Geschiedenis (achtergrond) - Iran

"Irak - iran oorlog" (1980 - 1988)


inleiding


Een van de redenen waarom Sadam Hoessein, de toenmalige president van Irak, om Iran binnen te vallen in 1980 was omdat hij bang was dat de revolutionaire ideeën zouden overwaaien naar het in meerderheid sjiitische Irak. Met een overwinning zou Iran gezichtsverlies leiden en zo de kans verkleinen. Daarnaast beweerde Saddam dat de provincie “Khoezistan”, waar veel Arabieren wonen, deel uitmaakte van het 'historische Irak'. Iran bezat een uitermate strategische positie, gelegen op belangrijke handelsroutes en tussen de Sovjet-Unie, Pakistan en het Midden-Oosten. Daarbij had het potentieel om een regionale macht te worden en was daarmee een rivaal van Saddam Hoessein. Door Iran te vernederen of zelfs uit te schakelen of ondergeschikt te maken, zou Irak de regionale hegemonie verwerven. Tenslotte wilde hij volledige controle krijgen over de gedeelde grensrivier Arvandrud (Shatt al-Arab). Dit zou de perfecte tijd zijn om Iran binnen te vallen gezien de relatieve chaos in het land na de Iraanse Revolutie een jaar eerder. Hij wist dat het met deze aanval het Verdrag van Algiers uit 1975 schond, waarin beide landen hun gemeenschappelijke grenzen hadden vastgelegd. Saddam Hoessein verwachtte een snelle overwinning vanwege de chaotische situatie in Iran en het internationale isolement.

 

In Irak had de nationalistische Ba'ath partij een redelijk stabiel regime opgebouwd dat bovendien kon profiteren van de olieopbrengsten. Door de inkomsten die dit genereerde kon Irak op de internationale markt wapens kopen, waardoor het Iraakse leger een van de beste in de regio was. Irak had een fors overwicht aan tanks (2700 vs. 1740). Iran bezat echter meer artillerie en een grotere luchtmacht. Daar stond tegenover dat het land nog in de nasleep van de Iraanse Revolutie van 1979 verkeerde en dus instabiel was. Daarentegen begunstigde de geografie Iran. Het land was groot en werd doorsneden door bergketens, wat een inval, met name met tanks, zeer bemoeilijkte. Een invaller moest zijn troepen over een groot gebied uitsmeren aangezien de doelen op grote afstand van elkaar lagen.



begin van de oorlog


De oorlog begon op 22 september 1980 met een grootschalige luchtaanval op Iran. Direct wreekte zich het feit dat Saddam Hoessein zich in de afmetingen van het land had vergist. Slechts een deel van de luchtmacht kon doordringen tot de verder gelegen vliegvelden, en wisten daar weliswaar de Iraanse luchtmacht en infrastructuur schade toe te brengen, maar geenszins uit te schakelen. Zo konden bijvoorbeeld slechts 3 MiG-23 toestellen Teheran bereiken waar ze slechts wat lichte schade aan vliegtuigen konden toebrengen. De dag erna, 23 september, volgde een grootschalige aanval over een front van 644 km. Zes Iraakse divisies vielen Iran binnen. Eén belegerde Koramsjar, een tweede Abadan, twee anderen vielen de rest van het olierijke Khuzestan aan, en de overige twee vielen in het midden en noorden aan om een Iraanse tegenaanval op Centraal-Irak te voorkomen.

 

Het militaire conflict verliep aanvankelijk gunstig voor Irak, maar al snel hervonden de Iraanse leiders zichzelf en bood de oorlog hun een unieke kans het volk te verenigen tegen één vijand. Terwijl de Iraanse bevolking zeer gemotiveerd was de invallers te bestrijden, ontbrak de motivatie aan de Iraakse kant. Bovendien zouden de troepen volgens de Britse journalist Brogan slecht geleid zijn. Hier kwam een extra teleurstelling voor Saddam Hoessein bij. De Arabieren van Khuzestan kwamen namelijk niet in opstand. De puriteins-sjiitische regering van Iran maakte van de oorlog een heilige oorlog, waarbij de in hun ogen 'tirannieke' soennieten verslagen moesten worden. De Iraanse moellahs grepen terug op de Slag bij Karbala van 680, waarbij Imam Hoessein, de kleinzoon van de profeet Mohammed, door de kalief verslagen werd en als martelaar stierf. Ze wisten de grote Iraanse bevolking te mobiliseren tot een totale oorlog. Hoewel de coördinatie tussen het reguliere leger en de Pasdaran slecht was, wist Iran stand te houden. In de lucht behaalde de Iraanse luchtmacht de hegemonie, en viel diverse doelen in Irak aan. Tussen 22 september en 1 oktober werd Bagdad bijvoorbeeld acht keer gebombardeerd.De oorlogvoering was in vele gevallen wreed. Zo werd door Irak gifgas ingezet, werden loopgraven gegraven en mijnenvelden aangelegd. Tienduizenden Iraanse kinderen stierven als gedwongen martelaar met 'een sleutel voor het paradijs' om hun nek en een band met 'Karbala' op hun hoofd. De Iraakse opmars liep vast en leverde uiteindelijk niet meer op dan de bezetting van 3000 vierkante kilometer aan woestijn, moeras, bergen en de door Iran verlaten stad Koramsjar.


uitputtingsslag


In juli 1982 had Iran Irak teruggedreven naar de oorspronkelijke grenzen, maar nu had Iran zich nieuwe doelen gesteld: de verovering van de heilige sjiitische steden Najaf en Karbala in Zuid-Irak. De Iraniërs vielen het Iraakse Al-Faw schiereiland binnen en dreigden Irak van de zee af te sluiten. De Iraniërs waren echter niet in staat om de Irakezen te verslaan en de oorlog liep uit op een bloedige uitputtingsoorlog. De Irakezen hadden hun toevlucht tot gifgas genomen om de Iraanse opmars tot staan te brengen. En toen de Iraniërs door de moerassen van Zuid-Irak oprukten naar Basra, lieten de Irakezen olie in de moerassen lopen en staken deze aan. Vervolgens werden vijvers onder stroom gezet, zodat de Iraniërs die niet door verbranding gestorven waren geëlektrocuteerd werden.

 

Arabische landen, waaronder Koeweit, steunden Irak omdat ze beducht waren voor een Iraanse dominantie in het Golfgebied. Iran had zich in de wereld buitengewoon onpopulair gemaakt (o.a. door de gijzeling in de Amerikaanse ambassade), terwijl Irak met zijn secularisme voor het Westen het minste van twee kwaden leek. Hier kwam bij dat Khomeini bleef ageren tegen de Arabische koninkrijken en emiraten, en verklaarde dat de monarchie geen islamitische staatsvorm was. Hoewel Khomeini wellicht de Arabische staten hoopte te intimideren gebeurde precies het tegengestelde: de landen zetten hun reserves tegen Irak opzij en steunden dit land. Wapens en vliegtuigen (o.a. Franse Mirages) werden aan Irak geleverd. Aan het eind van de oorlog had Irak dan ook een enorm materieel overwicht. Slechts door pure mankracht kon Iran zich staande houden.



Steden-, tanker- en minderheidsoorlog


Nadat de stellingen zich rond juli 1982 nauwelijks meer verplaatsten, verschoof het strijdtoneel gedeeltelijk en werden door zowel Iran als Irak scud-raketten ingezet in de zogenoemde 'Oorlog van de steden'. Hierbij werden de hoofdsteden Bagdad en Teheran regelmatig bestookt. Ook tientallen kleinere steden, industriële centra en andere burgerdoelen werden zwaar getroffen. Zo veranderde de Iraakse havenstad Basra in 1985 in een verlaten spookstad na langdurige Iraanse bombardementen. Vanaf maart 1985 vonden ook in en rond de Perzische Golf incidenten plaats, in wat de 'tankeroorlog' ging heten. Zo werden Amerikaanse schepen in de Perzische Golf aangevallen, waarbij tientallen Amerikaanse doden vielen. De Amerikanen schoten op hun beurt in 1988 een Iraans lijnvliegtuig neer, waarbij ze achteraf verklaarden dat ze dit voor een militair toestel hadden aangezien (zie Iran Air-vlucht 655). De Koerden, die al lang streden voor een onafhankelijk Koerdistan, kwamen in januari 1985 opnieuw in opstand, en voerden met Iraanse steun een matig succesvolle rebellie tegen het Iraakse leger. Dit reageerde met de al-Anfal-campagne tegen de Koerden. Op 14 maart 1988 begon Iran met steun van het leger van Talabani een offensief aan het noordelijk front, waarbij de volgende dag onder andere de Koerdische stad Halabja in Iraanse/Koerdische handen viel. De Iraakse luchtmacht reageerde met een hevig bombardement, waarbij duizenden burgers door gifgas werden gedood.


einde en gevolgen van de oorlog


Op 20 juli 1988 nam de VN Veiligheidsraad unaniem Resolutie 598 aan waarin werd opgeroepen alle vijandelijkheden te staken. Irak accepteerde de resolutie, maar Iran weigerde met de reden dat op zijn minst Saddam Hoesseins verantwoordelijkheid voor de oorlog moest worden erkend. Later accepteerde Khomeini de wapenstilstand alsnog. Gevangenen werden geruild al zouden de laatste pas in 2003 naar huis gaan. 1,2 miljoen mensen waren op de vlucht geslagen en miljoenen waren hun huis en haard verloren.

 

De dreigende verspreiding van de Islamitische Revolutie die Khomeini voor de oorlog had aangekondigd, was gestopt. Een half miljoen doden en een veelvoud aan gewonden waren gevallen aan beide kanten. De totale oppositie in Iran was ophouden te bestaan. Irak had in de oorlog sterke bondgenootschappen gesloten met de Verenigde Staten en landen in de regio, zoals Jordanië, Egypte en diverse Golfstaten. Door de wapenleveringen was het land nu tot de tanden bewapend. In 1991 brak de eerste Golfoorlog uit, waarbij Irak het aangrenzende oliestaatje Koeweit binnenviel. Tot op de dag van vandaag wordt er veel aandacht besteed aan de oorlog tussen Iran en Irak in het laatste land – veel films, maar ook veel commotie en media-aandacht tijdens de herdenkingsdagen.


zie ook: