joodse én moslimgemeenschap in West-Europa. Op de tweede plaats staan immigranten uit het in burgeroorlog verkerende Oekraïne. Aan het einde van het jaar schiet Israël met raketten uit een helikopter o.a. een hooggeplaatste Iraanse generaal neer in Syrië wat leidt tot vergelding. In Januari 2015 vinden er raketbeschietingen plaats tussen Hezbollah in Zuid-Libanon en het Israëlische leger.



netanyahou is terug


De rechtse “Likud” partij van premier Benjamin Netanyahu wint in Maart 2015 opnieuw de verkiezingen gewonnen. Netanyahu’s beleid dat erop gericht is een tweestatenstelsel (zoals voorgesteld door o.a. Amerikaans president Obama) nooit te accepteren heeft blijkbaar ruime steun in Israël. Ook gaat de bouw van nieuwe nederzettingen in “bezet” gebied door. De recente overeenkomst tussen Iran en zes grote mogendheden over de nucleaire capaciteiten van Iran wordt in de zomer van 2015 als een grote nederlaag voor Israël beschouwd. ''Nog nooit was het zionistische regime (Israël) zo geïsoleerd, zelfs t.o.v. zijn bondgenoten.'' Dit zei de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken in het Iraanse parlement. Israël sloopt in 2016 in een ongekend tempo de huizen, scholen en andere gebouwen op de Westelijke Jordaanoever. Sinds begin januari zijn er al meer gebouwen vernield dan in heel 2015. Zo'n vijfhonderd Palestijnen zijn hierdoor dakloos geworden, de helft van hen is nog kind. In September 2016 overlijdt Shimon Peres op 93 jarige leeftijd en vele internationale politieke kopstukken zijn aanwezig.


actueel:


Januari 2017: vredesconferentie:

Zo'n zeventig landen waren vertegenwoordigd op een vredesconferentie in Parijs om te spreken over een oplossing voor het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Ze pleiten voor een tweestaten-oplossing. Op de conferentie in Frankrijk zijn geen vertegenwoordigers van Israël of Palestina aanwezig. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu noemde de conferentie "rigide" en "nutteloos". Vorige week zijn er geruchten ontstaan over plannen van Trump voor het verhuizen van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem. De Palestijnen verzetten zich tegen het controversiële plan.


Mei 2017: Hamas wijzigt z’n toon:

Hamas zegt niet meer uit te zijn op de vernietiging van Israël. In een nieuw beleidsdocument dat op 1 mei werd gepubliceerd slaat de Palestijnse radicaal-islamitische organisatie een mildere toon aan. Belangrijk is dat Hamas nu de pijlen op het Zionisme richt, de stichting van de staat Israël en de bezetting van Palestijns grondgebied. Deze politieke verzetsstrijd is niet gericht tegen Joden om hun religie. In het verzet tegen de Israëlische staat worden ook geweldloze vormen van verzet goedgekeurd. Maar de gewapende strijd wordt vooralsnog niet afgezworen. En Hamas weigert nog steeds om Israël te erkennen. In het nieuwe document is Hamas wel bereid een Palestijnse staat binnen de grenzen van 1967 (de Westelijke Jordaanoever en Gaza) te steunen. "Dat is dus een twee-statenoplossing. Daarmee is Hamas praktischer dan voorheen."


zie ook: