GESCHIEDENIS - BiH



oudheid


Archeologen hebben bewijzen gevonden dat er al ca. 200.000 jaar geleden in deze streken mensen leefden. Deze mensen leefden in het Paleolithicum en waren jagers en verzamelaars. Bosnië-Herzegovina en de westelijke Balkan werden in de eeuwen voor het begin van onze jaartelling bewoond door de Illyriërs, een Indo-Europees sprekend volk. Dit volk werd in die tijd vaak aangevallen door Kelten en Grieken. In het jaar 9 n.Chr. werd de laatste grote opstand van de Illyriërs tegen de Romeinen neergeslagen en kwam het huidige gebied in de Romeinse provincies Dalmatië en Pannonië te liggen. De Romeinen zorgden voor een periode van redelijke stabiliteit, maar dat veranderde toen het Romeinse Rijk instortte. De westelijke Balkan werd aangevallen maar ook bewoond door Goten en Germaanse volkeren. In de zesde eeuw arriveerden de eerste agrarische Slaven op de Balkan, ongeveer tegelijkertijd met het krijgervolk der Avaren. De Avaren werden verjaagd, maar opgevolgd door Serven en Kroaten, waarschijnlijk afkomstig uit Polen en Tsjechië. De Serven vestigden zich in het zuidoosten van de Balkan, de Kroaten in het westelijke deel, waaronder een groot deel van het huidige Bosnië-Herzegovina. Deze volken vermengden zich met de Slaven en werden al snel gekerstend.


kroaten en serven


In 958 werd Bosnië voor het eerst in schriftelijke bronnen genoemd, en werd in die tijd overheerst door de Serven. Na de Serven werd Bosnië-Herzegovina overheerst door verschillende volken: allereerst een periode door Kroaten en daarna een korte periode door Bulgaren. In de tweede helft van de 12e eeuw werd er over het gezag in Bosnië-Herzegovina getwist door het Byzantijnse Rijk en Hongarije. In 1180 verklaarde de eerste Bosnische vorst Ban Kulin zich onafhankelijk van Hongarije. Door de toenemende handel met Dubrovnik (o.a. zout en zilver) en Venetië steeg de welvaart in het gebied. Na de dood van Kulin werd Bosnië-Herzegovina een speelbal van adellijke families, waaruit in 1322 het bewind van Ban Stjepan Kotromanic ontstond. Hij was het die het gebied Herzegovina aan Bosnië toevoegde en onder zijn bewind ging het zeer voorspoedig in economische zin, maar ook qua rust en vrede. De volgende heerser, Tvrtko I Kotromanic, breidde Bosnië uit met Kroatië en grote stukken van de Dalmatische kust. Hij sloot een verdrag met de Servische heerser Lazar en kroonde zich vervolgens tot koning van Bosnië en Servië. Na de dood van Kotromanic in 1391 ontstond er een onduidelijke overgangssituatie, die duurde tot aan de komst van de Turken die via Bulgarije kwamen en razendsnel oprukten. Na 80 oorlog werd  Koninkrijk Bosnië pas in 1463 door de Turken in z’n geheel veroverd.


turkse overheersing


Zonder de religieuze nationale geloven in buurlanden zoals in Kroatie en Servie gedijde Bosnie-Herzegovina enigszins gemakkelijk onder de Ottomaanse overheersing. Natuurlijk deed ook de islam intrede in Bosnië-Herzegovina. De wederzijdse tolerantie m..b.t. de verschillende religies was één van de kenmerken van de Bosnische bevolking. De Turken maakten van het strategische gelegen Bosnië-Herzegovina een puur wingewest en eisen bovendien dat veel jongens van tien jaar in Istanbul werden opgeleid voor het Turkse leger. Vanaf 1683 raakte het eens zo machtige Ottomaanse rijk langzaam in verval. 

 

Een van de meest bekende personen uit de Bosnische geschiedenis was Husein Gradaščević, of de Draak van Bosnië. Hij probeerde met zijn leger van Bosnische christenen en Bosnische moslims in 1831 gezamenlijk de Turken te verdrijven en het land te bevrijden. In juli 1831 lukte het Husein om het Turkse leger te verslaan in Kosovo en op 12 september 1831 riep hij in Sarajevo Bosnische autonomie uit. Echter, in mei 1832 zijn de Bosniërs alsnog verslagen in een slag bij Sarajevo. Husein Gradaščević is gevangengenomen en overleed onder verdachte omstandigheden in augustus 1834 in een gevangenis in Istanboel. Na enkele strategische nederlagen tegen de Oostenrijkers was het afgelopen met de Turken in Europa. En ook het beleg van Wenen mislukte volkomen. Pas in 1878 werden de Turken definitief verslagen, na een opstand die in 1875 al begonnen was in Bosnië-Herzegovina en oversloeg naar Servië en Montenegro. Toen de opstand dreigde te worden neergeslagen, greep Rusland in. De Oostenrijk-Hongaarse Habsburgers stonden deze inmenging toe, op voorwaarde dat alleen de oostelijke Balkan binnen de Russische invloedssfeer mocht vallen; Bosnië-Herzegovina zou dan bij Oostenrijk komen. Al deze strijdtonelen zorgden voor ongekende migratiestromen die tot op de dag van vandaag voor problemen zorgen op de Balkan. 



oostenrijk-hongarije en ww1


Op het Congres van Berlijn in 1878 werd Bosnië-Herzegovina onder Oostenrijks bestuur geplaatst, maar de moslimbevolking stelde zich nog steeds loyaal op ten opzichte van Turkse sultan. Zij moesten opeens na 400 jaar overheersing hun dominante positie opgeven. De Habsburgers begonnen een zeer bemoedigende modernisering van het land – bruggen, wegen, hospitalen, onderwijs alles werd in een rap tempo uit de grond gestampt. De Serviërs hadden ondertussen veel te lijden onder de Habsburgse overheersing. Toen dan ook in 1908 Bosnië-Herzegovina definitief door Oostenrijk-Hongarije werd geannexeerd, werd de afkeer van de Zuid-Slavische (Joegoslavische) bevolking t.o.v.  haar overheersers steeds groter. De laatste stukjes Ottomaans rijk werden verdeeld door de Balkanoorlogen in 1912 en 1913 en voordat iedereen z’n positie weer had ingenomen werd in 1914 de  Habsburgse kroonprins Frans Ferdinand doodgeschoten door de Servische nationalist Gavrilo Princip, en dat bleek later een deel van het startsein te zijn voor de uitbraak van WWI. Oostenrijk- Hongarije verklaarde de oorlog aan Servië waarna het conflict door alle bondgenootschappen zich als een inktvlek verspreidde.


De troonopvolger van Oostenrijk-Hongaars keizer “Frans Jozef” was een voor z’n tijd zeer progressief en modern denkend mens. Hij was voorstander van een driedelige monarchie – Oostenrijks, Hongaars maar ook een Slavisch landsdeel omdat veel Slaven onderdeel uitmaakte van het grote Rijk. Maar omdat hij wilde trouwen met de Hongaarse “Sophie Chotek” (en Hongarije door z’n voorgenomen plannen veel land zou kosten) trok hij dit idee in tot woede van veel Slaven. Er werd een bezoek aan Sarajevo gepland omdat BiH noch onder het Oostenrijkse, noch Hongaarse landsdeel viel en zij hier “gewoon” naast haar man mocht zitten wat in de andere delen (nog) niet mogelijk was. Door Servische nationalisten werd het bezoek, juist op deze datum: de verjaardag van de Slag op het Merelveld, echter als een regelrechte provocatie opgevat en een groep Bosniërs, die gesteund werd door Servië, beraamde een aanslag op de kroonprins.

 

Drie Bosnisch-Servische studenten namen contact op met de ultra nationalistische Servische beweging “de Zwarte hand” en kregen les in schieten en wapens. Op 6 juni 1914 vertrokken de drie jonge heren naar Sarajevo om er bij familie te logeren. 


In WWI werden zo’n 15% van de Bosnische bevolking gedood. Het Ottomaanse Rijk en Oostenrijks-Hongaarse Rijk hield op te bestaan. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog kwam het ‘Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen’ tot stand, maar die samenwerking hield niet lang stand. De Serviërs wilden een centraal geleide staat, de Kroaten en Slovenen wilden een losse federale structuur. Bosnië kwam in dit hoofdstuk helemaal niet voor en werd door de Kroaten en de Serven tot Groot-Kroatië, respectievelijk Groot-Servië gerekend. In 1929 kondigde de Servische koning Alexander de koninklijke dictatuur af en is het jonge parlement alweer exit. De naam werd veranderd in ‘Koninkrijk Joegoslavië’ en de grenzen van Bosnië-Herzegovina komen in deze eenheidsstaat te vervallen. In 1934 werd Alexander vermoord door Kroatische nationalisten.



ww2


In april 1941 gaf Joegoslavië zich over aan de Duitsers en werd Bosnië-Herzegovina eerst “bezet” verdeeld onder Duitsland en Italië. Later werd het opgenomen in de ‘Onafhankelijke Staat Kroatië’. Dit fascistische Groot-Kroatië werd een nachtmerrie voor de aanwezige Roma, joden en Serviërs, die vermoord, gedeporteerd of gedwongen werden zich te bekeren tot het katholicisme. Deze gruweldaden werden uitgevoerd door de Kroatische fascisten of ‘Ustaša’. 

 

Het verzet tegen de fascisten werd geleid door Servische ‘Cetniks’ en door de partizanen (Serven, Kroaten en moslims) van de op het communistische Sovjet-Unie georiënteerde Josip Broz, beter bekend als Tito. De fascisten maken zeer vele slachtoffers maar ook de verzetsgroepen onderling voeren een hevige strijd om de hegemonie. Het land van BiH was perfect voor guerilla’s die zich wilden verstoppen en plots tevoorschijn kwamen. Vele grote slagen werden in dit land uitgevochten. In 1943 werd in de stad “Jajce” de anti fascistische constitutie geformuleerd voor het toekomstige Joegoslavië. Tito en zijn partizanen wonnen uiteindelijk de onderlinge strijd, ook al omdat de Cetniks collaboreerden met de Duitsers. Op 6 april 1945 marcheerden de partizanen van Tito Sarajevo binnen en werd Joegoslavië bevrijd.



onder tito


Tito werd automatisch de nieuwe politieke leider en rekende bloedig af met de restanten van de Ustaca, Cetniks en Joegoslavische koningsgezinden. Hij wist in vrij korte tijd een socialistische maatschappij in te richten waarin ‘iedereen’ gelijkwaardig was en profiteerde van de snel toenemende welvaart. Bosnië-Herzegovina kreeg binnen de federatie Joegoslavië de status van deelrepubliek (1 van de 6) en deelde mee in de economische opleving. In die periode werd de nadruk gelegd op eenheid en broederschap tussen de verschillende religieuze en etnische groepen waaruit Joegoslavië bestond. 

 

Na de dood van Tito in 1980 werd het leiderschap van Joegoslavië in handen van een collectief staatspresidium gegeven en werd deze gerouleerd door de zes deelrepubliekleiders. Er volgde een machtsvacuüm en ondanks de Olympische Winterspelen in Sarajevo in 1984 werd de wereld opgeschrikt over het feit dat het helemaal niet goed zat in Joegoslavië. In de praktijk echter werkte dit systeem niet en mede door een diepe economische crisis gedurende de jaren ’80 en de val van de Berlijnse muur, linearisering van de Sovjet Unie waardoor Joegoslavië in politieke zin zijn bijzondere positie tussen Oost en West verloor, stak ook in Joegoslavië het nationalisme de kop op en werden in de diverse deelrepublieken politieke partijen opgericht met een sterke nationalistische inslag. De verkiezingen van november 1990 werden een grandioos succes (86% van de stemmen) voor de nationalist Izetbegovic, die vervolgens president werd. In maart 1991 vond er overleg plaats tussen Tudjman (Kroatië) en Milosevic (Servië) over een opdeling van Bosnië-Herzegovina tussen de twee landen. Karadžic, de leider van de Bosnische Serviërs begon alvast met deze opdeling en riep delen van Bosnië-Herzegovina in het noorden en westen uit tot ‘Servisch Autonome Gebieden’. President Izetbegovic probeerde ondertussen angstvallig de grenzen van zijn land bij elkaar te houden, ook al omdat hij vreesde voor het lot van de moslims.



JOEGOSLAVIË valt en de bosnische oorlog


In 1991 kwam er met de eenzijdige afscheiding van Slovenië en Kroatië in 1991 een eind aan de Federatieve Republiek Joegoslavië. Een korte oorlog met Slovenië (de 10-daagse oorlog) en een oorlog met Kroatië waren het gevolg. Na het uitroepen van die onafhankelijkheid brak ook de Bosnische Oorlog uit. Het was een oorlog van iedere entiteit die tegen elkaar vocht; Kroaten tegen moslims tegen Bosnische Serviërs. Kenmerk van deze oorlog was het etnisch zuiveren van dorpen en steden, waardoor honderdduizenden inwoners meestal met achterlating van alle bezittingen op de vlucht sloegen. Bij deze etnische zuiveringen, van voornamelijk Bosnische moslims door Bosnische-Serven, zijn vele duizenden mensen vermoord, zoals in het meest beruchte voorbeeld van Srebrenica (juli 1995). Daarnaast werd in grote delen van het land de complete infrastructuur vernietigd zoals in Sarajevo en Mostar. Pas met het zogenaamde akkoorden van Dayton kwam er formeel in november 1995 een einde aan de bloedige oorlog in Bosnië en Herzegovina, die naar schatting aan 100 à 150-duizend mensen het leven heeft gekost waaronder 8000 Bosnische moslims in Sbrenenica. 

 

Na het akkoord in 1995 zorgde de NAVO voor vrede in het gebied. De huidige staat is verdeeld in een deel voor de Serviërs, de Republiek Srpska, en een deel voor de Kroaten en de Bosnjakken (Bosnische moslims), de Federatie van Bosnië en Herzegovina, de zogenaamde  entiteiten. De zwakke centrale regering wordt geleid door een presidium van drie mensen: een Bosnjak, een Kroaat en een Serviër. De twee entiteiten hebben ieder hun eigen regering, president, leger en parlement. Verder ligt er in het noordoosten nog een apart district rond de stad Brcko, met zelfbestuur, maar wel vallend onder het centraal presidium. De economische situatie van het land verbeterde ondertussen nauwelijks. Veel jongeren en beter opgeleiden emigreerden liever en veel vluchtelingen keerden niet terug uit het buitenland.



21-ste eeuw


In 2000 keerden meer dan 20.000 vluchtelingen terug naar Bosnië-Herzegovina, maar door de slechte economische toestand bleven ruim 300.000 vluchtelingen vooralsnog in het buitenland wonen. Belangrijk voor de vluchtelingen was de uitspraak van het Constitutioneel Hof dat Serviërs, moslims en Kroaten overal in Bosnië-Hercegovina over gelijke rechten beschikten. Op bestuurlijk niveau is het eigenlijk nog steeds oorlog langs de etnische grenzen. 80% van de bevolking leeft in 2001 nog steeds onder de armoedegrens en corruptie en smokkel behoorden tot de belangrijkste economische handelingen. Meer dan 30.000 vluchtelingen keerden terug naar de Moslim-Kroatische Federatie en 18.000 naar de Servische Republiek. Het Joegoslavië tribunaal laat van zich horen en heeft nu talloze vermeende oorlogsmisdadigers van alle partijen gearresteerd. De VN-Veiligheidsraad verlengde in juli 2002 het mandaat voor de internationale politiemissie. De uit meer dan 1500 man bestaande missie had het trainen van de multi-etnische politie als taak. De verkiezingen voor het federale parlement werden glansrijk gewonnen door nationalistische partijen. In november 2003 bezocht de president van Servië en Montenegro, Svetozar Marovic, de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Hij bood in het openbaar zijn excuses aan voor misdaden die in de oorlog in Bosnië door Serviërs waren begaan.

 

 

De internationale gemeenschap geeft in 2006 aan dat de Bosnische autoriteiten nu zelf verantwoordelijkheid krijgen en nemen voor de verschillende hervormingsprocessen. Politiek wordt in BiH nog steeds voornamelijk op etnische basis bedreven. Belangrijke hervormingen op het gebied van onderwijs, publieke omroep, en politie ondervinden daardoor sterke vertraging of komen zelfs geheel stil te liggen. De verkiezingen in 2006 en 2008 worden wederom gewonnen door nationalistische partijen en verlopen volgens etnische lijnen. In 2008 worden Karadzic en in 2011 Mladic gearresteerd, hoofdverdachten van de oorlog in Bosnië. Een jaar later wordt er weer openlijk gespeculeerd over oorlog aangezien men nog steeds bang is dat de republiek Srpska later graag bij Groot Servië ingelijfd zou willen worden. 


heden


In februari 2014 zijn er onlusten vanwege protesten tegen corruptie en hoge werkloosheid. Aan het eind van het jaar wordt duidelijk dat 20 jaar na de oorlog er in principe weinig veranderd is; nog steeds kiezen de mensen in BiH in etnische lijn waardoor de nationalistische partijen de grootste blijven. De ministers van Buitenlandse Zaken van de EU-landen zetten in Maart 2015 een handtekening onder een akkoord dat de lidmaatschap van de EU een stap dichter bij toetreding plaatst. Het akkoord was mogelijk nadat de Bosniërs zich bereid hadden getoond tot drastische hervormingen. De EU eist ingrijpende maatregelen op politiek, sociaal en economisch gebied. Zo moet bijvoorbeeld de rechtsstaat worden verbeterd, en is het nodig de (jeugd-)werkloosheid en de corruptie beter te bestrijden. De Bosnische regering moet de beloofde verbeteringen verder uitwerken en uitvoeren, voordat de volgende stap richting toetreding volgt. In Februari 2016 volgt het officiële verzoek tot toetreding. In maart 2016 wordt de voormalige leider Karadcic schuldig bevonden door het VN-tribunaal in Den Haag aan genocide en oorlogsmisdaden en veroordeeld tot 40 jaar gevangenisstraf. In november 2017 wordt Mladic na een langdurig proces schuldig bevonden aan genocide en misdaden tegen de menselijkheid en veroordeeld tot levenslang.


zie ook: