GESCHIEDENIS - Filipijnen



vroege geschiedenis


De eerste menselijke bewoning van de Filipijnen dateert van minimaal 50.000 jaar geleden. De oudste fossiele resten van mensen in de Filipijnen werden gevonden in de Tabongrot in Palawan en zijn gedateerd op een leeftijd van zo'n 24.000 jaar. Andere archeologische vondsten wijzen er echter op dat deze Tabonmens al 30- tot 50.000 jaar geleden gebruikmaakte van deze grot. Veel later, vanaf ongeveer 4000 voor Christus, arriveerden andere mensen vanuit de Indonesische eilanden en het vasteland van Azië. De mensen op de Filipijnen leefden lange tijd zeer geïsoleerd en zonder veel contact met de mensen uit andere delen van de regio. Er waren geen koninkrijken of soortgelijke samenlevingsvormen. De mensen leefden daarentegen in kleine gemeenschappen - de zogenaamde barangays - van enkele tientallen families, met aan het hoofd een datu. Slechts op enkele locaties waren de gemeenschappen wat groter. Vanaf de dertiende eeuw was er meer contact met de buitenwereld. Zo werd er in die tijd door de gemeenschappen langs de Filipijnse kusten handel gedreven met Chinese handelaren. Niet veel later kwamen met name de bewoners van de zuidelijk Sulu-eilanden en Mindanao in contact met de islam. In de 15e eeuw was het nieuwe geloof bijna overal op de eilandengroep te vinden. 


als spaanse kolonie


In 1519 vertrok de Portugees Fernão de Magalhães (Magellaan) in opdracht van de Spaanse koning Karel I richting de Molukken via de nog niet ontdekte westelijke route. Na een lange tocht kwam hij op 16 maart 1521 met drie overgebleven schepen aan op het Filipijnse eiland Samar. Op Cebu aangekomen op 7 april 1521 begon Magalhães met de bekering van de lokale inwoners tot het Katholicisme. Tijdens gevechten met de lokale koning Lapu-Lapu op 27 april 1521 werd Magalhães echter gedood . Na vier andere expedities waarbij “Nieuw Spanje” de naam van de kroonprins kreeg zou “Legazpi” in 1565 de eerste Spaanse nederzetting realiseren op Cebu (eiland) die in eerste instantie San Miguel werd genoemd. Deze nederzetting werd later Cebu City dat tot 1571 de hoofdstad zou blijven. Een jaar later was bijna de gehele Filipijnen door de Spanjaarden onderworpen. De Filipijnen zouden echter voor de Spanjaarden bij lange na niet zo lucratief blijken te zijn als de Spaanse kolonies in Amerika. De economie van het land werd tot aan het begin van de 19e eeuw nauwelijks ontwikkeld.

 

In de 18e eeuw werd “Nieuw Spanje” getest door de Chinezen en diverse kleine aanvallen door de Hollanders en door de “Moro’s”(moslims) uit het zuiden. De echte bedreiging zou een eeuw later ernstige vormen aannemen in de vorm van lokaal verzet tegen de Spaanse overheersing. In 1896 brak de Filipijnse Revolutie uit met aanvallen op Spaanse garnizoenen in het hele land. Rizal werd door de Spanjaarden vermoord en zou de martelaar worden die de lokalen nodig hadden. Aquinaldo zou als nieuwe leider van het verzet een pact sluiten met de Spanjaarden die geen stand hield.

 

In 1898 raakte Spanje in oorlog met de Verenigde Staten. O.l.v. een inmiddels teruggekeerde Aqguinaldo lukte het de Filipino's om samen met een vloot van de Amerikanen, onder leiding van George Dewey, Manilla ook in handen te krijgen. Op 12 juni 1898 werd de Filipijnse onafhankelijkheid uitgeroepen in Cavite. De Verenigde Staten alsmede Spanje waren echter niet van plan de Filipijnse onafhankelijkheid te erkennen. Tijdens vredesonderhandelingen in Parijs werd de Filipijnen aan de VS verkocht door Spanje (samen met Guam en Puerto Rico – 20 miljoen dollar) waardoor er een einde kwam aan de meer dan driehonderd jaar durende Spaanse overheersing van de Filipijnen.



de amerikaanse invloed en ww2


Een belangrijke reden dat de Amerikanen de Filipino's geen onafhankelijkheid wilden gunnen, lag in het feit dat de Amerikanen hun grote belangen in de handel wilden veiligstellen voor andere kapers op de kust zoals Nederland, Engeland, België en Japan. Een incident op 4 februari 1899, toen een Amerikaanse soldaat een Filipijnse soldaat doodschoot, was het startpunt van de Filipijns-Amerikaanse oorlog. In deze bloedige oorlog kwamen meer dan 200.000 Filipijnen om het leven. In maart 1901 werd “Aguinaldo” door de Amerikanen gevangengenomen. Kort daarop werd de oorlog door Amerikaans president “Roosevelt” officieel beëindigd verklaard, maar gevechten zouden doorgaan tot 1913. Ondertussen waren de Amerikanen ook begonnen met het verbeteren van de infrastructuur het irrigatiesysteem en de gezondheidszorg. Het noorden van Luzon werd verder geconfirmeerd voor het Christendom. Tegelijkertijd werd het Spaans vervangen door het Engels. De Spaans-Filipijnse elite (ook wel Mestizo's genoemd) werden in belangrijke posities benoemd. Vanuit deze groep werd druk uitgeoefend op de Amerikanen om de Filipijnen onafhankelijk te maken. Pas in 1913, met Woodrow Wilson als president van de Verenigde Staten, werd een verandering in het Amerikaanse beleid ten opzichte van de Filipijnen ingezet, wat uiteindelijk in 1934 resulteerde in een wet die de Filipijnse onafhankelijkheid in 1944 garandeerde. De Filipijnen kregen een Gemenebest-status, waarbij slechts op de terreinen van buitenlandse zaken en defensie de VS het beleid nog bepaalde. 

 

Maar WWII gooide roet in het eten; in december 1941 landden de Japanners op de kusten van Mindanao en Luzon. Na vijf maanden strijd capituleerden de Amerikanen o.l.v. Generaal Macarthur op  6 mei 1942 en kwamen de Japanners aan de macht. Duizenden krijsgevangenen begonnen hun dodenmars naar kampen in het noorden. De nieuwe machthebbers installeerden direct een nieuwe regering met president José Laurel aan het hoofd. Alle politieke partijen werden verbannen op de “Kalibapi” na. De leden van de Tweede Filipijnse Republiek was een marionettenregring want niets gebeurde zonder Japanse goedkeuring. 

 

De regering en president van het Gemenebest van de Filipijnen ging in ballingschap naar de Verenigde Staten. Diverse bekende Filipijnse politici echter collaboreerden met de Japanners. Onder hen bijvoorbeeld Benigno Aquino sr. en de inmiddels bejaarde Aguinaldo. Er was echter ook verzet tegen de Japanners, bijvoorbeeld vanuit de Hukbalahap-beweging (ook wel kortweg Huks genoemd). Dit was de militante tak van de communistische partij (CCP). Op 20 oktober 1944 landden de Amerikanen op Leyte, waarna de Japanners met behulp van de verzetsstrijders werden verslagen. De herovering van Manilla in februari 1945 ging gepaard met grote verwoestingen.




de filipijnse republiek


Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog, op 4 juli 1946, werden de Filipijnen onafhankelijk. Door de oorlog was een groot deel van Manilla verwoest en de economie van het land was er slecht aan toe. De Verenigde Staten boden hulp bij het opbouwen van het land, maar die hulp kwam tegen hoge kosten. Zo mochten de Verenigde Staten nog acht jaar lang vrij handelen met de Filipijnen. Ook kreeg de voormalig kolonisator het recht om 99 jaar lang enkele zeer grote militaire bases in het land te handhaven. Op het grondgebied van deze bases, zoals Clark Air Base en Subic Bay Naval Base lag de zeggenschap bovendien bij de VS. Toen Roxas in 1948 door een hartaanval plotseling overleed werd hij opgevolgd door vicepresident Elpidio Quirino. Zijn termijn werd gekenmerkt door een voortzetting van de wederopbouw van het land en economische vooruitgang. De bestaande sociale problemen in het land werden echter niet aangepakt. Bovendien werd zijn regering net als die van zijn voorganger Roxas geplaagd door grootschalige corruptiepraktijken. De communistische Hukbalahap die ooit was begonnen als verzetsbeweging tegen de Japanners groeide hij in die tijd uit tot een serieuze bedreiging.

 

In 1950 werd Ramon Magsaysay minister van Defensie. Hij startte een succesvolle campagne tegen de Huks en hem lukte het uiteindelijk om de top van de Huks beweging gevangen te nemen. Daarnaast was hij de motor achter diverse sociale hervormingen in het land. In 1957 brak president Garcia’s beleid duidelijk met dat van voorganger Magsaysay. In zijn regeerperiode werd de lengte van het contract voor de Amerikaanse militaire bases verkort van 99 naar 25 jaar. Hij werd ook bekend door zijn “Filipino First”-beleid. Maar het bleef vaak bij mooie beloften en er veranderde weinig aan de armoede bij een groot deel van de bevolking.


"marcos" en de "edsa" revolutie


Bij de verkiezingen van 1965 werd de jonge en ambitieuze politicus Ferdinand Marcos gekozen als opvolger van president “Macapagal”. Hij wilde van de Filipijnen een machtige moderne staat maken die niet meer afhankelijk zou zijn van buitenlandse inbreng. In zijn eerste termijn ging hij voortvarend van start al werd de heersende armoede niet aangepakt. In 1968 werd een nieuwe communistische partij opgericht (de CPP) en de gewapende tak daarvan, de New People's Army (NPA  kon op veel steun rekenen van boeren in het land. In het islamitische zuiden werd het Moro National Liberation Front (MNLF) opgericht. In 1969 werd Marcos herkozen als president al zouden de verkiezingen vals zijn. Als voorwendsel een dreigende staatsgreep door de communisten werd in 1972 de staat van beleg uitgeroepen door Marcos. Hij stuurde het parlement naar huis ging en zijn regering kreeg dictatoriale trekken. De persvrijheid werd opgeheven, politieke tegenstanders, waaronder senator Benigno 'Ninoy' Aquino, werden gearresteerd. Vele tienduizenden mensen verdwenen, werden opgesloten of vermoord. In 1980 werd Ninoy Aquino vrijgelaten, om hem de mogelijkheid te bieden in de Verenigde Staten een hartoperatie te ondergaan. Ondertussen waren er steeds meer aanwijzingen dat Ferdinand en zijn vrouw Imelda hun machtspositie misbruikten door zichzelf en hun naaste vertrouwelingen te verrijken. De economie draaide ondertussen steeds slechter en de populariteit van Marcos daalde eveneens.

 

In augustus 1983 keerde de inmiddels herstelde Aquino weer terug in de Filipijnen. Hij werd echter direct bij aankomst op het vliegveld vermoord. De moord op de populaire Aquino bleek een keerpunt in de politieke situatie van het land. Er kwam steeds meer openlijk verzet en eind 1985 kondigde Marcos onder druk van met name de Verenigde Staten aan dat er in februari 1986 tussentijdse presidentsverkiezingen zouden worden georganiseerd. Hij moest het daarin opnemen tegen Corazon Aquino, de weduwe van Ninoy. Nadat Marcos, volgens velen onterecht, tot winnaar werd uitgeroepen leidde een geweldloze volksopstand voorafgegaan door de afvalligheid van een deel van het Filipijnse leger tot zijn val. Het stel “Marcos” werd geëvacueerd door Amerikaanse helikopters waarna hen politiek asiel op Hawaii werd aangeboden. Marcos stierf hier uiteindelijk in 1989. De opstand door een deel van het leger gesteund door honderdduizenden burgers werd bekend onder de namen “People Power Revolution” en “EDSA”-revolutie. Corazon Aquino werd ingezworen als de nieuwe president.


tot het nieuwe millenium


Na de machtswisseling ging Aquino voortvarend van start al waren de problemen enorm. In februari 1987 werd een nieuwe, tevens de huidige, Filipijnse Grondwet aangenomen. Een nieuwe senaat en een nieuw huis van afgevaardigden werd gekozen, veel politieke gevangen werden vrijgelaten, veel ambtenaren uit de Marcos tijd werden vervangen en de rechten van arbeiders werden serieus genomen. Maar de staatsschuld was enorm, er was sprake van grootschalige corruptie binnen de overheid en werden de communistische en islamitische afscheidingsbewegingen steeds sterker. Ook kreeg Aquino al vrij kort na haar aantreden te maken met onderlinge verdeeldheid binnen haar kabinet en werden er gedurende haar termijn diverse couppogingen gepleegd. De resultaten van landhervormingsprogramma's bleven echter uit, en ook economisch ging het slecht. Aquino trad hard op tegen demonstraties en verzet. Toen in 1991 de tijd was aangebroken om te onderhandelen met de Amerikanen over verlenging van de Amerikaanse militaire aanwezigheid probeerde ze toch om de verlenging erdoor te krijgen. het voorstel kon echter op onvoldoende steun rekenen in de senaat. De belangrijke luchtmachtsbasis Clark Air Base werd vroegtijdig ontruimd door de uitbarsting van de vulkaan Pinatubo in 1991, De marine basis Subic Bay werd tenslotte in 1992 verlaten waardoor de staat zo’n 100 miljoen dollar per jaar zou mislopen aan inkomsten. Naarmate de economie slechter werd nam de bevolking toe wat de problemen alleen maar groter maakte.  

 

Bij de volgende verkiezingen won Ramos de verkiezingen tot president. Ook hij begon zijn ambtstermijn met beloften om de Filipijnen moderner en economisch sterker te maken en lanceerde daartoe het Filipijnen 2000 plan. Dit plan geresulteerde in een gestage economische groei, dalende corruptie en verbeteringen van de infrastructuur. De economische groei kwam echter zoals zo vaak in de geschiedenis niet ten goede aan het arme deel van de bevolking. Op het gebied van het bestrijden van de verzetsbewegingen boekte Ramos wisselend succes. in 1996 werd een vredesakkoord gesloten tussen de Filipijnse regering en het MNLF. Het meer radicalere Moro Islamic Liberation Front (MILF) zette de strijd echter voort. Ook met de communistische NPA kon Ramos geen akkoord bereiken. De verkiezingen in 1998 werden gewonnen door de populaire acteur Joseph Estrada die door gokschandalen en een tweede bloedeloze “EDSA” Revolutie afgezet kon worden in 2001. 


"arroyo"


Abu Sayyaf deed weer van zich spreken door het ontvoeren van twintig burgers, onder wie drie Amerikanen. De Verenigde Staten mocht troepen sturen naar de Filipijnen vanwege de veronderstelde banden van de moslimextremistische Abu Sayyaf met het terreurnetwerk al-Qaida. Medio 2002 werd Abu Sayyaf-leider Aldam Tilao gedood. De schermutselingen tussen de Filipijnse strijdkrachten en het New People's Army (NPA) van de verboden Communist Party of the Philippines (CPP) werden in de loop van 2002 talrijker en in augustus kondigde president Arroyo een totale oorlog af tegen het NPA. Nederland werd indirect bij het conflict betrokken omdat partijleider Sison als politiek vluchteling in Nederland verbleef. Ook in 2003 lukte het Arroyo niet om de sociale en economische problemen op te lossen. Het bleef erg onrustig op de Filipijnen, met name in het door de burgeroorlog geteisterde zuiden van het land dat ook dat jaar verergerde. 

 

In mei 2004 werd Macapagal-Arroyo herkozen tot presidente van de Filipijnen al krijgt zij herhaaldelijk te maken met corruptieschandalen en in de periode 2004-2008 blijft het onrustig. Bij de parlementsverkiezingen van 2007 vallen 120 doden bij verkiezingsgeweld. In juni 2009 heeft het leger een grote MILF basis ingenomen op Mindanao. Op 1 augustus 2009 overlijdt oud presidente Aquino. In februari en maart 2010 zijn er gevechten tussen het leger en rebellen van Abu Sayyaf. 


heden


In juni 2010 wordt Beningno Qquino III tot president gekozen. Op 8 november 2013 werden de Filippijnen geteisterd door de zwaarste tyfoon die wereldwijd ooit, land bereikte. Haiyan bereikte windsnelheden van meer dan 300 km per uur en richtte immense schade aan, met name Tacloban, de hoofdstad van het eiland Leyte, werd zeer zwaar getroffen. In Tacloban alleen al vielen meer dan 6600 doden. Ongeveer 12 miljoen mensen werden getroffen door Haiyan, en ca. 1 miljoen mensen hebben hun huis moeten verlaten. In Maart 2014 worden De hoogste communistische leiders opgepakt. De communistische leiders zouden hun volgelingen hebben bevolen meer aanvallen te plegen. Ook zou het duo vredesonderhandelingen blokkeren. De strijd tussen de communisten en het leger heeft de afgelopen tientallen jaren het leven gekost aan circa 40.000 mensen. In dezelfde maand sluit de regering een vredesverdrag gesloten met de grootste islamitische rebellengroep van het land. De guerilla's van de FMLI geven hun strijd voor een onafhankelijke staat op in ruil voor meer autonomie van hun regio in het zuiden van de archipel. Het conflict, dat al decennia voortsleept, is er nog niet definitief mee opgelost. Kleinere rebellenbewegingen hebben namelijk niet aan de gesprekken meegedaan. De grote meerderheid van de Filipijnse bevolking is rooms-katholiek. Zo'n 5 procent is moslim.

 

 

Paus Franciscus heeft zijn reis door Azië in het begin van 2015 afgesloten met een massamis in een park in de Filipijnse hoofdstad Manilla. Volgens de autoriteiten in Manilla woonden zeker drie miljoen mensen de dienst in de stromende regen bij, die bij elkaar ongeveer twee uur duurde. Door het wegblijven van veel mensen, werd de mis niet de grootste katholieke mis ooit. Dat bleef de bijeenkomst met paus Johannus Paulus II, die twintig jaar geleden vijf miljoen mensen op de Filipijnen op de been bracht. Op 30 juni 2016 treedt president Rodrigo Duterte aan, die bekend staat als crimefighter tegen drugs. Hij staat bekend om zijn harde aanpak, hij roept op drugdealers te vermoorden. In september noemt hij President Obama een hoerenzoon, Obama zegt om die reden een afspraak met Duterte af. In 2016 en 2017 wordt de strijd tegen Islamitische Staat intenser, het eiland Mindanao wordt gedeeltelijk bezet en met behulp van Amerikaanse commando's gezuiverd. De relatie van president Duterte met Donald Trump is veel beter dan met zijn voorganger Obama. In de jaren 2019 en 2020 zijn er spanningen met China over territoriale wateren. In de zomer van 2020 heeft Duerte een omstreden antiterrorismewet ondertekend zodat mensen sneller worden gearresteerd en vastgehouden. De volgende verkiezingen staan gepland in mei 2022.


zie ook: