Reisverhalen - China

"langmusi"



klein tibet


In de ochtend wordt ik opgewekt door gestamp en geschreeuw en ik schrik op en wil weten wat er aan de hand is. Het is buiten, en ik zie opeens een groot plein wat mijn achtertuin is gevuld met soldaten – blijkbaar is het een legerkazerne en ik doe de gordijnen dicht, ook wetende dat zij wellicht direct de politie inschakelen en mij hier weghalen omdat ik hier als toerist niet mag zijn. Op een bijna lege straat loop ik in alle vroegte naar hetzelfde hostel waar ik gisteren gegeten heb om daar mijn beloofde vers gemalen koffie te halen. Ook daar zit alles nog potdicht en na een klop op de deur wordt deze opengedaan en worden alle houten luiken voor de ramen weggehaald. De kachel wordt aangemaakt met kolen, koffie wordt gezet en de jonge zwarte hond die buiten “vast” zit blaft de rest van de buurt wakker. De eigenaar zegt op te passen met hem want het is een hond die gebruikt wordt om kuddes schapen mee te beschermen tegen wolven – m.a.w. het is geen gewone hond die je zomaar op kan pakken – hij is oersterk.


"setri Gompa"


Na mijn koffie wandel ik de straat uit, de heuvel op, op weg naar het klooster die hier tegen de berg op gebouwd is (“Sertri Gompa”). Het is rustig maar als ik een houten huisje voorbijloop wordt er iemand wakker en maakt duidelijk dat ik entree moet betalen. Tibetaanse kloosters heb ik eerder gezien en mijn voornaamste doel is monniken te ontmoeten en te genieten van het prachtige uitzicht. Het klooster bestaat uit verschillende huisjes en gebouwen en ik voel me een spion zo rustig is het hier. Op het dak van de berg is een plateau dat bestaat uit een groot grasveld en ik vermoed dat hier “luchtbegrafenissen” worden gehouden, ook omdat er een heel groot hek omheen staat. Aan de andere zijde heb je weer een ander uitzicht over wat verspreide “gers”, een kudde geiten en “yaks” en een diepe vallei met op de achtergrond sneeuw bedekte bergen en groene hellingen en een wolkendek wat telkens verandert.

 

LUCHTBEGRAFENIS:

In de jaren ’60 en ’70 verboden de Chinezen de eeuwenoude Boeddhistische traditie van “luchtbegrafenissen” maar zijn momenteel weer legaal ook al blijven de Chinezen het een primitief manier van begraven vinden. Een “tomden”, een religieuze ceremoniemeester, legt de witte doeken terzijde zodat het naakte lichaam klaar is om in stukken te snijden. Met het mes maakt hij een grote cirkel om het lichaam heen en begint dan in het lichaam te snijden totdat deze bestaat uit grote stukken vlees. Deze mixed hij vervolgens met graanmeel terwijl de hongerige gieren boven de begraafplaats cirkelen. De Tibetaanse zien het lichaam als ene vervoermiddel tijdens het leven en als de ziel vertrokken is heeft het lichaam geen zin meer, en om het leven een laatste keer te dienen doen zij dit door het terug te geven aan de natuur. Naast deze religieuze achtergrond heeft het ook praktische redenen; het gebied kan elk stuk voedsel gebruiken en de grond is vaak te hard om een gat in te graven.  

 

Ik wandel weer naar het dal en kom bij de rivier een groep cowboys tegen inclusief leren laarzen en cowboyhoeden. Het was als een western en ik ben de enige die dit mag aanschouwen! Verderop aan de rivier zitten wat vrouwen op hun knieën hun was te doen in het water en kijken niet eens op om te kijken wie hun bewondert. Een omaatje komt aangelopen en geeft een tikje aan elke gouden gebedswiel wat onder een klein afdakje hangt. Ze zijn flink aan het bouwen in het dorp, als ik langsloop om naar de andere kant loop om ook daar een steile helling op te klimmen. Op deze heuvel, waar op de achtergrond zo te horen een fikse ruzie bezig is, staan wat Tibetaanse gebedsvlaggen met aan de touwen duizenden Tibetaanse gelukbriefjes. Ik zit in het gras te genieten van het uitzicht als ik opeens handengeklap hoor en luid gepraat. Als ik naar beneden kijk, het plein op van het tweede klooster weet ik wat het is want dat heb ik eerder meegemaakt. Ik haast naar beneden en kom terecht in groepjes Tibetaanse die via hun handengeklap ideeën en gedachten duidelijk maken. Tegen de muur van het klooster “Kerti Gompa” aan zitten de ouderen met gele mutsen toe te kijken. Ik ben de enige bezoeker en neem het hele gebeuren in mij op alsof het niet echt is. In de hoek ligt een hele stapel kleding, schoenen en mutsen die de monniken hebben uitgedaan nu het behoorlijk heet wordt onder de zon.



gangster boogie


Op de terugweg stuit ik op een “lief” houten restaurantje en neem plaats. Ik bestel yakthee- en vlees als lunch terwijl er een jongen tegenover me komt zitten. Hij haalt, als ik mijn Tibetaanse ketting laat zien, een schriftje uit zijn tas vol met aantekeningen. Ik begrijp dat elke keer als hij een toerist ziet, hij telkens drie Engelse woorden laat opschrijven om zijn vocabulaire uit te breiden. De jongen gaat studeren terwijl ik geniet van het zonnetje, wachtend op mijn eten. Een uur later is er nog niets, en ik weet dat yakvlees taai is, maar ga toch eens vragen. Het blijkt dat ze dat nooit heeft begrepen en ik betaal de thee en wandel nog steeds hongerig naar buiten. Ik besluit dan maar naar restaurantlegende “Lesha’s” te gaan die yakburgers verkoopt. Onder de indruk van de megaburger bedank ik de eigenaar, die meer op  een gangster lijkt met z’n zwarte hoed, en wandel naar de plek waar de bus zou moeten stoppen. Een busstation is er niet, maar op de hoek van de straat, tegenover mijn hostel zie ik iemand met een infuus op straat staan die waarschijnlijk ook wacht op de bus. Enkele minuten voordat de bus zou komen stopt een politiewagen naast me en gebaart me plaats te nemen achterin. Ik zeg nog dat mijn bus zo komt, maar een agent die een beetje Engels spreekt maakt duidelijk dat ik een registratieformulier moet invullen en mee moet komen.  

 

Achterin de auto vul ik de papieren in, en als ik wil uitstappen zegt de agent dat er vandaag geen bus komt. Voor mij is het de vraag of de bus voor mij niet komt of helemaal niet komt. Het wordt duidelijk als ze me naar de kruising buiten het dorp brengen waar ze proberen auto’s aan te houden voor een lift. Ik ben ongelukkig want of de auto’s zitten vol of ze gaan een andere kant op. Er stopt wel een oude motorfiets maar dan blijf ik liever nog een dagje hier voordat ik daar achterop stap. De agenten brengen me terug en ik plof neer op de balustrade en speel wat met de “yakhond” zoals ik hem doop. Hij zit aan een dikke ketting vast want hij schijnt een hoop geld te kosten met z’n pikzwarte harige vacht tegen de kou. Uit het niets zet een wind op die bergen stof met zich meebrengt en voor we het weten komt de regen met bakken uit de hemel. Direct wordt het koud en we doen de luiken dicht en stoken de kachel op. Thee wordt hier op de traditionele wijze klaargemaakt maar een hostelmedewerker prefereert Chinese rijstwijn die smaakt alsof het “eau-de-cologne” is. Aangezien de stroom er al een paar uur af is begint een alvast aan het eten terwijl wij verkleumt rondom de potkachel zitten.


hengsten in de straat


Een hoop geluid buiten en er blijkt weer ene groep cowboys op paarden door de straat te stuiven en ik vraag me af hoe ik dit thuis ga uitleggen, want niemand zal me geloven. De kip gaat op de kachel als opeens het Chinese stel wat ik gisteren in de bus heb ontmoet op de stoep staan en mee willen eten. We zijn nu met een groep van 10 mensen en het nabijgelegen restaurant wordt gevraagd ook wat gerechten te maken want dat redden ze nooit alleen. Ik hoor nu dat de Franse president waarschijnlijk iets heeft gezegd m.b.t. een vrij Tibet en dat China nu weer maatregelen aan het nemen is. Als het allemaal klaar is worden twee houten tafels tegen elkaar aangezet en worden kaarsen ontstoken. Bier wordt er geschonken, terwijl ik vraag wanneer de bus morgen gaat. Het antwoord luidt vaag als er gezegd wordt dat  nooit duidelijk is; hoe laat en waar. Er schijnt vaak een bus rond zessen te komen maar het is evenmin duidelijk waar deze bus dan naartoe gaat. Vager kan niet volgens mij!? Tegen tienen ga ik naar boven waar ik in een slaapzaal slaap, als enige. Ik zet de wekker op vijf uur en kruip onder de vele dekens die op mijn bed liggen.



tips & advies (2009)


  • Naam : Hostel “Langmusi Binguan

Prijs : 30 Yuan – slaapzaal

 

Inhoud:

Dit is een echt hostel waar ook andere reizigers komen. De staf spreekt Engels, is zeer vriendelijk en in het cafe of bar beneden wordt eten geserveerd. Het geeft je een prima thuisgevoel en ligt even verderop in het dorp waar het iets gezelliger is. Ik heb geslapen in een slaapzaal die prima is maar het houd allemaal niet over. Wc en douche zijn op de gang.


zie ook: