Reisverhalen - Iran

"Mashad"



De hellerit naar Mashad


Ik zit samen met een Japanse toerist te wachten op de bus van Yazd naar Mashad; chaos, onduidelijkheid en die wordt alleen maar groter naarmate de tijd verstrijkt en de bus op zich laat wachten. Een uur later dan gepland komt deze (gelukkig) aanrijden. Een jongeman van de busmaatschappij helpt mij met het zitnummer van m’n ticket en wandelt helemaal naar achteren. Op de achterbank in het midden is nr 41 zegt hij. Maar ik heb juist deze plek NIET besteld toen ik drie dagen geleden een reservering heb gemaakt. Alle plekken in de bus maar niet met m’n 1.90 tussen vier andere gasten in. Dit is de enige plek die hij nog heeft en wandelt weg. Vier verschrikkelijke stoere jonge knulletjes komen om mij heen zitten en ik baal als een stekker. Telefoons rinkelen, muziek wordt hard aangezet, knieën knarsen tegen elkaar aan en de stoelen van de banken voor ons zitten niet vast en vallen naar achteren. En de rit moet nog beginnen – de rit die zo’n 14 a 15 uur in beslag gaat nemen inclusief slapen! Voor ons zit een hele familie – een hele kromme oude mevrouw die volgens mij blind is en een jonger gezin met vier kinderen. Een zak vogelzaad wordt constant doorgegeven en de vloer ligt binnen enkele minuten bezaaid. Terwijl de bus zo’n 30 km per uur voort sjokt, trucks passeren ons notabene, loopt de chauffeur constant te bellen en staan we ook nog ‘ns om de haverklap stil. Om half tien ’s avonds stoppen we voor een pauze – je zou denken dat zo’n bus stopt bij een restaurant waar mensen een diner kunnen bestellen. Niet in Iran – mensen zetten hun tent op op het beton en de straat, halen kleden uit de auto’s, gaan picknicken en er zijn alleen twee kleine winkeltjes. Ik leg m’n fleece achter m’n hoofd, m’n sarong een beetje over mij heen en zo probeer ik te slapen voor zover dat gaat.


Aankomst bij “Valli”


Het is 900 en 15 uur bussen als we het immense busstation van Mashhad binnen rijden. Ik pak samen met m’n Japanse vriend onze tassen uit het laadruim en wandel naar de terminal om daar spullen van tas naar tas over te hevelen. Zittend op het ijzeren bankje realiseer ik mij dat ik nog steeds niet heb betaald voor de busrit en ook nooit ga betalen – normaliter zou ik mij schuldig voelen, nu eigenlijk niet vanwege het feit dat ze drie dagen niets met m’n reservering hebben gedaan. We houden een taxi aan en rijden naar ons beoogde hostel. Op de bovenkant van een garagedeur staat de naam van het hostel in groen geschreven; iets wat ik tot ik er een meter voor stond niet was opgevallen. We kloppen op de deur, wandelen een aflopend stuk beton af met een groot tapijt erop waar talloze schoenenparen staan en trekken het gordijn opzij; in een oude garagebox staan 6 bedden in een volle ruimte vol met tapijten aan de muur waarop zes gezichten ons aankijken. Het hostel zit eigenlijk vol, zelfs het bed wat buiten staat geposteerd maar we kunnen nog op de veranda slapen. Geen korting want het is hoogseizoen en alle bedden in de stad zijn uitverkocht. Als de zon een stuk minder fel is ga ik zelf even de straat op – ik rammel van de honger en onderweg kom ik twee van de hele groep Japanners tegen die in de bunker slapen. Ik vergezel ze met een ijsje rozenwater wat eigenlijk rijstewater is (“fereni”) en een “shir” met banaan en nootjes (milkshake).


ontbijt op bed


Ik heb vanochtend vroeg de Japanse en Duitse jongen horen vertrekken richting “Turkmenistan” maar ben daarna toch weer weggezakt. ’s Morgens word ik wakker buiten op de veranda en kijk om mij heen – de Taiwanees is z’n bed al uit en verderop ligt een andere Aziatische jongen op de plek van “Vali”. In de tuin beneden ligt de Japanse jongen en ik herinner mij nu een gesprek tussen die twee – ze wilden niet met z’n tweeën naast elkaar in bed liggen. De Chinese jongen ligt op een enkel bed dat daar haaks opstaat. Er heeft dus 5 man en Vali zelf waarschijnlijk ergens buiten in de tuin geslapen en de slaapzaal zat helemaal vol. Er wordt een rol plastic op de tapijten neergelaten op de veranda om daarna drie grote broden er neer te leggen. Er volgt een schoteltje met boter en twee soorten kaas en een beetje jam. Natuurlijk thee maar ook een beetje yoghurt en een glas melk! Tenslotte krijgen we een stukje omelet. Net voordat ik wegga schenkt “Vali” nog een glas herbal thee in voor ons.


Historie - Mashhad

De oorsprong van de stad is onduidelijk, maar de stad begon pas echt te groeien nadat imam Reza, de achtste imam van de twaalver sjiieten er begraven werd. Mashhad betekent letterlijk: “plaats van martelaren”. Zijn graf groeide uit tot bedevaartplaats en trok vele pelgrims. In de eeuwen na de bouw van de stad werd de stad vele malen vernietigd, maar werd steeds weer opgebouwd. Ten tijde van het Ilkanaat, het Mongoolse Rijk in Perzië, groeide de stad uit tot belangrijkste stad van de streek Khorasan. Shah Rukh, de zoon van Timoer Lenk, die deze juist vernietigde, bouwde het mausoleum van Reza verder uit. Hierna werd de stad door soennitische Oezbeken veroverd en gedeeltelijk vernietigd. Met de opkomst van de dynastie van de Safawiden, die het sjiisme de staatsgodsdienst maakten, werd Mashhad pas echt een belangrijke stad. Onder hun leiding werden diverse gebouwen in Mashhad gebouwd. In 1722 werd de stad, net als andere delen van Iran, door Afghanen veroverd. Na verdrijving van de Afghanen bleef de stad onder Iraans bestuur. In 1839 vond het Allahdad incident plaats, gericht tegen de Joodse bevolking van de stad. Sjah Mohammed Reza Pahlavi gaf tijdens een demonstratie van burgers die demonstreerden voor het recht om religieuze kleding te dragen, opdracht op hen te schieten. Honderden burgers kwamen hierbij om en het droeg in grote mate bij aan de onvrede die later leidde tot de Iraanse Revolutie. Een aantal malen is bij wet talloze irreligieuze gebouwen rond de “hamam” gesloopt vanwege uitbreiding. Tijdens de Irak-Iran oorlog in de jaren 80 van de vorige eeuw groeide de stad uit tot de tweede van het land vanwege de ligging die het verst van de toenmalige frontlinie afligt.


imam reza (I) - de kleedhokjes


Ik wandel door de lange “Imam Khomeini” straat en het grote aantal “chadors” en “mullah’s” valt op. Mannen met tullenbanden en vrouwen helemaal ingepakt of grotendeels. Het is nog een behoorlijk stuk lopen en ik kan mij niet herinneren dat er nog iets anders te zien is in de stad naast een bezoek aan het mausoleum. Ik eindig bij een gigantische grote rotonde waar het druk ziet van de mensen en van de kleding – ik probeer uit te zoeken hoe dit in z’n werk gaat. Tussen de bogen in staan kleine hokjes naast elkaar – dit zijn kleedruimtes waar vrouwen gefouilleerd worden zo te zien. Ook zijn er vrouwelijke en mannelijke gebouwtjes waar tassen etc. in bewaard worden. En dan zijn er de echte ingangen – ook mannen en vrouwen gescheiden. Ik word tegengehouden bij de poortjes en direct wordt er gebeld. Ik wist al dat je geen camera mee naar binnen mag nemen maar een telefoon mag wel (en je mag hier ook wat foto’s mee maken) – toch probeer ik het. Een jongeman duikt op die vloeiend Engels spreekt – hij is m’n verplichte maar gratis gids voor vandaag. Bij hem geef ik m’n camera en tas af en baal dat ik geen telefoon bij mij heb. Honderden politieagenten (undercover meestal) lopen hier rond en als ze zien dat je een camera tevoorschijn tovert zijn ze erbij. Ook hangen er tientallen of honderden camera’s en word je door de ramen, en hij wijst op de gebouwen om ons heen, overal in de gaten gehouden. Hij neemt mij mee naar een zaaltje waar wat mensen aan het bidden zijn en ook ik doe m’n schoenen uit. Een oudere man staat op en geeft mij een hand – dit is blijkbaar de echte gids. De man heeft jaren in de Verenigde Staten gewoond en heeft een vreemd Iraans-Amerikaans accent. Hij verteld dat we een beetje moeten opschieten aangezien om twaalf uur het gebed begint en dat we dan niet meer “normaal” over de binnenplaatsen kunnen lopen vanwege de drukte.



imam reza (II) - de binnenplaatsen


Het hele complex bevat zo’n 8 binnenplaatsen en deze zijn om het heiligste der heiligste gebouwd; de plaats waar het lichaam van de achtste “imam” ligt sinds het jaar 828. Je ziet vrouwen lopen met anjers en het schijnt vandaag een feestdag te zijn. Er moeten duizenden mensen binnen zijn en het ziet er naar uit dat ik de enige toerist ben. Terwijl m’n gids doorpraat over de schrijn probeer ik voor zover het gaat om mij heen te kijken. Een woud aan koepels, bogen, blauwe tegels, grote slingers met lampjes eraan, minaretten en veel nieuwe gebouwen op grote pleinen met vele rollen rood tapijt. Die worden straks uitgerold vertelt m’n gids om op te bidden. Jaarlijks komen miljoenen pelgrims hier heen en het is een privilege, zo zegt hij, om ergens in de buurt (dicht bij de imam) begraven te worden. Hier moet je veel een flinke duit geld op tafel leggen. We lopen volgens mij een dezelfde binnenplaats op waarbij ik naar de moskee kan kijken waar ik als niet-moslim niet in mag. Ik vraag hem hoe mensen weten dat ik geen moslim ben waarop een eenduidig antwoord komt; je moet direct zeggen “ik ben moslim”. Verderop een grote gouden (echt puur goud verzekert mijn gids) koepel en ook hier grote groepen moslim pelgrims. Vroeger kon je hier slapen maar na de hoge criminaliteitscijfers zijn ze daarmee gestopt – een van de problemen van de stad is het steeds groeiende cijfer voor bedden – ja daar was ik zelf ook al achter gekomen zeg ik als we het vijfde binnenplaats oplopen onder een jungle aan kerstversiering zo lijkt het.


imam reza (III) - het achtste wereldwonder


Maar waarom is deze imam nou zo belangrijk vraag ik hem; dit is de achtste vertelt hij en de enige die in Iran is begraven. Er waren twaalf imams na Mohammed was overleden begrijp ik uit z’n verhaal terwijl m’n gedachten wegdwalen – “waren de apostelen nu ook met z’n twaalven”? Ongeveer de helft van deze heren is in Irak begraven en de andere helft in Saoedi-Arabië; eentje dus in Iran en daarom is deze plek zo belangrijk – het is dus het “Santiago de Compostela” voor moslims. Vrouwen lopen inderdaad te huilen en ik hoor ook mensen schreeuwen verderop – vreemd om na 12 eeuwen nog om iemand verdriet te hebben. Ik weet dat hij is geëxecuteerd door de oude koning die eerst z’n vriend was maar bedacht was op het feit dat de imam steeds populairder werd bij de bevolking en dat hij daarom een martelaar is geworden. Ik vraag aan m’n gids waarom de bewakers zo opzichtig met een gifgroene “wc borstel” rondlopen – heel eenvoudig zegt hij – mannen mogen geen vrouwen aanraken dus wordt de borstel gebruikt die niemand over het hoofd kan zien. We zijn al bijna aan het eind van de rit gekomen die voor m’n gevoel veel te snel is gegaan – er is geen moment geweest waar we even stil hebben gestaan en ik kon kijken naar al dat moois; het schijnt toch een van de Islamitische wonderen van de wereld te zijn. Ik heb nog een laatste vraag; wie betaalt hem? De man lacht en zegt dat er miljoenen zijn – door de graven, commercie maar vooral door donaties. Vergeet niet zegt hij dat er zo’n 20 miljoen mensen per jaar hier komen alleen voor het graf. Als we langs een bouwput lopen lijkt het erop alsof er volgend jaar weer een binnenplaats bijkomt. Om te slapen vraag ik? Nee dat doen ze hier niet meer vanwege het grote aantal zakkenrollers. Ik bedank de man en haal m’n tas op. Ik twijfel even of ik nog een taxiritje onder het mausoleum door zal maken aangezien dat een aparte ervaring is – maar ik moet denken aan een ritje met de auto onder de “Arena” door in Amsterdam en laat het zitten.


m'n vertrek uit mashad


Het is bijna twaalf uur als stromen met mensen op mij afkomen – tenminste zo lijkt het; tulbanden, kralenkettingen, chador’s, en ze gaan allemaal naar het mausoleum. Ik vlucht een koel winkelcentrum in en bestel een “shir” (milkshake) banaan. Het avondeten bestaat uit “lentelsoep” voor dan “estomboli-poli” en ook (eindelijk) “fesemjun”, de walnoot saus waar ik al weken op zit te azen. De nieuwe jongen heeft geen idee dat mannen hier niet zomaar naar binnen mogen stappen – vrouwen geen probleem maar de vrouw van Vali is erg gelovig en moet elke keer haar cape en alles opdoen. ’s Avonds zeg ik gedag en neem de bus naar het treinstation. Even later sjok ik naar het juiste perron om de trein in te stappen. Direct in de coupe (ik ben wederom als eerste) trek ik m’n schoenen en sokken uit, pak m’n grote klerentas en gooi m’n tas in het laadruimte boven de hal. Even later komt een vriendelijke familie van vader, moeder en zoon binnen. Alleen de jongen spreekt een beetje Engels maar het is voldoende.. We schenken een kop thee in en ik doe m’n koekjes in m’n tas voor morgenochtend. Terwijl de trein vertrekt (20:40) lees ik in sneltreinvaart m’n net nieuwe boek uit. Ik poets m’n tanden, fris mij op, verkleed mij half en vraag de jongen mij even te helpen met het bed uittrekken. Uit de grote tas haal ik een kussen en dekbed en pak de lakens die al klaarlagen. Dan klim ik het bed op en luister in het donker (de familie gaat vroeg op tuk) nog naar wat muziek. Even over elven druk ik m’n oordopjes in m’n oor en ga slapen.



zie Ook: