BEZIENSWAARDIGHEDEN - China

"peking"



inleiding


Peking of Beijing (noordelijke hoofdstad) is de hoofdstad van China en de een-na-grootste stad van de Volksrepubliek. Deze wereldstad wordt vooral gezien als het belangrijkste centrum voor bestuur, onderwijs en cultuur en is tevens een belangrijke transporthub voor noord- en noordwest China. De stad is een mengelmoes van mensen, culturen, achtergronden maar ook van oud en nieuw. Je kunt een kijkje nemen in de Verboden Stad, in de oude steegjes “hutongs” en zwijmelen in het zomerpaleis maar ook Mao’s mausoleum, het “Tiananmen” plein bezoeken of winkelen en uitgaan in een Peking’s moderne gedeelten. Daar waar Shanghai en Guangzhou een bruisend economisch leven kennen is Peking juist een stad van stijl en gratie en natuurlijk het thuis van de Chinese Communistische Partij. Peking heeft ook talloze musea, tempels en parken waar je dagen in kunt verblijven. Tenslotte is een bezoek aan de Grote Muur vanuit de hoofdstad een absolute must ook al is het verschrikkelijk populair en druk.


highlights


“Tiananmen” plein:

Het plein van de Hemelse vrede is met z’n 880 bij 500 meter het grootste plein ter wereld. Gebouwd in 1949 in opdracht van Mao waarbij een deel van het oude stadshart het moest ontgelden; er moest een plein komen waar miljoenen massa’s de communistische leider konden aanschouwen. Mao’s toeristenval wordt het weleens genoemd maar het plein is en blijft het symbolische hart van het Chinese universum waar heel wat bijzondere voorvallen zich afspeelde in het verleden. Bij zonopkomst en zonsondergang wordt er een vlaggenceremonie uitgevoerd. Het plein herbergt een keur aan belangrijke gebouwen:  

 

Poort van de Hemelse vrede:

Tiananmen (Poort van de Hemelse Vrede), dat nu het staatssymbool van de Volksrepubliek is, dateert uit 1417 en heette toen de Poort van het Keizerrijk. De poort gaf toegang tot de erachter gelegen Keizerlijke Stad, waarbinnen de Verboden Stad gelegen was met het vroegere keizerlijk paleis. Alleen de keizer kon deze poort gebruiken. De poort was van hout en brandde tot twee keer toe af. Hier proclameerde Mao Zedong op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China. Je kunt de poort beklimmen en genieten van het prachtige uitzicht. Op de voorkant, boven de poortdoorgang, hangt het portret van voorzitter Mao. Het werd op 7 juli 1949 aangebracht om de overwinning te vieren in de 2e Chinees-Japanse Oorlog. Elk jaar op 1 oktober wordt het vernieuwd, vanwege de smog en af en toe wordt het portret beklad omwille van de symboolwaarde. Er zijn talloze replica’s.  

 

Mausoleum en obelisk

In het midden van het plein, waar ooit de Keizerlijke poort stond, staat nu het  mausoleum waar Mao Zedong sinds 1976 opgebaard ligt. Bezoekers staan op het plein in een lange rij die langzaam vooruit schuifelt. Eenmaal binnen schuifelt de rij voorbij de kist, stilstaan mag niet. Veel Chinezen willen het mausoleum ten minste eenmaal in hun leven bezoeken. Tegenover het mausoleum staat een granieten obelisk, 37 meter hoog, wat het Monument voor de Volkshelden is. Het werd op 1 mei 1958 opgedragen aan de soldaten die sneuvelden tijdens de Revolutie. Onderlangs wordt de geschiedenis van de Chinese Revolutie afgebeeld van de eerste Opiumoorlog (1839-1842) tot de oprichting van de Volksrepubliek.  

 

Grote Hal van het Volk

Aan de westkant van het plein staat de Renmindahuitang, de Grote Hal van het Volk oftewel het parlementsgebouw. Het gebouw is 310 meter breed en heeft over bijna de gehele lengte zuilen. In deze Hal bevindt zich het Chinese parlement en de departementen. Er kunnen vergaderingen worden gehouden met 10.000 deelnemers. Indien deze er niet is kan het gebouw bezichtigd worden.


De Verboden Stad:

Om wat wij nu de Verboden Stad noemen lag de Keizerlijke Stad. Ook deze was verboden gebied voor buitenstaanders. In de Keizerlijke Stad bevonden zich onder meer de bakkerij, het naaiatelier, de wapenzaal, de stallen en een drukkerij. Op die manier waren de keizer en zijn gevolg geheel zelfvoorzienend. Het Purperen Verboden Stad-complex is 750 bij 960 meter groot, bestaat uit 800 gebouwen en werd voltooid onder de Yongle-keizer, in 1422. Vanuit hier zouden 24 Chinese keizers van de Ming- en de Qing-dynastie hun rijk bestuurden. De meeste gebouwen stammen nu uit de 18e eeuw. Om het complex liggen een brede, diepe gracht en een muur van tien meter hoog. De stad was verdeeld in het Binnenhof, waar de keizer woonde, en het Buitenhof, waar de hofhouding woonde. Deze bestond onder andere uit de concubines, de paleiswachten en de eunuchen. Alles bij elkaar woonden er enkele duizenden mensen in de Verboden Stad. Hedendaagse bezoekers komen door de zuidelijke en noordelijke poort binnen. Bij de zuidelijke ingang aan de kant van het Plein van de Hemelse Vrede inspecteerde de keizer de troepen als ze slag gingen leveren en verwelkomde hij ze bij terugkomst in geval van een overwinning. De eerste binnenplaats is vlak en wordt doorsneden door de Gouden Waterstroom.

 

Er liggen vijf bruggen over, de middelste was alleen voor de keizer. Via een poortgebouw komt men op een tweede binnenplaats, ook omgeven door diverse paviljoens. Hier staat het 'Paviljoen van het Gebed voor een goede Oogst'. Hier kwam de keizer na de winter om te bidden, nadat hij drie dagen had gevast. De grootse gebouwen en pleinen werden aangelegd om bezoekers te imponeren. Opvallend is de symmetrie en de harmonie in bouwstijl en aanleg. In het zuidelijke gedeelte werden keizerlijke ceremonies gehouden en examens voor mandarijnen afgenomen. In 1914 werd een oudheidkundig museum in het Buitenhof ingericht, en in 1925 werd het Paleismuseum geopend. Sinds de oprichting van de Volksrepubliek in 1949 zijn veel gebouwen in de Verboden Stad gerestaureerd. Er wordt geprobeerd kunstschatten terug te krijgen en in de paviljoenen tentoonstellingen in te richten. In 1961 werd het Keizerlijk Paleis door de Chinese Staat tot monument verklaard. In 1987 werd het bij de Unesco ingeschreven als 'World Heritage'.


Andere bezienswaardigheden in centrum Peking:

Jingshan Park:

Iets ten noorden van de Verboden stad en achter de Keizerlijke tuin ligt het “Jingshan” Park. Dit heuvelpark, ook wel kolenheuvel genoemd vanwege het feit dat er een kolenvoorraad onder bewaard werd, werd aangelegd van het zand afkomstig uit de paleisgrachten. De heuvel zou de boze geesten van de paleisgronden houden. Het was in dit park dat de laatste Ming-keizer Chongzhen zichzelf ophing aan een boom. Van de top heb je een adembenemend panorama over de Verboden stad en Peking.  

 

Beihai Park:

Dit park was de originele plaats waar Mongools leider “Kublai Khan” z’n paleis stond waar helaas niets meer van over is. Het park herbergt nu talloze dagobá’s, tempels en bestaat grotendeels uit een meer. Midden in het meer ligt het “Jade” eiland met daarop de monumentale Tempel van de Eeuwige Vrede en de Witte dagoba met z’n markante tempel.  

 

Lama tempel:

De Lamatempel, ook bekend als de 'Yonghetempel', is een prachtige tempel en tevens klooster van de Gelugschool van het Tibetaanse Boeddhisme in het noordoosten van de stad Beijing. Het is een van de grootste meest perfect bewaard gebleven en meest belangrijke Tibetaanse Boeddhistische kloosters ter wereld. Het gebouw en de kunstwerken van de tempel is een combinatie van Han-Chinese en Tibetaanse stijlen. Deze zou dienen als woonruimte voor de toenmalige keizer Yongzheng.  

 

Hutongs:

Hutongs wat letterlijk steegjes betekent, zijn opgebouwd uit siheyuans  Een siheyuan is een gebouwencomplex van vier gebouwen (woningen met meerdere gezinnen, werkplaatsen en winkeltjes) rond een centraal pleintje, omgeven door een muur. Vroeger waren ze talrijk, maar de siheyuans en hutongs verdwijnen in een hoog tempo. De vrijgekomen grond wordt volgebouwd met hoogbouw. Met het oog op de Olympische Zomerspelen van 2008 worden deze oude en gezichtsbepalende buurten afgebroken of verborgen achter muren, de regering vindt de hutongs een schande voor Peking. Er blijven er wel enkele hutongs over om te dienen als openluchtmuseum. Zo wordt bijvoorbeeld de hutong in Nanchizi gespaard. Toeristen worden met een riksja langs de overgebleven hutongs gevoerd. 

 

Andere bezienswaardigheden kunnen zijn de “Confucius” tempel, “Ditan” park, St. Jozef kerk, de trommel- en beltoren, de “Zhihua” tempel, de “Dongyue” tempel, de “koestraat” moskee en talloze musea.


Zomerpaleis:

Het Zomerpaleis of Yiheyuan is een van Peking’s meest bezochte sites en neemt zeker een halve dag in beslag om het behoorlijk op je te laten inwerken. Het complex van 70.000 m² is aangelegd in een uitgestrekt domein rond een groot, kunstmatig meer, het Kunming-meer. Dit meer is een replica van het West Lake bij Hangzhou en bestaat uit allerlei rijk versierde en goed bewaarde paviljoenen, gaanderijen, woningen en tempels. Het was dit buitenverblijf waar de Keizers en hun gevolg resideerde tijdens de hete zomermaanden en de Verboden Stad op een oven begon te lijken. Deze plek was van oudsher een buitenverblijf van enkele dynastieën keizers, maar de huidige gebouwen dateren uit de tijd van Cixi, de keizerin-weduwe. Zij liet aan het eind van de 19de eeuw het hele complex uitbouwen, en verbleef hier grotendeels zelf tijdens de laatste jaren van het keizerrijk. Sinds de revolutie is het een groot openbaar park. Belangrijke sites in het complex zijn de marmeren boot, de lange corridor en de tempel van een zee van wijsheid. Sinds 1998 hoort het paleis bij het Werelderfgoed van UNESCO. Het complex ligt 12 km ten noordwesten van de Verboden Stad.


De Chinese Muur (Badaling):

Een van werelds grootste bouwwerken is de Chinese muur of Grote Muur met z’n 6000 kilometer lengte. Het eerste stuk muur dat geassocieerd wordt met de Grote Muur dateert waarschijnlijk uit de 7e eeuw v.Chr. Rivaliserende stammen besloten een defensieve barrière veelal bestaande uit aangestampte aarde en leem. Qin Shi Huangdi (ook verantwoordelijk voor o.a. het terracotta leger) veroverde uiteindelijk alle concurrerende staten en verenigde in 221 v.Chr. China onder zijn bewind. Deze keizer besloot tot het verenigen en versterken van de muren aan de noordgrens bevreesd voor de aanvallen van nomadische stammen. De Han-heersers breidden de Grote Muur nog verder uit tijdens hun opvolgende vier eeuwen bestuur, maar in de eeuwen daarna raakte het verdedigingscomplex in verval. Deze situatie veranderde toen de Mongolen in 1368 werden verdreven door de autochtone Ming-dynastie. Na jaren van offensief werd er besloten een verbeterde Muur te bouwen om de nomaden buiten de deur te houden. Er werd een doorlopende verdedigingslinie van zo'n 6300 kilometer opgetrokken van de Hexi-corridor in Gansu tot aan de Golf van Bohai en de rivier Yalu aan de grens met Korea. Vanuit ruim 1000 forten en uitkijktorens werd de wacht gehouden. De wachtposten stonden onderling in contact met behulp van rooksignalen. Gemiddeld was de Grote Muur anderhalve meter breed en vijf meter hoog. De Muur kreeg tientallen poorten, die gebruikt werden voor de strak geregelde handel met de steppenvolken. De poort aan de westzijde, bij Jiayuguan, zou veel gebruikt door reizigers op de Zijderoute. Begin 17e eeuw werd de Ming dynastie geteisterd door de Mantsjoes en binnenlandse onrust. Verschillende Ming-generaals liepen over naar de Mantsjoes en openden de Grote Muur bij Shanhaiguan. De Mantsjoes veroverden heel China en stichtten de Qing-dynastie, de laatste keizerlijke dynastie van China. Onder hun bewind werden de Chinese grenzen in het noorden en westen sterk uitgebreid en verloor de Grote Muur zijn militaire functie. 

 

De Muur is op veel plaatsen zwaar beschadigd of zelfs afgebroken. De stenen zijn vaak voor andere doelen gebruikt of de muur is door erosie of oorlogsgeweld beschadigd. Op verschillende punten is de Muur gerenoveerd in z’n oude glorie en kun je deze bezoeken. Nabij Beiing is “Badaling” waarschijnlijk het meest populaire stuk Muur van 6 meter hoogte met prachtige gerenoveerde wachttorens over een aantal heuvels heen. Je kunt op eigen gelegenheid naar dit deel van de Muur dat op 70 km ten noordwesten van Peking ligt of met een tour. De Chinese Muur is in 1987 opgenomen door de UNESCO op de werelderfgoedlijst. In 2007 werd de Chinese Muur tot een van de zeven nieuwe wereldwonderen gekozen.


"Ming" tombes:

Aan de voet van de Berg van de “Hemelse Lange Leven” liggen 13 keizers van de “Ming” dynastie begraven. Van de graftomben, gebouwd tussen het jaar 1409 en 1644, zijn er maar 3 voor het publiek geopend. Een van die drie, die van keizer “Winli”, is helemaal voor toeristen ingericht. Via een 7 km lange weg van de “Geest” kom je uit bij de tombes wat eigenlijk ondergrondse redelijk kale gewelven zijn. De eerste 750 meter  van de weg, die van de stenen beelden, wordt bewaakt door twee rijen fascinerende stenen dieren en menselijke dienaren van de Keizers. Vaak wordt een tour naar de Muur vergezeld met een tour langs de “Ming” tombes.



geschiedenis


In het 1e millennium v.Chr. waren er menselijke vestigingen rond wat wij nu Peking noemen. Nabij de huidige hoofdstad werd de provinciale hoofdstad “Ji” gesticht, wat wel als begin van Peking wordt genoemd. Deze werd in de 6e eeuw verlaten en zelfs tegenwoordig is de exacte locatie onbekend. In 936 tijdens de late “Jin” dynastie werd een tweede hoofdstad gesticht “Zhongdu” op de plek van het huidige Peking. Mongoolse troepen o.l.v. Djenghis Khan brandden deze stad helemaal af in 1215 en herbouwden op deze plek hun "grote hoofdstad", Dadu, strategisch aan het begin van de Noordelijke Chinese vlakten. Het zou de hoofdstad worden van het tot dan toe grootste rijk ter wereld met Kublai Khan als leider. In 1368 werden de Mongolen verdreven door de “Ming” dynastie. Zij zouden de stad “Beiping” noemen wat “noordelijke vrede” betekent. Het zou een van werelds grootste steden worden gedetailleerd omschreven door Marco Polo tijdens z’n reizen. In 1403 verplaatste de derde Ming-keizer Yongle de hoofdstad van Nanking naar Peking. De stadsmuur uit het Ming-tijdperk liep op de plaats wat nu de tweede ringweg is. De Verboden Stad werd gebouwd gevolgd door de Hemeltempel en verscheidene andere bouwwerken.  

 

Nadat de Mantsjoes de Ming-dynastie omver geworpen hadden en hun eigen Qing-dynastie stichtten, bleef Peking de hoofdstad van het Keizerrijk China. Na de revolutie in 1911, gericht om het feodale keizerrijk om te vormen tot een republiek, zou oorspronkelijk de hoofdstad worden verplaatst naar Nanking. Nadat de laatste Qing-keizer “Pu Yi” tot aftreden was gedwongen accepteerden de revolutionairen in Nanking dat de hoofdstad Peking zou blijven. Na het succes van de Noordelijke expeditie door de nationalistische beweging “de Kuomintang”, waarbij de noordelijke krijgsheren werden gepacificeerd werd Nanking in 1928 officieel de hoofdstad van de Republiek China. Tijdens de 2e Chinees-Japanse oorlog, viel de stad in Japanse handen op 29 juli 1937. Tijdens de bezetting werd de stad het bestuurlijk centrum van de Noord-Chinese Uitvoerende Raad, een vazalstaat bestuurd door Japan dat de bezette gebieden bestuurde in Noord-China. Met de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 viel Peking weer in Chinese handen. Op 31 januari 1949, tijdens de Chinese Burgeroorlog, veroverden de Communistische strijdkrachten de stad zonder gevechten. Op 1 oktober van dat jaar riep de Communistische Partij van China, o.l.v. van Mao Zedong, de Volksrepubliek China uit vanaf de Poort van de Hemelse Vrede (Tiananmen). Enkele dagen daarvoor was Peking weer als hoofdstad benoemd.

Op 5 April 1976 vond er op het plein van de “Hemelse vrede” een grootscheepse manifestatie plaats. De mensen waren bijeengekomen voor om de dood van Zhou Enlai te herdenken, maar keerden zich tegen de totalitaire tirannie van Mao. De Grote Roerganger lag toen op sterven. 's Nachts werden de enkele duizenden manifestanten die nog aanwezig waren, gewapenderhand verdreven. Zestig van hen werden onthoofd in de Grote Volkshal. Na meer dan een maand studentenprotesten kwam het op 4 Juni 1989 wederom tot een climax. Een schatting geeft aan dat er een miljoen protestgangers op de been waren – de grootste massale protest tegen de communistische partij – in eerste instantie vanwege het overlijden van een hervormingsgezinde secretaris generaal. Drie dissidente kunststudenten bekogelden het portret met eieren gevuld met verf en werden tot een jarenlange gevangenisstraf opgepakt. Na meerdere mislukte pogingen de demonstraties te beëindigen werd uiteindelijk het leger ingezet. Deze openden het vuur waarbij honderden of misschien wel duizenden ongewapende burgers omkwamen. Na dit bloedige neerslaan van de protesten werden tanks ingezet om de straten en het Plein schoon te vegen. De bekendste beelden hiervan zijn van een man die recht voor de colonne tanks stond en ze tegenhield en internationaal bekendstaat als "unknown tank man". Aangenomen wordt dat toen de internationale camera's weg waren de man is gefusilleerd maar dit is nooit bewezen. De demonstratie was neergeslagen en een groot aantal studentenleiders werd ter dood veroordeeld. Veel burgers van de studentensteden Beijing en Guangzhou vluchtten naar het buitenland en kregen politiek asiel in Noord-Amerika, Europa en Taiwan. Er volgde wereldwijde veroordeling en consternatie omtrent de bloedige ontruiming van het plein 'der Hemelse Vrede'. Ondanks de sterke veroordeling van de internationale gemeenschap voor het bloedbad, had het Chinese leiderschap zijn machtsbasis verstevigd. Volgens betrouwbare bronnen zouden zelfs 25 jaar na het protest mensen in China hiervoor worden vastgehouden.

 

Tegenwoordig zijn milieuproblemen veel groter dan politieke – Peking wordt geteisterd door smog terwijl woestijnzand over de stad waait. Ook zijn er serieuze water- en landtekorten ontstaan. Op 28 oktober 2013 reed een jeep in op een menigte op het Plein van de Hemelse Vrede. Vijf mensen kwamen om bij deze aanval: de drie inzittenden van de auto en twee toeristen met de Chinese en de Filipijnse nationaliteit. Veertig mensen raakten gewond. De Chinese autoriteiten vermoedden dat de aanval een zelfmoordaanslag was, gepleegd door etnische Oeigoeren.


tips & advies (2001)


Peking’s internationale luchthaven ligt op 27 km ten noordoosten van het centrum van de stad. Talrijke lokale bussen rijden tussen het centrum en het vliegveld – deze doen er ongeveer een uur over afhankelijk van het verkeer. Er zijn verschillende belangrijke treinstations in de stad. De voor toeristen belangrijkste zijn o.a. “Beijing trainstation” dat ten zuidoosten van de Verboden Stad ligt. Het “Beijing West Train Station” ligt in het zuidwesten van de stad. Er rijden geen internationale bussen vanaf de hoofdstad maar er zijn verschillende grote busstations die naar andere grote steden in China rijden. Je hebt o.a. het “Bawangfen”, “Sihui”, “Liuliqio”, “Lianhuachi” en “Zhaogongkou” busstation. Er rijden talloze lokale bussen, metro’s, “lightrails”, taxi’s en fietsen in Peking.


zie ook: